Inspiratie …

Er is een weten diep van binnen,
groter dan de oceaan.
Je hoeft er niets voor te verzinnen,
alleen de diepte in te gaan.

Ben je eenmaal in die diepte
vol van wat de stilte biedt.
Voel je die veelheid van het weten
ook al begrijp je het soms niet.

Het is het weten van ons allen.
Gelijk aan alles wat er leeft.
Ook van hen die zijn gevallen
van hem die ooit geweten heeft.

Wees daarom mild in je verwijten
aan een ieder die soms faalt.
Die ander is nog aan de oppervlakte
als jij al naar de diepte daalt.

Bron: onbekend – tekst aangereikt door Timtheus.org

Wees daarom mild in je verwijten
aan een ieder die soms faalt.

De verdwijning van de Rechtvaardige Rechters

Graag aandacht voor het artikel en boek van Paul De Ridder “Doorbreek de omerta” https://www.bruzz.be/en/node/145141

Lucrèce Matthijs

Schrik niet, ik weet meer over het verdwenen paneel “De Rechtvaardige rechters” en ik ga het jullie vertellen in deze blog.

2020 is het jaar van Van Eyck in Gent en voor die gelegenheid werd het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck gerestaureerd. Het werk, het wereldberoemde drieluik “De aanbidding van het Lam Gods” zette de Europese kunstgeschiedenis in 1432 op zijn kop. Vandaag is het één van de invloedrijkste schilderijen ooit. De schilders schilderden het werk in Gent. Het meesterwerk hangt terug in de Sint-Baafskathedraal en we mogen het geweten hebben want de ogen van het “Lam Gods” hebben ons al via verschillende media fel staan beloeren. Het werkt hangt er terug maar het hangt er niet VOLLEDIG. Het paneel “De rechtvaardige Rechters” hangt er niet.

Vandaag mochten burgemeester Mathias De Clercq, kanunnik Ludo Collin, rector Sint-Baafs, en Hélène Dubois, hoofd restauratie Lam Gods tekst…

View original post 768 woorden meer

Terug naar de bron, naar de klasvloer

Lang voor CORONA vroeg ik mij af waar de gewone beroepen gebleven waren. De beroepen waarbij je op het einde van de dag concreet kan zien wat je gedaan hebt en met welk resultaat. Beroepen als houtbewerker; je maakte drie stoelen. Elektricien; elektriciteit gelegd op een hele zolderverdieping. Vloerder; twee vloeren gelegd. Bakker, beenhouwer, zorgkundige, verpleger, leerkracht…  Beroepen waarvan je weet wat het inhoudt, waar je je iets kan bij voorstellen als mensen hun beroep vermelden. In mijn perceptie zijn dat vaak ook beroepen die mensen echt graag doen, juist omdat ze het effect van hun werk vrijwel onmiddellijk zien. En laat dit nu net de beroepen zijn die (in bepaalde kringen) niet de maatschappelijke waardering krijgen die ze verdienen. Beroepen waar een tekort aan is, knelpuntberoepen.

Scholen die deze opleidingen aanbieden, moeten jaarlijks een publiciteitscampagne voeren om studenten te trekken. En toch zijn we zo blij dat het lek in de leiding gestopt is en zijn we vol lof over de verzorging die we kregen in een ziekenhuis of dankbaar voor die ene juf die ons (klein)kind weer zelfvertrouwen gaf. Voor een aantal van de opgesomde beroepen zorgde tante CORONA voor meer respect. Hopelijk is dat niet tijdelijk. 

Titels van beroepen waar je je niets kan bij voorstellen

Ook aan mij vragen mensen soms wat ik eigenlijk doe. Dat zijn dan mensen buiten het onderwijs die de onderwijsinspectie nog niet over de vloer kregen. Wij controleren, motiveren, stimuleren, evalueren verschillende processen, reflecteren, beoordelen, schrijven rapporten en discussienota’s, adviseren … en dat op verschillende terreinen. Probeer dit maar eens uit te leggen in een elevatorspeech. Dat laatste is de sprekende naam voor – als ge langer nodig hebt om iets uit te leggen dan de tijd dat je met de lift van beneden naar boven gaat, herdenk het want het is te moeilijk, te ingewikkeld.

De ouders van onze kleinkinderen hebben alle vier een beroep dat je niet kan uitleggen in de tijd dat de lift je een paar verdiepingen hoger brengt. Onze oudste kinderen hadden in de lagere school ouders met heel eenvoudige beroepen. Ik gaf les en Piet werkte als verpleger in een psychiatrische instelling.  “Papa werkt bij de zottekes” zei onze zoon. En zo vlug het kon zei hij er achter “maar ik mag niet zottekes zeggen”. In de manier waarop hij het zei, zat de duidelijke boodschap dat niemand met psychische patiënten mocht lachen.  

En toen veranderde mama van werk

Toen Anna, onze jongste en veel jonger dan de twee oudste, in het vijfde leerjaar zat, werkte ik bij de onderwijsinspectie. De juf nodigde ouders uit om over hun beroep te komen vertellen. Ik kreeg gelukkig een volledig uur. Toen ik vertelde dat je als onderwijsinspecteur vooral heel nieuwsgierig moest zijn en heel veel vragen moest stellen, zag de klas de gelijkenis tussen mij en mijn dochter. Op het einde zei een zeer opmerkzame en pientere klasgenoot: ‘Dat zou ik ook wel willen doen, leerkrachten ambeteren.’ Enkel de juf vond dit niet grappig, of toch, ze kende hem.

Tante CORONA brengt ons terug naar de essentie.

In deze hectische tijden krijgen wij de kans om een deel van onze werktijd te ondersteunen in scholen. Mijn keuze was vlug gemaakt. Ja, graag! Geen controle, geen adviezen, enkel werken met kinderen die door CORONA ondanks alle inspanningen een achterstand opliepen. Ik zie het absoluut zitten en de reacties van mijn huisgenoten zijn ronduit positief. De oudsten hadden een déjà vu. “Tof mama dat je opnieuw gaat lesgeven”. “Een goede leider vecht tussen zijn soldaten” schreef mijn zoon van wie ik nog vaak de indruk heb dat hij als “Finance SA  Project Controller” in de cijfers die hij op het werk analyseert vijanden, spionnen en soldaatjes ziet. Hij had altijd veel fantasie. De spontane reacties binnen ons WhatsApp groepje deden deugd. De kleinkinderen vinden het ook fantastisch, omalu als juffrouw.  Mijn kersverse schoonzoon belde dat het goed is om terug te gaan naar de basis, om te herbronnen.   

Reacties van kinderen en kleinkinderen

De reacties van mijn gezin zijn voor mij het bewijs dat lesgevers gewaardeerd worden. Ik herinner mij nog een gesprek met een vorige inspecteur-generaal die op het einde van zijn carrière zei dat hij meest plezier had gehad aan het lesgeven maar dat een mens vooruit wil in het leven en wij vaak onvoldoende stil staan bij dat wat ons echt gelukkig maakt. Deze kans voelt als een cirkel die rond is, beginnen in een klas bij de leerlingen en daar eindigen. Dat klopt niet echt want ik kan nog niet met pensioen. Maar het is mooi meegenomen. Na 26 jaar kan ik aan de lijve ondervinden of de kinderen inderdaad zoveel veranderd zijn. Iets wat ik wel vaker hoor.  

Vandaag maak ik mijn voorbereidingen, morgen pak ik mijn boekentas en vertrek ik met de fiets naar school. Net als vroeger. Ik zie er echt naar uit. Terug naar de school waar ik mijn stages liep, waar mijn zoon zat en waar nog oud-collega’s van mij werken. Het voelt als terug naar mijn bron gaan.

Mijn laatste volledig jaar als leerkracht 93-94

Eb en vloed

Leuke quote aan mijn theezakje

Te midden van haat ontdekte ik in mezelf een onoverwinnelijke liefde. Te midden van tranen ontdekte ik in mezelf een onoverwinnelijke glimlach. Midden in de chaos ontdekte ik in mezelf een onoverwinnelijke kalmte. Ik realiseerde me, door alles heen, dat ik midden in de winter in mezelf een onoverwinnelijke zomer vond. En dat maakt me gelukkig. Want het betekent dat hoe hard de wereld ook tegen me aan duwt, er in mezelf iets sterkers is – iets beters, dat terugduwt.’

Naar Albert Camus

Les canards, honden en reeën

Parmantig kwamen ze het pad naast ons huis dat vanuit het Hayebos naar de straat loopt, opgewandeld. Per toeval of uit nieuwsgierigheid waren ze in de trechter beland die hen recht naar de straat voert. Piet reed net de oprit af, zag ze komen en liet hen beseffen dat ze beter konden terug gaan naar het bos.

In het Hayebos zien we, vooral tegen valavond dat er meerdere reetjes lopen. Ze zijn naar mijn perceptie niet meer zo schuw. Je kan ze, als je heel stil bent, bewonderen terwijl ze eventjes rustig rond kijken. Met z’n zessen had ik ze nog nooit gezien. Maar je weet hoe dat gaat. Ze komen elkaar toevallig tegen, voor hen geen social distancing, stappen verder en nog wat verder. De één moedigt de andere aan van ‘Durf je’? ‘Ik wel hoor!’ En voor ze het beseffen zit heel de groep op plaatsen waar ze eigenlijk niet moeten zijn. Ik ben heel blij dat mijn echtgenoot daar was op het juiste moment. We mogen niet aan de gevolgen denken, stel dat ze op straat waren beland en dan denk ik niet alleen aan de gevolgen voor de automobilisten of fietsers maar ook voor hen. Ik denk dat ze een sprong in het duister waagden en gelukkig niet terecht kwamen in de wereld die niet de hunne is. De reeën in het Hayebos zijn van niemand maar wij, de buren zijn er heel fier op.

Is hun vertrouwen in de mens gegroeid?

Mijn gevoel van veiligheid in de bossen is heel erg gegroeid. Vaak wandel ik alleen door het bos, geen mens te bespeuren en het voelt goed. Ik voel mij veilig. Misschien staan de reeën mij van achter een boom te beloeren. Dat mag. Misschien kwamen ze gewoon bij mij op de koffie? Sedert de pandemie wandelen iets meer mensen door het Hayebos. Het is geen stormloop. Als bosliefhebber kan ik dat enkel toejuichen. Hoe meer mensen genieten van de natuur, hoe meer mensen die schoonheid zien.

En die honden?

Als je met een hond wandelt, en dat doe ik ook af en toe, geraak je vlug aan de praat met andere hondenliefhebbers. Een hond is ideaal voor je gezondheid. Hij of zij moet naar buiten. De ideale manier om tot wandelen te komen, is een hond kopen. “Wie laat wie uit?” vraag ik mij vaak af als ik baasjes achter de leiband van de hond zie lopen in een bijna hopeloze poging om het beest bij te houden.

Andere baasjes hebben de poging om de hond bij te houden opgegeven en laten de hond lopen. Dat gebeurt ook hier in Nieuwpoort waar ik mijn Sinksendagen doorbreng. Gisteren bezocht ik het pas voor het publiek toegankelijk gemaakte natuurgebied. Een baasje wandelde met de hond zonder leiband. Hij had zelfs geen leiband bij. ’s Avonds kan je, nadat alle toeristen vertrokken zijn, genieten van de waterdieren. Dan mogen en kunnen ze vrij ploeteren in het water, samen met hun kroost. Plots bijt de hond in het kleine tuiltje veldbloemen dat ik in mijn hand hou. ‘Ce n’est que pour jouer’, hoor ik de baas zeggen. ‘Je sais, mais s’il joue avec un canard, c’est un meurtre’, antwoord ik geschrokken.

Maak je hond geen vijand van reeën en eenden

Ik lees dat in het natuurgebied Burreken, in en rond Brakel, al meerdere reekalfjes zijn gevonden die werden gebeten door honden. Honden spelen graag en niet alle honden bijten reekalfjes. Maar onze buurman en hij kan het weten want hij is bioloog, vertelde mij dat als een hond snuffelt aan een jong reetje, de kans groot is dat de mama dat reetje verstoot en dat het beest op die manier sterft. Er zijn leibanden in alle maten en kleuren. Doe je hond het plezier, zorg dat hij er met zijn leiband heel trendy uitziet voor de boswandeling. Je doet er alle beesten een plezier mee.

CORONA is voor mij zeker een tijd van terugkeren naar de natuur. Ik geniet er van en met trots wou ik jullie tonen wat een rijkdom aan prachtige beesten wij hebben in onze gemeenschappelijke achtertuinen, in Brakel en in Nieuwpoort. Ik ben er zeker van, in jouw streek heb je de ook. Deze stille tijd kwam goed van pas om de natuur eventjes rust te gunnen. Laat het ons niet opnieuw verpesten en laat ons samen genieten van het mooie dat we gratis krijgen. En denk aan je hond en aan jezelf want de reeën en eenden zouden wel eens kunnen samen spannen en de sterkste zijn. Denk maar aan de mieren in het filmpje van De LIJN.  

De kern van alle dingen

De kern van alle dingen
is stil en eindeloos.
Alleen de dingen zingen.
Ons lied is kort en broos.

En donker zingt mijn bloed,
van heimwee zwaar doorwogen.
Ik zeil langs regenbogen
Gods stilte tegemoet.
Met U zijn er geen verten meer
en alles is nabij.

Des levens aanvang glinstert weer,

geen gisteren en geen morgen meer,
geen tijd meer en geen uren,
geen grenzen en geen muren;
en alle angst voorbij,
verlost van schaduw en van schijn,
wordt pijn en smart tot vreugd verheven!
 

Hoe kan het zoo eenvoudig zijn!
Hoe kan het leven Hemel zijn,
met U, o kern van alle leven!
Ik weet het niet, ik vind geen naam,
ik krijg het met geen woorden saam
wat er nu omgaat in mijn ziele.
Is het soms blijdschap? Is ‘t verdriet?
Of allebei? En ook weer niet …
Ik kan slechts zwijgend knielen.

Felix Timmermans (1886-1947)

Revalidatie na CORONA

Het begon in het begin van de week. De scholen waren net opgestart met een aantal klassen of we kregen al de opdracht om te enquêteren met als belangrijkste vraag of de scholen het ook zagen zitten om meerdere klassen in te richten.

Ik hou van de opdracht om contact te houden met de scholen en hen te motiveren in wat ze doen en te stimuleren om verder te gaan op de ingeslagen weg. Het enthousiasme waarmee basisscholen hun verantwoordelijkheid opnemen, is groot. Het waren fijne gesprekken. Maar de gesprekken van deze week waren anders, vooral voor mij. Bij het stellen van de vragen liep een elektrische schok door mijn ruggengraat want ik voelde dat het gedaan was met de CORONArust. En ja, ik weet dat de economie moet draaien en dat het zo niet langer kan en dat ik bij de gelukkigen ben qua inkomsten en gezondheid. Maar dit gaat nu even over mij, over mijn kleine kortsluiting.

Ik behoor tot het superkleine percentage van vrouwen die 60 worden dit jaar en nog steeds voltijds werken. Mijn leven bestond uit organiseren van gezin en werk en door deze twee in een iets sneller tempo af te werken was er tijd voor andere dingen. Ik koos ervoor, ik deed het graag en ik haalde er voldoening uit. Eigenlijk wist ik ook niet beter. CORONA leerde mij dat er ook een ander leven is. Ook al bleef ik doorwerken vanuit mijn kot, het was een groot verschil.

Een vast dagritme

Sedert 13 maart sta ik elke morgen rond 7 uur op, heb ik een aantal vaste ochtendrituelen en elke dag om 8 uur zit ik samen met meer dan 100 andere mensen te mediteren via zoom. Ik mocht ontdekken dat dit een zalig ritueel is om de dag te starten. Elke dag heb ik toch de verplichting om mij toonbaar te maken want ik kom in beeld. Tegen half 9 begint mijn werkdag in alle rust. Ik kom het bureau niet uit en via teams, zoom of WhatsApp doe ik de vergaderingen en onderhoud ik mijn contacten. Ik ervaar intussen dat praten met mensen van wie je het gezicht niet ziet te mijden is in eenzame tijden en zeker in tijden van overaanbod van online-meeting-programma’s. Dit is een CORONAinzicht want tot twee maanden geleden nam ik vaker gewoon de telefoon.

Dat vast dagritme heb ik niet in mijn werk. Mijn werkplaatsen variëren volgens de opdrachten. Voor elke andere plaats kijk of de trein een optie is, welke weg ik best neem, hoe lang onderweg, waar de files zitten en hoe ze te omzeilen om dan het uur van opstaan en vertrek te berekenen. Dat vertrek kan variëren van 6 tot half 8 als ik al ’s morgens op pad moet. Telkens anders. Ik haat te laat komen en ondanks alle voorzorgen is er nog steeds de mogelijkheid van de onverwachte files en de vertraging van de treinen. Nu op dit moment, ervaar ik al stress bij het neerschrijven van de woorden ‘file’ en ‘vertraging’.

Een eenvoudige agenda

Mijn agenda ziet er helemaal anders uit. Ik heb iets meer vrijheid, vooral de mentale vrijheid om mijn dagen in te richten. Een vergadering bijwonen is vaak hoogstens een programma opstarten en zorgen dat ik voorbereid, uitgerust en verzorgd in beeld kom. De grootste verplaatsing is die van de keuken, voor mijn theetje tijdens de vergadering naar het binnen- of bij goed weer buitenkantoor. En we starten op voor een doorgaans korte en efficiënte vergadering.

Cursussen

Ik heb een grote honger om bij te leren en daarvoor was/is dit een interessante tijd. Er is een overaanbod aan online cursussen waar ik met plezier op inschreef. Soms overdreef ik. Op een bepaald moment had ik vier cursussen in één week. Dat was even van het goede te veel maar op die cursussen leerde ik veel mensen op een intense manier kennen. Ik heb vrienden van Hasselt tot de kust, nooit gezien, gewoon online leren kennen door samen te oefenen tijdens de online cursussen en nadien nog even af te spreken om wat verder te oefenen of bij te praten. Ik zag hen nooit in levende lijve. Het zal uren op de trein of in de auto vragen als ik hen allemaal een levend bezoekje wil brengen.

Slaap

Ik was een slechte slaper. Misschien wel door het onregelmatige leven en nu mag ik met plezier zeggen dat ik een fantastische slaper ben. De regelmaat van leven en de dagelijkse wandelingen of fietstochtjes, waar ik nu tijd voor heb na of voor een werkdag, doen mij goed.

De poes

Als je elke dag thuis bent, hecht je meer waarde aan je huisgenoten. Naast Piet is dat de poes. Ik zie hoeveel uren per dag een poes slaapt, ik hou zijn wandelingen in de gaten, hij komt af en toe binnen om geaaid te worden. Ik krijg telefoon van de buurvrouw om mij te melden hoe vaak hij daar op bezoek komt en dat hij waarschijnlijk weer gevochten heeft, te zien aan de wonde die er gisteren nog niet was. En hij volgt regelmatig cursussen mee. Ongevraagd komt hij voor het scherm zitten of kruipt hij op mijn schoot. Hij geniet mee.

Poes volgt les in CORONAtijd

En nu is het zo ver

Kijk, ik ga dat allemaal missen want de opstart is volop bezig en het voelt als revalideren. Het is even verschieten als je je been breekt, maar terug leren lopen is een proces van vallen en opstaan. Neen, ik heb geen fysieke pijn maar de rust deed mij goed. Ik voel mij nu fitter, rustiger, vrijer, gezonder, wijzer en ik slaap beter. Mag ik al deze basisbehoeften nog voeden na de opstart? Ik vrees nu al dat ik volgend jaar en vele jaren erna zal vertellen over de CORONATIJD als de schoonste tijd die er ooit was. Je weet wel, na een tijd wordt alles nog beter en hoe ouder we worden hoe schoner de tijd van toen. ‘Omalu, zwijg nu eens over de CORONA’ zullen de kinderen en kleinkinderen zeggen, ‘er waren ook veel minder schone kanten aan hoor‘.

Winkelen met de dochter voor de kleindochter in tijden van CORONA

Onze oudste dochter woont intussen meer dan 10 jaar in het buitenland en nu ze mama wordt en gesetteld is in Zwitserland, verkiest zij haar babysuitzet homemade en Belgisch. Het migrantengevoel sloeg toe; alles wat van thuis komt, is beter. Met Pasen wou ze al die pakjes die ze hier online bestelde ophalen maar de CORONA houdt haar in haar eigen bubbel.

De nieuwe aanblik van de winkelstraten
“Gewoon terug brengen naar de winkel” stond op de pakbon van een hele grote doos babyspulletjes. En dat deed ik maandag. De winkelstraten van Geraardsbergen zijn autovrij en verkeerswachters tekenden gele pijlen die de kopers aan hun kant moeten houden. Rechts van de straat stap je heen, links van de straat terug. In hun paarse kostuums, die toch ook enig gezag uitstralen, manen ze de kopers aan om afstand te houden. Die eerste winkeldag was het vooral heel druk aan de telefonie winkels. Als je de uren dat je nu online bent optelt, krijg je zo medelijden met mensen die het zonder GSM of telefoon moesten doen de voorbije weken. Sociaal contact was voor mij de voorbije weken een synoniem van whatsapp, zoom of messenger.
Het kritisch oog van de mama en omalu

Ik bekeek de inhoud van de grote doos kritisch: Eerste rompertjes met lange mouwen en dikke eerste pyjamaatjes? Terug brengen want het is een zomerkindje! En die eerste hemdjes zijn te klein aan de buik van de mama te zien. En dat mutsje zou ik niet kiezen, het past bij geen enkel kostuumpje… Ik ging er met de ruwe borstel vandoor, belde een paar vriendinnen over het maatje dat zij en hun dochters kochten voor de eerste uitzet en droeg alles waaraan ik twijfelde terug. Ik trok met mijn grote doos naar de winkel. Een half uurtje kreeg ik om ¾ van de inhoud te ruilen.

Samen shoppen via WhatsApp

Kan iets je blijer maken als toekomstige oma dan de verantwoordelijkheid om de basisuitzet van je eerste kleindochter samen te stellen? Ik mocht terug shoppen, niet alleen maar samen met mijn dochter. De GSM was goed opgeladen. Elk slabbetje, elk kousje, elk dekentje, elk handdoekje, elke t-shirt werd gekozen door de mama in Zwitserland en gekocht door de oma in België met behulp van de GSM en dank aan WhatsApp.
“Hou je camera eens een beetje verder, ik kan het niet goed zien. Hebben ze dat niet in andere kleuren? Al aan slabbetjes gedacht? En dekentjes?” Samen kozen we wat het kleintje nodig heeft.
Haar eerste boekje

boekje voor Stampertje
Eerste kijkboekje voor “Stampertje”

Daar lag het, haar eerste kijkboekje! Dit wordt een cadeautje van mij. Ik hoop dat onze kleindochter het Nederlands zo goed machtig blijft dat ik haar, net als de andere twee kleinkinderen verhalen en gedichten kan voorlezen. Ik hoop hetzelfde plezier te beleven aan het voorlezen zoals ik dat deed met mijn eigen kinderen en met de jongens van mijn zoon en schoondochter als ze in Brakel met verlof zijn.

Koffie in ons eigen kot

Als moeder en dochter samen winkelen, eindigt dit altijd in een koffietje of een lichte lunch, gewoon om na te babbelen en om elk gekocht stuk nog eens te voelen en te bespreken. Dat deden we ook, elk in ons eigen kot en we turfden op de lijst wat we al kochten en wat er nog nodig is.  Volgend week vertrekt alles richting Zurich. We vonden gelukkig een koerierdienst.
Dat kleintje geniet mee

We hopen dat het kleintje meegeniet van de vele gesprekjes die haar mama en omalu voeren tijdens de online boodschappen. We bellen daarnaast nog verschillende keren op een dag want we werken vanuit ons kot en onze pauzes gaan op aan moeder-dochtergesprekjes. Het zijn misschien rare tijden van CORONA maar we trekken onze plan en genieten van deze andere manier om in verbinding met elkaar te staan. Hopelijk, ik las vandaag dat de Zwitserse grenzen op 15 juni opengaan, kunnen we elkaar vlug in levende lijve zien. Maar we leerden veel in deze CORONAtijd, zeker hoe we de computer en de GSM kunnen inzetten om ons heel dicht bij elkaar te voelen.
En later, als we haar niet meer ‘Stampertje’ noemen maar we haar eigen naam kennen, wil ik er ook zijn voor haar. Niet altijd in levende lijve maar waarschijnlijk vaak online.  Als ze nood is aan lesjes Nederlands of aan een oma die verhaaltjes vertelt voor het slapengaan, wil ik dat gerust op afstand doen. Misschien kan zij mij in de verre toekomst wat Duits leren, als zij naar de school gaat. We zijn nooit te oud om te leren.

Meisjes van bijna 60 in tijden van CORONA

“Ik ga elke dag wandelen.”
“Ik ook, spreken we af?”
“Wanneer kan je aan de molen zijn? “
“Binnen een dik kwartier.”
“Ik kom!”
Net als in een sprookje wonen we elk aan een kant van het bos. De molen is het dichtste punt dat onze routes snijdt. Ik vertrek thuis, loop enthousiast de heuvel in het bos af, steek de straat over, trek door de velden en we zien elkaar. Terwijl ik de heuvel in het bos afloop, geloof me de ondergrond is niet stevig en het risico op vallen is groot, voel ik mij tien jaar. Ik haast mij om op tijd te zijn want een kwartiertje is wel heel nipt gerekend.

Mijn vriendinnetje ken ik al 57 jaar, van toen we in de eerste kleuterklas zaten. De hechte vriendschap ontstond rond ons tiende en toen al zei de zuster op school dat wij met een rekkertje aan elkaar hingen. Dat rekkertje is gebleven. Ook al hebben onze schoolkeuzes ons uit elkaar getrokken, wij vonden elkaar terug. We maakten de geboortes van elkaars kinderen mee en dan die van de kleinkinderen. We wisselden ervaringen uit over relaties en werksituaties, de zorg voor de ouders en de waarden en normen waarmee we in het leven staan. Dat rekkertje blijft er en is soms een magisch kanaal. Soms zien of horen we elkaar maanden, misschien een heel jaar niet. En dan, plots op een moment dat het iets minder goed gaat, is daar dat telefoontje of dat berichtje, juist gepast op het juiste moment. Het voelt speciaal, het is speciaal.

Dat bijna bovennatuurlijk, magische gevoel van synchroniciteit krijg ik terug in het bos waar de tijd lijkt stil te staan. In tegenstelling tot onze wegen en onze huizen, ziet dit bos er precies hetzelfde uit als honderd jaar geleden. En ik sta mezelf toe om over tijd en ruimte heen te mijmeren. Misschien waren wij heel lang geleden, in een vorig leven, ook vriendinnetjes die elkaar opzochten aan de andere kant van het bos. Het voelt alsof ik deze weg al heel veel keren nam om bij iemand te gaan die ik heel graag heb.

We wandelen en vertellen op social distance. Haar hond nodigt veel mensen uit tot een klapke tussendoor. Zij moest nog boodschappen doen maar ik stap mee tot aan haar huis, ik doe een omweg om wat langer te kunnen praten. Net zoals ik dat deed 50 jaar geleden. Ik maakte een ommetoer om naar huis te rijden, omdat we nog zoveel te vertellen hadden, al waren we al een hele dag samen. We hadden ons vast praatplaatsje, voor de deur van haar oma. Tot haar mama naar de school belde om te zeggen dat ze om vijf uur nog niet thuis was. We kregen onder onze voeten, haalden onze schouders op en zochten andere oplossingen om elkaar meer te zien. We geraakten niet uitgepraat en dat zijn we nog altijd niet.

Als ik langs een andere weg door het bos naar huis stap, voelt het terug alsof de tijd bleef stil staan, in het bos en in mijn hoofd. Thuis kijk ik even in de spiegel om terug in de realiteit te kunnen stappen. Die spiegel verklapt mij mijn leeftijd. Ik ben geen tien meer maar bijna 60. Wandelen door de bossen doet wat met een mens.

4 jaar, in de tweede kleuterklas
Onderste rij: Ik tweede van links, Suus helemaal rechts.