Lach elke morgen in de spiegel en zeg dat je er goed uit ziet

Soms doe je heel hard je best en toch haal je geen resultaat. Soms wil je iets bereiken maar je uitstraling past niet bij dat wat je wil bereiken. En neen, het uiterlijke is niet zo belangrijk maar wat je uitstraalt, kan een enorme steun zijn voor wat je doet of wil doen. Toen ik Nadine De Deken van Filline op tv zag deze week, moest ik aan het meisje denken dat haar droom om leerkracht te worden aan haar neus zag voorbij gaan. Het is een triest verhaal dat niet had mogen gebeuren, als ze de juiste persoon was tegengekomen.  

Ik zag geen leraar maar een leerlinge

Ik vroeg haar waar de leraar was, toen ik haar zag zitten in een lege klas. Wist ik veel dat zij een laatstejaars was in de lerarenopleiding. Enkele maanden voor haar diploma. Ze zag er heel jong uit; klein, mager en gekleed in een luchtige, smalle broek en een sweater. Ze droeg donkerblauwe pantoffels. Geen sneakers, pantoffels. Haar haar droeg ze op een staartje, samengebonden met een eenvoudig elastiekje. Het leek alsof ze er alles aan deed om niet op te vallen.

Ik zag haar terug voor een klas leerlingen waar ze maar geen greep op kreeg. De leerlingen beschouwden haar als een speelkameraad. En spelen, dat bleven ze doen terwijl zij om rust en stilte smeekte.

Ik had met haar te doen. Spijtig, want voor mij stond een meisje dat heel graag leerkracht was geworden. Ze kreeg niet de juiste tips om zich leerkracht te voelen en dat uit te stralen. Haar begeleider vertelde mij dat ze niet zou slagen dat jaar omdat ze geen gezag had.

Het meisje blijft mij achtervolgen omdat dit verhaal mij kwaad maakt. Ze zat in haar derde jaar en nu pas zagen haar begeleiders dat ze niet klaar was voor een klas. Wat er verkeerd was gelopen? Niemand had haar advies gegeven in details die we met een groot woord personal branding noemen.

Ze is een mooi meisje met veel verborgen talenten   

Ze was klein en slank. Daar is niets mis mee, integendeel. Ze had een mooi en lief onopgemaakt gezicht. Maar niets van wat ze had of was toonde ze.  Alsof ze niet wou gezien worden Ze had gewoon geen grond onder haar voeten en een groot gebrek aan zelfvertrouwen. En haar kleding diende haar echt niet op dat moment.

Onze dochters steunden elkaar

Ik herinner mij de gesprekken die ik had met onze dochters toen ze zich voorbereidden op een ingangsexamen. Ze hoefden zich niet te kleden als een ander maar wel die kleding te kiezen die het beste van henzelf liet zien. Mijn jongste is 12 jaar jonger dan de oudste maar coachte haar zus als 10-jarige in het elegant stappen op een hak. Die eerder zware hak paste beter bij de kleding die ze kocht voor dat specifiek ingangsexamen. De oudste stond er, ze voelde zich de geschikte kandidaat en ze slaagde. Een tip die ik mijn eigen dochters altijd geef is: ‘Koop een goeie bustehouder die je goed ondersteunt en een paar schoenen waarop je je rug kan rechten.’

Af en toe eens loeren naar zelfverzekerde mensen kan geen kwaad

Als je je niet zelfzeker voelt, is het goed om mensen die wel zelfzekerheid uitstralen te observeren; hoe ze praten, hoe ze stappen, hoe ze luisteren, welk ritme en timbre ze gebruiken in hun praten, hoe het voelt om naar hen te kijken en te luisteren.  

En dan oefenen … tot je zelfliefde en zelfvertrouwen uitstraalt, tot je voelt dat er grond onder je voeten is en je hoofd niet te hoog in de lucht steekt. Oefenen tot je er niet staat als een ander maar als de beste versie van jezelf. Zeg gerust elke keer dat je jezelf in de spiegel ziet, dat je er goed uit ziet.  

Hij durfde het niet zeggen…  

Ik sprak de begeleider van het meisje en vroeg waarom hij haar nooit advies gegeven had over haar voorkomen of over haar manier van kleden? Hij durfde dat niet. Toen bloedde mijn moederhart. Na drie jaar werken en studeren en na drie jaar veel geld geïnvesteerd te hebben in de studies zou hij wel durven zeggen tegen het meisje en de ouders dat ze niet slaagde. Maar enkele tips geven over haar branding lukte niet. Zo jammer, wat een verloren geld, geluk en energie.

Laatst hoorde ik over een organisatie die werkzoekenden helpt bij het uitkiezen van de juiste kleding voor een sollicitatiegesprek. Kijk, dit zou meer in het nieuws moeten komen. De twee grote nieuwsitems van dit moment, corona en de regeringsvorming, maken mij en veel anderen niet vrolijk.

Van mensen met een mooie uitstraling kan je wel genieten en je kan er veel van leren.  

Spiegeltje spiegeltje aan de wand, ik heb mijn uitstraling zelf in de hand.

Adriana luistert mee

Er zijn van die momenten die heel onbetekenend lijken maar die je nooit meer vergeet. Dit bleek laatst toen mijn oudste dochter en ik op haar bed lagen te praten. Tussen ons lag de kleine Adriana rustig te kijken. Zomaar te kijken. Toen vertelde Rein dat zij het als kind bijzonder fijn vond om er gewoon bij te zijn toen ik met mijn vriendinnen koffie dronk en praatte.

Ik herinner het mij niet, maar ik kan het mij levendig voorstellen. Zij kon heel rustig zitten aan de tafel, gewoon stil en niets zeggen. Wist ik veel dat zij genoot van die momenten dat het niet over haar ging maar over God weet wat. Over de fijne dingen van het leven, enkele roddels tussendoor, verhalen over onze kindertijd, probleempjes klein en iets groter…

Toen mijn dochter, nadat ze lang in het buitenland woonde met mij ging shoppen in een Brakelse winkel bij een leeftijdsgenoot, zag ik haar ogen wel blinken. Ik zag haar lachen en genieten. Wij vertelden niet alleen over de nieuwe collectie maar over wie wat kocht, hoe het gecombineerd werd, over kledingmaten, bijkomen en afvallen. En we maakten een tussenstapje naar ouders, kinderen en kleinkinderen om terug te keren naar het kleedje dat ik intussen paste. Alles heel respectvol, medelevend en vol herkenning want de cirkel van het leven gaat voor iedereen over gezondheid en ziekte, gezinsuitbreiding, afscheid nemen, bijkomen en afvallen.

En lang na sluitingsuur rekende ik af. Rein vertelde mij hoe grappig zij het vond dat ik zoveel jaren na mijn schooltijd nog steeds contact hield met de mensen die met mij opgroeiden en vooral die met mij op school zaten. Zij kende dat toen niet in het verre buitenland.

Gisteren hadden mijn dochter, kleindochter en ik een dergelijk zalig moment. Zij wonen in Zwitserland, ik ben aan zee maar we voelen ons heel dicht bij elkaar. Het kleintje had niet veel zin om te slapen, dus kropen ze samen in het grote bed en van daaruit voerden we ons gesprek. Onmiddellijk stopte Adriana met wenen en haar ogen straalden. We bespraken het logo van het bedrijfje dat eraan komt en de LinkedIn pagina. We hadden het over websites en content marketing; onderwerpen waar een “drie-maander” niets aan heeft. Ze lag zichtbaar te genieten van de stemmen van mensen die op een opbouwende manier met elkaar omgaan, die elkaar steunen, die elkaar verrijken zonder zakgeld.

Dankbaarheid hoor je in iemands stem en waarschijnlijk hoorde Adriana dat ook. We hadden het in ons gesprek over hoe dankbaar we zijn dat we elkaar hebben, dat we mogen plannen maken, dat zij in een fantastisch mooi land wonen en wij ook, over onze jongste die haar weg vindt nu ze afstudeerde …

Niet de inhoud van wat we zeggen is belangrijk maar de toon en de intentie. En zo was het ook toen Rein als klein meisje en als volwassen vrouw mocht genieten van de gesprekken die ik met mijn vriendinnen mocht voeren. Ik ben heel dankbaar voor de positieve mensen die in mijn leven mochten/willen/mogen zijn. Zij maken mij gelukkig en ook de mensen die mogen meeluisteren zoals mijn dochter en kleindochter.  

Ik schreef een blog over al het goede dat ik Adriana toewens, voor ze geboren werd. Nu ze er is, wens ik haar vooral dat ze een positief en dankbaar mens is dat zich laat omringen door mensen die kansen zien en het leven dankbaar als een geschenk ervaren.

De rust en het geluk van binnen zullen nodig zijn in de onrust die nu rondom ons hangt.

Omalu, Rein en Adriana

De Rechtvaardige Rechters, tijd voor een wonder

De vakantie is voorbij, ik ben door mijn voorraad vakantieboeken.  Over één boek wil ik het na deze vakantie toch hebben omdat het mij zo diep treft, omdat het voor mij het thema van deze tijd voor 100 procent benadert. En dat thema is “VERDRAAID”, ontleend en geïnspireerd op het boek ‘Verdraaide organisaties’ van Wouter Hart. Kort gezegd, we ontvluchten de waarheid zo hard dat we alle energie stoppen in de illusie.    

Nu naar het verhaal dat ik wil vertellen over de Rechtvaardige Rechters

Even het geheugen opfrissen…

De Rechtvaardige Rechters is het paneel linksonder van Het Lam Gods, geschilderd door de  gebroeders Jan en Hubert van Eyck. Het topwerk van de Vlaamse Primitieven. Het paneel werd gestolen in de nacht van 10 op 11 april 1934 samen met het paneel dat Sint-Jan de Doper voorstelt. Dit laatste paneel werd drie weken na de diefstal terug gegeven om de onderhandelingspositie te ondersteunen. Arsène Goedertier, een wisselagent uit Wetteren was betrokken bij de onderhandelingen en stierf vrij onverwacht. Algemeen werd aangenomen dat Goedertier de dief was en de enige die wist waar het paneel was. Zijn dood was voor de echte daders een gelukkig toeval. Er werd niet veel onderzoek meer gedaan tot de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog wel op zoek gingen naar het paneel.  Het verdwenen paneel blijft tot vandaag tot de verbeelding van amateurzoekers spreken. Dr. Paul De Ridder, die ik heel toevallig mocht ontmoeten in Firenze, kreeg de vraag om het dossier eindelijk af te handelen van zijn goeie vriend prof. Dr. Robert Senelle. Intussen zijn we bijna 20 jaar verder en schreef hij zijn zoektocht in een boek.

Een zeer droeve geschiedenis

In het boek  “De Rechtvaardige Rechters terug van weggeweest” pluist dr. Paul De Ridder de geschiedenis van het verdwenen paneel uit. Hij doet dat op een wetenschappelijke manier. Hij staaft elk feit met bewijzen. De inhoud en uiteindelijk de conclusies komen in lagen van onder het stof. Op het einde van het boek komt hij tot een onderbouwde synthese en komt de moederaap uit de mouw. Heb je zin om het boek te lezen? Doen! En blijf lezen. Als je het gevoel krijgt dat je dit al eens las, lees door want in de details zit de waarheid verscholen. Een verspreking als “Een zeer droeve geschiedenis” blijkt jaren later de synthese te zijn van het hele verhaal. Paul De Ridder hield en houdt alles bij, nauwgezet, hij maakt een levenswerk van deze droeve geschiedenis sedert hij in 2002 in vertrouwen werd genomen door prof. Dr. Robert Senelle.  En het licht aan het einde van de tunnel is er nog niet. Of wel?

Heel veel goede bedoelingen

Dit boeiend en voor mij zeer geloofwaardig boek vat de geschiedenis van “goede bedoelingen” samen. De panelen werden gestolen vanuit goede bedoelingen, om gedupeerden hun geld terug te geven. Operatie doofpot startte vanuit goede bedoelingen om vooraanstaande mensen en kerkelijke, financiële en politieke instituten te sparen. Het paneel werd ongewild beschadigd en daarna gerestaureerd, weeral vanuit goede bedoelingen. En toen waren er al zoveel verdraaiingen om de leugens te beschermen dat het moeilijk werd om stappen terug te zetten. En wie nu weet waar het paneel is, kreeg en krijgt “klodden” waar ze zelf niet echt voor verantwoordelijk zijn.  Veel goede bedoelingen leidden tot wat nu is, een onvolledig  meesterwerk, het Lam Gods. Volgens het boek hoeft dit niet, het paneel bestaat en is gerestaureerd.

Een gevoelig dossier

Het meesterwerk van de gebroeders Van Eyck heeft al een bewogen geschiedenis achter de rug. De panelen werden vroeger al uit elkaar gehaald, illegaal verkocht, vervalst, gesmokkeld, gegijzeld, gecensureerd door overschildering, verborgen gehouden, bedreigd door beeldenstormers en losgeldeisers, als een diplomatiek wapen aangewend, ontvreemd, overlangs doorgezaagd, gered door Australische dubbelagenten en dertien maal gestolen… En als een wonder kwam het telkens terecht. Behalve dat ene paneel en die laatste diefstal in 1934, toen het om een ‘gevoelig’ dossier ging.

We blijven rond de potten draaien

De verdraaiingen gaan verder. Waarom waren de recente theorieën van Marc De Bel en de theorie dat het paneel onder de markt van Dendermonde ligt voorpaginanieuws en moest ik van Paul De Ridder zelf vernemen dat hij een boek schreef? Waarom kreeg dit boek zo weinig persaandacht? Raar toch? Houden we dan echt meer van fictie dan van waarheid of zit er meer achter?

Lees het boek en je weet dat het paneel niet verloren is, het bestaat, is veilig maar kan niet naar buiten komen omwille van de ‘verdraaide’ geschiedenis.

Mijn theorie

Kijk, ik ben geen grote geest, al zeker geen wetenschapper maar iemand voor wie de essentie primeert en ik heb ook een theorie omdat ik mij inleefde in de mensen die dat paneel moeten naar buiten brengen.

Stel dat ik doordat mijn voorouders de eigen reputatie of die van andere belanghebbenden beschermden, mij achterlieten met het paneel, wat zou ik dan doen? Dan had ik het paneel gewoon terug gegeven toen het werk recentelijk gerestaureerd werd. Het was een ideale gelegenheid om het valse paneel te vervangen door het echte en op een goeie dag laat je dat door een onschuldige kunstkenner vaststellen.

Misschien gebeurde dat al. Misschien staan wij in de Sint-Baafs Kathedraal gewoon te kijken naar de echte Rechtvaardige Rechters. Het paneel dat gestolen werd door mensen met een groot hart die voelden dat ze net als Robin Hood de kleine man moesten verdedigen. In een ander verhaal waren ze helden geweest.

Zo kan het toch? Het hangt er gewoon! Alle goede bedoelingen zijn gezuiverd, de leugens vergeven en geef toe, “Ons Heer” heeft grotere wonderen verricht.  “Et alors?” is een goed antwoord op elke vraag.

Lees het boek, en spreek geen oordeel uit, spaar al je emoties voor het moment dat je hoort dat het paneel gewoon terug is. Laat het verleden met rust, loof de inspanningen van Prof. Senelle en dr.Paul De Ridder en gun Arsène Goedertier eindelijk de eeuwige rust. Hij was geen dief maar gewoon iemand met goede bedoelingen.   

“Laat ons bidden”. “En ga nu in VREDE”. “Wij danken God.”             

Leukere live vergaderingen na CORONA

Stilaan, sommigen doen het iets onstuimiger, anderen heel geleidelijk, zetten we een stap dichter naar het einde van de coronabeperkingen. Ik kijk er met gemengde gevoelens naar. Ik ben blij  voor iedereen die ten volle geniet van elke stap in de herwonnen vrijheid. Maar soms heb ik spijt dat de rust van de eerste maanden voorbij is.

Soms mis ik de eerste CORONAdagen

Voor mij gaf CORONA een gevoel van totale overgave. Een gevoel dat mij vreemd is want eigenlijk heb ik graag controle. Maar ik deed het en geen enkele keer overviel mij de drang om ook maar één regel bewust te overtreden. Ook dat is vreemd voor mij. Het leek alsof alles in mij zich overgaf aan de richtlijnen van anderen en aan de natuur. Ik wist dat enkel rust en vertrouwen mij en anderen konden helpen, misschien zelfs redden. Ik beperkte het buitenkomen, bleef in de bubbel en genoot van de rust, de stilte, de wandelingen, de Whatsapp-berichten, de info, nascholingen en vergaderingen die ik via zoom en andere online sessies kreeg.

Het nieuwe normaal is het oude niet, daar kom ik stilaan achter. Maar de grote impact op een mensenleven door CORONA is wonderlijk. Sommige dingen worden nooit meer zoals voorheen en wil ik dat wel? Ik ben fier op mijn constant aanpassingsvermogen en toch heb ik veel twijfels. Als gewoontedier, en geef toe, we zijn dat massaal, verlangen we ergens wel naar wat was maar voor bepaalde zaken mag er een nieuw normaal zijn. En dan denk ik, zelfs in vakantietijd, aan de vele werkvergaderingen die ik mocht meemaken de voorbije jaren.  

Handjes schudden en kussen

Neem nu handjes schudden en de veelheid aan kussen die van mij verwacht worden zonder dat ik er zelf veel inspraak in heb. In bepaalde milieus is het gewoon een gewoonte geworden. Door de rust van CORONA ervaar ik dat toekomen op een vergadering vaak een stressmoment was. Ik kwelde mezelf constant met vragen als  ‘Heb ik iedereen begroet? Kuste ik de juiste personen of liet ik mij door de personen kussen die er nood aan hebben?’ Kijk, handjes schudden, ligt mij wel maar het vele kussen, ook in professionele contexten, haalt mij uit mijn comfortzone. Als ik aan mijn rondje begon, geraakte ik vaak niet aan de laatste gast vooraleer de vergadering begon. Frustrerend want mensen boeien mij echt en daardoor heb ik veel gemeende en geïnteresseerde vragen die ik wel wil stellen op het moment dat ik die mensen zie. En ik laat mensen graag uitspreken. Ik haat conversaties die constant onderbroken worden door anderen die denken een lijst met gerichte en professionele vragen te moeten afwerken voor een vergadering begint. Ze wrongen zich in alle bochten op zoek naar de volgende collega op hun lijst en stoorden er zich niet aan dat die man of vrouw juist aan het praten was. Hun vraag stond op het lijstje en moest gesteld worden. Elk van die vragen kon per mail gesteld worden maar voor CORONA waren we ons daar nog niet van bewust. Live leek beter toen. Soms kreeg je net geen duw om aan te geven dat jouw tijd met die persoon er op zat. En daar sta je dan, de woorden stijven op in je mond midden het verhaal. Je wist niet hoe lang je moest wachten vooraleer de onderbreker zijn tussenkomst afbrak.  Vroeger probeerde ik de laatste zin op dergelijke momenten te onthouden om het gesprek nadien verder te zetten. Maar dat gaf ik op en ook als ik zou zeggen dat mijn pointe nog moest komen, de pret was er voor mij af. Dus stapte ik soms verder om een andere persoon ‘hallo’ te zeggen. Weer een aangenaam en boeiend gesprek tot iemand onderbrak. Te vaak deed ik een poging om een gesprek af te maken en te vaak moest ik vaststellen dat het niet lukte. Dus zette ik mij gewoon op een stoel in een hoek, heel alleen wachtend tot iemand bij mij kwam. Dat kan tegenvallen maar geloof me, maar ik had al heel boeiende gesprekken. Wie komt doet moeite voor jou of is zelf de constante onderbrekingen beu.

Dank  je CORONA

Viel het op dat ik de vorige alinea in de verleden tijd schreef? Al die frequente vergaderingen gebeurden in de verleden tijd en ik hoop dat de opgelopen frustraties daar blijven.

CORONA kwam met een onverwachte oplossing. We deden alleen essentiële verplaatsingen en we hielden het bij kleine bubbels. Achteraf gezien was dat voor mij niets te vroeg.

Vaker dan vroeger gebruiken we nu online tools voor het noodzakelijk overleg. Bij online vergaderingen gebruiken we voor, tijdens of na de vergaderingen de persoonlijke chatbox en zelfs bijkomend messenger of WhatsApp om off the record ongegeneerd commentaar te geven of een bedenking, een bezorgdheid of een totale flater aan elkaar te melden. We onderbreken elkaar niet meer.

Kwam CORONA met een blijvende oplossing voor mijn frustraties?  

Dit is mijn blog en daarom mag ik het beleefd vragen. “Lieve collega’s en andere mensen met wie ik vaak vergader. Ik haat het om gestoord te worden midden een verhaal als ik met iemand aan het praten ben tijdens de koffie. Niets is voor mij, verhalenverteller, meer frustrerend dan net voor de pointe onderbroken te worden. Als we nu eens alle praktische afspraken via mail of chat deden? En als we de verhalen waarbij we levensecht contact nodig hebben; een goeie mop, een fantastisch verhaal waarbij je de blik van de ander wil zien terwijl je het verrassend einde vertelt, voor live houden? Dan zal de wereld er weer een pak vrolijker op worden en hoef ik mij niet als een gefrustreerde eenzaat in een hoekje van het onthaal te zetten, wachtend op iemand die gedag komt zeggen. Er mocht wel eens niemand  meer geïnteresseerd zijn in mij. ” 

Zo zorgen we er met ons allen voor dat CORONA blijvend iets goed deed.

Vrijwillige eenzaamheid foto door Felipe Cespedes op Pexels.com

 


 

Terug naar de bron, naar de klasvloer

Lang voor CORONA vroeg ik mij af waar de gewone beroepen gebleven waren. De beroepen waarbij je op het einde van de dag concreet kan zien wat je gedaan hebt en met welk resultaat. Beroepen als houtbewerker; je maakte drie stoelen. Elektricien; elektriciteit gelegd op een hele zolderverdieping. Vloerder; twee vloeren gelegd. Bakker, beenhouwer, zorgkundige, verpleger, leerkracht…  Beroepen waarvan je weet wat het inhoudt, waar je je iets kan bij voorstellen als mensen hun beroep vermelden. In mijn perceptie zijn dat vaak ook beroepen die mensen echt graag doen, juist omdat ze het effect van hun werk vrijwel onmiddellijk zien. En laat dit nu net de beroepen zijn die (in bepaalde kringen) niet de maatschappelijke waardering krijgen die ze verdienen. Beroepen waar een tekort aan is, knelpuntberoepen.

Scholen die deze opleidingen aanbieden, moeten jaarlijks een publiciteitscampagne voeren om studenten te trekken. En toch zijn we zo blij dat het lek in de leiding gestopt is en zijn we vol lof over de verzorging die we kregen in een ziekenhuis of dankbaar voor die ene juf die ons (klein)kind weer zelfvertrouwen gaf. Voor een aantal van de opgesomde beroepen zorgde tante CORONA voor meer respect. Hopelijk is dat niet tijdelijk. 

Titels van beroepen waar je je niets kan bij voorstellen

Ook aan mij vragen mensen soms wat ik eigenlijk doe. Dat zijn dan mensen buiten het onderwijs die de onderwijsinspectie nog niet over de vloer kregen. Wij controleren, motiveren, stimuleren, evalueren verschillende processen, reflecteren, beoordelen, schrijven rapporten en discussienota’s, adviseren … en dat op verschillende terreinen. Probeer dit maar eens uit te leggen in een elevatorspeech. Dat laatste is de sprekende naam voor – als ge langer nodig hebt om iets uit te leggen dan de tijd dat je met de lift van beneden naar boven gaat, herdenk het want het is te moeilijk, te ingewikkeld.

De ouders van onze kleinkinderen hebben alle vier een beroep dat je niet kan uitleggen in de tijd dat de lift je een paar verdiepingen hoger brengt. Onze oudste kinderen hadden in de lagere school ouders met heel eenvoudige beroepen. Ik gaf les en Piet werkte als verpleger in een psychiatrische instelling.  “Papa werkt bij de zottekes” zei onze zoon. En zo vlug het kon zei hij er achter “maar ik mag niet zottekes zeggen”. In de manier waarop hij het zei, zat de duidelijke boodschap dat niemand met psychische patiënten mocht lachen.  

En toen veranderde mama van werk

Toen Anna, onze jongste en veel jonger dan de twee oudste, in het vijfde leerjaar zat, werkte ik bij de onderwijsinspectie. De juf nodigde ouders uit om over hun beroep te komen vertellen. Ik kreeg gelukkig een volledig uur. Toen ik vertelde dat je als onderwijsinspecteur vooral heel nieuwsgierig moest zijn en heel veel vragen moest stellen, zag de klas de gelijkenis tussen mij en mijn dochter. Op het einde zei een zeer opmerkzame en pientere klasgenoot: ‘Dat zou ik ook wel willen doen, leerkrachten ambeteren.’ Enkel de juf vond dit niet grappig, of toch, ze kende hem.

Tante CORONA brengt ons terug naar de essentie.

In deze hectische tijden krijgen wij de kans om een deel van onze werktijd te ondersteunen in scholen. Mijn keuze was vlug gemaakt. Ja, graag! Geen controle, geen adviezen, enkel werken met kinderen die door CORONA ondanks alle inspanningen een achterstand opliepen. Ik zie het absoluut zitten en de reacties van mijn huisgenoten zijn ronduit positief. De oudsten hadden een déjà vu. “Tof mama dat je opnieuw gaat lesgeven”. “Een goede leider vecht tussen zijn soldaten” schreef mijn zoon van wie ik nog vaak de indruk heb dat hij als “Finance SA  Project Controller” in de cijfers die hij op het werk analyseert vijanden, spionnen en soldaatjes ziet. Hij had altijd veel fantasie. De spontane reacties binnen ons WhatsApp groepje deden deugd. De kleinkinderen vinden het ook fantastisch, omalu als juffrouw.  Mijn kersverse schoonzoon belde dat het goed is om terug te gaan naar de basis, om te herbronnen.   

Reacties van kinderen en kleinkinderen

De reacties van mijn gezin zijn voor mij het bewijs dat lesgevers gewaardeerd worden. Ik herinner mij nog een gesprek met een vorige inspecteur-generaal die op het einde van zijn carrière zei dat hij meest plezier had gehad aan het lesgeven maar dat een mens vooruit wil in het leven en wij vaak onvoldoende stil staan bij dat wat ons echt gelukkig maakt. Deze kans voelt als een cirkel die rond is, beginnen in een klas bij de leerlingen en daar eindigen. Dat klopt niet echt want ik kan nog niet met pensioen. Maar het is mooi meegenomen. Na 26 jaar kan ik aan de lijve ondervinden of de kinderen inderdaad zoveel veranderd zijn. Iets wat ik wel vaker hoor.  

Vandaag maak ik mijn voorbereidingen, morgen pak ik mijn boekentas en vertrek ik met de fiets naar school. Net als vroeger. Ik zie er echt naar uit. Terug naar de school waar ik mijn stages liep, waar mijn zoon zat en waar nog oud-collega’s van mij werken. Het voelt als terug naar mijn bron gaan.

Mijn laatste volledig jaar als leerkracht 93-94

Les canards, honden en reeën

Parmantig kwamen ze het pad naast ons huis dat vanuit het Hayebos naar de straat loopt, opgewandeld. Per toeval of uit nieuwsgierigheid waren ze in de trechter beland die hen recht naar de straat voert. Piet reed net de oprit af, zag ze komen en liet hen beseffen dat ze beter konden terug gaan naar het bos.

In het Hayebos zien we, vooral tegen valavond dat er meerdere reetjes lopen. Ze zijn naar mijn perceptie niet meer zo schuw. Je kan ze, als je heel stil bent, bewonderen terwijl ze eventjes rustig rond kijken. Met z’n zessen had ik ze nog nooit gezien. Maar je weet hoe dat gaat. Ze komen elkaar toevallig tegen, voor hen geen social distancing, stappen verder en nog wat verder. De één moedigt de andere aan van ‘Durf je’? ‘Ik wel hoor!’ En voor ze het beseffen zit heel de groep op plaatsen waar ze eigenlijk niet moeten zijn. Ik ben heel blij dat mijn echtgenoot daar was op het juiste moment. We mogen niet aan de gevolgen denken, stel dat ze op straat waren beland en dan denk ik niet alleen aan de gevolgen voor de automobilisten of fietsers maar ook voor hen. Ik denk dat ze een sprong in het duister waagden en gelukkig niet terecht kwamen in de wereld die niet de hunne is. De reeën in het Hayebos zijn van niemand maar wij, de buren zijn er heel fier op.

Is hun vertrouwen in de mens gegroeid?

Mijn gevoel van veiligheid in de bossen is heel erg gegroeid. Vaak wandel ik alleen door het bos, geen mens te bespeuren en het voelt goed. Ik voel mij veilig. Misschien staan de reeën mij van achter een boom te beloeren. Dat mag. Misschien kwamen ze gewoon bij mij op de koffie? Sedert de pandemie wandelen iets meer mensen door het Hayebos. Het is geen stormloop. Als bosliefhebber kan ik dat enkel toejuichen. Hoe meer mensen genieten van de natuur, hoe meer mensen die schoonheid zien.

En die honden?

Als je met een hond wandelt, en dat doe ik ook af en toe, geraak je vlug aan de praat met andere hondenliefhebbers. Een hond is ideaal voor je gezondheid. Hij of zij moet naar buiten. De ideale manier om tot wandelen te komen, is een hond kopen. “Wie laat wie uit?” vraag ik mij vaak af als ik baasjes achter de leiband van de hond zie lopen in een bijna hopeloze poging om het beest bij te houden.

Andere baasjes hebben de poging om de hond bij te houden opgegeven en laten de hond lopen. Dat gebeurt ook hier in Nieuwpoort waar ik mijn Sinksendagen doorbreng. Gisteren bezocht ik het pas voor het publiek toegankelijk gemaakte natuurgebied. Een baasje wandelde met de hond zonder leiband. Hij had zelfs geen leiband bij. ’s Avonds kan je, nadat alle toeristen vertrokken zijn, genieten van de waterdieren. Dan mogen en kunnen ze vrij ploeteren in het water, samen met hun kroost. Plots bijt de hond in het kleine tuiltje veldbloemen dat ik in mijn hand hou. ‘Ce n’est que pour jouer’, hoor ik de baas zeggen. ‘Je sais, mais s’il joue avec un canard, c’est un meurtre’, antwoord ik geschrokken.

Maak je hond geen vijand van reeën en eenden

Ik lees dat in het natuurgebied Burreken, in en rond Brakel, al meerdere reekalfjes zijn gevonden die werden gebeten door honden. Honden spelen graag en niet alle honden bijten reekalfjes. Maar onze buurman en hij kan het weten want hij is bioloog, vertelde mij dat als een hond snuffelt aan een jong reetje, de kans groot is dat de mama dat reetje verstoot en dat het beest op die manier sterft. Er zijn leibanden in alle maten en kleuren. Doe je hond het plezier, zorg dat hij er met zijn leiband heel trendy uitziet voor de boswandeling. Je doet er alle beesten een plezier mee.

CORONA is voor mij zeker een tijd van terugkeren naar de natuur. Ik geniet er van en met trots wou ik jullie tonen wat een rijkdom aan prachtige beesten wij hebben in onze gemeenschappelijke achtertuinen, in Brakel en in Nieuwpoort. Ik ben er zeker van, in jouw streek heb je de ook. Deze stille tijd kwam goed van pas om de natuur eventjes rust te gunnen. Laat het ons niet opnieuw verpesten en laat ons samen genieten van het mooie dat we gratis krijgen. En denk aan je hond en aan jezelf want de reeën en eenden zouden wel eens kunnen samen spannen en de sterkste zijn. Denk maar aan de mieren in het filmpje van De LIJN.  

Revalidatie na CORONA

Het begon in het begin van de week. De scholen waren net opgestart met een aantal klassen of we kregen al de opdracht om te enquêteren met als belangrijkste vraag of de scholen het ook zagen zitten om meerdere klassen in te richten.

Ik hou van de opdracht om contact te houden met de scholen en hen te motiveren in wat ze doen en te stimuleren om verder te gaan op de ingeslagen weg. Het enthousiasme waarmee basisscholen hun verantwoordelijkheid opnemen, is groot. Het waren fijne gesprekken. Maar de gesprekken van deze week waren anders, vooral voor mij. Bij het stellen van de vragen liep een elektrische schok door mijn ruggengraat want ik voelde dat het gedaan was met de CORONArust. En ja, ik weet dat de economie moet draaien en dat het zo niet langer kan en dat ik bij de gelukkigen ben qua inkomsten en gezondheid. Maar dit gaat nu even over mij, over mijn kleine kortsluiting.

Ik behoor tot het superkleine percentage van vrouwen die 60 worden dit jaar en nog steeds voltijds werken. Mijn leven bestond uit organiseren van gezin en werk en door deze twee in een iets sneller tempo af te werken was er tijd voor andere dingen. Ik koos ervoor, ik deed het graag en ik haalde er voldoening uit. Eigenlijk wist ik ook niet beter. CORONA leerde mij dat er ook een ander leven is. Ook al bleef ik doorwerken vanuit mijn kot, het was een groot verschil.

Een vast dagritme

Sedert 13 maart sta ik elke morgen rond 7 uur op, heb ik een aantal vaste ochtendrituelen en elke dag om 8 uur zit ik samen met meer dan 100 andere mensen te mediteren via zoom. Ik mocht ontdekken dat dit een zalig ritueel is om de dag te starten. Elke dag heb ik toch de verplichting om mij toonbaar te maken want ik kom in beeld. Tegen half 9 begint mijn werkdag in alle rust. Ik kom het bureau niet uit en via teams, zoom of WhatsApp doe ik de vergaderingen en onderhoud ik mijn contacten. Ik ervaar intussen dat praten met mensen van wie je het gezicht niet ziet te mijden is in eenzame tijden en zeker in tijden van overaanbod van online-meeting-programma’s. Dit is een CORONAinzicht want tot twee maanden geleden nam ik vaker gewoon de telefoon.

Dat vast dagritme heb ik niet in mijn werk. Mijn werkplaatsen variëren volgens de opdrachten. Voor elke andere plaats kijk of de trein een optie is, welke weg ik best neem, hoe lang onderweg, waar de files zitten en hoe ze te omzeilen om dan het uur van opstaan en vertrek te berekenen. Dat vertrek kan variëren van 6 tot half 8 als ik al ’s morgens op pad moet. Telkens anders. Ik haat te laat komen en ondanks alle voorzorgen is er nog steeds de mogelijkheid van de onverwachte files en de vertraging van de treinen. Nu op dit moment, ervaar ik al stress bij het neerschrijven van de woorden ‘file’ en ‘vertraging’.

Een eenvoudige agenda

Mijn agenda ziet er helemaal anders uit. Ik heb iets meer vrijheid, vooral de mentale vrijheid om mijn dagen in te richten. Een vergadering bijwonen is vaak hoogstens een programma opstarten en zorgen dat ik voorbereid, uitgerust en verzorgd in beeld kom. De grootste verplaatsing is die van de keuken, voor mijn theetje tijdens de vergadering naar het binnen- of bij goed weer buitenkantoor. En we starten op voor een doorgaans korte en efficiënte vergadering.

Cursussen

Ik heb een grote honger om bij te leren en daarvoor was/is dit een interessante tijd. Er is een overaanbod aan online cursussen waar ik met plezier op inschreef. Soms overdreef ik. Op een bepaald moment had ik vier cursussen in één week. Dat was even van het goede te veel maar op die cursussen leerde ik veel mensen op een intense manier kennen. Ik heb vrienden van Hasselt tot de kust, nooit gezien, gewoon online leren kennen door samen te oefenen tijdens de online cursussen en nadien nog even af te spreken om wat verder te oefenen of bij te praten. Ik zag hen nooit in levende lijve. Het zal uren op de trein of in de auto vragen als ik hen allemaal een levend bezoekje wil brengen.

Slaap

Ik was een slechte slaper. Misschien wel door het onregelmatige leven en nu mag ik met plezier zeggen dat ik een fantastische slaper ben. De regelmaat van leven en de dagelijkse wandelingen of fietstochtjes, waar ik nu tijd voor heb na of voor een werkdag, doen mij goed.

De poes

Als je elke dag thuis bent, hecht je meer waarde aan je huisgenoten. Naast Piet is dat de poes. Ik zie hoeveel uren per dag een poes slaapt, ik hou zijn wandelingen in de gaten, hij komt af en toe binnen om geaaid te worden. Ik krijg telefoon van de buurvrouw om mij te melden hoe vaak hij daar op bezoek komt en dat hij waarschijnlijk weer gevochten heeft, te zien aan de wonde die er gisteren nog niet was. En hij volgt regelmatig cursussen mee. Ongevraagd komt hij voor het scherm zitten of kruipt hij op mijn schoot. Hij geniet mee.

Poes volgt les in CORONAtijd

En nu is het zo ver

Kijk, ik ga dat allemaal missen want de opstart is volop bezig en het voelt als revalideren. Het is even verschieten als je je been breekt, maar terug leren lopen is een proces van vallen en opstaan. Neen, ik heb geen fysieke pijn maar de rust deed mij goed. Ik voel mij nu fitter, rustiger, vrijer, gezonder, wijzer en ik slaap beter. Mag ik al deze basisbehoeften nog voeden na de opstart? Ik vrees nu al dat ik volgend jaar en vele jaren erna zal vertellen over de CORONATIJD als de schoonste tijd die er ooit was. Je weet wel, na een tijd wordt alles nog beter en hoe ouder we worden hoe schoner de tijd van toen. ‘Omalu, zwijg nu eens over de CORONA’ zullen de kinderen en kleinkinderen zeggen, ‘er waren ook veel minder schone kanten aan hoor‘.

Winkelen met de dochter voor de kleindochter in tijden van CORONA

Onze oudste dochter woont intussen meer dan 10 jaar in het buitenland en nu ze mama wordt en gesetteld is in Zwitserland, verkiest zij haar babysuitzet homemade en Belgisch. Het migrantengevoel sloeg toe; alles wat van thuis komt, is beter. Met Pasen wou ze al die pakjes die ze hier online bestelde ophalen maar de CORONA houdt haar in haar eigen bubbel.

De nieuwe aanblik van de winkelstraten
“Gewoon terug brengen naar de winkel” stond op de pakbon van een hele grote doos babyspulletjes. En dat deed ik maandag. De winkelstraten van Geraardsbergen zijn autovrij en verkeerswachters tekenden gele pijlen die de kopers aan hun kant moeten houden. Rechts van de straat stap je heen, links van de straat terug. In hun paarse kostuums, die toch ook enig gezag uitstralen, manen ze de kopers aan om afstand te houden. Die eerste winkeldag was het vooral heel druk aan de telefonie winkels. Als je de uren dat je nu online bent optelt, krijg je zo medelijden met mensen die het zonder GSM of telefoon moesten doen de voorbije weken. Sociaal contact was voor mij de voorbije weken een synoniem van whatsapp, zoom of messenger.
Het kritisch oog van de mama en omalu

Ik bekeek de inhoud van de grote doos kritisch: Eerste rompertjes met lange mouwen en dikke eerste pyjamaatjes? Terug brengen want het is een zomerkindje! En die eerste hemdjes zijn te klein aan de buik van de mama te zien. En dat mutsje zou ik niet kiezen, het past bij geen enkel kostuumpje… Ik ging er met de ruwe borstel vandoor, belde een paar vriendinnen over het maatje dat zij en hun dochters kochten voor de eerste uitzet en droeg alles waaraan ik twijfelde terug. Ik trok met mijn grote doos naar de winkel. Een half uurtje kreeg ik om ¾ van de inhoud te ruilen.

Samen shoppen via WhatsApp

Kan iets je blijer maken als toekomstige oma dan de verantwoordelijkheid om de basisuitzet van je eerste kleindochter samen te stellen? Ik mocht terug shoppen, niet alleen maar samen met mijn dochter. De GSM was goed opgeladen. Elk slabbetje, elk kousje, elk dekentje, elk handdoekje, elke t-shirt werd gekozen door de mama in Zwitserland en gekocht door de oma in België met behulp van de GSM en dank aan WhatsApp.
“Hou je camera eens een beetje verder, ik kan het niet goed zien. Hebben ze dat niet in andere kleuren? Al aan slabbetjes gedacht? En dekentjes?” Samen kozen we wat het kleintje nodig heeft.
Haar eerste boekje

boekje voor Stampertje
Eerste kijkboekje voor “Stampertje”

Daar lag het, haar eerste kijkboekje! Dit wordt een cadeautje van mij. Ik hoop dat onze kleindochter het Nederlands zo goed machtig blijft dat ik haar, net als de andere twee kleinkinderen verhalen en gedichten kan voorlezen. Ik hoop hetzelfde plezier te beleven aan het voorlezen zoals ik dat deed met mijn eigen kinderen en met de jongens van mijn zoon en schoondochter als ze in Brakel met verlof zijn.

Koffie in ons eigen kot

Als moeder en dochter samen winkelen, eindigt dit altijd in een koffietje of een lichte lunch, gewoon om na te babbelen en om elk gekocht stuk nog eens te voelen en te bespreken. Dat deden we ook, elk in ons eigen kot en we turfden op de lijst wat we al kochten en wat er nog nodig is.  Volgend week vertrekt alles richting Zurich. We vonden gelukkig een koerierdienst.
Dat kleintje geniet mee

We hopen dat het kleintje meegeniet van de vele gesprekjes die haar mama en omalu voeren tijdens de online boodschappen. We bellen daarnaast nog verschillende keren op een dag want we werken vanuit ons kot en onze pauzes gaan op aan moeder-dochtergesprekjes. Het zijn misschien rare tijden van CORONA maar we trekken onze plan en genieten van deze andere manier om in verbinding met elkaar te staan. Hopelijk, ik las vandaag dat de Zwitserse grenzen op 15 juni opengaan, kunnen we elkaar vlug in levende lijve zien. Maar we leerden veel in deze CORONAtijd, zeker hoe we de computer en de GSM kunnen inzetten om ons heel dicht bij elkaar te voelen.
En later, als we haar niet meer ‘Stampertje’ noemen maar we haar eigen naam kennen, wil ik er ook zijn voor haar. Niet altijd in levende lijve maar waarschijnlijk vaak online.  Als ze nood is aan lesjes Nederlands of aan een oma die verhaaltjes vertelt voor het slapengaan, wil ik dat gerust op afstand doen. Misschien kan zij mij in de verre toekomst wat Duits leren, als zij naar de school gaat. We zijn nooit te oud om te leren.

Meisjes van bijna 60 in tijden van CORONA

“Ik ga elke dag wandelen.”
“Ik ook, spreken we af?”
“Wanneer kan je aan de molen zijn? “
“Binnen een dik kwartier.”
“Ik kom!”
Net als in een sprookje wonen we elk aan een kant van het bos. De molen is het dichtste punt dat onze routes snijdt. Ik vertrek thuis, loop enthousiast de heuvel in het bos af, steek de straat over, trek door de velden en we zien elkaar. Terwijl ik de heuvel in het bos afloop, geloof me de ondergrond is niet stevig en het risico op vallen is groot, voel ik mij tien jaar. Ik haast mij om op tijd te zijn want een kwartiertje is wel heel nipt gerekend.

Mijn vriendinnetje ken ik al 57 jaar, van toen we in de eerste kleuterklas zaten. De hechte vriendschap ontstond rond ons tiende en toen al zei de zuster op school dat wij met een rekkertje aan elkaar hingen. Dat rekkertje is gebleven. Ook al hebben onze schoolkeuzes ons uit elkaar getrokken, wij vonden elkaar terug. We maakten de geboortes van elkaars kinderen mee en dan die van de kleinkinderen. We wisselden ervaringen uit over relaties en werksituaties, de zorg voor de ouders en de waarden en normen waarmee we in het leven staan. Dat rekkertje blijft er en is soms een magisch kanaal. Soms zien of horen we elkaar maanden, misschien een heel jaar niet. En dan, plots op een moment dat het iets minder goed gaat, is daar dat telefoontje of dat berichtje, juist gepast op het juiste moment. Het voelt speciaal, het is speciaal.

Dat bijna bovennatuurlijk, magische gevoel van synchroniciteit krijg ik terug in het bos waar de tijd lijkt stil te staan. In tegenstelling tot onze wegen en onze huizen, ziet dit bos er precies hetzelfde uit als honderd jaar geleden. En ik sta mezelf toe om over tijd en ruimte heen te mijmeren. Misschien waren wij heel lang geleden, in een vorig leven, ook vriendinnetjes die elkaar opzochten aan de andere kant van het bos. Het voelt alsof ik deze weg al heel veel keren nam om bij iemand te gaan die ik heel graag heb.

We wandelen en vertellen op social distance. Haar hond nodigt veel mensen uit tot een klapke tussendoor. Zij moest nog boodschappen doen maar ik stap mee tot aan haar huis, ik doe een omweg om wat langer te kunnen praten. Net zoals ik dat deed 50 jaar geleden. Ik maakte een ommetoer om naar huis te rijden, omdat we nog zoveel te vertellen hadden, al waren we al een hele dag samen. We hadden ons vast praatplaatsje, voor de deur van haar oma. Tot haar mama naar de school belde om te zeggen dat ze om vijf uur nog niet thuis was. We kregen onder onze voeten, haalden onze schouders op en zochten andere oplossingen om elkaar meer te zien. We geraakten niet uitgepraat en dat zijn we nog altijd niet.

Als ik langs een andere weg door het bos naar huis stap, voelt het terug alsof de tijd bleef stil staan, in het bos en in mijn hoofd. Thuis kijk ik even in de spiegel om terug in de realiteit te kunnen stappen. Die spiegel verklapt mij mijn leeftijd. Ik ben geen tien meer maar bijna 60. Wandelen door de bossen doet wat met een mens.

4 jaar, in de tweede kleuterklas
Onderste rij: Ik tweede van links, Suus helemaal rechts.

 

Liefde in tijden van cholera en na corona

Heel wat auteurs hebben de laatste tijd leentjebuur gespeeld door de titel het van het supermooie boek van Márquez  ‘Liefde in tijden van cholera’ om te buigen naar ‘Liefde in tijden van corona’. Ik deed dit ook, er staat een rubriek met die naam op deze blog. Maar ik gaf er, zo besef ik nu, weinig uitleg bij.

Ik ben een grote fan van Gabriel García Márquez, de overleden nobelprijswinnaar. Ik lees en herlees zijn boeken nog altijd graag.

30 jaar later en ik ken het boek nog

Wanneer ik het las? In 1990. Waar? In het ziekenhuis. Hoe ik mij voelde? Leeg. Op dat moment was ik blij met een boek dat mij vastgreep en door de dagen sleurde. Ik ben het boek niet alleen daarom maar om de passie die in al zijn vormen van de pagina’s spat, nooit vergeten.

Ik hou het kort, dit is het verhaal

Het boek gaat over Florentine Ariza die eenenvijftig jaar, negen maanden en vier dagen wacht om bij de vrouw te zijn van wie hij houdt. Die teller start als zij, Fermina Ariza, hem na een platonische liefdesrelatie afwijst. De relatie is haar vader aan de oren gekomen en zij wordt weggestuurd. Ze blijven elkaar schrijven want liefdesbrieven schrijven, was zijn supertalent. Tot ze terug komt en merkt dat de brieven haar passioneel beroerden maar de man zelf iets minder. Ze wijst hem af en trouwt met een ernstige dokter met status en rijkdom. Ze hebben een rustig huwelijk. De liefde van Florentino Ariza blijft duren en hij zal heel zijn leven op haar wachten. De man zat niet stil, had zelfs enige moeite om zijn broek aan te houden en had in tussentijd 622 !!!verhoudingen.
Als de echtgenoot van Fermina sterft, ziet Florentino zijn kans om haar terug te winnen, en op de sterfdag van de echtgenoot gaat hij al om haar hand vragen. Fermina weigert, maar ze beginnen terug brieven te schrijven, ontmoeten elkaar en seksen. Nu zijn haar kinderen tegen. Tijdens een romantische bootreis vraagt Florentino aan de kapitein om de gele vlag te hijsen. Die vlag betekent dat er mensen met cholera aan boord zijn. Zij blijven op de boot, niemand komt hen nog storen en de boot is in geen enkele haven welkom. De cholera is hun persoonlijke uitvlucht om eindelijk te genieten van elkaar.

Vluchten om een droom te bereiken

Voor mij is dit een verhaal van niet opgeven, van hoop en van vluchten voor de dagelijkse sleur en onbegrip. In hun geval was dat de vader en later de kinderen. De choleravlag was de oplossing om aan dat alles te ontsnappen en rust te vinden.

De rust in mijn kot tijdens CORONA voelt soms ook als een vlucht. Ik wist niet dat ik moest vluchten maar nu besef ik dat de tijd daartoe rijp was. Ik ben nu weg van de drukte op de weg en de files, de overvolle treinen, de vele vergaderingen, de moet – moet en moet-nog-meer moeten-mentaliteit. Nu moet er plots veel niet meer; enkel noodzakelijke verplaatsingen, noodzakelijke en korte online vergaderingen, enkel de essentiële lessen voor onze leerlingen, enkel noodzakelijke ingrepen in de ziekenhuizen…  Het lijkt plots alsof veel waar vroeger altijd hoogdringendheid achter zat, niet meer hoeft. Briefings zijn korter, opdrachten zijn duidelijk en to-the-point, essentiële beroepen krijgen waardering,  winkelen doe ik op afspraak en ik koop vooral wat ik echt nodig heb.

Ik ben eerlijk, de opstart lijkt mij moeilijker dan de lockdown. Ik neem me voor om na CORONA met minder stress te leven, om elke morgen te blijven mediteren, om elke avond te wandelen, om enkel noodzakelijke vergaderingen te plannen of eraan te  participeren, om meer in mijn kot te blijven en uitstapjes en reizen te blijven beperken.

Gaat dat lukken?corona

Nu hoop ik dat we het goede dat we leerden tijdens CORONA kunnen houden. Een coronavlag heb ik niet op mijn boot om stress en moetjes buiten te houden. Laat ons creatief zijn om onze rust te blijven bewaren. Hopelijk denken veel mensen er net zo over en zijn een aantal inzichten blijvend. Dan is dit een zeer goede wake-up-call en is het geduld dat wij getoond hebben zinvol geweest.