Zet je en laat je horen

De stem op de stoel spreekt mee

Door mijn recente opdracht in Brussel, ben ik een frequente gebruiker van het openbaar vervoer. Geloof me, dat schept al vlug een band met medereizigers. Met de trein is het altijd een beetje reizen, je hoort er al eens iets, ook wat niet voor jou bedoeld is, je kan er ongegeneerd mensen beloeren of een extra tukje doen. Gestolen vreugdevolle momenten. Zelfs een vertraging kan leuk zijn, als je het zo ervaart. En op een onverwacht moment gebeuren van die kleine wondertjes. Zo hoor ik onze jongste dochter plots “mama” roepen in het overvolle station, net op het moment dat ik mij afvraag of zij die dag examens heeft. Synchroniciteit! Dat is het verrassend moment waarop uiterlijke en innerlijke gebeurtenissen die zelf niet causaal verbonden zijn, samen vallen. “En als je er alert voor bent, gebeurt het vaker”, wist Carl Jung, uitvinder van het begrip.

Op een avond had ik op de trein een heel goed gesprek. De trein had die avond vertraging, hij reed twintig minuten langer op het traject maar ik merkte het pas toen ik thuis kwam. Ik sprak met iemand met wie ik vroeger sportte. Onze sport was niet gericht op veel communicatie, meestal droegen we een zuurstofmasker. Ter zake. De man is burn-outcoach in de Vlaamse Gemeenschap. Mensen boeien mij. Coachen, boeit mij ook. In het verleden draaide ik wel eens mee als supervisor, groepenbegeleider en volgde ik zelf opleidingen die mij ook persoonlijk wel wat bij brachten. Was de ontmoeting toevallig of is mijn aandacht onbewust op het thema ‘mensen in ontwikkeling’ gericht? Wie weet. Het was wel het onderwerp van de week want ik volgde net nog een nascholing rond DEEP DEMOCRACY, een methode om minderheidsstemmen te horen in een besluitvormingsproces. We leerden er boeiende methodieken want geef toe, we komen nog moeilijk tot compromissen op alle maatschappelijke niveaus. En dat geeft verwarring in plaats van de veiligheid waar we allemaal nood aan hebben.

Ik maande mijn medereiziger aan  om toch iets te vertellen over zijn boeiende job en ja, hij gaf mij een paar technieken mee. De techniek die ik zeker wil onthouden is OM-DENKEN. Bij omdenken vraag je je af wat de voordelen zijn van je probleem. Ik kon het niet laten om mijn tijd optimaal te benutten en legde hem meteen een probleem voor. Het is een issue, iets wat mij is overkomen en wat ik moeilijk een plaats kan geven. Dat laatste is niet mijn gewoonte. Blijkbaar zit er een sterke emotionele geladenheid op want er ging de laatste maand geen dag voorbij zonder dat het voorval als ruis in mijn hoofd kwam en ik ontmoediging voelde. Maar ik moet OM-DENKEN en mijn medereiziger legt mij uit wat ik kan doen: “Leg het probleem op een stoel en vraag wat het jou wil zeggen”.

Ook in de opleiding rond DEEP DEMOCRACY kreeg een stoel een rol. De stoel is de plaats van de afwezige, de andere, de plaats waar diegene met een andere mening denkbeeldig plaats neemt. Door de “afwezige” een plaats te geven, hou je er rekening mee. Zo worden eigen meningen genuanceerder, democratischer en gevarieerder.

Enkele dagen na elkaar kreeg een lege stoel dus een andere betekenis in mijn leven. De spreker en mijn mede-reiziger hadden mij tot denken en voelen gezet, ik moest daar iets mee doen. Op het werk kregen we de opdracht om creatief alternatieve ideeën te zoeken voor een aantal issues. “Ik zal morgen op mijn thuiswerkdag een aantal stoelen bij zetten”, hoor ik mezelf nog lachend zeggen als afscheid tegen de collega’s. En ’s avonds op de trein hoor ik dat ik mijn probleem op een stoel moet leggen en zo een antwoord zal krijgen over de voordelen ervan.

Die avond zit ik nog even te mijmeren en denk ik aan het probleem. Ik leg een extra kussen in de sofa bij wijze van duidelijke afbakening. Even een kopje thee halen…

Als ik terug komt, ligt de poes bovenop mijn kussen. Ik denk even dat het probleem weg is, versmacht onder een kussen en een veel te dikke poes, bij gebrek aan zuurstof. Maar dit voelt niet juist. Ik kijk naar de poes, hij doet zelf niet veel moeite om naar mij te kijken. Het is alsof hij mij wil zeggen: “Hoe meer je er naar kijkt, hoe groter het zal worden.” Poezenwijsheid.” Toen besloot ik om te gaan slapen, een lange nachtrust doet deugd.

Wat je aandacht geeft, groeit. Poezenwijsheid!

Dus, als je bij mij thuis komt op een thuiswerkdag, en de stoelen staan lukraak rond het huis, dan ben ik heel hard aan het werken.

Familie, het toneel

Ik mocht de avant-première van het toneelstuk “Familie” bijwonen. Het gaat over een familiedrama bij de familie De Meester in 2007 in Calais. Het acteurskoppel Filip Peeters en An Miller en hun twee dochters spelen, hun twee honden zijn er ook bij. Het stuk van de Zwitserse auteur en regisseur Milo Rau is de interpretatie van de laatste avond van een gezin dat samen zelfmoord pleegt. Het gezin De Meester had geen te achterhalen problemen als gezondheid, werk, geld of gebroken relaties. Toch hingen ze zich samen op. De moeder laat enkel een briefje achter: “We hebben het verkloot, sorry”. Op het toneel zien wij niet zo zeer het verhaal van de familie De Meester maar ook dat van de familie Peeters en een beetje van iedereen die in de zaal zit. Uiteindelijk kijken wij altijd naar een verhaal vanuit de eigen beleving, ook hier.

Sometimes being silent is the only way to speak the truth

Het gezin Peeters-Miller ging samen met de regisseur nadenken over hoe een dergelijke laatste avond er kan uitzien. Het decor was prachtig, de vertolking grandioos, de locatie -NTG Gent- super. Daarover ga ik het niet hebben. Ik kan enkel zeggen: “Het stuk speelt voor mij nog door, het blijft hangen en de vragen in mijn hoofd vermeerderen zelfs.”

Hoopvol

Hoe ik voelde ik mij tijdens de voorstelling? Hoopvol, tegen beter weten in. Zelden voerde ik een dergelijke innerlijke strijd tijdens een toneelstuk. De inleider zei vooraf dat ze het publiek niet zonder hoop konden wegsturen en dat woord was bij mij meer doorslaggevend dan de zelfmoordactie waarvan ik wist dat ze zou komen. En toch wijst niets op een dergelijke afloop als je in het moment naar het toneel kijkt. Daar wou ik blijven, in het moment en bij momenten lukte het. De avond bij het gezin verloopt rustig. Iedereen doet wat hij of zij elke avond doet. De avondrust in het gezin was er een waarvan ik, als moeder van drie vaak gedroomd heb. Was het de rust die mij de hoop gaf? Ik betrapte mezelf er constant op dat ik bleef hopen dat dit fijn gezin geen zelfmoord zou plegen.

De hondjes

En toen begonnen ze zich voor te bereiden. Elektriciteit? Water? Huisvuil? De hondjes?… Dit gaf mij een diepe schok. Dat het gezin zelfmoord zou plegen werd gaandeweg duidelijk maar wat zouden ze doen met de hondjes? Zij hadden er toch niet voor gekozen? In de stilte van mijn stoel in de muisstille zaal zat ik mij zorgen te maken over de hondjes. En dan kwam het moment dat de moeder schreef: “Wij hebben het verkloot, sorry.”

Verkloten wij het niet allemaal?

Waar slaat dit op? Naast het verhaal van de familie De Meester en de familie Peeters komt hier ook mijn en misschien wel jouw verhaal om de hoek kijken. Verkloten wij het omdat we onvoldoende zorg dragen voor het milieu? Of omdat we te veel met ons werk bezig zijn en de kinderen daardoor te weinig of te veel aandacht geven? Of omdat we met teveel zijn en niet iedereen hetzelfde comfort kunnen of willen geven? Of omdat we te materieel geworden zijn en eigenlijk niet meer genieten van materiële zaken, al kijken we er voortdurend naar uit en kunnen we er niet aan weerstaan om ze te kopen? Of omdat we onze grenzen zo ver verleggen dat we mentaal niet meer kunnen volgen? Of omdat het gewoon te veel en te druk is? Of omdat we toegeven aan het streven naar perfectie, al weten we dat die niet bestaat? Of om de combinatie van al dit en zoveel meer?…

Waarden en normen

Gaat dit over een gezin en specifiek dit gezin die het verkloot heeft of slaat het op de mensheid die het verkloot en waarden en normen verloren is? En wat als dit gezin zich, ondanks alles, strijdbaar had ingezet om te blijven leven om uit het vele verklote toch iets te vinden om voor te leven? Ik lees in het programmaboekje dat het de bedoeling was om de nihilistische, melancholische, zelfs suïcidale tijdsgeest tentoon te stellen. Voor mij blijft het de vraag hoe een gezin zo diep kan vallen in het nihilisme. Hoe kan je kiezen voor het niets, boven het leven als je gezond bent? Of hoe kan je geloven dat alles beter is, als je gewoon besluit om er uit te stappen?

Tunnels en angst voor de dood

In mijn beleving is voor de dood kiezen die ene tunnel naar de dood inslaan. Wat doe je als er geen andere weg meer is in je gedachten dan die ene die zonder omzien naar de dood leidt? Een de tunnelvisie ontstaat door te weinig te praten en door andersdenkenden uit de weg te gaan. Eenzaamheid en de isolatie kunnen dodelijk zijn, je mist mensen die meningen laten herzien en een andere weg aanreiken. Of is in dit gezin de angst voor de dood gewoon weg? Stonden deze mensen zo ver dat ze elke doodsangst overwonnen? Bewust overwonnen, want ze waren niet ziek. Is het de angst voor de dood die anderen ervan weerhoudt om de stap te zetten? Dan geeft angst ons minstens nieuwe kansen.

Het stuk confronteert ons met een extreme realiteit. De commentaren in de kranten zijn niet min. Er wordt gevreesd dat het mensen die aan de grens staan, een duw kan geven.

Waar bleef die hoop?

En waar zat de hoop waar de inleider het over had? We kunnen niet genoeg waarde hechten aan het leven en blijven geloven dat, ondanks alles, alles toch weer goed komt. Het klinkt misschien als een naïeve gedachte maar het is de waarheid, achteraf, soms lang achteraf. Laat ons toelaten om naïef te zijn, het is een waarde die levens kan redden.

Ondanks de negatieve kritieken in de kranten wil ik wel zeggen: “Ga er heen, kijk er naar, beleef het en denk er over na.” Na de voorstelling was ik sprakeloos en ik wist dat ik er eerder iets zou over schrijven dan erover te praten. En ik weet dat niemand antwoorden kan geven op al mijn vragen.

Filip Peeters en An Miller en hun twee dochters spelen. Het stuk van Milo Rau is de interpretatie van de laatste avond van een gezin dat samen zelfmoord pleegt.

Van idealist naar zondebok

Een televisieserie als een andere op zaterdagavond?

Zaterdagavond. Ik hield van goeie moordverhalen maar begin stilaan mijn strot vol te krijgen van detectives en andere gruwelijkheden. Toch startte ik eind december met een nieuwe reeks, A Confession. Het leek een klassieke detective; meisje verdwijnt, een goeie politie-inspecteur, Steve Fulcher, komt op de proppen, moordenaar gevonden. Fulchers doorzettingsvermogen, scherp inzicht, menselijkheid en wil om te slagen zorgen ervoor dat de dader gepakt wordt op het einde van de eerste avond. Ik was verwonderd. Moest hier nog een vervolg aan gebreid worden? Was dit een serie? Ja dus. Ik sliep goed die nacht. Afleveringen drie tot zes moesten nog komen.

Vorige week zagen we hoe de hoofdinspecteur de moordenaar kliste, hem een tweede moord liet bekennen, de politie bij de lijken bracht en vermoedens over een seriemoordenaar losweekte. Dit alles kon omdat detective hoofdinspecteur Steve Fulcher opzettelijk de politieprocedure en -protocol heeft overtreden om een bekentenis te forceren. Op het politiebureau kreeg hij een staande ovatie. Op zijn gezicht stond geen glorie te lezen maar een zeer afwachtende houding. Alles kon nog fout gaan. En zo gebeurde. Zijn leidinggevenden feliciteerden hem wel maar begonnen onmiddellijk over de procedures.

Van held naar beschuldigde

Om een verhaal kort te maken, de held werd aangeklaagd, kreeg er nog een klacht bovenop van de vader die geen blijf wist met zijn frustratie en dus maar het “gekwetste kuiken” nam om een klacht tegen in te dienen. Zijn collega’s lieten hem vallen, zijn oversten ook en een overijverige ambtenaar stuurde de aanvraag tot schorsing door vooraleer alles grondig uitgepraat werd met de betrokkene. Bovendien heb ik een vaag vermoeden dat collega’s om zichzelf te beschermen en ten voordele van enkele pluimen liever een mentale moord op de held pleegden.

“Alles kan verkeren” zei Bredero

De hoofdinspecteur had een goed leven, niet enkel door veel geluk maar door inzet. Hij had een job waar hij goed in was en steeds beter wou in worden en een gezin waar hij tijd voor maakte. Hij bewaakte de work life balance. Hij had een missie, het verdwenen meisje, liefst levend, terug bij haar familie brengen. En dit heeft hem uiteindelijk zijn carrière en reputatie gekost. De familie van dit meisje liet hem uiteindelijk vallen. De moeder van het tweede vermoorde meisje bleef hem steunen, zette petities in en haalde de media. Dit laatste zorgde ervoor dat hij wel schuldig werd bevonden maar geen ontslag kreeg. Zijn nieuwe taak was er een die ver beneden zijn capaciteiten lag, de echte ontmenselijking. Toen de vrouw van een collega die een ongeveer gelijkaardig parcours liep maar uiteindelijk zelfmoord pleegde, hem vertelde dat een werk geen leven waard is, nam hij ontslag.

De dunne en slappe koord van maatschappelijke inzet

Waarom treft dit mij zo hard? Als politieagent werken met criminelen is dansen op een dunne en slappe koord. Zij liegen, zij hebben iets te verbergen, zij zijn voorbereid, zij worden beschermd door wetten en regels en door hun advocaten die verplicht zijn om hen te ondersteunen en te helpen. De politiemensen moeten alles uit de kast halen om de waarheid naar boven te halen maar worden beperkt in hun gedrevenheid en handelen. In dit geval bleef een moordenaar buiten schot terwijl de politieman door een hel ging.

Permanente evaluatie

Gelukkig zijn er idealisten met een missie, liefde voor anderen en een drang om mensen te helpen die sterker is dan wetten en regels. Valt het jullie ook op dat in meerdere politieseries de bazen de helden tegenwerken? In dit verhaal ook en dit verhaal is gebaseerd op waargebeurde feiten. Het verhaal is echt gebeurd. Neen, we worden niet graag geconfronteerd met politie. Ja, we willen allemaal een rechtvaardige behandeling. Maar naar waar evolueren we als we die mensen die ons beschermen of die voor een hoger doel zoals hulp aan slachtoffers en het straffen van daders, zelf gekraakt worden?

Niet alleen regels beperken mensen. Krijg je ook constant die vervelende evaluatieformulieren? Veel mensen in maatschappelijke en financiële diensten worden dagelijks geconfronteerd met evaluaties om zichzelf te kunnen bijsturen, voor interne kwaliteitscontrole. Dit maakt mensen bang want resultaten van evaluaties kunnen leiden tot sancties, zelfs tot ontslag. Ik zet zelden een negatieve evaluatie op papier omdat ik weet dat het mensen kan schaden, omdat ik niet weet wat er echt achter het gedrag van de te-evalueren- mens zit, omdat heel veel niet te vatten is in een score op 10. Men geeft ook vaak de indruk dat het over de evaluatie van een bedrijf gaat maar uiteindelijk gaat het over mensen. Procentueel kruipen meer mensen in de pen om iets negatiefs te melden dan iets positiefs. Dus ik geef vaak een klein tegengewicht.

Iemand vertelde mij onlangs dat de managers niet meer tevreden zijn met een evaluatiescore van 8 op 10. Het moet meer zijn. Toen ik buiten het kantoor kwam, kreeg ik al een mail om die medewerker te evalueren. Ik gaf alleen tienen, niet omdat hij zo goed maar omdat hij mij eigenlijk impliciet een vraag gesteld had. Ik weet dat hij zijn best doet. Dat alleen is geen 10 waard maar ik wil niet dat deze vriendelijke en enthousiaste man met een gezin ontslagen wordt. Ik draaide als klant dus maar mee in een leugenachtig systeem.

Bescherm de idealist

De serie maakte een dergelijke diepe indruk op mij, dat ik er twee zaterdagen na elkaar slecht van sliep. Twee vragen blijven knagen: “Welke plaats heeft de waarheid nog?” en “Hoe masochistisch moet je zijn om nog te willen en te blijven opkomen voor anderen in een maatschappelijke functie?” Op het tweede kan ik antwoorden: IDEALIST! Laat ons de idealisten koesteren en beschermen. Over mogelijke antwoorden op de eerste vraag moet ik eens heel diep nadenken want na deze serie en de gedachten die ik er aan koppel, voel ik vooral ontgoocheling.

Heb je het gemist? De reeks A Confession is nog beschikbaar tot eind maart op VRT-NU. Laat je me weten welke gedachten dit bij jou opriep?

A Confession vertelt het verhaal van detective hoofdinspecteur Steve Fulcher die opzettelijk de politieprocedure en -protocol heeft overtreden om een moordenaar te vangen, een beslissing die hem uiteindelijk zijn carrière en reputatie heeft gekost.

Schoenen vertellen verhalen

Volgens mijn man, Piet, heb ik te veel schoenen. Hij discussieert daar nogal graag eens over, vooral op dagen dat ik meerdere schoenen op één dag aantrek en ze niet onmiddellijk op hun plaats terug zet. Ik ben verre van perfect maar ik doe er alles aan om mijn gebreken te aanvaarden en af en toe om mezelf ook bij te sturen.

Terug naar de schoenen.

Ik heb te veel schoenen omdat ik er moeilijk afscheid van kan nemen. Net zoals met mijn kleren en juwelen, heb ik er een emotionele band mee. Neem nu het prachtige wit-zwart-gevlochten paar dat ik op oudejaar onder een heel eenvoudig zwart kleedje droeg. Ze zijn niet nieuw, ik voelde mij er top in en er zit een leuk verhaal achter. Het is een verhaal van onverwachte ontmoetingen, een vrouwen-meisjes-verhaal, een verhaal van mededogen en delen, van solidariteit en eigenlijk ook van gierigheid.

Ik ga al jaren naar de outlet-verkoop van een schoenenwinkel. De winkel heeft schoenen die niet echt goedkoop zijn en de schoenen roepen doorgaans veel emoties op, gaande van eikes naar waaaaw. De modellen die na het seizoen en solden over blijven zijn dus doorgaans speciaal en niet echt geschikt om vaak en comfortabel te dragen. Klanten laten ze in de winkel staan omdat ze eigenlijk net iets te veel kosten voor die ene unieke gelegenheid. Na jaren verzamelde ik zo een schap vol. Die schoenen komen regelmatig uit de kast, om ze gewoon eens te passen, mijn fantasie op hol te laten slaan en ze nadien terug te zetten.

De herinnering aan de outlet-verkoop waar ik mijn zwart-wit-gevlochten schoenen kocht, wil ik graag delen. Wij waren uitgenodigd op een feest en mijn kleed was mooi in zijn soberheid. Het was zo wit met een paar zwarte details, dat er een speciale schoen onder moest. Mijn hart sloeg over toen ik de schoenen zag. Ik grabbelde ze beiden goed vast want winkelen is als jagen, het is elk voor zich en je kan niet voorzichtig genoeg zijn. Aan de kassa wees de winkeljuffer mij er op dat er op de outletprijs die dag nog eens 20% af ging als je DRIE paar schoenen kocht. Ik zette de jachtpartij verder op zoek naar schoenenparen twee en drie. Nadat ik elke schoen met maat 39 en geloof me de maten stonden kriskras door elkaar, in mijn handen had genomen, vond ik NIETS. Met NIETS bedoel ik schoenen waarop ik geen hoogtevrees kreeg en die ik minstens meer dan één keer zou dragen. Ik hou er zeker niet van om zinloze dingen te kopen.

Toen merkte ik een zoekend meisje met één paar schoenen in de handen op. Wij hadden duidelijk hetzelfde probleem. Ik zag haar ontgoochelde blik. We kruisten elkaar in de smalle gang. “Mooie schoenen”, zei ik. Ze waren voor een trouw waarbij zij getuige mocht zijn en dit was net het budget dat ze eraan kon besteden. Nog twee paar erbij, ondanks de 20% extra korting, zou er boven gaan. Toch zette ook zij de jacht voort, tegen beter weten in. 

De verkoopster zag ons keuvelen en sleurde als het ware een derde vrouw tot bij ons. Deze keek totaal verrast want zij was geen koopjesjager en wou aan de kassa gewoon één paar schoenen betalen. We kochten met ons drieën drie paar schoenen, wisselden ons geld cash, berekenden samen ons voordeel, complementeerden en feliciteerden elkaar en voelden een fierheid die alleen ervaren koopjesjagers kunnen voelen. Onze schoenen hadden na de korting een grote toegevoegde waarde gekregen. We bedankten de verkoopster en beloofden haar om vlug terug te keren.

Telkens ik de schoenen draag, denk ik aan de winkeljuffrouw die haar stock met plezier zag slinken en ons met elkaar in contact bracht. Tof toch. Telkens ik in de stad ben, voel ik mij verplicht om in die schoenwinkel binnen te stappen.

Lieve Piet, zoetje, als je mij ziet thuis komen met een zak en een glimlach op mijn gezicht, dan is het vaak omdat er een heel mooi verhaal achter mijn aankoop zit. En af en toe wil ik dat verhaal nog eens beleven door al die schoenen boven te halen. Ik heb veel schoenen omdat ik vooral de verhalen wil bewaren.

“Een uitvlucht als een ander”, zie ik hem denken.

Vooroordelen, veel vooroordelen over 50-plussers

Goed nieuws in de krant van vandaag: Leen Demaré heeft een nieuwe job. En wat voor één. Ze gaat met schrijver Filip Osselaer samenwerken voor een theatervoorstelling over de seventies. Ze ziet en naar uit. “Het gaat fantastisch worden. Het wordt een show met veel humor, nostalgie, warmte, prachtige muziek, schitterende gasten en fantastische filmpjes.”

Hatelijke perceptie

Ik ben echt blij voor haar. Ze is een leeftijdsgenote en het treft mij dat mensen die willen werken, die zich in het geheel niet oud voelen, wel uitgesloten worden. Of, een groot aantal mensen heeft de perceptie dat je boven de 50 out bent. Mijn klaagzang komt niet uit mijn eigen ervaring want, eerlijk gezegd, ik waag mij niet echt meer aan sollicitaties. Behalve dan die ene keer toen ik iemand voorstelde om af en toe iets te schrijven voor 50-plussers. Ik kreeg als antwoord dat het vaak heel moeilijk is om voor vijftigplussers een positieve insteek te vinden. Hallo. Ik ben ervaringsdeskundige en ik denk zelfs dat al wat jongere mensen interesseert en alles wat de voorbije 50-jaar aan bod kwam en alles wat in de toekomst nog zal aan bod komen, heel boeiend is voor 50-plussers. 50-plussers hebben culturele, emancipatorische, humoristische en nog veel meer andere ervaringen en interesses zat. Dus is het niet moeilijker om iets te schrijven voor mensen met zo een brede ervaring, maar net gemakkelijker. Of zie ik het verkeerd? Heb jij, net als ik, niet optimaal genoten van de hitlijsten aller tijden toen Marcel Vanthilt achter de micro zat? Net omdat hij authentieke anekdotes kon vertellen kwam het ook zo goed over. Ik ben dagelijks 50-plusser en de meeste van mijn vrienden en vriendinnen ook. Boeiende mensen trouwens. Zand er over. Wie wil, kan mijn blog lezen.

Ik lees in het Nieuwblad van zaterdag 4 januari van het prachtige jaar waarin ik het 50-plus-zijn achter mij ga laten, dat 50-plussers te maken krijgen met heel veel vooroordelen.

50-plussers zijn minder flexibel

Het doctoraal onderzoek dat tot deze vaststellingen kwam, werd gevoerd aan de U-Gent.  In het onderzoek worden oudere sollicitanten minder goed ingeschat voor opleidbaarheid, fysieke capaciteiten, technologische kennis en skills, flexibliltiteit en samenwerking. Als antwoord op deze ‘inschattingen’ kan ik er toch een aantal in twijfel trekken. Zijn wij niet flexibel? We maakten de evolutie door van een typmachine naar de IT-mogelijkheden zoals ze nu voor ons liggen. Misschien zijn we in de recentste stappen niet zo heel goed meer mee maar we kennen wel de geschiedenis en de evolutie. Samenwerking? De tijd van haantjesgedrag en tafelspringen, ligt voor de meeste leeftijdsgenoten achter ons. In mijn ervaring beïnvloedt dit het “samenwerken” met en onder jongere mensen eerder negatief. Ik heb de invloed ervan ondervonden in mijn jongere jaren. Maar je krijgt nooit gelijk door je op elk punt te gaan verdedigen. Dus hier stop ik wijselijk mee.

Bron: Nieuwsblad 4 januari 2020

Wat doen we even goed als de jongere?

Op het gebied van mentale capaciteiten zou er geen onderscheid zijn tussen jongere en oudere werknemers. Hier moet ik dan als individu bijspijkeren en dringend geheugenoefeningen doen want ik heb recent nogal eens de indruk dat ik niet onmiddellijk op mijn woorden kan komen of de juiste naam of woord vergeet. Het gebeurt en ik hoor dat ook bij leeftijdsgenoten. Dit komt waarschijnlijk omdat we al zoveel moesten verwerken en ons hoofd en de geheugenschijf vol zitten. Waarschijnlijk mogen we een deel van de geschiedenis en hoe processen doorheen de geschiedenis verliepen gewoon achterwege laten. Maar het is zo gezellig om te keuvelen over vroeger…

50-plussers zijn betrouwbaar en weerbaar

Waar het onderzoek ons beter inschat is in betrouwbaarheid. Mag ik vaststellen dat deze waarde, gezien oudere werknemers moeilijker aan een job geraken, niet in de bovenste schuif van rekruteerders ligt? Jongeren wisselen vlugger van job, bij mijn leeftijdsgenoten hoor ik vaak dat er nog veel loyaliteit is voor de werkgever in de zin dat wij langer voor dezelfde baas of organisatie werken. Misschien soms te lang. Op een infoavond over burn-out hoorde ik dat oudere werknemers meer weerbaarheid ontwikkelden. Die weerbaarheid meet hoeveel stress je aankan en te veel stress leidt tot burn-out. Dus in theorie zijn oudere werknemers minder vatbaar voor een burn-out.

Well done, Leen

Maar soms, meermaals, vaak zelfs, is het niet-krijgen van een bepaalde job een voordeel. En daar heb ik in mijn leven een aantal voorbeelden van. Ik dank God nog elke dag omdat ik bepaalde opdrachten toen niet kreeg. In het geval van Leen Demaré kan en zal haar ontslag een voordeel zijn. Die nieuwe job van Leen Demaré lijkt mij fantastisch: mee mogen schrijven, humoristische voorstellingen maken, spelen en spreken voor een life-publiek in een theaterzaal, rondreizen en nog meer toffe en creatieve mensen leren kennen. Dat is eens iets anders dan plaatjes draaien in een donkere studio. Plaatjes die ze misschien niet altijd zelf mocht kiezen, die haar strot uitkwamen. En elk weekend diezelfde weg naar die studio en die zelfde voorspelbare files trotseren. Ik gis maar wat, ik ben geen Joe-luisteraar en zal het niet worden maar ik laat Leen graag genieten van al het betere dat ze nu heeft. Het was tijd voor iets anders. En ik ga zeker kijken naar die voorstelling. Ik wil haar zien stralen want met haar stralen alle 50-plussers. Net zoals we allemaal meeleefden toen ze afgeschreven werd. Well done, Leen, geniet er van!

Laat de zon in je hart

Dinsdagavond tussen 5 en 6 uur en ik zit in een ontspannend bad vol schuim en heerlijke badolie. “Dit wordt een jaarlijkse traditie”. Het is oudejaarsavond en ik luister naar de finale van de duizend klassiekers. De radio staat oorverdovend luid. Beneden wacht nog een berg werk maar dit is mijn moment. Plots veer ik recht, ik roep mijn dochter die ik hoor op de overloop. “Willy Sommers staat op nummer 4!” Een complete verrassing.

Top 5 van de 1000 klassiekers

Of ik fan ben? Ik moet hier mijn woorden terugtrekken die ik enkele jaren geleden uitsprak over het niveau van grootouderfeesten in de school en meer specifiek in die van mijn kleinkinderen. Nu las ik in de krant dat Willy Sommers aanvankelijk zelf ook niet zo een fan was van het lied.

Het grootouderfeest van de kleinkinderen eindigde twee jaar op rij met zang en dans op “Laat de zon in je hart”. Grootouders, overgrootouders en kleinkinderen zongen samen in een te kleine en veel te warme parochiezaal. De eerste keer dat ik het hoorde, ik had nog mijn professionele pet op, dacht ik “Kunnen kinderen nu echt niet meer zelf zingen? Wat is de pedagogische meerwaarde van playbacken?” Ja, ik was ontgoocheld, toen.

Die zomer was ik aan zee met de kleinkinderen en ik zag hen volop meezingen met Willy Sommers die alleen op het podium stond en een hele dijk in beweging kreeg. Respect! De kleinkinderen kenden de tekst en melodie, door de vele repetities, en ik zag hen genieten van de live-versie. Natuurlijk smolt ik weg.

Het volgende jaar eindigde het grootoudersfeest precies op dezelfde manier. Maar ik keek ernaar met een andere bril en genoot mee. Dit is een lied dat mensen samen brengt. De melodie en de tekst zijn zo eenvoudig dat iedereen kan meezingen en de meesten deden dat. Mijn kleinzoon merkte wel op dat ik wel heel enthousiast meezong en -danste. Rondom mij zag ik stralende gezichten en bewegende lijven van mensjes en mensen tussen 2,5 en 90-plus.

Dit is verbinding. En dat is wat we onszelf en anderen wensen: geluk, genieten, plezier, een goeie gezondheid of korter gezegd, de zon in het hart.

Maar hoe komen mensen er toe om massaal op dit lied te stemmen? Dit moet een bewijs van het collectief bewustzijn van Jung zijn. Kort uitgelegd: Mensen beïnvloeden elkaar niet alleen met woorden maar ook via energie, via gedachten. Als we met z’n allen, ik niet voor alle duidelijkheid, stemmen voor “Laat de zon in je hart?”, wil dit zeggen dat we allemaal aan wat zonlicht en vreugde toe zijn. We komen er eindelijk achter dat een positieve kijk op het leven, een meezinger, een enthousiaste zanger en een eenvoudige tekst ons gelukkig maakt. Het wordt tijd dat we geloven in een positieve toekomst en dat we al de spelletjes die politiekers en andere machtsdragers spelen met als inzet ons geluk, beu echt beu zijn. Ik weet het, ik geef hier een persoonlijke draai aan want woorden als “het is het politieke spel” degouteren mij. Azijnpissers, neuten en zagemannen en -vrouwen evenzeer. En de echte zon zou ik liever wat meer zien.

Hoe meer ik denk aan de inhoud van het lied, hoe meer ik de waarde ervan zie. Misschien vervangt onze nationale ploeg het “Waar is dat feestje-lied” wel door “Laat de zon in je hart”. Een antwoord in de plaats van een retorische vraag.

Intussen is het jaar weeral op gang getrokken. De grootse plannen voor het volgend jaar liggen klaar, inclusief het nieuw dieet. Ik wens jullie allen de zon in het hart, dan ziet alles er veel beter uit. En nu weten we dat heel veel mensen er zo over denken. Meer moet dat voorlopig niet zijn.

Rood staat voor gevaarlijke tandjes

Het was druk vandaag aan zee. Zowel in Nieuwpoort – Stad als -Bad kon je over de koppen lopen. Een gezellige drukte. Van de koppen had ik weinig last. Ik moest vooral oppassen om niet te struikelen over de vele leibanden van honden. Het lijkt alsof vooral mensen met een hond graag naar zee komen. Maar misschien geraak ik te veel gefocust op honden.

Of ik iets heb tegen honden? Neen! Wij hadden er toen we kinderen waren twee in huis en beleefden er heel veel plezier aan. Of die honden ons, de kinderen echt graag zagen? Eigenlijk niet. Een hond heeft maar één baas en mijn moeder had de eer. Als we te dicht bij haar kwamen toen ze haar middagdutje deed, gromden de honden.

Kleine gevaarlijke tandjes

De liefde van een mens voor honden kan ver gaan. Ik zal je eens vertellen wat ik onlangs zag aan een supermarkt.

Ik stel mij de voorgeschiedenis van de situatie die ik zag als volgt voor: Een iets wat oudere man, weduwnaar waarschijnlijk, plaatst een contactadvertentie. “Weduwnaar met hond zoekt vriendin om samen de herfst van het leven te kleuren”. Wie komt op die advertentie af? Of iemand die graag kleurt of iemand die zelf van honden houdt. En zo moet het gebeurd zijn. De man en de vrouw ontmoetten elkaar en besluiten om samen verder te knutselen. Trouwen en ringen ruilen zit er wegens de kinderen en andere legale en financiële redenen niet meer in. Maar het koppel wil iets verenigen. Daarom kiest het er voor om de honden op een zeer symbolische manier samen te brengen; twee hondenmandjes op één fiets.

En zo mocht ik de man ontmoeten voor de deur van de supermarkt, bij zijn fiets. De vrouw was er niet bij. Voor de twee kleine hondjes, waarschijnlijk die van haar, was een bakje vooraan op de fiets. Voor zijn eigen hond, hij was iets groter, was er een bak achteraan op de fiets.

De man was gepakt en gezakt met boodschappen en de drie honden die hij ook op de fiets moest krijgen. Eerst probeerde hij de twee kleine honden rustig in het bakje vooraan te plaatsen. Dit was tegen de zin van de kleine mormels. Vooreerst slaagde de man er niet in om de twee kleinsten gelijk in hun bak te houden en het ijzerwerk boven hun kopjes te sluiten. Bleef de ene zitten, sprong de andere er uit. En dan was er nog de derde die eigenlijk liever een wandeling rond de parking wou maken en de daad bij zijn gedachten voegde. Deze laatste trok de fiets van de arme man bijna omver, waardoor de twee kleine honden uit hun gezamenlijke mand sprongen. Een van de twee hing vast aan de mand en dreigde zichzelf op te hangen. De man wist niet waar eerst in te grijpen.

Ik bood mijn hulp aan maar deze was niet welkom. Niet zozeer de man wees mij af maar de kleinste honden vonden het niet tof dat ik mij moeide. Ik zag hun kleine maar redelijk gevaarlijke tandjes. De kleur van de leibanden van die beestjes liet nochtans niets vermoeden. En dit wil ik wel eens vertellen tussendoor. De kleur van de leiband van de hond, zo vertelde mij onlangs een eigenaar van een hond, heeft een betekenis. Dat vertelde zij mij pas nadat ik haar hond, met rode band, wou aaien. Een rode band betekent: “Benader de hond niet en pas op.” Dat had ik moeten doen. Ik kwam er gelukkig met de schrik van af. Van oranje, gele, blauwe en paarse leibanden blijf je ook beter weg. Groen is aaibaar. Bij een witte leiband hebben we te doen met een dove, blinde of gehandicapte hond. Maar het zou licht naïef zijn om te geloven dat deze laatsten allemaal een lief en joviaal karakter hebben.

Terug naar de supermarkt. Het was duidelijk dat de man niet de baas was van de kleine honden. Hij verloor gaandeweg ook het gezag over zijn eigen hond.

Ik vond de man dapper, respect voor zoveel liefde en geduld. En dan stond die doos met boodschappen nog niet op de fiets. Blijven staren is echt niet beleefd en mijn hulp was niet gewenst. Ik nam dus vriendelijk afscheid en fietste weg.   

“Wat doen de mensen zichzelf aan?”  Vroeg ik mij af tijdens mijn rustig fietstochtje terwijl ik de opgelopen schrik voor de kleine tandjes probeerde te verwerken.  

Misschien is de last voor de drie kleine beesten minder erg dan de schrik voor het grote beest, de eenzaamheid. We hebben allemaal onze eigen en vaak zeer gegronde redenen om het onszelf moeilijk te maken, niet?

Een ander verhaal van een kleine prins

Ook het leven van een prins kan hard zijn.

Er was eens, niet zo lang geleden, een kleine en gelukkige prins. Prinsen horen altijd gelukkig te zijn maar deze was echt gelukkig. Hij genoot van het leven, verveelde zich nooit, kreeg heel veel vrijheid en hij voelde dat hij als prins dingen deed die er echt toe deden. Hij praatte met iedereen in het paleis, hielp waar hij kon en mensen waren echt vriendelijk.   

Niet zo veel later, mocht de prins zijn taken niet meer zelf kiezen. Hij moest diners voorzitten, lange saaie voordrachten bijwonen, strak in het pak zitten en alles wat hij deed of zei moest door de molen van het protocol. Hij deed zo hard zijn best om de dingen die hij tegen zijn goesting moest doen toch een beetje met goesting te doen. En toch kwam er kritiek. “Hij was te gewoon, te eerlijk, te behulpzaam, te veel zichzelf, te vriendelijk en daardoor straalde hij te weinig gezag uit”. Hoe meer hij probeerde om toch een beetje zichzelf te zijn met een aantal compromissen, hoe fouter het liep en hoe meer controle hij kreeg van zijn adviseurs. En de pers lag steeds op de loer. Constant wachtte iemand op zijn volgende fout. En hoe harder hij zijn best deed, hoe meer fouten hij leek te maken. De prins kon wel tegen een stootje, zette door en oefende zijn glimlach in de spiegel. Toch lachte hij te luid of te stil of niet op het juiste moment of niet op de juiste toon of tegen de verkeerde. Altijd was het wel wat.     

De grotemensenwereld leek niet klaar voor hem. Zo dacht hij. Goedlachse, blije en gelukkige prinsen worden niet ernstig genomen. De boekjes stonden vol waarheden die hij niet zo had ervaren. Echte klappen in het gezicht zelfs stompen in de maag hadden niet meer pijn kunnen doen. Hij voelde zich  uitgesloten van ernstige beslissingen, een marionet, een voddenpop. Leeg van binnen, fake van buiten. De journalisten bleven maar schrijven en hij mocht en kon zich niet verdedigen. Zijn vader en moeder leken enkel bekommerd om de commentaar en hun positie.

Stilaan werd hij ziek, eerst een knagend gevoel in zijn maag, dan een steek in zijn hart, barstende hoofdpijn en nadien totale uitputting. De dokter vond niets ernstig maar dat was geen troost. Soms kwam woede in hem op en die probeerde hij te onderdrukken. Woedende mensen ziet men niet graag en het past niet binnen het protocol. Hij was aan handen en voeten gebonden en hij had zo graag eens gezegd dat hij prins en mens was. Maar prinsen horen dat niet te doen, daar is de monarchie te frêle voor.

De prins werd ziek en trok zich terug in zijn eigen vertrekken. Hij hoopte niet op een genezing want dan moest hij het oerwoud vol hongerige beesten terug in. Als hij zichzelf niet kon zijn, dan wou hij eigenlijk niets meer. Daarom kroop hij elke nacht diep onder de dekens en als de zon begon te schijnen, kroop hij nog dieper.

De prins wou niemand meer zien. De koning en de koningin vroegen een wijze maar toch afgedankte koningin om de prins op te beuren. De prins verwachtte niets.

Met veel bravoure kwam ze zijn slaapkamer binnen. Ze droeg kleurrijke kleren, een hoed vol echte bloemen, ringen van steen en kleurrijk plastiek en haar ogen straalden tussen de bloemen op haar hoed die zelfs tot over haar gezicht hingen. De prins was zo geschrokken dat hij de slappe lach kreeg. Dat paste niet maar het luchtte wel op. De koningin nam het hem niet kwalijk en activeerde zijn lach door nog meer gekke smoelen te trekken. Een lakei vluchtte weg omdat hij in eer en geweten geen getuige kon zijn van dit schouwspel.

Nu ze alleen waren, gaf de koningin de prins een kaarsje. “Dit is het kaarsje van de dankbaarheid” zei ze. Dat klonk niet echt geloofwaardig voor een prins in een uitzichtloze situatie. Alleen op zijn kamer zitten, was het beste wat hem in zijn leven restte.

“Als je het lichtje laat branden zal jij dankbaarheid voelen”.

“Waarvoor moet ik dan dankbaar zijn? “

“Voor het lichtje.”

De prins zweeg.

“Omdat ik je kom bezoeken.”

De prins keek schalks, dit was te zot voor woorden.

“Omdat de zon schijnt.”

Plots zag de prins de zon maar hij bleef zwijgen.

“ Omdat je een mooi mens bent.”

De prins kreeg rode wangen en hij lachte. Hij dankte de koningin. Dat was een begin.

Elke dag startte de prins zijn dag met een kaarsje en intussen had hij een hele lijst met dingen waar hij dankbaar kon voor zijn. Hij las ze elke morgen, vaak tegen zijn zin maar hij zorgde er voor dat de lijst langer werd.

De ogen van de prins waren al minder dof. Overdag durfde hij zijn bed al verlaten maar nog niet zijn kamer. Hij bleef eerlijk met zichzelf en ook al was hij dankbaar, de wonden die woorden hadden geslagen waren niet genezen en werden zelfs regelmatig opengereten, vooral door zijn eigen gedachten.   

De koningin kwam op bezoek en gaf hem een tweede lichtje. Het lichtje van vergeving.

“Als een wonde pijn doet of ettert, moet je een kaarsje aansteken en jezelf en de ander vergeven. Niet kunnen vergeven is als zelf een gifbeker drinken en hopen dat de ander dood valt.”

De jonge prins probeerde het, baatte het niet, schaden deed het ook niet. Soms voelde het goed, soms was de pijn te hard en stopte ze zelf een extra naald in de wonde omdat je pijn niet meer voelt als ze meer dan meer pijn doet. En als je een lieve prins bent, lief voor ieder ander, bestaat de kans dat je eerder jezelf dan de ander pijn gaat doen.

De koningin zag de twijfels van de prins en gaf hem het derde kaarsje, het kaarsje van de spijt.

“Je maakt een ander niet gelukkig door jezelf te kwetsen”, zei ze tegen de jonge prins. Zeg heel vaak tegen jezelf dat je spijt hebt van wat je jezelf aandoet. Mensen handelen niet uit onwil maar omdat ze frustraties opliepen, omdat ze bang of gestresseerd zijn of omdat ze zich verstandig willen voordoen.

“Wat kan ik doen om mensen niet gefrustreerd te laten zijn?” vroeg hij, bezorgd om zijn onderdanen. “Jij? Niets! Dat moeten ze zelf doen.”

En toen de   koningin een vierde keer kwam, hield ze een hele grote kaars in haar hand. “Dit is de kaars van de liefde”, zei ze fier. “Nu kan je echt van jezelf en de ander houden”.  De prins zette kleine stapjes. Hij werd langzaamaan weer zichzelf met zijn gaven en zijn fouten, gewoon zichzelf. Hij wist dat hij niet perfect was maar gewoon mens, gewoon genoeg en met de juiste bedoelingen. Er waren mensen waren die niet van hem hielden. Dat schijnt normaal te zijn.

Had je een ander einde verwacht voor de prins? Iets heldhaftigers? Zijn criticasters laten straffen of vierendelen? Geselen misschien? Ze allemaal in de vergeetput stoppen? Of hun kop onder de guillotine leggen?

De geschiedenis leert dat dit niet veel uithaalt. Er zullen altijd gefrustreerde mensen zijn.

De prins kan er alleen voor zorgen dat hij die nare ziekte niet krijgt.

Prettige kersttijd!! En denk vooral aan je eigen gezondheid.

Van "schuchter kleintje" naar prinses

Net toen ik naar het station reed om onze jongste dochter op te halen, hoorde ik op de radio dat de minister de leerplannen voor de eerste graad secundair onderwijs van de steinerscholen afkeurde. De school vreest voor haar eigen project.

Much ado about nothing 2015

Onze dochter haar gezicht sprak boekdelen, ze had het ook gelezen.

Ik denk met heel veel dankbaar terug aan de tijd dat onze jongste dochter startte in de eerste graad van de Steinerschool in Gent. De vrouw die uiteindelijk sproot uit het kleine, bange meisje staat er nu, dank zij de brede en zeer harmonische opleiding die ze genoot.  

Het was niet direct onze keuze om haar als 13-jarige elke morgen om 7 uur aan het station af te zetten waarna zij meer dan een uur naar Gent-Dampoort spoorde. Vaak vocht ze tegen de slaap terwijl ze haar lessen herhaalde.

Ik weende toen ik ten einde raad belde met de medewerker van het CLB. In de school waar onze dochter op dat moment haar eerste jaar secundair onderwijs deed, voelden we geen begrip voor haar wankele gezondheid. Haar vele talenten zetten zich niet om in punten en meer viel er over onze dochter niet te zeggen. Geen punten, geen slaagkans, vertrekken dus. De richting waarnaar ze haar oriënteerden,  getuigde niet van enige kennis over ons kind.

“Heb je de Steinerschool al overwogen”, vroeg de consulente van het CLB. “Ik heb al kinderen gezien die daar heel goed open bloeiden”. Je kind laten openbloeien na een jaar waarin zij zowat alles als een persoonlijk en diepmenselijk falen had ervaren en waarin ze constant met een pijnlijk gezicht rond liep omdat het bezaaid was met netelroos, is een droom waarvan je zelfs niet gelooft dat die nog kan uitkomen. Ik zag een nieuwe weg.

Ons eerste bezoek samen was de voorstelling van de eindejaarswerken. Jongens en meisjes van 17-18 jaar stelden hun project waaraan ze twee jaar lang werkten, voor. Voor hen zat een zaal vol leraren, ouders, klasgenoten en andere geïnteresseerden die na elke presentatie de leerlingen lukraak vragen mochten stellen. Respect! Elke leerling stond er. Ze wisten hun onderwerp zowel theoretisch, vanuit de praktijk als kunstzinnig te onderbouwen.

Zes jaar later was het haar beurt. Ze vertelde over haar vrijwilligerswerk in Bolivia en eindigde met een gedicht in het Spaans. Ze stond er en raakte niet van slag toen vragen uit het publiek kreeg. Mijn hart bonsde in mijn keel. Zij was rustig.

Ze bloeide open, niet de eerste dag, daarvoor moest ze nog te veel verwerken. Maar Frans was meer dan grammatica, ze zongen, begrepen en verdiepten zich in liedjes van onder andere Axelle Red. Ze leerde de werking van een katrol door een levensgroot katrol te bouwen. Ze maakte zelfstandig een jaarwerk over het leven van Freddy Mercury en wij kregen een tweede jeugd toen we die muziek in huis hoorden. Doordat iedereen zijn eindwerk rond een zelfgekozen bevlogen persoon mocht voorstellen, maakte de hele klas een reis doorheen de geschiedenis en de levens van mensen die inspireren. En dan die prachtige schriften vol eigen tekeningen! Ze naaide haar eerste (en enige) jurk. Voor haar was deze school de oplossing. Ze leerde er theorie en praktijk, ze leerde er kritisch denken, ze mocht zichzelf zijn en leerde de wereld met goed en kwaad op een rustige manier verkennen. Elk jaar hadden ze een week stage; op een boerderij, in een fabriek, in een winkel en in een sociale instelling. We mochten prachtige concerten bijwonen, waaraan de hele school participeerde. We gingen naar de jaarlijkse toneelvoorstellingen en zij speelde de hoofdrol in “Much Ado About Nothing” van Shakespeare.

Haar leerkracht Nederlands van wie ze de liefde voor mooie boeken kreeg, schreef voor haar bij haar promotie een sprookje over een sensitieve prinses. Deze school kent ons prinsesje. Dat is pas een cadeau.  

De tijd is gevlogen en zij vloog uit. Klaar voor de grote wereld, klaar voor het eerste ingangsexamen aan de Hogeschool. Dankzij haar kennis en liefde voor kunsten, haar oog voor schoonheid, haar sterke wil, haar beleefdheid, communicatieve vaardigheden, zelfstandigheid en filosofische inzichten mag zij doen waar ze goed in is.   

Een Braziliaanse uitwisselingsstudent vertelt op zijn laatstejaarsvoorstelling dat het hem verwondert dat leerlingen in Vlaanderen, lees in deze school want het was de enige die hij kende, graag naar school komen.  

Anna, mijn dochter wil haar kinderen later een schooltijd als de hare geven. Ze koestert de mooie herinneringen en intense momenten. Nog regelmatig komt de klas samen, zelfs nu ze al meer dan 3 jaar afgestudeerd zijn. En ze doen het allemaal heel goed, die oud-leerlingen, ook cognitief. Dit laatste is een korte info voor de non-believers.  

Ik begrijp haar frustratie en als mama kan ik alleen schrijven dat ik elk kind een school toewens waar ze zich zo hard thuis voelen en geleidelijk aan een eigen missie mogen werken. Vlaanderen heeft veel dergelijke scholen maar ons verhaal speelt zich af in deze school.  Ik lees het boek: “Van zondebok naar zebra” over het belang van diversiteit en de waarde van de minderheidsstem. Het is ook een boek over de waarde van het conflict omdat dit de weg naar een oplossing is. Misschien een cadeautje voor onder de kerstboom van politiekers en andere diversiteitsdenkers.

“Je zou de wereld van hier eens moeten bekijken”

Het is de laatste week voor de kerstvakantie. Druk druk druk. mijn agenda is overladen vol en mijn hoofd ook. Voor het verlof moet ik nog tal van vergaderingen afwerken, deadlines halen, teksten nalezen, vervelende klussen die ik niet wil laten liggen tot na de vakantie klaren, een afscheidsfeestje voorbereiden en een beetje leven. En donderdag staken onze spoorwegmannen, misschien moet ik wel uren in de file aanschuiven. 

Maar was het maar dat. Ik wil mij ook op reserve zetten in de huishoudelijke taken die door de drukte bleven liggen. Er is nog was, strijk, die frigo moet dringend een grondige beurt krijgen en alles wat niet dagvers moet zijn voor het kerstmenu, wil ik al in huis halen. Heb ik alle cadeaus? Ik shop het hele jaar door cadeautjes en toch merk ik op mijn lijstje dat ik nog enkele gezinsleden vergeten ben.

De kleinkinderen komen de volgende week en we willen hen extra aandacht en vooral veel tijd samen geven. We zijn druk aan het brainstormen om met hen beklijvende uitstappen te maken. Je weet wel, die kinderen hebben al zoveel speelgoed en wij kiezen ervoor om als kerst- en nieuwjaarscadeau voor de “beleving” te gaan. Er is een bijkomende voorwaarde, we willen zelf ook genieten van die enkele dagen vrij. Het moeten belevingen zijn waar jong (zij) en oud (wij) iets aan hebben.

En dan zijn er de voorbereidingen voor kerstavond. We vieren dat in familiekring en niets gaat boven home-cooking. Onze jongste dochter, die voor het eerst een stekje heeft waar ze ons allemaal kan ontvangen, kookt. Heeft ze wel voldoende glazen, decoratie, borden? Ik ben gestopt met heen en weer te sms’en omdat ik tot het besef kom dat ik haar alleen maar zenuwachtig maak. Ik wil er toch zijn om haar te ondersteunen, de laatste inkopen te doen, problemen op te lossen als ze zich onvoorzien voordoen.

Eigenlijk zorgen die ik mij waarschijnlijk niet moet maken want wat ze doet, doet ze goed, doet ze zelfstandig en telkens ben ik verwonderd hoeveel organisatietalent ze heeft.

Ik voel mezelf kantelen. Oef, ik ben aan het relativeren… Over kerstavond moet ik mij geen zorgen maken. En over die huishoudelijke taken? Die lopen eigenlijk niet weg. En over de kleinkinderen die komen? Daar kijken we net naar uit, ze komen elk jaar en elk jaar hadden we een fantastische tijd samen. De kleinkinderen geven vaak zelf aan wat ze willen en wat niet. Soms willen ze ook niets, gewoon gerust gelaten worden want ook zij hebben de hele trimester van de school naar de buitenschoolse activiteiten gehold. Misschien doet het hen deugd om eens heel weinig te doen, gewoon eens bij de haard samen een boek te lezen, wat vertellen, een toffe kerstfilm bekijken.

Blijft over… deze laatste week. Het startte al goed deze morgen. De spreker van vandaag is ziek. Elk nadeel (voor hem), heeft een voordeel (voor mij). Deze morgen kreeg ik de tijd om kleine “prutstaken” af te werken. Prutstaken zijn die activiteiten die moeten gebeuren, waar je geen tijd voor inplant maar die verdraaid veel tijd vragen. Logins aanpassen, bestellingen doen, onkostennota’s indienen… en tussendoor een gesprekje met een vriendin die morgen jarig is.

Done dus. Nu zit ik op de trein naar Brussel, op weg naar een vergadering waar ik eigenlijk wel naar uitkijk.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is poesje-kerst.jpg
Poesje tussen de kerstballen

Vlak voor ik vertrok maakte ik nog een foto van de poes. Hij kroop in de kerstboom en keek mij, stresskonijn, indringend aan. “Je zou de wereld van hier eens moeten bekijken”, leek hij te denken. En zo nam ik het ook op. Waarom stressen? Dit is de laatste week voor de vakantie, een drukke en intense week, een week vol variatie. En op het einde komt er een fantastisch feestje.

Die kat heeft weeral eens gelijk. Als je de wereld van de andere kant van de kerstboom bekijkt, heb je een totaal ander zicht.