Over oorlog, pesten en mensen die toch deugen

maten makkers

De meeste mensen deugen. Toch doen ze slechte dingen omdat ze denken dat ze goed doen. Dat is de voorlopige conclusie van Rutger Bregman in het boek “De meeste mensen deugen” en ik las al 11 hoofdstukken van de 17!

Soldaten willen niet doden

Wat een schat aan rijke inzichten krijgen we door het boek. Neem nu de onderzochte info over soldaten. Uit onderzoek uit beide wereldoorlogen blijkt dat soldaten 95% van de tijd in de loopgraven niet schoten. Ze hielden zich bezig. Anderen schoten net boven het hoofd van de vijand om hem zeker niet te raken. De meeste mensen willen niet doden. De auteur analyseerde de studies van de meest gruwelijke zaken die gebeurden in de vorige eeuw, de vechtlust van de Duitse soldaten en de holocaust. Duitse soldaten vochten 50% meer en beter dan alle andere soldaten van de geallieerden. Uit gesprekken met Duitse krijgsgevangenen bleek niet dat ze vochten tegen de Joden, voor een ideologie noch voor het vaderland. Ze vochten voor elkaar, ze vochten voor de vriendschap. Ze vochten voor hun maten. Dat hadden de Duitse bevelhebbers goed gezien. Als er vriendschap is onder de soldaten, vechten ze voor elkaar. Soldaten weigerden promoties omdat ze hun makkers niet in de steek wilden laten, ze vochten om hun makkers te verdedigen tegen de vijand. Vriendschap heeft ook nadelen, als je voor je vrienden bent, ben je tegen de anderen.

Kleuters maken groepen als de omgeving er om vraagt

Mensen willen goed doen maar soms nodigt de omgeving uit om een kamp te kiezen en daar gaan we dan op in. Onderzoekers gaven een groep kleuters blauwe en rode T-shirts. Er werd niets gezegd, geen uitleg, gewoon twee kleuren van T-shirts. Na een tijdje gingen de kleuters effectief twee groepen vormen, per kleur. Ze zetten zich ook effectief tegen elkaar af en beslisten dat de andere kleur niet meer mocht meespelen.

Leerlingen deugen

En hoe zit het dan in klassen? Ik voel al lang ergernis bij de goede bedoelingen van leraren om kinderen op te splitsen in niveaugroepen. Je leest goed, goede bedoelingen want er zijn voordelen aan kunnen leren op eigen niveau. Maar wat met de nadelen? Mijn ergernis richt zich vooral op klassen/scholen waar leerlingen in een vaste niveaugroep zitten. Leerlingen horen bij de A-groep omdat ze een kei in wiskunde zijn, bij de B-groep omdat ze middelmatig scoren en bij de C-groep omdat ze uitleg nodig hebben of andere, eenvoudiger oefeningen maken. Het is een hele eer voor de ouders dat je kind voor alles bij de A-groep zit en die A – leerlingen zijn daar ook wel best fier op. Maar is dat ook het beste voor het kind, voor de klas, voor zijn/haar sociaal leven? In sommige klassen splitsen leerkrachten leerlingen op in leeuwen, tijgers en bongo’s of andere dieren om het stigma van sterk en zwak te voorkomen. In gesprekken met de leerlingen horen we toch steevast spreken over ‘de sterke en de zwakke voor wiskunde’. Kinderen hebben dat door, natuurlijk.

Het boek ‘De meeste mensen deugen’ levert mij nogmaals het bewijs aan dat het geen voordeel is voor een kind, een kleuter of een leerling om lang in een vaste groep te zitten. Vaste groepen zetten zich af tegen elkaar af. De mensen deugen maar de organisatie van mensen zorgt er voor dat mensen zich tegen elkaar afzetten.

En hoe gaan we dat dan oplossen?

Dat vaste niveaugroepen in klassen nefast zijn, daar heeft de auteur het niet over, dat concludeer ik. Moeten kinderen hun talenten onder de korenmaat steken? In geen geval. Er zijn andere manieren om samen tot leren te komen in een klas. Vriendschap! Vriendschap zorgde ervoor dat Duitse soldaten hun leven gaven in een zinloze strijd. Duitse officieren zorgden er bewust voor dat er tijd was voor de nieuwe soldaten om elkaar beter te leren kennen, om gelijkenissen te vinden, vriendschap te sluiten, veiligheid bij elkaar te ervaren. Door meer aandacht te geven aan de vriendschap; elkaar leren kennen, samen-activiteiten doen, positieve eigenschappen in elkaar naar boven halen, samen spelen, kunnen leerlingen ook komen tot het belangrijkste binnen onderwijs, samen tot ontwikkeling komen, samen graag leren, samen goeie resultaten boeken.
Vrienden laten elkaar niet in de steek. Een klasgenoot die een oefening niet begrijpt, laat je ook niet in de steek, je legt hem die oefening met plezier uit. En ieder heeft een talent waar je een ander mee van dienst kan zijn. Vriendschap is veel meer dan samen spelen, het is ook elkaars talenten en vaardigheden waarderen, inzichten delen en elkaar helpen waar hulp nodig is. Aandacht geven aan de vriendschap is heel veel tijd en geluk winnen.

Gij kunt da niet!

Ik zat achteraan de klas en een vlijtige leerkracht las na de les voor welke leerlingen alleen moesten werken zonder materiaal, welke met materiaal en welke aan haar tafel moesten zitten voor een her-instructie. ‘Juf, ik kan dat’, riep een jongen, ‘mag ik alleen werken?’ ‘Gij kunt da niet!’ antwoordde de juf die heel haar voorbereiding in duigen zag vallen. Mijn hart brak want het was echt geen moeilijke les. Het waren oefeningen die iedereen moest kunnen oplossen, na de degelijke instructie die de klas kreeg. De juf had niets dan goeie bedoelingen maar …

Er is niets fout om leerlingen oefeningen te geven volgens hun eigen niveau maar betrek hen bij dit proces. Leerkrachten, wacht ten minste tot na de les om na te gaan wie alleen verder kan en wie hulp nodig heeft. En vooral, beslis dat niet alleen, vraag het de leerlingen. De meeste leerlingen deugen en geven dat in alle eerlijkheid toe. Wie de oefening alleen kan maken, die maakt ze alleen, wie liever met twee werkt, zoekt een makker en ze helpen elkaar en wie hulp van de leraar nodig heeft, kan die vragen. Fouten maken mag dus uitleg vragen zeker.
“En als ze dan denken dat ze het kunnen en ze er niets van bakken?” vraagt een bezorgde leerkracht, goed bedoeld. Dan vragen ze het toch aan elkaar, het zijn immers vrienden en vrienden doen dat graag voor elkaar. De sfeer en de energie in de klas is op slag anders.

Week tegen pesten

In afwachting van de week van de vriendschap, is 14 tot 21 februari 2020 nog steeds de week tegen pesten.
Samen zingen brengt mensen samen, de move tegen pesten heeft zijn waarde maar vriendschap staat daar volledig boven. Vriendschap is de basis voor betere resultaten en gelukkiger leerlingen en leerkrachten.

Rutger-Bregman-De-meeste-mensen-deugen-195x300

Preventie van dementie

Op de laatste dag van mijn 10-daagse boekenvoorstelling via facebook, koos ik een thriller waarin een dementerende vrouw de hoofdrol speelt, zij is de ik-figuur.

dementie

Het boek ‘Elisabeth is zoek’ kocht ik impulsief maar het kreeg gaandeweg een enorme waarde voor mij, vooral omdat ik de ziekte, dementie, van dichtbij moest meemaken en ik veel herken. Het is uiteindelijk een moordverhaal maar over dat deel van het verhaal gaat deze blog niet. Al moet ik toegeven dat het hele verhaal goed opgebouwd is, zeker voor een jonge, debuterende schrijfster.

Het verhaal

De oude dame, Maud, is vergeetachtig. Ze maakt een kop thee en vergeet te drinken. Ze gaat naar winkels en vergeet waarom. Soms is haar huis onherkenbaar of is haar dochter een vreemde. Haar wereld wordt steeds chaotischer en zij dreigt de controle te verliezen. Ze vergeet woorden of past ze aan, een stoel is een ‘zitding’ en sneeuw ‘wit zand’. Ze klaagt tegen haar dochter over de werkster, terwijl zij het was die poetste. Maud houdt wel hardnekkig vol dat Elisabeth, haar vriendin verdwenen is. Ze weet het zeker want het staat op een briefje in haar zak. In haar onafgebroken zoektocht nemen de mensen, politie, buren, haar dochter, de zoon van Elisabeth haar niet meer serieus. Dochter Helen verliest haar geduld, als ze niet tot haar moeder kan doordringen. Maud heeft eerder te maken gehad met een verdwijning. En ergens in haar beschadigde geest ligt het antwoord op een onopgelost zeventig jaar oud mysterie.

Lijstjes en tientallen keren dezelfde vragen

In het boek herken ik dwangmatigheden die ik dagelijks moet ervaren bij iemand die mij heel dierbaar is. Ik zie haar constant lijstjes maken. Haar dokter vertelde haar dat ze alles moet opschrijven en dat doet ze. Soms lukt dat, soms geraken de blaadjes door elkaar. Dat sorteert ze en stelt ze vragen tot ze alles weer begrijpt. Haar nieuwe pantoffels draagt ze niet, ze weet niet dat die van haar zijn. Telkens je iets vertelt, stelt ze bijkomende vragen, altijd dezelfde. En dan bij een nieuw bezoek, klinkt ze terug heel helder en hebben we hoop dat het terug zal beteren. Maar niets is nog blijvend. Toch weet ze de routinehandelingen nog heel goed uit te voeren, gelukkig.

Waar is mijn moeder?

Mensen die dementerend zijn, zijn vaak iets of iemand kwijt. Op een dag belde mijn dementerende vader mij om te vragen waar zijn moeder was. Ik antwoordde dat zij al jaren dood was. ‘En jij durft dat zomaar te zeggen?’ Hij sloeg de telefoon dicht. Ik heb heel veel spijt van mijn gebrek aan tact. Zijn realiteit op dat moment was een kind dat zijn moeder zocht. Nu ben ik geduldiger en blijf ik de vragen beantwoorden, steeds diezelfde, steeds opnieuw.
Het boek geeft redelijk goed weer wat er in het geheugen gebeurt: recente gebeurtenissen worden niet onthouden, terwijl het verre verleden vaak helder is. In het boek beseft Maud dat haar gedachten verward zijn. Ze beseft pijnlijk dat mensen haar niet serieus nemen en haar afwimpelen. Als lezer voel je de frustratie en de eenzaamheid van Maud en je krijgt een idee over hoe het moet zijn om verdwaald te zijn in je geest.

En wat zeggen Deepak Chopra en Rudolph Tanzi?

Dementie en de ziekte van Alzheimer komen frequent voor in mijn familieverhaal. Enkele jaren geleden las ik ‘Superbrein’ van Deepak Chopra en Rudolph E.Tanzi. Deze laatste is neuroloog aan Harvard Medical School en wereldberoemd door zijn baanbrekend onderzoek naar de oorzaak van de ziekte. Uiteindelijk zijn er nog geen oorzaken noch oplossingen gekend waar iedereen het eens mee is. Toch biedt het boek een hoopvolle kijk op de ziekte.
Het boek bekijkt het brein vanuit een breder perspectief en de auteurs stellen zich de vraag of er ook een leefstijlcomponent aan de ziekte is. Met andere woorden, kan onze manier van leven preventief werken om dementie te voorkomen? Dat is een vraag die ze niet met wetenschappelijke zekerheid kunnen beantwoorden maar iets waar beide auteurs rekening mee houden. Ze zeggen niet dat dementie het gevolg is van een slechte levensstijl. In de meeste gevallen is deze ziekte het gevolg van de combinatie van dysfunctionele genen en de leefstijl.

De top 5 van preventieve acties

De auteurs geloven dat wat goed is voor de geest, goed is voor het geheugen. Het brein beschouwen ze als een vloeiend proces en niet als een object. Denken en voelen zijn eveneens vloeiende processen. Daarom raden ze aan om positieve leefstijlveranderingen op het gebied van voeding, lichaamsbeweging, stress, meditatie toe te passen. Om tot dat besluit te komen, werden al verschillende onderzoeken gedaan op muizen.

De top 5 om Alzheimer te slim af te zijn:
1. Twee keer per week intensief sporten.
2. Voedsel dat goed is voor het hart, is goed is voor de hersenen; een mediterraan dieet, veel onbewerkte olijfolie, beperkt wijn en pure chocolade en een beperking van calorieën.
3. Uw hersenen blijven trainen
4. Zorg voor sociale contacten want eenzaamheid is een enorme risicofactor.

Baat het niet, het schaadt niet en een gezonde levensstijl zal ons in afwachting zeker gelukkiger maken.

Onder Moeders Vleugels

Little Women

Een verhaal herontdekt

Little-Women_ps_1_jpg_sd-low_Copyright-2019-CTMG-Inc-All-Rights-Reserved-691x1024

Je kon er niet omheen, er was een boek verfilmd voor de toeveelste (een oud-Brakelse uitdrukking) keer. Toen ik de uitnodiging kreeg van de filmclub voor de film ‘Little Women’ kwam ik er achter. Het was de film over de zusjes Marsch. Welk meisje heeft het boek ‘Onder moeders vleugels’ niet gelezen? In mijn herinnering was ik nog heel jong, zat ik zelfs nog in de lagere school. Net daarom miste ik een aantal essentiële maatschappelijke zaken in het boek. Het is een verhaal uit de 19 de eeuw en het gaat over zelfstandige vrouwen die hun mannetje staan en dromen realiseren in een mannenwereld.
Maar nu komt er een nieuwe verfilming onder de oorspronkelijke titel van het boek en met een cast die ik wel graag aan het werk zie, waaronder de vrouw die alle rollen aankan, Meryl Streep. De film kreeg maar liefst 5 oscarnominaties maar verzilverde geen enkele.

Het verhaal

Vrouwelijker dan dit boek kan het niet. Het gaat over de zusjes Marsch, de lieftallige Meg, de kwetsbare Beth, de lichtelijk verwende Amy en natuurlijk de getalenteerde Jo, de schrijfster.
Het verhaal begint gedurende de Amerikaanse Burgeroorlog, 1861-65. Vader March is er al lange tijd niet, hij werkt in de oorlog. De meisjes hebben het niet breed maar maken het beste van elke dag. Ze doen veel aan liefdadigheid. Ze maken kennis met hun 16-jarige buurjongen Laurie, een wees die bij zijn opa woont. Dit groeit uit tot een hechte vriendschap. Mijnheer March is ernstig ziek en mevrouw March moet hem bezoeken in het hospitaal in Washington. Tante March is rijk en zij betaalt de reis. Jo, de genderneutrale afleiding van Josephine, betaalt mee voor de reis, ze knipt ze haar mooie lange haar af en verkoopt ze. In die tijd moest een vrouw met kort haar wel een soort feministe zijn. De rest van het verhaal staat in het boek maar zoals in elk goed vrouwenboek komt er nog een huwelijk. Veel leesgenot.

Louisa May Alcott (1832-1888)

Louisa May Alcott was een Amerikaans schrijfster. Haar boeken gaan over familierelaties en beogen het bevorderen van deugden zoals doorzettingsvermogen en onbaatzuchtigheid. De auteur kreeg les van haar vader maar ook van schrijvers die vrienden van de familie waren. Later werd ze naast feministe ook een abolitioniste, ze voerde actie tegen de slavernij. Little Women, haar bekendste boek, schreef ze in 1868. Jo, de hoofdrolspeler is geen echte ‘lady’. Ze houdt erg van boeken en hoopt om ooit een schrijfster te worden. Haar karakter is autobiografisch. Anderhalve eeuw na haar literaire geboorte inspireert Jo nog steeds talloze schrijfsters waaronder J.K. Rowling.

Met vriendinnen naar de film

Het verhaal is zoet, ouderwets en oprecht. In een tijd waarin we het eenvoudig leven hard promoten, denken we aan SISU en LAGOM, zet het tot nadenken. De meisjes zijn sympathiek en echt niet alleen braaf en gedwee. Wat ook fijn is, er is geen spoortje geweld of seks in te vinden. Noem het ouderwets, maar ik vind dat dus af en toe heel prettig.

Omdat ‘Little Women’ een film is om samen met vriendinnen of dochters te bekijken, ga ik dat ook doen. Samen genieten, weten dat alles goed eindigt en nadien bijpraten over heel andere dingen bij een wit wijntje. Meer moet dat niet zijn.

Over de zon, vuile vensters en Jane Austen

Dag 8 van de uitdaging om elke dag een ander boek voor te stellen. Vandaag koos ik ‘Pride and Prejudice vertaald als Trots en Vooroordeel’ van Jane Austen.
Het is Valentijn, welk ander en beter boek kan ik vandaag kiezen?

De zon en vuile vensters

Mijn week stond volledig in het teken van genezen van die hardnekkige keel- hoof- en oorpijn en tussendoor wat lezen. Dat laatste is het minst vermoeiende wat ik hier thuis kan doen. Naar buiten kon ik niet. Gelukkig komt de zon af en toe priemen tussen de regen- en stormbuien door, een heerlijk supplementje. Ze doet haar uiterste best. Het hele huis baadt in het licht. Ik las deze middag wat artikels in de zonovergoten veranda. Dat maakt mij gelukkig. Alleen… ik mag niet rondom mij kijken. Pasen is nog een eind weg, de vasten is nog niet begonnen, en de paaskuis dringt zich al op. De zon toont niet alleen haar stralen maar ook heel veel stof en vuile vensters. Ik hou mijn ogen op mijn scherm en mijn gedachten bij de zon. Even niet aan mijn vensters denken.

Helden

Deze week dacht ik intensief na over welke boeken/verhalen ik zou voorstellen tijdens de uitdaging. Het waren vooral boeken die heel dicht bij mij aansluiten, waar ik moed uit put, die mij aangrijpen en dat heeft toch vaak met iets heel persoonlijks te maken. Ik maak gebruik van het echte of het fictieve leven van anderen als inspiratiebron. Ik kies mijn helden en mijn helden helpen en ondersteunen mij. In hun verhalen vind ik mezelf en ze maken mijn leven minder saai. Verhalen hebben er deze week voor gezorgd dat het ziek-zijn minder saai was.

Jane Austen

Jane Austen schreef meer dan 200 jaar geleden over haar hoofdrolspeelster als ‘the heroine”. Mijn twee favorieten zijn Elizabeth Bennet in ‘Sense and sensibility’ en Anne Elliot in ‘Persuation’. Twee wijze vrouwen die gewacht hebben op de grote liefde, die tegenslag kenden en beloond werden met een huwelijksaanzoek van een mooie, lieve en rijke man. Het zijn twee verhalen die ons meenemen naar een tijd, lang geleden. Toch zijn ze zonder de franjes zo universeel dat we er ons nog kunnen aan spiegelen. De verhalen voelen heel dichtbij. En het leuke aan de verhalen van Jane Austen is dat ze uiteindelijk tot een goed einde leiden. In de tijd van Jane Austen was kunnen trouwen uit liefde al een droom, een groot geluk en deze droom van beide vrouwen kwam uit.
Nu meer dan 200 later is Elisabeth Bennet nog altijd een grote held voor veel vrouwen, ondanks alle emancipatiegolven. Op Valentijn mag dat, morgen staan we weer voor onze rechten.

Maar als het donker en grauw is buiten en het juist niet het moment is om de ramen te lappen omdat de zon er op schijnt, kunnen we beter een leuk verhaal lezen. Jane Austen haar boeken brengen de zon nog steeds in mijn hartje.
PP boek

De meeste mensen deugen, zeker zij die blozen

Dag 7 van de uitnodiging om elke dag een ander boek voor te stellen
Het boek van vandaag gaat over het positieve in de mens. ‘De meeste mensen deugen’ van Rutger Bregman heeft als ondertitel ‘een nieuwe geschiedenis van de mens’. Met een kop vol snot, een zere keel en oren die geen geluid aankunnen, lukt het me zelfs om geconcentreerd verder te lezen. Het boek voedt mijn geest en fleurt mij op. Het zet mijn hersenen aan het werk om bij alle wetenschappelijke onderzoeken die ik lees voorbeelden te vinden in mijn eigen leven. Ik las het boek nog niet volledig uit maar volgende ‘bewijzen’ wil ik nu al graag vertellen.
Chimpansees zijn sterker in het elkaar bedriegen dan mensen

Rutger-Bregman-De-meeste-mensen-deugen-195x300
De Italiaanse filosoof Niccolo Machiavelli schreef dat een heerser voortdurend moet liegen en bedriegen om aan de macht te blijven. Na eeuwen zouden mensen dus een superbrein moeten hebben omdat ze steeds op zoek zijn naar meer vernuftige middelen om elkaar op te lichten en aan de macht te blijven. Maar dat is niet zo want uit een Japans onderzoek bleek dat de mens het niet kan halen in vernuftigheid tegen de chimpansee. Sterker, we zijn geneigd om anderen te vertrouwen en dat is de reden waarom professionele oplichters hun werk kunnen blijven doen. Machiavelli adviseerde om nooit emoties te tonen, een pokerface te tonen. Maar de mens kan dat niet, hij bloost!?!
Ik bloosde meer dan een stoofpot

Kijk, dit boeit mij. Ik ben een ‘blozer’, zij het vroeger vaker dan tegenwoordig. Als ik mij bekeken voelde, in een nieuw gezelschap kwam, als een knappe gast mij aansprak, net als ik het niet wou, bloosde ik. En dat is knap vervelend.
Ik herinner mij een heel gênant moment op het werk toen ik de veertig al naderde. Op een vergadering kwam een verraad ter sprake. Een verraad? Iemand had voortijdig een datum van een onderzoek gelekt en daar werd een drama van gemaakt. Ik was degene die de persoon naar wie gelekt was, naast professioneel ook privé kende. De manier waarop over ‘dit probleem’ gesproken werd, leek alsof dit een reden tot ontslag was. Ik voelde de blikken op mij gericht en wist dat er mensen waren die aan mij dachten als verrader. In het verslag van de vergadering werd genotuleerd dat een lek van dergelijke ‘belangrijke informatie’ een grove ‘deontologische’ fout was. Ik werd rood tot achter mijn oren, kon door de grond zakken van schaamte maar ik verdedigde mij niet. Ik ben nogal rationeel en kende mijn positie. Ik kon niet bewijzen dat ik de datum niet geklikt had en ik de blaaskaak die mij betichtte kon niet bewijzen dat ik het wel deed. Tenzij ze rechtstreeks informatie zouden inwinnen maar dat was te eenvoudig geweest. Terzijde, ik verontschuldig mij niet voor het woord blaaskaak. Iedereen weet dat ik heel respectvol ben naar anderen toe, maar die man verdient dat. Door het woord ‘blaaskaak’ spontaan te typen, voel ik dat het nog steeds pijn doet.
Ik was beschaamd dat ik daar zat als een stoofpot. Dat je gaat blozen, heb je niet in de hand en hoe lang het duurt, evenmin. Ik dacht dat mijn blozen opgevat werd als schuld bekennen. Enige tijd later kreeg ik als per toeval het bewijs in handen wie dan wel gelekt had, de blaaskaak zelf. Ik hing het niet aan de grote klok, ik ging zelfs geen confrontatie aan.
Blozen is een positief gegeven

De auteur van ‘De meeste mensen deugen’, concludeert vanuit verschillende studies dat mensen hypersociale leermachines zijn, geboren om te leren, te verbinden en te spelen. Blozen is de enige uniek menselijke gezichtsuitdrukking en het is een typisch sociale vaardigheid. Mensen die blozen laten merken dat ze geven om wat anderen van hen denken. Doordat we sociale wezens zijn, kunnen we beter samenwerken dan andere levende wezens. Onze emoties lekken langs alle kanten uit ons lijf, blozen is nog maar een begin.
Sociale mensen zijn slimmer

In het hoofdstuk 5 lees ik verder letterlijk dat sociale mensen niet alleen leuker gezelschap zijn, maar uiteindelijk ook slimmer. Het uiteindelijke slimmer-zijn, heeft niets te maken met genialiteit, enkel met het feit dat sociale mensen veel meer leren van elkaar.

Een zware fout op mijn stageverslag

Dat sociale mensen uiteindelijk slimmer zijn, beschouw ik eveneens als een compliment en als een groot gelijk na lange tijd. Op mijn stageverslag stond dat ik te vriendelijk was en mij te veel op het niveau van mijn gesprekspartners plaatste. Kortom ik was te “gewoon”. Volgens mijn mentor zou ik daardoor mijn ‘gezag’ verliezen. Dit verslag vertrok samen met het rapport dat ik zelf schreef naar de minister. Hij heeft mijn benoeming niet tegen gehouden. Mijn mentor ben ik al gauw totaal uit het oog verloren.

Stel het dood-gaan uit, er is hoop

De moraal van dit verhaal is dat hetgeen waar je op korte tijd dood van wil gaan om aan de schaamte te ontsnappen, op langere termijn een troef kan zijn. Dus moeten we constant proberen het ‘dood-gaan’ uit te stellen.

Mijn dochtertje die mij het boek leende zei nog dat ik van dat boek ging snoepen en dat is zo. Het is één van de boeken die ik traag wil lezen want op elke bladzijde staan nieuwe belangrijke en fundamentele weetjes die mij blij maken omdat ik een mens ben. In mijn geval, dat ik een blozend, sociaal en slim mens ben (sic).

En iedereen zweeg …

holocaust
Januari 1945 – januari 2020
Het is zeer actueel en hopelijk is de aandacht niet tijdelijk. Auschwitz werd 75 jaar geleden ontdekt door de Russen, per toeval. Enkele jaren geleden bracht ik er een bezoek. De vragen die iedereen zich stelt, stel ik mij ook: “Hoe is het zo ver kunnen komen en wat drijft mensen om andere mensen dit aan te doen?”.
Vooraleer ik naar Polen trok, bezocht ik Breendonk. Voor mij kwam dat bezoek nog veel dieper binnen. Breendonk vertelt ons verhalen over mensen van bij ons, niet over de gruwelijke daden van die verre Duitsers, maar over Vlamingen, Belgen die elkaar verraadden en martelden. Bij een bezoek aan de Kazerne Dossin in Mechelen hoorde ik in alle eerlijkheid vertellen dat ook de Belgen meer Joden lieten deporteren dan strikt gevraagd werd door de Duitsers. Hoe kan een volk zo gehaat worden? En hoe slaagt een volk er in om na eeuwen van achtervolging en gruwelijkheden toch weer recht te staan en door te gaan?
Haar naam was Sarah

Ik leerde het boek kennen via mijn jongste dochter die verschillende boeken moest lezen over de holocaust. Zij koos naast ‘De jongen met de gestreepte pyjama’ dit boek. We keken samen naar de films, beide boeken zijn verfilmd, en lazen de boeken. Samen een boek lezen en samen naar films kijken die ons zo hard treffen en van de wijs brengen, schept een band.
Het boek ‘Haar naam was Sarah’ omvat twee verhalen, die in de loop van het boek in elkaar verweven geraken. Het ene verhaal speelt zich af in 1942, het andere in 2007. Het verhaal in het verleden begint in Parijs op 16 juli 1942 tijdens de deportatie van Joodse Sarah en haar familie. Het tweede verhaal gaat over de Amerikaanse journaliste Julia Jarmond die in 2007 een onderzoek doet naar de deportatie van Joden en net het huis gaat verbouwen waar de deportatie in 1942 plaats vond.
Wanneer de politie de familie van Sarah meenemen,  verstopt Sarah haar broertje Michel in de kast waar ze altijd verstoppertje spelen. Haar broertje moet beloven daar te blijven tot ze hem komt halen. Ze doet de kast op slot en houdt de sleutel dicht bij zich. Sarah hoopte haar broertje vlug te kunnen bevrijden. De Joden werden vanuit het Vélodrome d’Hiver in Parijs gedeporteerd naar concentratiekampen maar Sarah weet te ontsnappen en keert terug naar Parijs. Daar vindt ze haar broertje dood in de kast. Alle hoop die ze nog koesterde en die je als lezer met haar mee koestert, is voorbij.

Gewoon doorgaan

In de verschillende verhalen die ik hoor en lees over beide wereldoorlogen stel ik vast dat slachtoffers na de oorlog gewoon niet meer over de gruwelijkheden gepraat hebben. Ze hebben hun leven opnieuw opgenomen en geprobeerd er het beste van te maken. Bij sommigen lukte het, bij anderen niet.

En iedereen zweeg

In het boek heeft Sarah heeft dit nooit kunnen verwerken, ondanks de steun van het gezin waarin ze terecht kwam. Ze verhuist naar Amerika, vertelt nooit over haar traumatisch verleden en pleegt heel jong zelfmoord. Het leven van de journaliste neemt onverwachte wendingen. Ze verhuist naar Amerika en leert de zoon van Sarah kennen. Hij had het verhaal van zijn moeder nooit gehoord. De oorlog was voorbij en iedereen zweeg. De schoonvader van de journaliste was er bij toen Sarah haar broertje dood uit de kast haalde. Ook dat bleef een groot geheim, verborgen voor de familie en voor iedereen.

Andere boeken over deportaties en het leven in concentratiekampen

Ik heb al wat boeken over de Tweede Wereldoorlog gelezen. Deze zomer wurmde ik mij door ‘Ik ontsnapte in Auschwitz’. Een waargebeurd verhaal over het leven in het kamp en hoe de man toen hij eindelijk ontsnapte geen gehoor kreeg bij staat en kerk. Toen vroegen mensen mij hoe ik dit gruwelijk verhaal kon lezen tijdens een vakantieperiode. Ik deed het en zette door want elk boek over wat gebeurde in de concentratiekampen brengt nog nieuwe wreedheden naar boven. Ik kik daar niet op maar wil weten waartoe een mens in staat is.
Waarom worden deze boeken met waargebeurde verhalen pas recent verteld? Omdat deze mensen na de oorlog ook gedacht hebben dat ze het gewoon moesten vergeten en verder doen. Zo gruwelijk was de realiteit, mensen hadden tot het einde van hun leven nodig om woorden te vinden die het verhaal kunnen vertellen.

Maak dat de kat wijs!

Wat kan ik leren van Poes?

“Na reflectie en zelfanalyse kom je ertoe om eigenschappen te detecteren die een ander wel heeft en jij niet. En als je die eigenschappen wil, omdat ze jouw leven een pak gelukkiger en eenvoudiger kunnen maken, moet je ze bij die iemand gaan leren.” Dat zei de coach-begeleider. Of we zo iemand in gedachten hadden? Ik moest er echt niet lang over nadenken. “Mijn poes”, zei ik.

Het lukt mij vaak niet om in alle rust een taak af te werken. Ik geraak verstrikt in de veelheid van taken, hou veel rekening met anderen en verhoog de druk daardoor nodeloos. Ik laat mij overdonderen door berichten en mails, geraak in tijdsnood en geraak daardoor gestresseerd. Ik probeer soms verschillende taken te combineren, waardoor ik het noorden kwijt geraak en eigenlijk niets meer goed doe. Ik durf soms onvoldoende tijd te nemen voor mezelf en ik blijf dan vermoeid rondlopen. Dit alles heeft een enorme invloed op mijn humeur en dat beïnvloedt het humeur en gedrag van mijn omgeving. Ik trek te weinig tijd uit voor mijn dagelijkse yoga-oefeningen, neem te weinig tijd om eens naar de schoonheidsspecialiste te gaan en naar de kapper ga ik op een gestolen moment. Ik verwaarloos de dingen die ik graag doe zoals boeken lezen en een komische film bekijken omdat ik denk dat er nuttiger zaken zijn dan niets doen, mijn hoofd leeg maken, gedachten op een rij zetten, mentale rust creëren. En dan is er dat misverstand dat ik denk dat anderen iets van mij verwachten en daardoor doe wat ik denk dat zij van mij verwachten, terwijl ik eigenlijk niet weet of zij wel iets van mij verwachten. En dan blijkt dat ik dingen doe om anderen te plezieren die ze niet eens verlangden.

Poes is mijn grote voorbeeld

Wie doet elke dag op een rustige, stressloze en daardoor perfecte manier de dingen zoals ik ze zou willen doen? Zoals ik al aangaf, de POES. Zijn naam is Poes. Hij concentreert zich altijd op één ding. Als hij eet, doet hij niets anders. Heeft hij zin om naar buiten te gaan, dan krabt hij aan de deur of op het raam tot wij zo geënerveerd geraken, dat we de deur voor hem openen. Hij vraagt niemand of het goed is om naar buiten te gaan, hij doet het gewoon. Zelden zag ik onze poes in stress en als hij die al mag ervaren door te veel volk rondom zich, dan gaat hij een rustig plaatsje zoeken om verder te doen waarmee hij bezig was. Meestal is dat rusten of gewoon slapen. Hij neemt zeeën van tijd voor zichzelf, doet meerdere keren per dag yoga- en andere stretchoefeningen voor de goede bloed- en energiedoorstroming, om zijn organen voldoende zuurstof te geven, om beter en zonder kwaaltjes zijn luie leven verder te kunnen zetten. Natuurlijk wens ik hem ook een lang en gezond leven toe. Zijn rust straalt op ons af terwijl wij thuis werken in zijn bijzijn of als hij op onze schoot ligt te slapen tijdens ons televisiemoment ’s avonds. Uren likt hij zichzelf tot hij proper en fris voor de dag komt. Zijn nuttigste zaken zijn zorgen voor zichzelf en onrechtstreeks voor ons. En wij zien hem graag, terwijl hij geen enkele moeite doet om ons te pleasen. Hij is er met al zijn rust en dat maakt ons en enkele buren van ons, heel gelukkig. We kennen zijn eigenzinnigheid en we houden rekening met hem.

Niet altijd, maar soms. Niet alle, maar enkele eigenschappen

Ik aarzel want sommige eigenschappen van mijn kat lijken mij, als mens, redelijk egoïstisch. ‘Je moet ook niet alle eigenschappen overnemen’, zegt de coach-begeleider, “enkel diegene die jou kunnen dienen om beter en sterker in het leven te staan”.

En ze heeft gelijk. Dit kalm en rustig dier, wordt een tijger als die kleine zwarte kat, zijn aartsvijand, zijn territorium schaadt. Dan hebben zijn mindfull – talenten geen invloed meer op zijn gedrag. Hij loopt binnen en buiten, loopt jankend door het huis van raam tot raam, houdt ’s nachts iedereen wakker met zijn kattengejank. Hij geeft niet op, wilskracht zou ik van hem ook kunnen leren. Als we hem dan, om onszelf wat nachtrust te gunnen toch de deur wijzen, gebeurt het dat hij bebloed naar huis komt. Nadien ligt hij twee volle dagen in de sofa en likt zijn eigen wonden.

Zijn agressief, a-sociaal en territoriaal gedrag wil ik dan liever niet overnemen. Ik vecht niet, nooit. En als ik mag kiezen voor mijn gelijk of mijn geluk, dan weet ik het wel. Maar hoe maak je dat je kat wijs? 

Mijn grote voorbeeld voor enkele eigenschappen

De verdwijning van de Rechtvaardige Rechters

Schrik niet, ik weet meer over het verdwenen paneel “De Rechtvaardige rechters” en ik ga het jullie vertellen in deze blog.

2020 is het jaar van Van Eyck in Gent en voor die gelegenheid werd het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck gerestaureerd. Het werk, het wereldberoemde drieluik “De aanbidding van het Lam Gods” zette de Europese kunstgeschiedenis in 1432 op zijn kop. Vandaag is het één van de invloedrijkste schilderijen ooit. De schilders schilderden het werk in Gent. Het meesterwerk hangt terug in de Sint-Baafskathedraal en we mogen het geweten hebben want de ogen van het “Lam Gods” hebben ons al via verschillende media fel staan beloeren. Het werkt hangt er terug maar het hangt er niet VOLLEDIG. Het paneel “De rechtvaardige Rechters” hangt er niet.

Vandaag mochten burgemeester Mathias De Clercq, kanunnik Ludo Collin, rector Sint-Baafs, en Hélène Dubois, hoofd restauratie Lam Gods tekst en uitleg in de Zevende Dag. Boeiend hoe de burgemeester het schilderij als een verbinding tussen alle mensen ziet. Op het einde van het gesprek vroeg Lisbeth Imbo of er een verrassing aan kwam in verband met het verdwenen paneel. Niemand wist ergens van, of deed alsof maar de kanunnik zei letterlijk: “Ik weet misschien iets meer.” Toen de presentator doorvroeg, begon de man gegeneerd rond de pot te draaien. En dat viel mij heel sterk op want IK WEET MISSCHIEN iets meer!

Mijn verhaal begint in de paasperiode in 2018. Mijn vriendin en ik verkenden Firenze in de paassfeer. Vrouwen onder elkaar denken pratend en praten denkend. Plots, in een stille straat wenkt een man ons en hij zegt lachend dat er ook in Firenze mensen zijn die Nederlands begrijpen.

De vriendelijke man trakteerde zichzelf en ons op zijn dagelijkse espresso. Hij had ons een verhaal te vertellen en hij begon met de vraag: “Ken je mij. Ik was de primeur van het journaal op VRT op 28 maart 2014?” Wat een perfecte openingszin, onze aandacht was gewekt.

De man is Paul De Ridder. Hij was recent als verteller – onderzoeker – presentator te zien in Bruzz, het zaterdagmiddagprogramma op één over Brussel. Hij bracht er verschillende weken een prachtige reportage over het leven van Bruegel. Dr. Paul De Ridder studeerde geschiedenis en is Doctor in de Middeleeuwse Geschiedenis. Hij was Hoofdconservator van de Koninklijke Bibliotheek te Brussel. Via zijn werk, zo vertelde hij, maakte hij kennis met Prof. Dr. Robert Senelle, grondwetspecialist. Deze vertelde Paul De Ridder dat hij sinds 1968 poogde om het, sedert 1934, verdwenen paneel van de “Rechtvaardige Rechters” terug te laten keren naar de Gentse Sint-Baafskathedraal. En vanaf 2009 stond De Ridder zijn vriend bij in zijn zoektocht maar Robert Senelle stierf in 2013.  

Het verhaal van de Rechtvaardige Rechters van Prof. Senelle en Dr. Paul De Ridder is een heel ander verhaal dan al wat we al hoorden over de verdwijning. In de nacht van 10 op 11 april 1934 verdwenen uit de Joos Vijdkapel van de Gentse Sint-Baafskathedraal twee panelen van het wereldberoemde altaarstuk van het “Lam Gods”. Eén van deze panelen, Sint-Jan de Doper, werd na onderhandelingen met de “afperser” op 29 mei 1934 teruggegeven. Op 25 november 1934 overleed de Wetterse wisselagent Arsene Goedertier en hij werd aangewezen als de dief. Het paneel “De Rechtvaardige Rechters” blijft spoorloos. Er werd zelfs niet te hard naar gezocht tot de Duitse “Oberleutnant” Koehn tijdens de Tweede Wereldoorlog ijverig op zoek ging naar dit kunstwerk. Hij voerde als eerste een grondig onderzoek.

Het verhaal dat wij hoorden op het zonnige terras in Firenze is een verhaal van chantage, zoeken naar een gemakkelijk slachtoffer, omdat hij stierf, van misbruik van vertrouwen, spelen met geld van onschuldige slachtoffers, verdoezeling van bewijslast, mensen die weggepromoveerd werden, een paneel dat terug gevonden werd en dan weer niet, over de restauratie van het paneel in de jaren 60. Het is een verhaal van mensen die zwijgen om het verleden, zichzelf, maatschappelijke en politieke organisaties en families niet te schaden.

Is je interesse gewekt? Dr. De Ridder heeft een website waarop hij alles haarfijn uitlegt; www.paulderidderrechtvaardigerechters.com. Het was voor ons een middag waarop we dankbaar waren om zoveel boeiende informatie die heel plausibel lijkt. Paul De Ridder is een boeiende en fantastische verteller maar ik laat jullie het verhaal liever zelf lezen.

Terug thuis wou ik er ook meer over weten. Het plaatselijk Davidsfonds gaf een lezing over de verdwijning van en de zoektocht naar het paneel. Voor de man die zich gespecialiseerd had in het onderwerp was Arsene Goedertier terug een ordinaire dief, terwijl hij in het verhaal van Paul De Ridder een Robin Hood was, die het paneel als chantage gebruikte om “bestolen mensen” hun geld terug te geven.

Ik kon het niet laten en vertelde de spreker en de toehoorders verhaal dat ik in Firenze hoorde. Plots zei de spreker: “Misschien gaan ze het verdwenen paneel terug geven in 2020, het Van Eyckjaar in Gent.

Kijk, daar moest ik deze morgen aan denken toen ik naar de Zevende Dag keek. Het is 2020, laat dat paneel nu maar komen. Dank je wel, Paul De Ridder, voor de heerlijke koffies, de zeer interessante informatie en ik hoop echt dat jullie het bij het rechte eind hebben. Het is een prachtig verhaal, een verhaal van maatschappelijke verantwoordelijkheid.

De deken van de Sint-Baafskathedraal zei dat de indringende ogen van het Lam hem aanzetten om al zijn wereldlijke goederen achter te laten. Misschien zetten de ogen ook aan om het paneel vrij te geven.  

2020 Van Eyckjaar in Gent

Stilaan komt het licht terug

 ‘Heb je ’s ochtends niet genoeg tijd? Trek dan een volledig zwarte outfit aan’ Dat las ik onlangs in een krant en dat is de mening van creatieve duizendpoot Bertony Da Silva.  

Nooit meer zwart!

Zwart is altijd schoon en vooral praktisch. Dat dacht ik vroeger ook. Tot ik vorige zomer besloot om geen zwart meer te dragen. Ik vond zwart plots zo doods, zo gewoon, zo weinig inspirerend, zo kleurloos. Ik hield het een zomer vol. Alle zwarte kleren werden verbannen naar een speciale kast in de dressing. Gelukkig gooide ik ze niet weg.

Een kleurrijk juweeltje?

Toen kwam het moment dat ik door mijn winterspullen snuisterde op zoek naar een winterbroek. Zwart? Neen. Of toch? Met die zwarte broek heb ik meer kansen tot smaakvol en juist combineren. Alle, neen vele pulls en bloesjes passen op die broek. Dus die zwarte broek dan maar met die kleurrijke pull. En zo begon het verraad aan mezelf. Even later bedroog ik mijn eigen menig terug door op dat volledig zwart tenuetje een opvallend juweel te combineren. Ik hoor het mezelf nog zeggen: ‘Op zwart past elk juweel’. Een juweel is een ideaal middel om meer expressie te geven aan jezelf, je gevoel. In een juweel, zeker als het een geschenk was of eentje met mijn favoriete halfedelstenen, vind ik mezelf. Dus, ik draag wel die zwarte kleedjes maar ik draag er een mooi juweel bij om het geheel op te fleuren. En zo heb ik mijn belofte om nooit meer zwart te dragen terug een beetje bijgestuurd.

Een sjaaltje misschien?

Niet alle dagen schikken mij om juwelen te dragen. Geloof me, ik heb een pak faux bijous maar sommigen zijn zo opvallend dat ik ze liever niet dagelijks draag. Er zijn momenten waarop ik liever niet opval, dat ik liever in een hol zou kruipen dan te moeten gaan waar ze mij verwachten. Dat is des mensen, niet? Dan kies ik liefst dat eenvoudig zwart kleedje. Het verstopt mij stijlvol en veilig. Maar het is zo zwart… Dus probeer ik het met sjaaltjes. Ik heb ze in alle kleuren en motieven. Die bruine tijgerprint die ik in Keulen kocht, dat weekend dat ik er was met mijn maatje, is mijn favoriet. Niet kleurrijk maar een blijvertje. De sjaal is ruim genoeg als finishing touch, klassiek genoeg voor het werk op doordeweekse dagen, bruin genoeg voor dagen waarop je er niet op let of de zon nu schijnt of niet. Mijn andere sjaals zijn dan weer meer onderhevig aan gevoel en gemoed. Neem nu een roze sjaal, die draag ik niet elke dag. Ik ben een gevoelsmens en mijn kleren moeten bij mijn emoties passen of het geheel klopt niet. Die roze sjaal, niet met een panterprint maar met een hele panter er op, komt maar zelden uit mijn kast.

En nu in januari, draag ik gewoon zwart

Zwart is altijd schoon, het steekt voldoende weg, het is betrouwbaar, je hoeft er niet bij na te denken. Je draagt het bij weinig tijd. Mijn dagen zijn super gevuld, de energie van vorige zomer is op en ik heb niet de energie heb om nu kleurencombinaties te maken. 

Skip te winter, leve de lente

Zondag ging ik binnen in een winkel om toch nog eens te proberen een super-solden-koopjesslagje te doen. Ik kocht niets. Die winterkleuren waren mij te saai, te donker, te veel herinnerend aan de donkere dagen. Ze vrolijkten mij niet op. Maar de lentecollectie was prachtig. Fantastische groene tinten, geel en oranje. Ik werd er vrolijk van. Maar ik kocht niets want ik kan die kleren nu nog niet dragen, de winter moet nog echt in gang schieten.

Misschien moet ik gewoon om-denken

Eigenlijk wil ik geen zwart gevoel. In plaats van aan mijn kleren, kan ik aan mijn humeur werken om terug van die zwarte kleren af te geraken. Dus, vanaf maandag luister ik ’s morgens naar opgewekte muziek. Ik steek kaarsen en veel lichten aan en forceer me om ’s morgens vroeg wandelend wat frisse lucht op te snuiven. En dan pas maak ik me op voor de dag. Misschien kies ik die roze sjaal en die bijhorende roze jas. En na het werk verras ik mezelf in een bloemenwinkel met lentebloemen in het frisse groen van nieuw gras en het geel van de paasbloemen en het wit-groen van de sneeuwklokjes en paars van de krokussen. Tulpen dus.

Het is nog januari en ik smacht naar licht. Is er geen licht, dan zijn er wel kleuren. En daar kan ik iets aan doen. Hopelijk ga je nu niet bij elke collega in het zwart denken dat die zich overslapen heeft. Sommige zwartdragers onder ons willen nog even genieten van de rust van de winter en niet te vlug “lente schreeuwen”. Of ze denken gewoon dat zwart altijd schoon en stijlvol is. En dat is ook zo, voor sommigen.   

Kleurrijke tulpen op donkere, koude en regenachtige dagen

Anderlecht of Brugge?

Die knappe, intelligente, sportieve CEO met zijn zoetgevooisde stem of die andere?

Wie deze week de actualiteit volgde, kan niet naast “Anderlecht”. Ik kwam er vroeger vaak en in verschillende basisscholen die pretendeerden hofleverancier te zijn van de voetbalploeg. Dat wakkerde mijn interesse voor het voetbal niet aan. Voetbal, daar ken ik NIETS van.

De zomer van het wereldkampioenschap voetbal, waren de kleinkinderen hier op vakantie. Ze hebben gedurende hun verblijf maar twee dingen gedaan, of ze zaten in de vijver of ze voetbalden in hun rode tenues. Voor elk spel zongen ze, armen over elkaars schouders, de Brabançonne. In tegenstelling tot de meeste spelers en supporters kenden zij hun tekst wel. Geleerd van de andere opa. Ze probeerden mij de spelregels uit te leggen maar de moeite was tevergeefs. Hun geluk kon niet op toen onze opa Piet hen en hun ouders trakteerden op een wedstrijd op Club Brugge. Ik mocht mee, er was nog een kaart over.

Zelfs op een voetbalmatch kom ik mezelf tegen. Ik leerde er dat de supporters strikt gescheiden zaten. De match vorderde en voor ik goed wist hoe het spel gespeeld werd,  had Brugge al twee of drie goals gemaakt. Eupen had nog steeds een nul staan op dat groot scorebord.

Bij een bijna-goal van Eupen uitte ik spontaan mijn ontgoocheling, het kwam recht uit mijn hart. Dat is compassie. Een groepje mannen dat op de rij achter ons zat, sprak mij onmiddellijk aan: “Hela madammeke, ge zit hier op de verkeerde plaats, hier zitten de supporters van Brugge.” Kijk, zo ben ik. Ik supporter meestal voor de zwaksten, voor de mindere, voor diegene die achter staat. Toen ik “The Daily Show” van Trevor Noah nog dagelijks volgde kreeg ik medelijden met Trump omdat hij er dagelijks door de sarcastische molen van de democratische zender gedraaid werd. Als er te veel gekapt wordt op bepaalde mensen, krijg ik medelijden. Ik stopte met kijken om sympathie voor Trump te voorkomen.

Terug naar Brugge. Ik was dus gewaarschuwd dat ik vanaf mijn plaats niet moest supporteren voor de tegenpartij.

“Zeg madammeke, je had beter op de Anderlecht gezeten met uw kleren aan” hoor ik een opmerkzame man van het groepje roepen. De kleinkinderen sprongen hem onmiddellijk ter hulp en zeiden dat ik de kleuren van Anderlecht aan had. Ik droeg een wit kleed en paarse schoenen. Dat hadden ze mij ook op voorhand kunnen zeggen.

In de pauze hoorde ik dat het gesprek tussen de mannen achter ons Anderlecht ging. Ze vuurden op mij, als expert, een aantal vragen af, waar ik natuurlijk geen antwoord op wist. Mannen met gevoel voor humor, daar hou ik van. De volgende keer, als ik nog eens mee mag, ga ik toch meer op de vestimentaire geplogenheden letten.  

Ik weet nog steeds niets van voetbal maar sedert deze week weet ik wel wie de CEO van Anderlecht is.

Ik ben gewonnen voor Karel Van Eetveld, al heel lang. Hij heeft charisma, een prachtige stem, weet rust te bewaren in panelgesprekken, laat woorden en zinnen klinken als zeer logisch en aannemelijk en naast zeer intelligent is hij ook knap en sportief. Mocht ik dit lezen over mezelf, ik zou blozen. Blozen deed hij deze week, hij straalde op die foto in de krant. Het was duidelijk dat hij de job van zijn leven heeft.

En hoe zit het nu met zijn radicaal vernieuwende politieke beweging? En wie gaat de muren van de behoudsgezindheid proberen te slopen? Ik was onder de indruk van zijn visie op politiek, die ik recent mocht lezen in de krant en mocht horen in de Afspraak. Er is nood aan echte democratie, nood om de stem van de minderheid te horen, burgerinspraak. Ik kan er mij in vinden dat we politiek niet goed bezig zijn en dat veel mensen zich in de kou voelen staan. Meer nog, mensen haken af. Politiekers maken nog hun punt, laten journalisten oneliners koppen maar de mensen luisteren niet meer of slaan de bladzijde van de krant om. We horen het en gaan over naar de orde van de dag. Daarom was ik zo blij dat iemand als Karel Van Eetvelt wou ijveren voor een ommezwaai.

Voorlopig niet dus. Ik ben enigszins ontgoocheld maar als je de job van je leven vindt, dan ben je weg natuurlijk.

“Hij zal er wel moeten voor zorgen dat er goals gemaakt worden”, zei ik deze week nog tegen mijn man, “daar gaat voetbal toch over?” Het was mooi geweest om die match tegen Brugge van vandaag te winnen. Dat had kunnen tellen als start.  Jammer, ik had het hem gegund.