De meeste mensen deugen, zeker zij die blozen

Dag 7 van de uitnodiging om elke dag een ander boek voor te stellen
Het boek van vandaag gaat over het positieve in de mens. ‘De meeste mensen deugen’ van Rutger Bregman heeft als ondertitel ‘een nieuwe geschiedenis van de mens’. Met een kop vol snot, een zere keel en oren die geen geluid aankunnen, lukt het me zelfs om geconcentreerd verder te lezen. Het boek voedt mijn geest en fleurt mij op. Het zet mijn hersenen aan het werk om bij alle wetenschappelijke onderzoeken die ik lees voorbeelden te vinden in mijn eigen leven. Ik las het boek nog niet volledig uit maar volgende ‘bewijzen’ wil ik nu al graag vertellen.
Chimpansees zijn sterker in het elkaar bedriegen dan mensen

Rutger-Bregman-De-meeste-mensen-deugen-195x300
De Italiaanse filosoof Niccolo Machiavelli schreef dat een heerser voortdurend moet liegen en bedriegen om aan de macht te blijven. Na eeuwen zouden mensen dus een superbrein moeten hebben omdat ze steeds op zoek zijn naar meer vernuftige middelen om elkaar op te lichten en aan de macht te blijven. Maar dat is niet zo want uit een Japans onderzoek bleek dat de mens het niet kan halen in vernuftigheid tegen de chimpansee. Sterker, we zijn geneigd om anderen te vertrouwen en dat is de reden waarom professionele oplichters hun werk kunnen blijven doen. Machiavelli adviseerde om nooit emoties te tonen, een pokerface te tonen. Maar de mens kan dat niet, hij bloost!?!
Ik bloosde meer dan een stoofpot

Kijk, dit boeit mij. Ik ben een ‘blozer’, zij het vroeger vaker dan tegenwoordig. Als ik mij bekeken voelde, in een nieuw gezelschap kwam, als een knappe gast mij aansprak, net als ik het niet wou, bloosde ik. En dat is knap vervelend.
Ik herinner mij een heel gênant moment op het werk toen ik de veertig al naderde. Op een vergadering kwam een verraad ter sprake. Een verraad? Iemand had voortijdig een datum van een onderzoek gelekt en daar werd een drama van gemaakt. Ik was degene die de persoon naar wie gelekt was, naast professioneel ook privé kende. De manier waarop over ‘dit probleem’ gesproken werd, leek alsof dit een reden tot ontslag was. Ik voelde de blikken op mij gericht en wist dat er mensen waren die aan mij dachten als verrader. In het verslag van de vergadering werd genotuleerd dat een lek van dergelijke ‘belangrijke informatie’ een grove ‘deontologische’ fout was. Ik werd rood tot achter mijn oren, kon door de grond zakken van schaamte maar ik verdedigde mij niet. Ik ben nogal rationeel en kende mijn positie. Ik kon niet bewijzen dat ik de datum niet geklikt had en ik de blaaskaak die mij betichtte kon niet bewijzen dat ik het wel deed. Tenzij ze rechtstreeks informatie zouden inwinnen maar dat was te eenvoudig geweest. Terzijde, ik verontschuldig mij niet voor het woord blaaskaak. Iedereen weet dat ik heel respectvol ben naar anderen toe, maar die man verdient dat. Door het woord ‘blaaskaak’ spontaan te typen, voel ik dat het nog steeds pijn doet.
Ik was beschaamd dat ik daar zat als een stoofpot. Dat je gaat blozen, heb je niet in de hand en hoe lang het duurt, evenmin. Ik dacht dat mijn blozen opgevat werd als schuld bekennen. Enige tijd later kreeg ik als per toeval het bewijs in handen wie dan wel gelekt had, de blaaskaak zelf. Ik hing het niet aan de grote klok, ik ging zelfs geen confrontatie aan.
Blozen is een positief gegeven

De auteur van ‘De meeste mensen deugen’, concludeert vanuit verschillende studies dat mensen hypersociale leermachines zijn, geboren om te leren, te verbinden en te spelen. Blozen is de enige uniek menselijke gezichtsuitdrukking en het is een typisch sociale vaardigheid. Mensen die blozen laten merken dat ze geven om wat anderen van hen denken. Doordat we sociale wezens zijn, kunnen we beter samenwerken dan andere levende wezens. Onze emoties lekken langs alle kanten uit ons lijf, blozen is nog maar een begin.
Sociale mensen zijn slimmer

In het hoofdstuk 5 lees ik verder letterlijk dat sociale mensen niet alleen leuker gezelschap zijn, maar uiteindelijk ook slimmer. Het uiteindelijke slimmer-zijn, heeft niets te maken met genialiteit, enkel met het feit dat sociale mensen veel meer leren van elkaar.

Een zware fout op mijn stageverslag

Dat sociale mensen uiteindelijk slimmer zijn, beschouw ik eveneens als een compliment en als een groot gelijk na lange tijd. Op mijn stageverslag stond dat ik te vriendelijk was en mij te veel op het niveau van mijn gesprekspartners plaatste. Kortom ik was te “gewoon”. Volgens mijn mentor zou ik daardoor mijn ‘gezag’ verliezen. Dit verslag vertrok samen met het rapport dat ik zelf schreef naar de minister. Hij heeft mijn benoeming niet tegen gehouden. Mijn mentor ben ik al gauw totaal uit het oog verloren.

Stel het dood-gaan uit, er is hoop

De moraal van dit verhaal is dat hetgeen waar je op korte tijd dood van wil gaan om aan de schaamte te ontsnappen, op langere termijn een troef kan zijn. Dus moeten we constant proberen het ‘dood-gaan’ uit te stellen.

Mijn dochtertje die mij het boek leende zei nog dat ik van dat boek ging snoepen en dat is zo. Het is één van de boeken die ik traag wil lezen want op elke bladzijde staan nieuwe belangrijke en fundamentele weetjes die mij blij maken omdat ik een mens ben. In mijn geval, dat ik een blozend, sociaal en slim mens ben (sic).

En iedereen zweeg …

holocaust
Januari 1945 – januari 2020
Het is zeer actueel en hopelijk is de aandacht niet tijdelijk. Auschwitz werd 75 jaar geleden ontdekt door de Russen, per toeval. Enkele jaren geleden bracht ik er een bezoek. De vragen die iedereen zich stelt, stel ik mij ook: “Hoe is het zo ver kunnen komen en wat drijft mensen om andere mensen dit aan te doen?”.
Vooraleer ik naar Polen trok, bezocht ik Breendonk. Voor mij kwam dat bezoek nog veel dieper binnen. Breendonk vertelt ons verhalen over mensen van bij ons, niet over de gruwelijke daden van die verre Duitsers, maar over Vlamingen, Belgen die elkaar verraadden en martelden. Bij een bezoek aan de Kazerne Dossin in Mechelen hoorde ik in alle eerlijkheid vertellen dat ook de Belgen meer Joden lieten deporteren dan strikt gevraagd werd door de Duitsers. Hoe kan een volk zo gehaat worden? En hoe slaagt een volk er in om na eeuwen van achtervolging en gruwelijkheden toch weer recht te staan en door te gaan?
Haar naam was Sarah

Ik leerde het boek kennen via mijn jongste dochter die verschillende boeken moest lezen over de holocaust. Zij koos naast ‘De jongen met de gestreepte pyjama’ dit boek. We keken samen naar de films, beide boeken zijn verfilmd, en lazen de boeken. Samen een boek lezen en samen naar films kijken die ons zo hard treffen en van de wijs brengen, schept een band.
Het boek ‘Haar naam was Sarah’ omvat twee verhalen, die in de loop van het boek in elkaar verweven geraken. Het ene verhaal speelt zich af in 1942, het andere in 2007. Het verhaal in het verleden begint in Parijs op 16 juli 1942 tijdens de deportatie van Joodse Sarah en haar familie. Het tweede verhaal gaat over de Amerikaanse journaliste Julia Jarmond die in 2007 een onderzoek doet naar de deportatie van Joden en net het huis gaat verbouwen waar de deportatie in 1942 plaats vond.
Wanneer de politie de familie van Sarah meenemen,  verstopt Sarah haar broertje Michel in de kast waar ze altijd verstoppertje spelen. Haar broertje moet beloven daar te blijven tot ze hem komt halen. Ze doet de kast op slot en houdt de sleutel dicht bij zich. Sarah hoopte haar broertje vlug te kunnen bevrijden. De Joden werden vanuit het Vélodrome d’Hiver in Parijs gedeporteerd naar concentratiekampen maar Sarah weet te ontsnappen en keert terug naar Parijs. Daar vindt ze haar broertje dood in de kast. Alle hoop die ze nog koesterde en die je als lezer met haar mee koestert, is voorbij.

Gewoon doorgaan

In de verschillende verhalen die ik hoor en lees over beide wereldoorlogen stel ik vast dat slachtoffers na de oorlog gewoon niet meer over de gruwelijkheden gepraat hebben. Ze hebben hun leven opnieuw opgenomen en geprobeerd er het beste van te maken. Bij sommigen lukte het, bij anderen niet.

En iedereen zweeg

In het boek heeft Sarah heeft dit nooit kunnen verwerken, ondanks de steun van het gezin waarin ze terecht kwam. Ze verhuist naar Amerika, vertelt nooit over haar traumatisch verleden en pleegt heel jong zelfmoord. Het leven van de journaliste neemt onverwachte wendingen. Ze verhuist naar Amerika en leert de zoon van Sarah kennen. Hij had het verhaal van zijn moeder nooit gehoord. De oorlog was voorbij en iedereen zweeg. De schoonvader van de journaliste was er bij toen Sarah haar broertje dood uit de kast haalde. Ook dat bleef een groot geheim, verborgen voor de familie en voor iedereen.

Andere boeken over deportaties en het leven in concentratiekampen

Ik heb al wat boeken over de Tweede Wereldoorlog gelezen. Deze zomer wurmde ik mij door ‘Ik ontsnapte in Auschwitz’. Een waargebeurd verhaal over het leven in het kamp en hoe de man toen hij eindelijk ontsnapte geen gehoor kreeg bij staat en kerk. Toen vroegen mensen mij hoe ik dit gruwelijk verhaal kon lezen tijdens een vakantieperiode. Ik deed het en zette door want elk boek over wat gebeurde in de concentratiekampen brengt nog nieuwe wreedheden naar boven. Ik kik daar niet op maar wil weten waartoe een mens in staat is.
Waarom worden deze boeken met waargebeurde verhalen pas recent verteld? Omdat deze mensen na de oorlog ook gedacht hebben dat ze het gewoon moesten vergeten en verder doen. Zo gruwelijk was de realiteit, mensen hadden tot het einde van hun leven nodig om woorden te vinden die het verhaal kunnen vertellen.

Paula, een prachtig boek, een verhaal dat je niemand toewenst

Dag  5 van de uitdaging om elke dag een boek voor te stellen

Isabelle Allende, een schrijfster naar mijn hart

Als ik Isabelle Allende lees, krijg ik instant het gevoel dat deze dame een rasechte verteller is. Iemand die met plezier schrijft en niet piekert over een zin vooraleer hem neer te pennen. Haar woorden komen recht uit het hart op papier. Voor mij getuigt dit van een zeer warme vrouw, iemand bij wie fictie en realiteit constant door elkaar lopen. Ze is een vrouw die de dingen enorm doorvoelt. Ik lees graag  autobiografisch boeken, dat maakt een verhaal echter, levendiger. Hier voel ik de pijn van een moeder die haar kind moet afstaan in elke zin. De schrijfster is daardoor heel dichtbij en dat is zo in al haar boeken. Graag deel ik enkele pittige details, ik hou van details, over de schrijfster. Ze schreef  haar eerste boeken op de hoek van haar keukentafel en elk jaar op dezelfde dag begint ze een nieuw boek. Nu schrijft ze in haar tuinhuis. Waarschijnlijk kan haar tuinhuis na haar gigantische boekenverkoop niet meer vergeleken worden met het stulpje als dat van ons. Ze is 77 jaar en het voelt altijd goed dat mensen op oudere leeftijd nog zoveel waardering krijgen en nog tot prachtige dingen in staat zijn. De verhalen die ze vertelt zijn vaak autobiografisch. Daarnaast heeft ze een enorme culturele en historische bagage die ze graag in haar boeken verwerkt. Haar boeken kennen een grote variatie aan politieke en sociale themas waar ze een eigen verhaal van maakt. En net daarom lees ik haar graag, al heel lang. Haar recentste boek, “Bloemblad van zee”, staat op mijn verlanglijstje. Het is een historische roman en uit de bibliografie lees ik dat het weer een verhaal is over hoop en het kunnen beginnen van een nieuw leven, telkens opnieuw.

De mama van Paula

Paula is de overleden dochter van Isabelle Allende. Terwijl haar dochter in coma ligt, voelt Isabelle Allende de nood om haar te vertellen waar zij en haar voorouders vandaan komen.  “Luister, Paula, ik ga je een verhaal vertellen, zodat je je niet zo verloren voelt, als je wakker wordt”. Dat is de eerste zin van het verhaal. Het verhaal brengt de auteur terug naar Chili, waar de familie vandaan komt en is moeten verhuizen ten tijde van de militaire staatsgreep. De politieke en maatschappelijke problematiek van de Chilenen zit in het familieverhaal verweven. En steeds kruidt ze alles af met een vleugje magie. Doorheen het boek herken je ook fragmenten/gebeurtenissen die de auteur gebruikte in vorige boeken. Met een enorme overgave schrijft ze voor haar dochter een boek over haar leven en haar dierbare herinneringen. Isabel wil dat ze het boek leest wanneer ze uit haar coma komt.  Ze beschrijf ook hoe zij tot schrijven is gekomen en haar eigen liefdesleven. Ze onderbreekt het familieverhaal door de evolutie van de ziekte te beschrijven. Treffend vind ik het moment dat Paula haar mama aanspreekt in een droom. Ze bleef constant zoeken naar oplossingen voor de ziekte maar ze voelt dat Paula niet langer wil opgesloten zitten in haar eigen lichaam. Ze wil niet meer in de ruimte tussen leven en dood zitten. Isabel vertrouwt op haar gevoel en dat ze echt contact had met haar dochter. Toch heeft ze het enorm moeilijk met het accepteren van Paula’s dood. Toen ik het boek las, nam het mij helemaal over. Soms moest ik afstand nemen.

Het Zwarte Woud, die andere magische plek 

Ik las het boek op vakantie in het Zwarte Woud. Het was een  vakantie die ik nooit vergeet. We logeerden in een zeer eenvoudig gasthuis  bij een ouder maar supervriendelijk koppel. De vrouw kon fantastisch koken en elke dag at ik er verse forel, telkens op een andere manier klaargemaakt. Het belangrijkste aan die vakantie was dat ik er de creativiteit door mijn aders voelde stromen op de momenten dat ik het boek even opzij legde. Ik ontwierp er een spel om op een plezante manier tot correcte spelling te komen. Achteraf deed ik er niets mee. Misschien moet ik er deze zomer nog eens terug, wij hebben nu een dochter die daar niet zo ver vanaf woont.

Schrijven om verdriet te helen 

Hoe helend kan schrijven zijn, als je het kan aan het ziekbed van je dochter? Dat merk ik bij mezelf ook, sedert ik regelmatig schrijf. Het wordt een verslaving, iets wat je nodig hebt, iets wat je geest opent en je gedachten op orde zet. Je kanaliseert verdriet door het in een verhaal te gieten. In de loop van de maand december kanaliseerde ik een  frustratie doorheen mijn blogs. Ik was kwaad en schreef het van mij af. Toch hebben de lezers het niet gemerkt want door het verhaal op te kuisen, na te lezen, bij te sturen, schoonde ik mijn eigen frustratie op. En het werkte. Ik zie dat frustrerend verhaal nu in een ander perspectief.

En welk boek van Isabelle Allende verkies jij?

 

paula

Wilde Lucretia is een ongemanierd klein monster!

Dag 4 van de uitdaging om gedurende 10 dagen een boek voor te stellen.

Het boek dat ik nooit voorlas

“Wilde Lucretia is een ongemanierd klein monster” Dat is de eerste zin van het prentenboek dat geschikt is voor kinderen vanaf 6 jaar. Lucretia doet alles wat niet mag van boeren tot zichzelf volproppen met chocolade tot de klas op stelten zetten. Dat lukt haar omdat de andere kinderen in de klas ook keicool willen zijn. Papa Crum is een uitvinder en maakt dingen om zijn dochter in toom te houden, van bekzeep tot een kalmeerkooi. Dit alles maakt haar nog wilder. De ouders zien een oplossing in een heel wild feest met grote monsters die zelfs Lucretia bang maken. En Lucretia komt tot inzicht want ze wil geen groot monster worden, ze wordt een voorbeeldig engeltje. Het boek heeft wilde, humoristische, karikaturale tekeningen met veel gekke details die van het papier spatten. De tekeningen illustreren het verhaal maar wat een dom verhaal.

Eindelijk een boek over een meisje met mijn naam

Het is niet moeilijk te achterhalen waarom ik dit boek kocht toen ik mijn jongste voorlas, meer dan 15 jaar geleden. Toch las ik het niet voor en ik heb het boek nog nooit aan iemand voorgelezen, het zit diep in mijn boekenkast. Waarom? Omdat het boek enkel nadruk legt een kind met slecht gedrag, een wild stout kind. Ik zie de humor niet. Het verhaal is ook in strijd met alle basisprincipes van de kinderpsychologie. Voor mij sloeg de auteur de bal serieus mis. Het boek kreeg nochtans een nominatie van de Stichting Nederlandse Kinderjury.

Waarom ik het nooit voorlas?

Het boek leest voor mij als een slecht leerlingendossier. Alle tekorten van het kind staan er in en het kind is alleen verantwoordelijk voor zijn of haar gedrag. Volgende bijkomende gegevens staan eveneens in het boek en de schrijver doet er niets mee; Een papa die zich liever in zijn kelder bezighoudt met nieuwe ontdekkingen om zijn kind te temmen, een leerkracht die er niet in slaagt om het gedrag van het kind te duiden en haar klas in de hand te houden en een mama die een feestje met grote monsters organiseert om haar kind af te schrikken. Dan zijn er ook nog de andere ouders die hun eigen kinderen en Lucretia doodsbang maken. Kan een meisje zo stout zijn zonder reden? Kan een stout kind door een extra afwijzing een engeltje worden?

Daar geloof ik niets van. Voor mij is het meisje een rebel, een kind dat constant nieuwe dingen probeert. Ze is zeker een kind dat aandacht vraagt en doordat ze zoveel aandacht krijgt, gaan haar fratsen steeds verder. Negatieve aandacht is ook aandacht. Het boek bericht enkel over haar slechte eigenschappen en ik geloof dat achter elk gedrag positieve intenties zitten. Elk kind heeft talenten. De omgeving van Lucretia heeft daar weinig begrip voor omdat ze enkel een probleem zien. Is Lucretia een hoogsensitief kind zoals 15% van de mensen? Eentje dat heel veel indrukken opdoet omdat haar hersenen heel intens werken? Het staat bekend dat dergelijke kinderen orde en rust nodig hebben maar ook af en toe stoom moeten aflaten. Of misschien is ze net als haar vader een creatief kind dat steeds nieuwe ontdekkingen wil doen, grenzen wil verleggen? Of misschien heeft ze iets van haar moeder en is ze creatief in haar achterbaks-zijn? Hoe achterbaks kan een moeder zijn die haar dochters verjaardagsfeest saboteert? En die juf, heeft zij wel voldoende gezag om een creatief en grensverleggend kind te ondersteunen in haar ontwikkeling? Waarom vinden al die kinderen de fratsen van Lucretia interessanter dan de lessen van de juf? Als we om-denken ziet de situatie er helemaal anders uit.

Neem tijd en luister!

De eerste oplossing ligt voor mij in het luisteren naar dat meisje. Door mijn beroep mocht ik al veel boeiende gesprekken met leerlingen voeren. Ik leerde vooral luisteren naar hen want zij zijn doorgaans eerlijk en loyaal. Vaak zijn kinderen net diegene die de twee kanten van een medaille zien. Ze vertellen over een kind met gedragsmoeilijkheden op school maar ze durven ook de reacties van de volwassenen in vraag stellen.

Misschien moet ik het boek toch eens voorlezen aan de kleinkinderen en hen eenvoudigweg vragen of en hoe de volwassenen anders hadden kunnen reageren. Benieuwd wat zij zeggen en ik weet zeker dat mijn twee kleinzonen tot creatievere oplossingen zullen komen. Het is zeker een interessant boek voor volwassenen die het kind in de ‘Wilde Lucretia’ willen zien. Maar laat kinderen van 6 jaar naar echt leuke verhalen luisteren.

Van monster naar engeltje op een pedagogisch en psychologisch totaal onverantwoorde manier.

De imaginaire muilpeer

Dag 3 van de uitdaging om elke dag een boek voor te stellen

Een cadeautje voor mezelf

Tussen de Sint en de kerstman deed ik mezelf een cadeautje, zo maar. Ik had gelezen dat er een nieuwe uitgave was van de beste werken van Bomans. Kijkend in de etalage van de boekenwinkel kwam dat idee in mij op en precies tien seconden later bestelde ik het boek. 

Pieter Bas

Ik ben een fan van Godfried Bomans, al heel lang. Ik geniet als ik lees in Eric en Pieter Bas, de capriolen en vooral de “Mijmeringen bij een bord spaghetti”. Elke keer ik een voet op Italiaanse grond plan, lees ik dat laatste kleine boekje opnieuw. Godfried Bomans droeg en draagt bij aan mijn innerlijk geluk en in de rust die ik mezelf gun bij een boek. Ik las en herlas, lees en herlees. Thuis declareerden we teksten uit Pieter Bas. Mijn broer was zo bezeten dat hij elk jaar tijdens zijn eindexamens, Piet Bas herlas. Het boek zorgde voor rust in zijn hoofd. Ik was niet het kindje dat boeken verslond en zeker geen jeugdboeken. Godfried Bomans was wel populair in de klasliteratuur. Ik herinner mij het moment dat onze leerkracht voorlas hoe de broertjes Bas ’s avonds hun drollen vergeleken in lengte en dikte. Mooi toch. Zo moet een tekst voor mij zijn. Vanuit het gewone toont Bomans de echte mens met nood aan competitie, broederschap en gezelligheid.

Erik

Bomans kreeg mij aan het lezen. “Erik” is een ander pareltje en daar las de leerkracht Nederlands van het vierde middelbaar uit voor. Ik wist onmiddellijk dat ze veel gevoel voor humor had toen ze de tekst waaruit de lichte vorm van dyslexie van Erik bleek, hij verwarde wesp met weps, voorlas. Gelukkig liet onze leerkracht Nederlands de dwaze, totaal overbodige en vervelende vragen na elk hoofdstuk achterwege. Over die vragen zei Bomans zelf dat hij de meeste niet zou kunnen beantwoorden. Bomans was de enige ‘verplichte auteur’ die ik achteraf bleef lezen omdat ik mij zijn verhalen zo goed kan voorstellen en hij mij aan het lachen bracht door van het gewone iets heel grappig te maken. Hij ging ver in zijn fantasie en dat deden wij, mijn broers en ik, heel graag. Zonder dat het drama heette, speelden wij rollenspelen, onder andere met verhalen van Bomans.

Een nieuwe uitgave van zijn beste cursiefjes

Gelukkig zijn er nog mensen die net als ik bijna 50 jaar na de dood van Godfried Bomans uitkijken naar een nieuwe versie van zijn verzameld werk. Het cursiefje dat ik als tiener een topper vond is het verhaal van de stoffenverkopers. Ja! Het hoort bij de beste werken van Bomans. Ik deel de mening van de jury. Het verhaal staat in  “De Brandmeester” van pagina 55 tot 62. Acht bladzijden echt plezier. Ik vertel het kort…

De stoffenverkoper

De kleine Godfried moest met zijn mama mee naar de stoffenwinkel. Die mama wist iets over stoffen en was zo kritisch dat ze verkopers tientallen stoffen liet uitvouwen om na lange tijd en heel veel ‘ont-wikkelde’ rollen te zeggen dat ze er nog even over moest nadenken. De stoffenverkoper bleef beleefd, onderdanig en vriendelijk. Dat moest. Tegenwoordig bestaan daar trainingen voor. De verkopers uit de jaren 40 en 50 waren welgemanierd en vriendelijk uit plichtsbewustzijn, om hun werk niet te verliezen. Omdat Bomans een sociaal mens was, stelt hij alternatieven voor om de stress (al bestond dat woord waarschijnlijk nog niet) van de stoffenverkopers te reduceren. Ik citeer letterlijk: “Hangende dit onderwerp heeft een magazijn in het Westen des lands  een voorlopige oplossing gevonden die als zeer curieus hier vermelding verdient. Om de honderd klanten mag daar een bediende een klant opeens, zonder dat daartoe de minste aanleiding bestaat, een muilpeer toedienen.”

Kijk, dat is zijn zinnen die je als 19-jarige super grappig vindt, waar je onmiddellijk in een deuk van ligt, je tientallen keren citeert en hoopt dat een andere er evenveel plezier aan heeft als jij zelf. Veertig jaar later weet ik dat een muilpeer verkopen aan mensen die hemeltergend hard op je humeur werken en je zenuwen en hartslag op de proef stellen, geen goeie oplossing is. Maar het blijft grappig. De gedachte aan een goeie muilpeer doet al deugd en laat je goesting om die te geven overgaan. Om die reden kijken veel mensen graag naar ‘De Kampioenen 4’.

Maar beter, veel beter dan ‘de kampioenen’ zijn de boeken van Bomans. Als iemand mij zegt fan te zijn van Bomans, denk ik al onmiddellijk: “Dit is een mens met een groot gevoel voor humor”. Zo bezeten ben ik van zijn werk. Ben jij ook fan?

De brandmeester, een verzameling van de beste cursiefjes van Godfried Bomans

Van migrant naar “sir” Cliff

De biografie van mijn jeugdidool

Ik heb de uitdaging van Hilde Vandebroek geaccepteerd: het tonen van 10 boeken die ik leuk vind (1 per dag) op facebook. Ik mag geen uitleg geven en geen kritiek, alleen de kaft tonen. Maar aan mijn boeken zitten zoveel verhalen vast, dat ik ze graag deel via mijn blog. Voor de tweede dag op rij, stel ik een biografie voor. Vandaag is het die van mijn jeugdidool Cliff Richard.

1973

Ik herinner mij nog als gisteren het Eurovisiesongfestival van 1973. Ik was dertien, kreeg nog geen Engelse les en was nog nooit verliefd geweest. De knapste man die ik ooit zag, zong voor het Verenigd Koninkrijk. Hij won niet. Hij werd derde. Toch was ik heel blij dat hij in de hitparades hoger stond dan de Franse winnares Anne-Marie David. Op de Nederlandse televisie presenteerde Ad Visser TOPPOP, een wekelijks muziekprogramma. Hoe hoger Cliff Richard stond in de ranking, hoe groter de kans dat hij op tv kwam. Het lied ‘Power to all our friends” en Cliff Richard zelf, zorgden voor het eerste pingpongspel van mijn hormonen. Hij had, heeft een prachtige stem, hij heeft iets exotisch met zijn donkerbruine ogen en zijn danspasjes vond ik toen mooi. Ik was op slag verliefd voor de eerste keer in mijn leven. Gelukkig zat er een grote poster in het muziekblaadje dat ik met mijn zakgeld kocht. Willy Sommers vloog in de vuilbak, Cliff Richard hing nu aan de muur van mijn slaapkamer.

2003

Mijn zoon ging met mij, onder veel voorwaarden, mee naar de generale repetitie van een optreden van Cliff Richard met Helmut Lotti op de Grote Markt in Brussel. Daar moest ik vaststellen dat er meer beweging in Cliffs heupen zat dan in het hele lijf van de 29 jaar jongere Lotti. Ik was te laat voor kaarten van het echte optreden maar was blij mijn jeugdidool eindelijk “in het echt” te zien.

2014 Een glorie- en een rampenjaar

In 2012 hoorde ik plots veel muziek van Cliff Richard op de radio.  Ik vreesde het ergste maar neen, hij kwam nog eens naar Brussel in Paleis 12. Nu had ik wel kaarten. Ik genoot oprecht van het optreden. Dat zelfde jaar stortte mijn wereld in toen mijn man mij tijdens een etentje voor onze trouwverjaardag op 14 augustus vertelde dat mijn idool aangeklaagd werd voor kindermisbruik. Als trouwe fan heb ik dit nooit geloofd en ik volgde de onderzoeken op de voet, onder andere via facebook. Eerder dat jaar las ik zijn biografie. Ik wou meer weten over een 74-jarige die enthousiast zong en danste op een podium en ik beloofde mezelf om dat op die leeftijd ook nog te doen.

My life, my way

De biografie dateert van 2009, hij was toen 69 en 50 jaar zanger. Het boek  is één lang interview met antwoorden op de vragen over hoe hij is als mens en artiest. Hoe hij zoveel succes kreeg en dat bleef houden. Het hoofdstuk over de armoede in zijn jeugd en zijn geloof vond ik treffend en heel eerlijk. De biografe en journaliste  Penny Junor weet de juiste vragen te stellen. Het boek geeft zelfs het gevoel dat Cliff door de vragen nog sterker tot nadenken werd gezet, wat het levensverhaal net verder uitdiepte tot die finesses die mij echt boeien. Ik wil achter alles de mens leren kennen. Samen met zijn ouders moest het gezin bij de onafhankelijkheid in 1948 India verlaten voor het koude Engeland. Hij was als jonge zanger de enige kostwinner voor een vaderloos gezin. Daarom koesterde hij heel hard zijn carrière en was het geen optie om als tieneridool een relatie aan te gaan. Hij heeft het ook over de vele goede doelen waar hij zich voor engageert en spreekt open over zijn geloof en hoe dat zijn leven veranderde. Daar werd meewarig over gedaan, terwijl de Beatles op dat moment mediteerden in India, wat wel aanvaard werd. Het is een verhaal waarbij de held van arme migrant een “sir” werd. Hij was de eerste rockster die koningin Elisabeth ridderde. Zij was duidelijk ook een fan.

Ik lees graag biografieën omdat ik hoop daarmee de mens echt te leren kennen. Dit boek leerde mij dat mijn idool een schoon mens is, van binnen en van buiten. Soms lees ik een interview en denk ik: “Dit had ik graag zelf afgenomen.” Kijk dit was er zo een, niet omwille van de man maar omwille van het doorvragen op momenten dat andere journalisten al aan het schrijven zijn.

Dit jaar wordt hij 80. Hij geeft verschillende optredens maar ik denk niet dat ik het Kanaal ga oversteken. Hoewel…wie weet. Is er iemand kandidaat om mij te vergezellen?

Biografie van mijn jeugdidool Cliff Richard

Toon mij jouw boekenkast en ik ken je

Een uitdaging

Vandaag heb ik de uitdaging van Hilde Vandebroek geaccepteerd: het tonen van 10 boeken die ik leuk vind (1 per dag). Geen uitleg, geen kritiek, alleen de kaft tonen.
Elke dag vraag ik een andere persoon om de uitdaging aan te gaan en zo boeken te promoten.

Ik daag als eerste mijn nichtje Charlotte uit. Zij is een echte boekenwurm. Via haar boeken wil ik haar en later de 9 andere facebookvrienden die ik ga uitdagen, beter leren kennen via hun boeken. Ik wil ook heel graag weten wat elke boeken mij en mijn vrienden binden.

Ik mag geen uitleg geven bij de boeken op facebook, maar mag ik dat ook niet op mijn blog? Mijn paradijsje, mijn plekje, mijn vrijheid, de plaats waar ik alleen bepaal wat ik schrijf? Ik breek geen potten door het wel te doen. Ik neem het risico.

Born a crime van Trevor Noah

Nederlandse vertaling: Kleurenblind

Mijn eerste boek is het verhaal van Trevor Noah. Ik leerde hem kennen als komiek via een optreden in Live at the Apollo en ik was onmiddellijk verkocht. Het grappige aan hem is dat hij steeds vertrekt vanuit concrete situaties; zijn leven, de geschiedenis, de actualiteit. Van daaruit bouwt hij een goed en grappig verhaal op waarin hij de luisteraar een spiegel voorhoudt. Ik kan iedereen aanraden om eens een namiddag te kijken naar optredens van hem op youtube. Op NETFLIX staan twee reportages over hem: Sun of Patricia en Trevor Noah, Afraid of the dark.

Zijn leven loopt, net als bij iedereen maar bij hem heel expliciet, door zijn werk. Hij is de zoon van een Zwitserse blanke vader en een zwarte Zuid-Afrikaanse moeder. Hij werd dus als kleurling geboren ten tijde van APARTHEID en dat was een misdaad. Zijn hele leven had één miserieverhaal kunnen zijn. Niet dus, of enkel tijdelijk. Het voornaamste dat hij van zijn moeder leerde was iets los te laten als het voorbij was/is. Dat zorgt er voor dat hij beschouwend kan praten en schrijven over wat hij meemaakte en hij geen wrokkig of angstig mens werd maar een wereldster met een boodschap die de hele wereld bereikt. Hij blijft altijd zichzelf of zo lijkt het toch.

Momenteel presenteert hij “The daily show”, een satirische, democratisch actualiteitsprogramma dat bij ons te zien is op Comedy Chanel. Hij speelt daar op een merkwaardige en spitse manier in op de actualiteit van zijn gastland, Amerika, waar hij nu woont. Hij presenteert alsof hij nog nooit iets anders deed en hij straalt eenvoud en eerlijkheid uit. Hij blijft de ‘slimme jongen’ uit Zuid-Afrika die het aan de grote wereld mag komen vertellen omdat hij humor zijn verpakking is. Toch is wat hij zegt ernstig en hij zet aan tot denken. Hij zet mij aan het denken. Trevor Noah opende zijn eerste Daily Show met de volgende woorden: “Toen hij in het stoffige Zuid-Afrika woonde, waren er twee dingen die ik me nooit had kunnen voorstellen; een indoor toilet en gastheer mogen zijn van een dagelijkse show in Amerika”. Een betere intro bestaat er niet. Zijn leven, zijn werk, zijn dankbaarheid, zijn humor zaten vervat in één zin.

In 2016 trokken mijn vriendin en ik naar Antwerpen voor een optreden. Een avond om nooit te vergeten. En er is meer goed nieuws, op zondag 5 april komt hij naar Vorst en wij, mijn jongste dochter en ik, zullen er bij zijn.

Het boek ‘Born a crime’ is een cadeautje van mijn dochter Rein toen zij nog in Boston woonde. Toen was er nog geen Nederlandse vertaling. Ik lees het boek in het Engels en ook dat heeft voordelen. Ik lees trager, doe moeite om alles te begrijpen en ga daardoor dieper in op de tekst. De auteur vertelt het grote verhaal in verschillende kortere verhalen die allemaal pareltjes zijn. Dat laat mij toe om het boek af en toe eens te laten liggen, een verhaaltje te herlezen of een nieuw te lezen.

Het boek, zijn optreden en ‘The Daily Show’ en zijn voorstellingen zijn voor mij het grootste bewijs dat intelligentie en humor samen gaan. Vergevingsgezindheid, doorzetting, positiviteit en eenvoud leiden tot respect en een fantastisch leven. Zo stel ik me zijn huidig leven en job voor.

Op naar dag 2 en een nieuw boek.

Maak dat de kat wijs!

Wat kan ik leren van Poes?

“Na reflectie en zelfanalyse kom je ertoe om eigenschappen te detecteren die een ander wel heeft en jij niet. En als je die eigenschappen wil, omdat ze jouw leven een pak gelukkiger en eenvoudiger kunnen maken, moet je ze bij die iemand gaan leren.” Dat zei de coach-begeleider. Of we zo iemand in gedachten hadden? Ik moest er echt niet lang over nadenken. “Mijn poes”, zei ik.

Het lukt mij vaak niet om in alle rust een taak af te werken. Ik geraak verstrikt in de veelheid van taken, hou veel rekening met anderen en verhoog de druk daardoor nodeloos. Ik laat mij overdonderen door berichten en mails, geraak in tijdsnood en geraak daardoor gestresseerd. Ik probeer soms verschillende taken te combineren, waardoor ik het noorden kwijt geraak en eigenlijk niets meer goed doe. Ik durf soms onvoldoende tijd te nemen voor mezelf en ik blijf dan vermoeid rondlopen. Dit alles heeft een enorme invloed op mijn humeur en dat beïnvloedt het humeur en gedrag van mijn omgeving. Ik trek te weinig tijd uit voor mijn dagelijkse yoga-oefeningen, neem te weinig tijd om eens naar de schoonheidsspecialiste te gaan en naar de kapper ga ik op een gestolen moment. Ik verwaarloos de dingen die ik graag doe zoals boeken lezen en een komische film bekijken omdat ik denk dat er nuttiger zaken zijn dan niets doen, mijn hoofd leeg maken, gedachten op een rij zetten, mentale rust creëren. En dan is er dat misverstand dat ik denk dat anderen iets van mij verwachten en daardoor doe wat ik denk dat zij van mij verwachten, terwijl ik eigenlijk niet weet of zij wel iets van mij verwachten. En dan blijkt dat ik dingen doe om anderen te plezieren die ze niet eens verlangden.

Poes is mijn grote voorbeeld

Wie doet elke dag op een rustige, stressloze en daardoor perfecte manier de dingen zoals ik ze zou willen doen? Zoals ik al aangaf, de POES. Zijn naam is Poes. Hij concentreert zich altijd op één ding. Als hij eet, doet hij niets anders. Heeft hij zin om naar buiten te gaan, dan krabt hij aan de deur of op het raam tot wij zo geënerveerd geraken, dat we de deur voor hem openen. Hij vraagt niemand of het goed is om naar buiten te gaan, hij doet het gewoon. Zelden zag ik onze poes in stress en als hij die al mag ervaren door te veel volk rondom zich, dan gaat hij een rustig plaatsje zoeken om verder te doen waarmee hij bezig was. Meestal is dat rusten of gewoon slapen. Hij neemt zeeën van tijd voor zichzelf, doet meerdere keren per dag yoga- en andere stretchoefeningen voor de goede bloed- en energiedoorstroming, om zijn organen voldoende zuurstof te geven, om beter en zonder kwaaltjes zijn luie leven verder te kunnen zetten. Natuurlijk wens ik hem ook een lang en gezond leven toe. Zijn rust straalt op ons af terwijl wij thuis werken in zijn bijzijn of als hij op onze schoot ligt te slapen tijdens ons televisiemoment ’s avonds. Uren likt hij zichzelf tot hij proper en fris voor de dag komt. Zijn nuttigste zaken zijn zorgen voor zichzelf en onrechtstreeks voor ons. En wij zien hem graag, terwijl hij geen enkele moeite doet om ons te pleasen. Hij is er met al zijn rust en dat maakt ons en enkele buren van ons, heel gelukkig. We kennen zijn eigenzinnigheid en we houden rekening met hem.

Niet altijd, maar soms. Niet alle, maar enkele eigenschappen

Ik aarzel want sommige eigenschappen van mijn kat lijken mij, als mens, redelijk egoïstisch. ‘Je moet ook niet alle eigenschappen overnemen’, zegt de coach-begeleider, “enkel diegene die jou kunnen dienen om beter en sterker in het leven te staan”.

En ze heeft gelijk. Dit kalm en rustig dier, wordt een tijger als die kleine zwarte kat, zijn aartsvijand, zijn territorium schaadt. Dan hebben zijn mindfull – talenten geen invloed meer op zijn gedrag. Hij loopt binnen en buiten, loopt jankend door het huis van raam tot raam, houdt ’s nachts iedereen wakker met zijn kattengejank. Hij geeft niet op, wilskracht zou ik van hem ook kunnen leren. Als we hem dan, om onszelf wat nachtrust te gunnen toch de deur wijzen, gebeurt het dat hij bebloed naar huis komt. Nadien ligt hij twee volle dagen in de sofa en likt zijn eigen wonden.

Zijn agressief, a-sociaal en territoriaal gedrag wil ik dan liever niet overnemen. Ik vecht niet, nooit. En als ik mag kiezen voor mijn gelijk of mijn geluk, dan weet ik het wel. Maar hoe maak je dat je kat wijs? 

Mijn grote voorbeeld voor enkele eigenschappen

D/t fout? Shame on you!

Soms heb ik het gevoel dat alles om me heen om één onderwerp draait. Herken je dat gevoel? Laatste liet de d/t-fout zich opmerken.

Ik was niet het kindje dat haar schriften netjes inleverde, een heel mooi handschrift had en elk woord zorgvuldig -wat een woord- nakeek op fouten. Ik denk zelfs dat spellingregels voor een groot deel aan mij voorbij zijn gegaan wegens te detaillistisch, muggenzifterij en meer gefocust zijn op inhouden dan op details als schrijven zonder fouten. Toen één van de kinderen mij vroeg om de thesis eens na te lezen op zinsconstructies en spellingfouten, gaf die mij een dergelijke uitleg. Ik besefte dat de appel niet ver van de boom viel. Zo dacht ik ook als tiener.

Spelling was echt niet mijn ding. Af en toe nam ik in mijn humanioratijd die regels nog eens ter hand om de schade te beperken toen een leraar plots punten aftrok voor spellingfouten. Maar het grote verdict kwam er na het ingangsexamen van de lerarenopleiding. Ik mocht beginnen maar kreeg toch een opmerking over mijn spelling. Die moest ik bijspijkeren. De jaren dat ik in het zesde leerjaar les gaf, waren dus een zegen voor mijn spellingbewustzijn.

Omdat het mij ergerde dat veel leermethoden veel te moeilijke heuristieken gebruiken om de leerlingen correcte spelling te leren, schreef ik mijn eindwerk in de opleiding remedial teacher over “De rol van het geheugen en het metacognitief bewustzijn bij spelling”. Dat is een hele klepper om te zeggen dat ik eigenlijk op zoek ben gegaan naar de eenvoudigste logica bij spelling. Tevens zocht ik naar methodieken om kinderen op de meest eenvoudige manier door de Nederlandse spelling te loodsen zonder frustratie, zonder angst, alsof het de leukste bezigheid ter wereld is. Ik kreeg ook de kans om oefenbundels en dictees te schrijven voor de selecties en de finale van het Groot Dictee der Nederlandse Taal van het Davidsfonds. Door voor anderen te werken, schaafde ik mezelf bij.

Na zoveel oefenkansen gebeurt het nog wel eens dat ik een foutje schrijf. En dan schaam ik mij diep, eerlijk waar. Zo ontdekte ik een d/t fout in een chatbericht. Ik schreef Nieuwpoord in de plaats van Nieuwpoort. Het bericht was vertrokken voor ik het zag. Natuurlijk heb ik onmiddellijk mijn verontschuldigingen gestuurd. Dit is een schrijffout en deze is minder erg dan die andere dt/fout die ik mocht ontdekken in een online document. Dat was een werkwoordfout, een echte spellingfout. Als je 50-plus bent als ik, heb je al veel moeten leren en afleren, van leren typen op een typmachine over de computer naar wie weet wat er nog komt. Van teksten die verstuurd werden met de post om te redigeren, over de mail, tot nu. Nu werken we online in dezelfde tekst. Ik schreef een tekst op een platform en werd wat kregelig. Een vreemde pen mengde zich in mijn tekst. Het voelde als een inbreuk op mijn territorium. Doordat de andere met een ander lettertype aanvulde, werd dit enigszins vergoelijkt. Een eigen territoriumafbakening binnen mijn territorium. Tot ik plots een dt-fout zag; wordt je?! Hoe ga je daar qua online-etiquette mee om? Ik verbeterde discreet om alle verdenking van mij af te werpen. Schond ik de online-etiquette door in een ander zijn territorium een fout te verbeteren?

Ik weet niet zo goed wat de moraal van mijn verhaal is. Dat ik gevoelig ben aan mensen die in mijn onafgewerkte tekst werken? Dat ik er gevoelig aan ben dat ze er een dt/fout achter laten? Dat ik nog steeds de schaamte ken uit mijn kindertijd toen mijn schrift vol rood stond? Of gewoon dat spelling niet zo moeilijk is, als jet het eenvoudig uitlegt.

Laat het mij gewoon hierbij houden, correct schrijven zit heel diep in onze cultuur en iedereen kan er zich schuldig aan maken. Het is relatief en niets in vergelijking met de honger in de wereld. Tot je een crush hebt op een taalpuritein die jouw dt-fouten niet langer aankan of je de job van je leven moet missen omdat er drie dt/fouten in je sollicitatiebrief staan. Dan heb je pech natuurlijk.

Er was een tijd dat omalu, zo noemen de kleinkinderen mij, alles alleen moest schrijven en ze mocht geen enkele fout maken want er was geen knop om de fout te verbeteren.

De verdwijning van de Rechtvaardige Rechters

Schrik niet, ik weet meer over het verdwenen paneel “De Rechtvaardige rechters” en ik ga het jullie vertellen in deze blog.

2020 is het jaar van Van Eyck in Gent en voor die gelegenheid werd het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck gerestaureerd. Het werk, het wereldberoemde drieluik “De aanbidding van het Lam Gods” zette de Europese kunstgeschiedenis in 1432 op zijn kop. Vandaag is het één van de invloedrijkste schilderijen ooit. De schilders schilderden het werk in Gent. Het meesterwerk hangt terug in de Sint-Baafskathedraal en we mogen het geweten hebben want de ogen van het “Lam Gods” hebben ons al via verschillende media fel staan beloeren. Het werkt hangt er terug maar het hangt er niet VOLLEDIG. Het paneel “De rechtvaardige Rechters” hangt er niet.

Vandaag mochten burgemeester Mathias De Clercq, kanunnik Ludo Collin, rector Sint-Baafs, en Hélène Dubois, hoofd restauratie Lam Gods tekst en uitleg in de Zevende Dag. Boeiend hoe de burgemeester het schilderij als een verbinding tussen alle mensen ziet. Op het einde van het gesprek vroeg Lisbeth Imbo of er een verrassing aan kwam in verband met het verdwenen paneel. Niemand wist ergens van, of deed alsof maar de kanunnik zei letterlijk: “Ik weet misschien iets meer.” Toen de presentator doorvroeg, begon de man gegeneerd rond de pot te draaien. En dat viel mij heel sterk op want IK WEET MISSCHIEN iets meer!

Mijn verhaal begint in de paasperiode in 2018. Mijn vriendin en ik verkenden Firenze in de paassfeer. Vrouwen onder elkaar denken pratend en praten denkend. Plots, in een stille straat wenkt een man ons en hij zegt lachend dat er ook in Firenze mensen zijn die Nederlands begrijpen.

De vriendelijke man trakteerde zichzelf en ons op zijn dagelijkse espresso. Hij had ons een verhaal te vertellen en hij begon met de vraag: “Ken je mij. Ik was de primeur van het journaal op VRT op 28 maart 2014?” Wat een perfecte openingszin, onze aandacht was gewekt.

De man is Paul De Ridder. Hij was recent als verteller – onderzoeker – presentator te zien in Bruzz, het zaterdagmiddagprogramma op één over Brussel. Hij bracht er verschillende weken een prachtige reportage over het leven van Bruegel. Dr. Paul De Ridder studeerde geschiedenis en is Doctor in de Middeleeuwse Geschiedenis. Hij was Hoofdconservator van de Koninklijke Bibliotheek te Brussel. Via zijn werk, zo vertelde hij, maakte hij kennis met Prof. Dr. Robert Senelle, grondwetspecialist. Deze vertelde Paul De Ridder dat hij sinds 1968 poogde om het, sedert 1934, verdwenen paneel van de “Rechtvaardige Rechters” terug te laten keren naar de Gentse Sint-Baafskathedraal. En vanaf 2009 stond De Ridder zijn vriend bij in zijn zoektocht maar Robert Senelle stierf in 2013.  

Het verhaal van de Rechtvaardige Rechters van Prof. Senelle en Dr. Paul De Ridder is een heel ander verhaal dan al wat we al hoorden over de verdwijning. In de nacht van 10 op 11 april 1934 verdwenen uit de Joos Vijdkapel van de Gentse Sint-Baafskathedraal twee panelen van het wereldberoemde altaarstuk van het “Lam Gods”. Eén van deze panelen, Sint-Jan de Doper, werd na onderhandelingen met de “afperser” op 29 mei 1934 teruggegeven. Op 25 november 1934 overleed de Wetterse wisselagent Arsene Goedertier en hij werd aangewezen als de dief. Het paneel “De Rechtvaardige Rechters” blijft spoorloos. Er werd zelfs niet te hard naar gezocht tot de Duitse “Oberleutnant” Koehn tijdens de Tweede Wereldoorlog ijverig op zoek ging naar dit kunstwerk. Hij voerde als eerste een grondig onderzoek.

Het verhaal dat wij hoorden op het zonnige terras in Firenze is een verhaal van chantage, zoeken naar een gemakkelijk slachtoffer, omdat hij stierf, van misbruik van vertrouwen, spelen met geld van onschuldige slachtoffers, verdoezeling van bewijslast, mensen die weggepromoveerd werden, een paneel dat terug gevonden werd en dan weer niet, over de restauratie van het paneel in de jaren 60. Het is een verhaal van mensen die zwijgen om het verleden, zichzelf, maatschappelijke en politieke organisaties en families niet te schaden.

Is je interesse gewekt? Dr. De Ridder heeft een website waarop hij alles haarfijn uitlegt; www.paulderidderrechtvaardigerechters.com. Het was voor ons een middag waarop we dankbaar waren om zoveel boeiende informatie die heel plausibel lijkt. Paul De Ridder is een boeiende en fantastische verteller maar ik laat jullie het verhaal liever zelf lezen.

Terug thuis wou ik er ook meer over weten. Het plaatselijk Davidsfonds gaf een lezing over de verdwijning van en de zoektocht naar het paneel. Voor de man die zich gespecialiseerd had in het onderwerp was Arsene Goedertier terug een ordinaire dief, terwijl hij in het verhaal van Paul De Ridder een Robin Hood was, die het paneel als chantage gebruikte om “bestolen mensen” hun geld terug te geven.

Ik kon het niet laten en vertelde de spreker en de toehoorders verhaal dat ik in Firenze hoorde. Plots zei de spreker: “Misschien gaan ze het verdwenen paneel terug geven in 2020, het Van Eyckjaar in Gent.

Kijk, daar moest ik deze morgen aan denken toen ik naar de Zevende Dag keek. Het is 2020, laat dat paneel nu maar komen. Dank je wel, Paul De Ridder, voor de heerlijke koffies, de zeer interessante informatie en ik hoop echt dat jullie het bij het rechte eind hebben. Het is een prachtig verhaal, een verhaal van maatschappelijke verantwoordelijkheid.

De deken van de Sint-Baafskathedraal zei dat de indringende ogen van het Lam hem aanzetten om al zijn wereldlijke goederen achter te laten. Misschien zetten de ogen ook aan om het paneel vrij te geven.  

2020 Van Eyckjaar in Gent