D/t fout? Shame on you!

Soms heb ik het gevoel dat alles om me heen om één onderwerp draait. Herken je dat gevoel? Laatste liet de d/t-fout zich opmerken.

Ik was niet het kindje dat haar schriften netjes inleverde, een heel mooi handschrift had en elk woord zorgvuldig -wat een woord- nakeek op fouten. Ik denk zelfs dat spellingregels voor een groot deel aan mij voorbij zijn gegaan wegens te detaillistisch, muggenzifterij en meer gefocust zijn op inhouden dan op details als schrijven zonder fouten. Toen één van de kinderen mij vroeg om de thesis eens na te lezen op zinsconstructies en spellingfouten, gaf die mij een dergelijke uitleg. Ik besefte dat de appel niet ver van de boom viel. Zo dacht ik ook als tiener.

Spelling was echt niet mijn ding. Af en toe nam ik in mijn humanioratijd die regels nog eens ter hand om de schade te beperken toen een leraar plots punten aftrok voor spellingfouten. Maar het grote verdict kwam er na het ingangsexamen van de lerarenopleiding. Ik mocht beginnen maar kreeg toch een opmerking over mijn spelling. Die moest ik bijspijkeren. De jaren dat ik in het zesde leerjaar les gaf, waren dus een zegen voor mijn spellingbewustzijn.

Omdat het mij ergerde dat veel leermethoden veel te moeilijke heuristieken gebruiken om de leerlingen correcte spelling te leren, schreef ik mijn eindwerk in de opleiding remedial teacher over “De rol van het geheugen en het metacognitief bewustzijn bij spelling”. Dat is een hele klepper om te zeggen dat ik eigenlijk op zoek ben gegaan naar de eenvoudigste logica bij spelling. Tevens zocht ik naar methodieken om kinderen op de meest eenvoudige manier door de Nederlandse spelling te loodsen zonder frustratie, zonder angst, alsof het de leukste bezigheid ter wereld is. Ik kreeg ook de kans om oefenbundels en dictees te schrijven voor de selecties en de finale van het Groot Dictee der Nederlandse Taal van het Davidsfonds. Door voor anderen te werken, schaafde ik mezelf bij.

Na zoveel oefenkansen gebeurt het nog wel eens dat ik een foutje schrijf. En dan schaam ik mij diep, eerlijk waar. Zo ontdekte ik een d/t fout in een chatbericht. Ik schreef Nieuwpoord in de plaats van Nieuwpoort. Het bericht was vertrokken voor ik het zag. Natuurlijk heb ik onmiddellijk mijn verontschuldigingen gestuurd. Dit is een schrijffout en deze is minder erg dan die andere dt/fout die ik mocht ontdekken in een online document. Dat was een werkwoordfout, een echte spellingfout. Als je 50-plus bent als ik, heb je al veel moeten leren en afleren, van leren typen op een typmachine over de computer naar wie weet wat er nog komt. Van teksten die verstuurd werden met de post om te redigeren, over de mail, tot nu. Nu werken we online in dezelfde tekst. Ik schreef een tekst op een platform en werd wat kregelig. Een vreemde pen mengde zich in mijn tekst. Het voelde als een inbreuk op mijn territorium. Doordat de andere met een ander lettertype aanvulde, werd dit enigszins vergoelijkt. Een eigen territoriumafbakening binnen mijn territorium. Tot ik plots een dt-fout zag; wordt je?! Hoe ga je daar qua online-etiquette mee om? Ik verbeterde discreet om alle verdenking van mij af te werpen. Schond ik de online-etiquette door in een ander zijn territorium een fout te verbeteren?

Ik weet niet zo goed wat de moraal van mijn verhaal is. Dat ik gevoelig ben aan mensen die in mijn onafgewerkte tekst werken? Dat ik er gevoelig aan ben dat ze er een dt/fout achter laten? Dat ik nog steeds de schaamte ken uit mijn kindertijd toen mijn schrift vol rood stond? Of gewoon dat spelling niet zo moeilijk is, als jet het eenvoudig uitlegt.

Laat het mij gewoon hierbij houden, correct schrijven zit heel diep in onze cultuur en iedereen kan er zich schuldig aan maken. Het is relatief en niets in vergelijking met de honger in de wereld. Tot je een crush hebt op een taalpuritein die jouw dt-fouten niet langer aankan of je de job van je leven moet missen omdat er drie dt/fouten in je sollicitatiebrief staan. Dan heb je pech natuurlijk.

Er was een tijd dat omalu, zo noemen de kleinkinderen mij, alles alleen moest schrijven en ze mocht geen enkele fout maken want er was geen knop om de fout te verbeteren.

De verdwijning van de Rechtvaardige Rechters

Schrik niet, ik weet meer over het verdwenen paneel “De Rechtvaardige rechters” en ik ga het jullie vertellen in deze blog.

2020 is het jaar van Van Eyck in Gent en voor die gelegenheid werd het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck gerestaureerd. Het werk, het wereldberoemde drieluik “De aanbidding van het Lam Gods” zette de Europese kunstgeschiedenis in 1432 op zijn kop. Vandaag is het één van de invloedrijkste schilderijen ooit. De schilders schilderden het werk in Gent. Het meesterwerk hangt terug in de Sint-Baafskathedraal en we mogen het geweten hebben want de ogen van het “Lam Gods” hebben ons al via verschillende media fel staan beloeren. Het werkt hangt er terug maar het hangt er niet VOLLEDIG. Het paneel “De rechtvaardige Rechters” hangt er niet.

Vandaag mochten burgemeester Mathias De Clercq, kanunnik Ludo Collin, rector Sint-Baafs, en Hélène Dubois, hoofd restauratie Lam Gods tekst en uitleg in de Zevende Dag. Boeiend hoe de burgemeester het schilderij als een verbinding tussen alle mensen ziet. Op het einde van het gesprek vroeg Lisbeth Imbo of er een verrassing aan kwam in verband met het verdwenen paneel. Niemand wist ergens van, of deed alsof maar de kanunnik zei letterlijk: “Ik weet misschien iets meer.” Toen de presentator doorvroeg, begon de man gegeneerd rond de pot te draaien. En dat viel mij heel sterk op want IK WEET MISSCHIEN iets meer!

Mijn verhaal begint in de paasperiode in 2018. Mijn vriendin en ik verkenden Firenze in de paassfeer. Vrouwen onder elkaar denken pratend en praten denkend. Plots, in een stille straat wenkt een man ons en hij zegt lachend dat er ook in Firenze mensen zijn die Nederlands begrijpen.

De vriendelijke man trakteerde zichzelf en ons op zijn dagelijkse espresso. Hij had ons een verhaal te vertellen en hij begon met de vraag: “Ken je mij. Ik was de primeur van het journaal op VRT op 28 maart 2014?” Wat een perfecte openingszin, onze aandacht was gewekt.

De man is Paul De Ridder. Hij was recent als verteller – onderzoeker – presentator te zien in Bruzz, het zaterdagmiddagprogramma op één over Brussel. Hij bracht er verschillende weken een prachtige reportage over het leven van Bruegel. Dr. Paul De Ridder studeerde geschiedenis en is Doctor in de Middeleeuwse Geschiedenis. Hij was Hoofdconservator van de Koninklijke Bibliotheek te Brussel. Via zijn werk, zo vertelde hij, maakte hij kennis met Prof. Dr. Robert Senelle, grondwetspecialist. Deze vertelde Paul De Ridder dat hij sinds 1968 poogde om het, sedert 1934, verdwenen paneel van de “Rechtvaardige Rechters” terug te laten keren naar de Gentse Sint-Baafskathedraal. En vanaf 2009 stond De Ridder zijn vriend bij in zijn zoektocht maar Robert Senelle stierf in 2013.  

Het verhaal van de Rechtvaardige Rechters van Prof. Senelle en Dr. Paul De Ridder is een heel ander verhaal dan al wat we al hoorden over de verdwijning. In de nacht van 10 op 11 april 1934 verdwenen uit de Joos Vijdkapel van de Gentse Sint-Baafskathedraal twee panelen van het wereldberoemde altaarstuk van het “Lam Gods”. Eén van deze panelen, Sint-Jan de Doper, werd na onderhandelingen met de “afperser” op 29 mei 1934 teruggegeven. Op 25 november 1934 overleed de Wetterse wisselagent Arsene Goedertier en hij werd aangewezen als de dief. Het paneel “De Rechtvaardige Rechters” blijft spoorloos. Er werd zelfs niet te hard naar gezocht tot de Duitse “Oberleutnant” Koehn tijdens de Tweede Wereldoorlog ijverig op zoek ging naar dit kunstwerk. Hij voerde als eerste een grondig onderzoek.

Het verhaal dat wij hoorden op het zonnige terras in Firenze is een verhaal van chantage, zoeken naar een gemakkelijk slachtoffer, omdat hij stierf, van misbruik van vertrouwen, spelen met geld van onschuldige slachtoffers, verdoezeling van bewijslast, mensen die weggepromoveerd werden, een paneel dat terug gevonden werd en dan weer niet, over de restauratie van het paneel in de jaren 60. Het is een verhaal van mensen die zwijgen om het verleden, zichzelf, maatschappelijke en politieke organisaties en families niet te schaden.

Is je interesse gewekt? Dr. De Ridder heeft een website waarop hij alles haarfijn uitlegt; www.paulderidderrechtvaardigerechters.com. Het was voor ons een middag waarop we dankbaar waren om zoveel boeiende informatie die heel plausibel lijkt. Paul De Ridder is een boeiende en fantastische verteller maar ik laat jullie het verhaal liever zelf lezen.

Terug thuis wou ik er ook meer over weten. Het plaatselijk Davidsfonds gaf een lezing over de verdwijning van en de zoektocht naar het paneel. Voor de man die zich gespecialiseerd had in het onderwerp was Arsene Goedertier terug een ordinaire dief, terwijl hij in het verhaal van Paul De Ridder een Robin Hood was, die het paneel als chantage gebruikte om “bestolen mensen” hun geld terug te geven.

Ik kon het niet laten en vertelde de spreker en de toehoorders verhaal dat ik in Firenze hoorde. Plots zei de spreker: “Misschien gaan ze het verdwenen paneel terug geven in 2020, het Van Eyckjaar in Gent.

Kijk, daar moest ik deze morgen aan denken toen ik naar de Zevende Dag keek. Het is 2020, laat dat paneel nu maar komen. Dank je wel, Paul De Ridder, voor de heerlijke koffies, de zeer interessante informatie en ik hoop echt dat jullie het bij het rechte eind hebben. Het is een prachtig verhaal, een verhaal van maatschappelijke verantwoordelijkheid.

De deken van de Sint-Baafskathedraal zei dat de indringende ogen van het Lam hem aanzetten om al zijn wereldlijke goederen achter te laten. Misschien zetten de ogen ook aan om het paneel vrij te geven.  

2020 Van Eyckjaar in Gent

Stilaan komt het licht terug

 ‘Heb je ’s ochtends niet genoeg tijd? Trek dan een volledig zwarte outfit aan’ Dat las ik onlangs in een krant en dat is de mening van creatieve duizendpoot Bertony Da Silva.  

Nooit meer zwart!

Zwart is altijd schoon en vooral praktisch. Dat dacht ik vroeger ook. Tot ik vorige zomer besloot om geen zwart meer te dragen. Ik vond zwart plots zo doods, zo gewoon, zo weinig inspirerend, zo kleurloos. Ik hield het een zomer vol. Alle zwarte kleren werden verbannen naar een speciale kast in de dressing. Gelukkig gooide ik ze niet weg.

Een kleurrijk juweeltje?

Toen kwam het moment dat ik door mijn winterspullen snuisterde op zoek naar een winterbroek. Zwart? Neen. Of toch? Met die zwarte broek heb ik meer kansen tot smaakvol en juist combineren. Alle, neen vele pulls en bloesjes passen op die broek. Dus die zwarte broek dan maar met die kleurrijke pull. En zo begon het verraad aan mezelf. Even later bedroog ik mijn eigen menig terug door op dat volledig zwart tenuetje een opvallend juweel te combineren. Ik hoor het mezelf nog zeggen: ‘Op zwart past elk juweel’. Een juweel is een ideaal middel om meer expressie te geven aan jezelf, je gevoel. In een juweel, zeker als het een geschenk was of eentje met mijn favoriete halfedelstenen, vind ik mezelf. Dus, ik draag wel die zwarte kleedjes maar ik draag er een mooi juweel bij om het geheel op te fleuren. En zo heb ik mijn belofte om nooit meer zwart te dragen terug een beetje bijgestuurd.

Een sjaaltje misschien?

Niet alle dagen schikken mij om juwelen te dragen. Geloof me, ik heb een pak faux bijous maar sommigen zijn zo opvallend dat ik ze liever niet dagelijks draag. Er zijn momenten waarop ik liever niet opval, dat ik liever in een hol zou kruipen dan te moeten gaan waar ze mij verwachten. Dat is des mensen, niet? Dan kies ik liefst dat eenvoudig zwart kleedje. Het verstopt mij stijlvol en veilig. Maar het is zo zwart… Dus probeer ik het met sjaaltjes. Ik heb ze in alle kleuren en motieven. Die bruine tijgerprint die ik in Keulen kocht, dat weekend dat ik er was met mijn maatje, is mijn favoriet. Niet kleurrijk maar een blijvertje. De sjaal is ruim genoeg als finishing touch, klassiek genoeg voor het werk op doordeweekse dagen, bruin genoeg voor dagen waarop je er niet op let of de zon nu schijnt of niet. Mijn andere sjaals zijn dan weer meer onderhevig aan gevoel en gemoed. Neem nu een roze sjaal, die draag ik niet elke dag. Ik ben een gevoelsmens en mijn kleren moeten bij mijn emoties passen of het geheel klopt niet. Die roze sjaal, niet met een panterprint maar met een hele panter er op, komt maar zelden uit mijn kast.

En nu in januari, draag ik gewoon zwart

Zwart is altijd schoon, het steekt voldoende weg, het is betrouwbaar, je hoeft er niet bij na te denken. Je draagt het bij weinig tijd. Mijn dagen zijn super gevuld, de energie van vorige zomer is op en ik heb niet de energie heb om nu kleurencombinaties te maken. 

Skip te winter, leve de lente

Zondag ging ik binnen in een winkel om toch nog eens te proberen een super-solden-koopjesslagje te doen. Ik kocht niets. Die winterkleuren waren mij te saai, te donker, te veel herinnerend aan de donkere dagen. Ze vrolijkten mij niet op. Maar de lentecollectie was prachtig. Fantastische groene tinten, geel en oranje. Ik werd er vrolijk van. Maar ik kocht niets want ik kan die kleren nu nog niet dragen, de winter moet nog echt in gang schieten.

Misschien moet ik gewoon om-denken

Eigenlijk wil ik geen zwart gevoel. In plaats van aan mijn kleren, kan ik aan mijn humeur werken om terug van die zwarte kleren af te geraken. Dus, vanaf maandag luister ik ’s morgens naar opgewekte muziek. Ik steek kaarsen en veel lichten aan en forceer me om ’s morgens vroeg wandelend wat frisse lucht op te snuiven. En dan pas maak ik me op voor de dag. Misschien kies ik die roze sjaal en die bijhorende roze jas. En na het werk verras ik mezelf in een bloemenwinkel met lentebloemen in het frisse groen van nieuw gras en het geel van de paasbloemen en het wit-groen van de sneeuwklokjes en paars van de krokussen. Tulpen dus.

Het is nog januari en ik smacht naar licht. Is er geen licht, dan zijn er wel kleuren. En daar kan ik iets aan doen. Hopelijk ga je nu niet bij elke collega in het zwart denken dat die zich overslapen heeft. Sommige zwartdragers onder ons willen nog even genieten van de rust van de winter en niet te vlug “lente schreeuwen”. Of ze denken gewoon dat zwart altijd schoon en stijlvol is. En dat is ook zo, voor sommigen.   

Kleurrijke tulpen op donkere, koude en regenachtige dagen

Geen knuffels meer voor "de mannen"

Vandaag, 21 januari, is het internationale knuffeldag. Het uitgelezen moment om vrienden en familie eens dicht tegen je aan te trekken. Of toch niet …

Lucrèce Matthijs

Zot van het boekje, minder gek op knuffels

De kleinkinderen zijn op weekend, het is avond. We beginnen aan ons leesmoment met drie op bed, één links van mij, één rechts van mij. De kussens rechtop als ruggensteun. Ze kiezen een Afrikaans prentenboekje uit de boekenkast “Gee my ’n drukkie!”. We wroeten er ons samen door. Het lukt als we ook de prenten ‘lezen’ om de betekenis van de woorden te vinden en we zoeken gelijkenissen met onze taal. Zo kunnen we samen die beschrijvende Afrikaanse woorden verstaan. Elvis die krimpvarkie se grootste begeerte is om in iemand se arm toegevou te word. Elvis is so prikkelrig soos ’n kaktus en so stekelig soos ’n skropborsel. Elvis soek na ’n drukkie. Kalvin Krokodil, gans te lelik, wat almar vir ’n soentjievra … Op het einde van het boek komt alles goed, zoals dat meestal in boekjes gebeurt. Kalvin raap Elvis…

View original post 205 woorden meer

Anderlecht of Brugge?

Die knappe, intelligente, sportieve CEO met zijn zoetgevooisde stem of die andere?

Wie deze week de actualiteit volgde, kan niet naast “Anderlecht”. Ik kwam er vroeger vaak en in verschillende basisscholen die pretendeerden hofleverancier te zijn van de voetbalploeg. Dat wakkerde mijn interesse voor het voetbal niet aan. Voetbal, daar ken ik NIETS van.

De zomer van het wereldkampioenschap voetbal, waren de kleinkinderen hier op vakantie. Ze hebben gedurende hun verblijf maar twee dingen gedaan, of ze zaten in de vijver of ze voetbalden in hun rode tenues. Voor elk spel zongen ze, armen over elkaars schouders, de Brabançonne. In tegenstelling tot de meeste spelers en supporters kenden zij hun tekst wel. Geleerd van de andere opa. Ze probeerden mij de spelregels uit te leggen maar de moeite was tevergeefs. Hun geluk kon niet op toen onze opa Piet hen en hun ouders trakteerden op een wedstrijd op Club Brugge. Ik mocht mee, er was nog een kaart over.

Zelfs op een voetbalmatch kom ik mezelf tegen. Ik leerde er dat de supporters strikt gescheiden zaten. De match vorderde en voor ik goed wist hoe het spel gespeeld werd,  had Brugge al twee of drie goals gemaakt. Eupen had nog steeds een nul staan op dat groot scorebord.

Bij een bijna-goal van Eupen uitte ik spontaan mijn ontgoocheling, het kwam recht uit mijn hart. Dat is compassie. Een groepje mannen dat op de rij achter ons zat, sprak mij onmiddellijk aan: “Hela madammeke, ge zit hier op de verkeerde plaats, hier zitten de supporters van Brugge.” Kijk, zo ben ik. Ik supporter meestal voor de zwaksten, voor de mindere, voor diegene die achter staat. Toen ik “The Daily Show” van Trevor Noah nog dagelijks volgde kreeg ik medelijden met Trump omdat hij er dagelijks door de sarcastische molen van de democratische zender gedraaid werd. Als er te veel gekapt wordt op bepaalde mensen, krijg ik medelijden. Ik stopte met kijken om sympathie voor Trump te voorkomen.

Terug naar Brugge. Ik was dus gewaarschuwd dat ik vanaf mijn plaats niet moest supporteren voor de tegenpartij.

“Zeg madammeke, je had beter op de Anderlecht gezeten met uw kleren aan” hoor ik een opmerkzame man van het groepje roepen. De kleinkinderen sprongen hem onmiddellijk ter hulp en zeiden dat ik de kleuren van Anderlecht aan had. Ik droeg een wit kleed en paarse schoenen. Dat hadden ze mij ook op voorhand kunnen zeggen.

In de pauze hoorde ik dat het gesprek tussen de mannen achter ons Anderlecht ging. Ze vuurden op mij, als expert, een aantal vragen af, waar ik natuurlijk geen antwoord op wist. Mannen met gevoel voor humor, daar hou ik van. De volgende keer, als ik nog eens mee mag, ga ik toch meer op de vestimentaire geplogenheden letten.  

Ik weet nog steeds niets van voetbal maar sedert deze week weet ik wel wie de CEO van Anderlecht is.

Ik ben gewonnen voor Karel Van Eetveld, al heel lang. Hij heeft charisma, een prachtige stem, weet rust te bewaren in panelgesprekken, laat woorden en zinnen klinken als zeer logisch en aannemelijk en naast zeer intelligent is hij ook knap en sportief. Mocht ik dit lezen over mezelf, ik zou blozen. Blozen deed hij deze week, hij straalde op die foto in de krant. Het was duidelijk dat hij de job van zijn leven heeft.

En hoe zit het nu met zijn radicaal vernieuwende politieke beweging? En wie gaat de muren van de behoudsgezindheid proberen te slopen? Ik was onder de indruk van zijn visie op politiek, die ik recent mocht lezen in de krant en mocht horen in de Afspraak. Er is nood aan echte democratie, nood om de stem van de minderheid te horen, burgerinspraak. Ik kan er mij in vinden dat we politiek niet goed bezig zijn en dat veel mensen zich in de kou voelen staan. Meer nog, mensen haken af. Politiekers maken nog hun punt, laten journalisten oneliners koppen maar de mensen luisteren niet meer of slaan de bladzijde van de krant om. We horen het en gaan over naar de orde van de dag. Daarom was ik zo blij dat iemand als Karel Van Eetvelt wou ijveren voor een ommezwaai.

Voorlopig niet dus. Ik ben enigszins ontgoocheld maar als je de job van je leven vindt, dan ben je weg natuurlijk.

“Hij zal er wel moeten voor zorgen dat er goals gemaakt worden”, zei ik deze week nog tegen mijn man, “daar gaat voetbal toch over?” Het was mooi geweest om die match tegen Brugge van vandaag te winnen. Dat had kunnen tellen als start.  Jammer, ik had het hem gegund.

Zet je en laat je horen

De stem op de stoel spreekt mee

Door mijn recente opdracht in Brussel, ben ik een frequente gebruiker van het openbaar vervoer. Geloof me, dat schept al vlug een band met medereizigers. Met de trein is het altijd een beetje reizen, je hoort er al eens iets, ook wat niet voor jou bedoeld is. Je kan er ongegeneerd mensen beloeren of een extra tukje doen. Gestolen vreugdevolle momenten. Zelfs een vertraging kan leuk zijn, als je het zo ervaart. En op een onverwacht moment gebeuren van die kleine wondertjes. Zo hoor ik onze jongste dochter plots “mama” roepen in het overvolle station, net op het moment dat ik mij afvraag of zij die dag examens heeft. Synchroniciteit! Dat is het verrassend moment waarop uiterlijke en innerlijke gebeurtenissen die zelf niet causaal verbonden zijn, samen vallen. “En als je er alert voor bent, gebeurt het vaker”, wist Carl Jung, uitvinder van het begrip.

Op een avond had ik op de trein een heel goed gesprek. De trein had die avond vertraging, hij reed twintig minuten langer op het traject maar ik merkte het pas toen ik thuis kwam. Ik sprak met iemand met wie ik vroeger sportte. Onze sport was niet gericht op veel communicatie, meestal droegen we een zuurstofmasker. Ter zake. De man is burn-outcoach in de Vlaamse Gemeenschap. Mensen boeien mij. Coachen, boeit mij ook. In het verleden draaide ik wel eens mee als supervisor, groepenbegeleider en volgde ik zelf opleidingen die mij ook persoonlijk wel wat bij brachten. Was de ontmoeting toevallig of is mijn aandacht onbewust op het thema ‘mensen in ontwikkeling’ gericht? Wie weet. Het was wel het onderwerp van de week want ik volgde net nog een nascholing rond DEEP DEMOCRACY, een methode om minderheidsstemmen te horen in een besluitvormingsproces. We leerden er boeiende methodieken want geef toe, we komen nog moeilijk tot compromissen op alle maatschappelijke niveaus. En dat geeft verwarring in plaats van de veiligheid. Iets waar we allemaal nood aan hebben.

Ik maande mijn medereiziger aan om toch iets te vertellen over zijn boeiende job en ja, hij gaf mij een paar technieken mee. De techniek die ik zeker wil onthouden is OM-DENKEN. Bij omdenken vraag je je af wat de voordelen zijn van je probleem. Ik kon het niet laten om mijn tijd optimaal te benutten en legde hem meteen een probleem voor. Het is een issue, iets wat mij is overkomen en wat ik moeilijk een plaats kan geven. Dat laatste is niet mijn gewoonte. Blijkbaar zit er een sterke emotionele geladenheid op want er ging de laatste maand geen dag voorbij zonder dat het voorval als ruis in mijn hoofd kwam en ik ontmoediging voelde. Maar ik moet OM-DENKEN en mijn medereiziger legt mij uit wat ik kan doen: “Leg het probleem op een stoel en vraag wat het jou wil zeggen”.

Ook in de opleiding rond DEEP DEMOCRACY kreeg een stoel een rol. De stoel is de plaats van de afwezige, de andere, de plaats waar diegene met een andere mening denkbeeldig plaats neemt. Door de “afwezige” een plaats te geven, hou je er rekening mee. Zo worden eigen meningen genuanceerder, democratischer en gevarieerder.

Enkele dagen na elkaar kreeg een lege stoel dus een andere betekenis in mijn leven. De spreker en mijn mede-reiziger hadden mij tot denken en voelen gezet, ik moest daar iets mee doen. Op het werk kregen we de opdracht om creatief alternatieve ideeën te zoeken voor een aantal issues. “Ik zal morgen op mijn thuiswerkdag een aantal stoelen bij zetten”, hoor ik mezelf nog lachend zeggen als afscheid tegen de collega’s. En ’s avonds op de trein hoor ik dat ik mijn probleem op een stoel moet leggen en zo een antwoord zal krijgen over de voordelen ervan.

Die avond zit ik nog even te mijmeren en denk ik aan het probleem. Ik leg een extra kussen in de sofa bij wijze van duidelijke afbakening. Even een kopje thee halen…

Als ik terug komt, ligt de poes bovenop mijn kussen. Ik denk even dat het probleem weg is, versmacht onder een kussen en een veel te dikke poes. Doodsoorzaak: zuurstofgebrek. Maar dit voelt niet juist. Ik kijk naar de poes, hij doet zelf niet veel moeite om naar mij te kijken. Het is alsof hij mij wil zeggen: “Hoe meer je er naar kijkt, hoe groter het zal worden.” Poezenwijsheid! Toen besloot ik dat een lange nachtrust vaak oplossingen biedt.

Wat je aandacht geeft, groeit. Poezenwijsheid!

Dus, als je bij mij thuis komt op een thuiswerkdag, en de stoelen staan lukraak rond het huis, dan ben ik heel hard aan het werken.

Familie, het toneel

Ik mocht de avant-première van het toneelstuk “Familie” bijwonen. Het gaat over een familiedrama bij de familie De Meester in 2007 in Calais. Het acteurskoppel Filip Peeters en An Miller en hun twee dochters spelen, hun twee honden zijn er ook bij. Het stuk van de Zwitserse auteur en regisseur Milo Rau is de interpretatie van de laatste avond van een gezin dat samen zelfmoord pleegt. Het gezin De Meester had geen te achterhalen problemen als gezondheid, werk, geld of gebroken relaties. Toch hingen ze zich samen op. De moeder laat enkel een briefje achter: “We hebben het verkloot, sorry”. Op het toneel zien wij niet zo zeer het verhaal van de familie De Meester maar ook dat van de familie Peeters en een beetje van iedereen die in de zaal zit. Uiteindelijk kijken wij altijd naar een verhaal vanuit de eigen beleving, ook hier.

Sometimes being silent is the only way to speak the truth

Het gezin Peeters-Miller ging samen met de regisseur nadenken over hoe een dergelijke laatste avond er kan uitzien. Het decor was prachtig, de vertolking grandioos, de locatie -NTG Gent- super. Daarover ga ik het niet hebben. Ik kan enkel zeggen: “Het stuk speelt voor mij nog door, het blijft hangen en de vragen in mijn hoofd vermeerderen zelfs.”

Hoopvol

Hoe ik voelde ik mij tijdens de voorstelling? Hoopvol, tegen beter weten in. Zelden voerde ik een dergelijke innerlijke strijd tijdens een toneelstuk. De inleider zei vooraf dat ze het publiek niet zonder hoop konden wegsturen en dat woord was bij mij meer doorslaggevend dan de zelfmoordactie waarvan ik wist dat ze zou komen. En toch wijst niets op een dergelijke afloop als je in het moment naar het toneel kijkt. Daar wou ik blijven, in het moment en bij momenten lukte het. De avond bij het gezin verloopt rustig. Iedereen doet wat hij of zij elke avond doet. De avondrust in het gezin was er een waarvan ik, als moeder van drie vaak gedroomd heb. Was het de rust die mij de hoop gaf? Ik betrapte mezelf er constant op dat ik bleef hopen dat dit fijn gezin geen zelfmoord zou plegen.

De hondjes

En toen begonnen ze zich voor te bereiden. Elektriciteit? Water? Huisvuil? De hondjes?… Dit gaf mij een diepe schok. Dat het gezin zelfmoord zou plegen werd gaandeweg duidelijk maar wat zouden ze doen met de hondjes? Zij hadden er toch niet voor gekozen? In de stilte van mijn stoel in de muisstille zaal zat ik mij zorgen te maken over de hondjes. En dan kwam het moment dat de moeder schreef: “Wij hebben het verkloot, sorry.”

Verkloten wij het niet allemaal?

Waar slaat dit op? Naast het verhaal van de familie De Meester en de familie Peeters komt hier ook mijn en misschien wel jouw verhaal om de hoek kijken. Verkloten wij het omdat we onvoldoende zorg dragen voor het milieu? Of omdat we te veel met ons werk bezig zijn en de kinderen daardoor te weinig of te veel aandacht geven? Of omdat we met teveel zijn en niet iedereen hetzelfde comfort kunnen of willen geven? Of omdat we te materieel geworden zijn en eigenlijk niet meer genieten van materiële zaken, al kijken we er voortdurend naar uit en kunnen we er niet aan weerstaan om ze te kopen? Of omdat we onze grenzen zo ver verleggen dat we mentaal niet meer kunnen volgen? Of omdat het gewoon te veel en te druk is? Of omdat we toegeven aan het streven naar perfectie, al weten we dat die niet bestaat? Of om de combinatie van al dit en zoveel meer?…

Waarden en normen

Gaat dit over een gezin en specifiek dit gezin die het verkloot heeft of slaat het op de mensheid die het verkloot en waarden en normen verloren is? En wat als dit gezin zich, ondanks alles, strijdbaar had ingezet om te blijven leven om uit het vele verklote toch iets te vinden om voor te leven? Ik lees in het programmaboekje dat het de bedoeling was om de nihilistische, melancholische, zelfs suïcidale tijdsgeest tentoon te stellen. Voor mij blijft het de vraag hoe een gezin zo diep kan vallen in het nihilisme. Hoe kan je kiezen voor het niets, boven het leven als je gezond bent? Of hoe kan je geloven dat alles beter is, als je gewoon besluit om er uit te stappen?

Tunnels en angst voor de dood

In mijn beleving is voor de dood kiezen die ene tunnel naar de dood inslaan. Wat doe je als er geen andere weg meer is in je gedachten dan die ene die zonder omzien naar de dood leidt? Een de tunnelvisie ontstaat door te weinig te praten en door andersdenkenden uit de weg te gaan. Eenzaamheid en de isolatie kunnen dodelijk zijn, je mist mensen die meningen laten herzien en een andere weg aanreiken. Of is in dit gezin de angst voor de dood gewoon weg? Stonden deze mensen zo ver dat ze elke doodsangst overwonnen? Bewust overwonnen, want ze waren niet ziek. Is het de angst voor de dood die anderen ervan weerhoudt om de stap te zetten? Dan geeft angst ons minstens nieuwe kansen.

Het stuk confronteert ons met een extreme realiteit. De commentaren in de kranten zijn niet min. Er wordt gevreesd dat het mensen die aan de grens staan, een duw kan geven.

Waar bleef die hoop?

En waar zat de hoop waar de inleider het over had? We kunnen niet genoeg waarde hechten aan het leven en blijven geloven dat, ondanks alles, alles toch weer goed komt. Het klinkt misschien als een naïeve gedachte maar het is de waarheid, achteraf, soms lang achteraf. Laat ons toelaten om naïef te zijn, het is een waarde die levens kan redden.

Ondanks de negatieve kritieken in de kranten wil ik wel zeggen: “Ga er heen, kijk er naar, beleef het en denk er over na.” Na de voorstelling was ik sprakeloos en ik wist dat ik er eerder iets zou over schrijven dan erover te praten. En ik weet dat niemand antwoorden kan geven op al mijn vragen.

Filip Peeters en An Miller en hun twee dochters spelen. Het stuk van Milo Rau is de interpretatie van de laatste avond van een gezin dat samen zelfmoord pleegt.

Van idealist naar zondebok

Een televisieserie als een andere op zaterdagavond?

Zaterdagavond. Ik hield van goeie moordverhalen maar begin stilaan mijn strot vol te krijgen van detectives en andere gruwelijkheden. Toch startte ik eind december met een nieuwe reeks, A Confession. Het leek een klassieke detective; meisje verdwijnt, een goeie politie-inspecteur, Steve Fulcher, komt op de proppen, moordenaar gevonden. Fulchers doorzettingsvermogen, scherp inzicht, menselijkheid en wil om te slagen zorgen ervoor dat de dader gepakt wordt op het einde van de eerste avond. Ik was verwonderd. Moest hier nog een vervolg aan gebreid worden? Was dit een serie? Ja dus. Ik sliep goed die nacht. Afleveringen drie tot zes moesten nog komen.

Vorige week zagen we hoe de hoofdinspecteur de moordenaar kliste, hem een tweede moord liet bekennen, de politie bij de lijken bracht en vermoedens over een seriemoordenaar losweekte. Dit alles kon omdat detective hoofdinspecteur Steve Fulcher opzettelijk de politieprocedure en -protocol heeft overtreden om een bekentenis te forceren. Op het politiebureau kreeg hij een staande ovatie. Op zijn gezicht stond geen glorie te lezen maar een zeer afwachtende houding. Alles kon nog fout gaan. En zo gebeurde. Zijn leidinggevenden feliciteerden hem wel maar begonnen onmiddellijk over de procedures.

Van held naar beschuldigde

Om een verhaal kort te maken, de held werd aangeklaagd, kreeg er nog een klacht bovenop van de vader die geen blijf wist met zijn frustratie en dus maar het “gekwetste kuiken” nam om een klacht tegen in te dienen. Zijn collega’s lieten hem vallen, zijn oversten ook en een overijverige ambtenaar stuurde de aanvraag tot schorsing door vooraleer alles grondig uitgepraat werd met de betrokkene. Bovendien heb ik een vaag vermoeden dat collega’s om zichzelf te beschermen en ten voordele van enkele pluimen liever een mentale moord op de held pleegden.

“Alles kan verkeren” zei Bredero

De hoofdinspecteur had een goed leven, niet enkel door veel geluk maar door inzet. Hij had een job waar hij goed in was en steeds beter wou in worden en een gezin waar hij tijd voor maakte. Hij bewaakte de work life balance. Hij had een missie, het verdwenen meisje, liefst levend, terug bij haar familie brengen. En dit heeft hem uiteindelijk zijn carrière en reputatie gekost. De familie van dit meisje liet hem uiteindelijk vallen. De moeder van het tweede vermoorde meisje bleef hem steunen, zette petities in en haalde de media. Dit laatste zorgde ervoor dat hij wel schuldig werd bevonden maar geen ontslag kreeg. Zijn nieuwe taak was er een die ver beneden zijn capaciteiten lag, de echte ontmenselijking. Toen de vrouw van een collega die een ongeveer gelijkaardig parcours liep maar uiteindelijk zelfmoord pleegde, hem vertelde dat een werk geen leven waard is, nam hij ontslag.

De dunne en slappe koord van maatschappelijke inzet

Waarom treft dit mij zo hard? Als politieagent werken met criminelen is dansen op een dunne en slappe koord. Zij liegen, zij hebben iets te verbergen, zij zijn voorbereid, zij worden beschermd door wetten en regels en door hun advocaten die verplicht zijn om hen te ondersteunen en te helpen. De politiemensen moeten alles uit de kast halen om de waarheid naar boven te halen maar worden beperkt in hun gedrevenheid en handelen. In dit geval bleef een moordenaar buiten schot terwijl de politieman door een hel ging.

Permanente evaluatie

Gelukkig zijn er idealisten met een missie, liefde voor anderen en een drang om mensen te helpen die sterker is dan wetten en regels. Valt het jullie ook op dat in meerdere politieseries de bazen de helden tegenwerken? In dit verhaal ook en dit verhaal is gebaseerd op waargebeurde feiten. Het verhaal is echt gebeurd. Neen, we worden niet graag geconfronteerd met politie. Ja, we willen allemaal een rechtvaardige behandeling. Maar naar waar evolueren we als we die mensen die ons beschermen of die voor een hoger doel zoals hulp aan slachtoffers en het straffen van daders, zelf gekraakt worden?

Niet alleen regels beperken mensen. Krijg je ook constant die vervelende evaluatieformulieren? Veel mensen in maatschappelijke en financiële diensten worden dagelijks geconfronteerd met evaluaties om zichzelf te kunnen bijsturen, voor interne kwaliteitscontrole. Dit maakt mensen bang want resultaten van evaluaties kunnen leiden tot sancties, zelfs tot ontslag. Ik zet zelden een negatieve evaluatie op papier omdat ik weet dat het mensen kan schaden, omdat ik niet weet wat er echt achter het gedrag van de te-evalueren- mens zit, omdat heel veel niet te vatten is in een score op 10. Men geeft ook vaak de indruk dat het over de evaluatie van een bedrijf gaat maar uiteindelijk gaat het over mensen. Procentueel kruipen meer mensen in de pen om iets negatiefs te melden dan iets positiefs. Dus ik geef vaak een klein tegengewicht.

Iemand vertelde mij onlangs dat de managers niet meer tevreden zijn met een evaluatiescore van 8 op 10. Het moet meer zijn. Toen ik buiten het kantoor kwam, kreeg ik al een mail om die medewerker te evalueren. Ik gaf alleen tienen, niet omdat hij zo goed maar omdat hij mij eigenlijk impliciet een vraag gesteld had. Ik weet dat hij zijn best doet. Dat alleen is geen 10 waard maar ik wil niet dat deze vriendelijke en enthousiaste man met een gezin ontslagen wordt. Ik draaide als klant dus maar mee in een leugenachtig systeem.

Bescherm de idealist

De serie maakte een dergelijke diepe indruk op mij, dat ik er twee zaterdagen na elkaar slecht van sliep. Twee vragen blijven knagen: “Welke plaats heeft de waarheid nog?” en “Hoe masochistisch moet je zijn om nog te willen en te blijven opkomen voor anderen in een maatschappelijke functie?” Op het tweede kan ik antwoorden: IDEALIST! Laat ons de idealisten koesteren en beschermen. Over mogelijke antwoorden op de eerste vraag moet ik eens heel diep nadenken want na deze serie en de gedachten die ik er aan koppel, voel ik vooral ontgoocheling.

Heb je het gemist? De reeks A Confession is nog beschikbaar tot eind maart op VRT-NU. Laat je me weten welke gedachten dit bij jou opriep?

A Confession vertelt het verhaal van detective hoofdinspecteur Steve Fulcher die opzettelijk de politieprocedure en -protocol heeft overtreden om een moordenaar te vangen, een beslissing die hem uiteindelijk zijn carrière en reputatie heeft gekost.

Schoenen vertellen verhalen

Volgens mijn man, Piet, heb ik te veel schoenen. Hij discussieert daar nogal graag eens over, vooral op dagen dat ik meerdere schoenen op één dag aantrek en ze niet onmiddellijk op hun plaats terug zet. Ik ben verre van perfect maar ik doe er alles aan om mijn gebreken te aanvaarden en af en toe om mezelf ook bij te sturen.

Terug naar de schoenen.

Ik heb te veel schoenen omdat ik er moeilijk afscheid van kan nemen. Net zoals met mijn kleren en juwelen, heb ik er een emotionele band mee. Neem nu het prachtige wit-zwart-gevlochten paar dat ik op oudejaar onder een heel eenvoudig zwart kleedje droeg. Ze zijn niet nieuw, ik voelde mij er top in en er zit een leuk verhaal achter. Het is een verhaal van onverwachte ontmoetingen, een vrouwen-meisjes-verhaal, een verhaal van mededogen en delen, van solidariteit en eigenlijk ook van gierigheid.

Ik ga al jaren naar de outlet-verkoop van een schoenenwinkel. De winkel heeft schoenen die niet echt goedkoop zijn en de schoenen roepen doorgaans veel emoties op, gaande van eikes naar waaaaw. De modellen die na het seizoen en solden over blijven zijn dus doorgaans speciaal en niet echt geschikt om vaak en comfortabel te dragen. Klanten laten ze in de winkel staan omdat ze eigenlijk net iets te veel kosten voor die ene unieke gelegenheid. Na jaren verzamelde ik zo een schap vol. Die schoenen komen regelmatig uit de kast, om ze gewoon eens te passen, mijn fantasie op hol te laten slaan en ze nadien terug te zetten.

De herinnering aan de outlet-verkoop waar ik mijn zwart-wit-gevlochten schoenen kocht, wil ik graag delen. Wij waren uitgenodigd op een feest en mijn kleed was mooi in zijn soberheid. Het was zo wit met een paar zwarte details, dat er een speciale schoen onder moest. Mijn hart sloeg over toen ik de schoenen zag. Ik grabbelde ze beiden goed vast want winkelen is als jagen, het is elk voor zich en je kan niet voorzichtig genoeg zijn. Aan de kassa wees de winkeljuffer mij er op dat er op de outletprijs die dag nog eens 20% af ging als je DRIE paar schoenen kocht. Ik zette de jachtpartij verder op zoek naar schoenenparen twee en drie. Nadat ik elke schoen met maat 39 en geloof me de maten stonden kriskras door elkaar, in mijn handen had genomen, vond ik NIETS. Met NIETS bedoel ik schoenen waarop ik geen hoogtevrees kreeg en die ik minstens meer dan één keer zou dragen. Ik hou er zeker niet van om zinloze dingen te kopen.

Toen merkte ik een zoekend meisje met één paar schoenen in de handen op. Wij hadden duidelijk hetzelfde probleem. Ik zag haar ontgoochelde blik. We kruisten elkaar in de smalle gang. “Mooie schoenen”, zei ik. Ze waren voor een trouw waarbij zij getuige mocht zijn en dit was net het budget dat ze eraan kon besteden. Nog twee paar erbij, ondanks de 20% extra korting, zou er boven gaan. Toch zette ook zij de jacht voort, tegen beter weten in. 

De verkoopster zag ons keuvelen en sleurde als het ware een derde vrouw tot bij ons. Deze keek totaal verrast want zij was geen koopjesjager en wou aan de kassa gewoon één paar schoenen betalen. We kochten met ons drieën drie paar schoenen, wisselden ons geld cash, berekenden samen ons voordeel, complementeerden en feliciteerden elkaar en voelden een fierheid die alleen ervaren koopjesjagers kunnen voelen. Onze schoenen hadden na de korting een grote toegevoegde waarde gekregen. We bedankten de verkoopster en beloofden haar om vlug terug te keren.

Telkens ik de schoenen draag, denk ik aan de winkeljuffrouw die haar stock met plezier zag slinken en ons met elkaar in contact bracht. Tof toch. Telkens ik in de stad ben, voel ik mij verplicht om in die schoenwinkel binnen te stappen.

Lieve Piet, zoetje, als je mij ziet thuis komen met een zak en een glimlach op mijn gezicht, dan is het vaak omdat er een heel mooi verhaal achter mijn aankoop zit. En af en toe wil ik dat verhaal nog eens beleven door al die schoenen boven te halen. Ik heb veel schoenen omdat ik vooral de verhalen wil bewaren.

“Een uitvlucht als een ander”, zie ik hem denken.

Vooroordelen, veel vooroordelen over 50-plussers

Goed nieuws in de krant van vandaag: Leen Demaré heeft een nieuwe job. En wat voor één. Ze gaat met schrijver Filip Osselaer samenwerken voor een theatervoorstelling over de seventies. Ze ziet en naar uit. “Het gaat fantastisch worden. Het wordt een show met veel humor, nostalgie, warmte, prachtige muziek, schitterende gasten en fantastische filmpjes.”

Hatelijke perceptie

Ik ben echt blij voor haar. Ze is een leeftijdsgenote en het treft mij dat mensen die willen werken, die zich in het geheel niet oud voelen, wel uitgesloten worden. Of, een groot aantal mensen heeft de perceptie dat je boven de 50 out bent. Mijn klaagzang komt niet uit mijn eigen ervaring want, eerlijk gezegd, ik waag mij niet echt meer aan sollicitaties. Behalve dan die ene keer toen ik iemand voorstelde om af en toe iets te schrijven voor 50-plussers. Ik kreeg als antwoord dat het vaak heel moeilijk is om voor vijftigplussers een positieve insteek te vinden. Hallo. Ik ben ervaringsdeskundige en ik denk zelfs dat al wat jongere mensen interesseert en alles wat de voorbije 50-jaar aan bod kwam en alles wat in de toekomst nog zal aan bod komen, heel boeiend is voor 50-plussers. 50-plussers hebben culturele, emancipatorische, humoristische en nog veel meer andere ervaringen en interesses zat. Dus is het niet moeilijker om iets te schrijven voor mensen met zo een brede ervaring, maar net gemakkelijker. Of zie ik het verkeerd? Heb jij, net als ik, niet optimaal genoten van de hitlijsten aller tijden toen Marcel Vanthilt achter de micro zat? Net omdat hij authentieke anekdotes kon vertellen kwam het ook zo goed over. Ik ben dagelijks 50-plusser en de meeste van mijn vrienden en vriendinnen ook. Boeiende mensen trouwens. Zand er over. Wie wil, kan mijn blog lezen.

Ik lees in het Nieuwblad van zaterdag 4 januari van het prachtige jaar waarin ik het 50-plus-zijn achter mij ga laten, dat 50-plussers te maken krijgen met heel veel vooroordelen.

50-plussers zijn minder flexibel

Het doctoraal onderzoek dat tot deze vaststellingen kwam, werd gevoerd aan de U-Gent.  In het onderzoek worden oudere sollicitanten minder goed ingeschat voor opleidbaarheid, fysieke capaciteiten, technologische kennis en skills, flexibliltiteit en samenwerking. Als antwoord op deze ‘inschattingen’ kan ik er toch een aantal in twijfel trekken. Zijn wij niet flexibel? We maakten de evolutie door van een typmachine naar de IT-mogelijkheden zoals ze nu voor ons liggen. Misschien zijn we in de recentste stappen niet zo heel goed meer mee maar we kennen wel de geschiedenis en de evolutie. Samenwerking? De tijd van haantjesgedrag en tafelspringen, ligt voor de meeste leeftijdsgenoten achter ons. In mijn ervaring beïnvloedt dit het “samenwerken” met en onder jongere mensen eerder negatief. Ik heb de invloed ervan ondervonden in mijn jongere jaren. Maar je krijgt nooit gelijk door je op elk punt te gaan verdedigen. Dus hier stop ik wijselijk mee.

Bron: Nieuwsblad 4 januari 2020

Wat doen we even goed als de jongere?

Op het gebied van mentale capaciteiten zou er geen onderscheid zijn tussen jongere en oudere werknemers. Hier moet ik dan als individu bijspijkeren en dringend geheugenoefeningen doen want ik heb recent nogal eens de indruk dat ik niet onmiddellijk op mijn woorden kan komen of de juiste naam of woord vergeet. Het gebeurt en ik hoor dat ook bij leeftijdsgenoten. Dit komt waarschijnlijk omdat we al zoveel moesten verwerken en ons hoofd en de geheugenschijf vol zitten. Waarschijnlijk mogen we een deel van de geschiedenis en hoe processen doorheen de geschiedenis verliepen gewoon achterwege laten. Maar het is zo gezellig om te keuvelen over vroeger…

50-plussers zijn betrouwbaar en weerbaar

Waar het onderzoek ons beter inschat is in betrouwbaarheid. Mag ik vaststellen dat deze waarde, gezien oudere werknemers moeilijker aan een job geraken, niet in de bovenste schuif van rekruteerders ligt? Jongeren wisselen vlugger van job, bij mijn leeftijdsgenoten hoor ik vaak dat er nog veel loyaliteit is voor de werkgever in de zin dat wij langer voor dezelfde baas of organisatie werken. Misschien soms te lang. Op een infoavond over burn-out hoorde ik dat oudere werknemers meer weerbaarheid ontwikkelden. Die weerbaarheid meet hoeveel stress je aankan en te veel stress leidt tot burn-out. Dus in theorie zijn oudere werknemers minder vatbaar voor een burn-out.

Well done, Leen

Maar soms, meermaals, vaak zelfs, is het niet-krijgen van een bepaalde job een voordeel. En daar heb ik in mijn leven een aantal voorbeelden van. Ik dank God nog elke dag omdat ik bepaalde opdrachten toen niet kreeg. In het geval van Leen Demaré kan en zal haar ontslag een voordeel zijn. Die nieuwe job van Leen Demaré lijkt mij fantastisch: mee mogen schrijven, humoristische voorstellingen maken, spelen en spreken voor een life-publiek in een theaterzaal, rondreizen en nog meer toffe en creatieve mensen leren kennen. Dat is eens iets anders dan plaatjes draaien in een donkere studio. Plaatjes die ze misschien niet altijd zelf mocht kiezen, die haar strot uitkwamen. En elk weekend diezelfde weg naar die studio en die zelfde voorspelbare files trotseren. Ik gis maar wat, ik ben geen Joe-luisteraar en zal het niet worden maar ik laat Leen graag genieten van al het betere dat ze nu heeft. Het was tijd voor iets anders. En ik ga zeker kijken naar die voorstelling. Ik wil haar zien stralen want met haar stralen alle 50-plussers. Net zoals we allemaal meeleefden toen ze afgeschreven werd. Well done, Leen, geniet er van!