Reizen in tijden van CORONA

Reizen is goed voor het hart en de ziel

IMG_2006
Ik ben niet zo een grote reiziger. Als ik eerlijk mag zijn, reizen is jarenlang een sociale en familiale verplichting geweest. Toch ben ik bij thuiskomst, en daar verlang ik eerlijk gezegd ook vaak naar op reis, blij. Niet alleen omdat het achter de rug is, maar voor de vernieuwde energie, de frisheid die mijn geest mag meemaken, de nieuwe ideeën die ik kreeg in de rust van de andere omgeving. Even weg in ruimte en uit het gewone ritme maakt mijn brein creatiever. Creativiteit maakt gelukkig. Totaal kunnen opgaan in het moment dat je creatief bezig bent, total opgenomen zijn in de flow van de tijd is het zaligste wat er bestaat. En dat kan in veel dingen; in een breiwerk, in tekenen, naaien en schilderen, koken, iets knutselen, schrijven of wat jij ook heel graag doet. Al die dingen waarbij je het gevoel hebt te mogen zweven op de vleugels van de tijd maken je leven waardevol.

Reizen en ver uit ons kot gaan, is geen optie in deze corona tijd

Toch reis ik, zoals heel veel mensen met mij, via mijn dagelijkse wandeling. Hier in Everbeek zijn we verwend met wandelpaden, door de bossen, de velden, in steegjes. En al doen we elke dag dezelfde wandeling, elke dag verandert er iets. Plots is daar het daslook en duiken paasbloemen op midden het bos. En naast de velden met witte moerasbloemen, zijn er gele en blauwe. Doordat we zo dicht bij huis moeten blijven, is niet de veelheid belangrijk maar kijken we intenser. Daardoor priemen plots plaatjes op ons netvlies van dingen die elke dag anders zijn. De economie dreigt stil te vallen maar de natuur trekt zich daar niets van aan. Ze blijft heel hard haar best doen om tot leven te komen na een zachte winter.

Berlijn niet gezien, Everbeek is prachtig

Vorige week zouden Piet en ik een culturele reis maken naar Berlijn. We zagen er naar uit want het was de eerste keer in mijn lange carrière dat ik tijdens het schooljaar compensatieverlof kreeg. “Dan kijken we naar films over Berlijn”, zei ik enthousiast. Was Tom Boonen deze week niet aan het fietsen geweest in Berlijn, we hadden niets van Berlijn gezien.
We hebben Berlijn niet gemist want in de plaats kregen we het prachtige Everbeek, een onbekend stukje tussen Vlaanderen en Wallonië waar het heerlijk is om te wonen en om te wandelen.

Genoten we niet met z’n allen van de mooie reportage van Joris Hessels over Gentbrugge? De camera zoemt constant in op mooie plekjes. Nu krijgen we de kans om onze eigen camera te richten op alles wat ons opvalt en geloof me, als je beter kijkt, is alles mooier. We krijgen NU de kans om elke dag een reportage te maken over onze eigen buurt en in ons hoofd. Op social distance natuurlijk.

En al die andere dingen die we moeten missen?

Ik denk plots aan Godfried Bomans. Hij schreef in zijn boekje ‘Gedachten achter een bord spaghetti’ dat de beste manier om de Sixtijnse Kapel te bekijken, midden de kapel op de grond op de rug is. Maar dat mag en lukt niet! De tweede beste manier is thuis in een boek kijken naar de foto’s. Laat ons dus, als er nood aan is, internet openslaan en reizen in ons hoofd nadat we eerst genoten van de prachtige dingen in de eigen buurt.

Hou de moed er in, verzorg jezelf en al degenen in je kot. Ik denk aan jullie
Liefs
Lucrèce

Een goeiedag in tijden van CORONA

Lieve wandelaars,

Een goeie dag is niet besmettelijk! Dat wil ik jullie eens duidelijk maken.
Ik wandel elke dag of ik probeer het. Meestal doe ik een toertje door de wegeltjes rond onze straat. Met de kleinkinderen heb ik uitgemeten dat het ongeveer één mijl is. Als zij kwamen, vroegen ze altijd of we een mijl gingen stappen. Met hen gaat het nu niet natuurlijk, zij wandelen ergens in Kumtich.
Elke dag kwam ik wel iemand tegen en vaak hield ik ook een babbeltje. Ik ben zo en ik weet dat heel veel mensen dat waarderen. Zo kom je nog iets te weten van je buren.
Veel gesprekspartners van voor CORONA blijven nu binnen, de kwetsbare mensen.
Andere mensen zijn aan het wandelen geslagen. Mensen van iets verder, mensen die nu pas gaan wandelen, mensen die hond, partner en kinderen willen uitlaten. Het is een fantastisch idee om in onze prachtige streek je immuunsysteem te boosten.

Er valt mij iets op. We praten niet met voorbijgangers, dat is normaal. Het is nu niet het moment om in levende lijve je leven te vertellen. Dat versta ik. Maar waarom durven mensen plots geen goeiedag meer zeggen?
Wij zijn heel voorzichtig, houden de nodige afstand en zoeken oogcontact. Zij kijken opzij. Raar want corona is niet besmettelijk via oogcontact en zeker niet via een vriendelijke goeiedag.

Wil jij, lieve wandelaar, mij gewoon een plezier doen? Ga desnoods een stap opzij maar negeer mij/ons niet. Ik ben ook iemand in quarantaine die momenteel geen nood heeft aan nog meer gesprekken. Ik zit online en heb met meer mensen dan ooit contact. Ik wil gewoon niet dat we hier op de boerenbuiten de gewoonte om iedereen een goeiedag te zeggen verleren. Nu niet en niet als deze CORONA-quarantaine ophoudt.

Draag zorg voor jezelf en voor de anderen maar blijf goeiedag zeggen, desnoods een knikje met je mond dicht.
Je wordt er zelf gelukkig van.

Lieve groet
Jullie buurvrouw

2-1-550x368

Moeder van het volk in tijden van CORONA

Elk kind loopt over van liefde en respect voor de mama. En toch is het de normaalste zaak van de wereld dat jongeren zich ooit afzetten tegen de mama, de ouders.
De band tussen moeder en kind is er één van het prille begin, negen maanden zit je dichter bij elkaar dan je ooit bij iemand zal zijn. En de dag van de geboorte is het begin van een lang en geleidelijk afscheid. De wereld van het kind wordt zo boeiend, de rol van de mama wordt kleiner en kleiner. En dan komt het moment dat ze uitzwerven. Ze gaan studeren. Vrienden en liefjes zijn belangrijk. Ze bouwen eigen relaties op en stichten zelf een gezin.

Ik mocht moeder zijn op mijn 22ste, mijn 25ste en mijn 37ste en die laatste keer mama-zijn beleefde ik het meest intensief. Ik was iets ouder, ervaren en vol vertrouwen. Ik was op die leeftijd minder bezig met mezelf want huis, werk en carrière waren al grotendeels gerealiseerd. Dat we dit kind als gezin, samen en met ons vieren mochten opvoeden, gaf ons gezin een fantastische flow.

Op intense momenten, zoals nu, wordt die band weer iets intenser. Ik bel rond hoe het gaat, zij informeren mij over het thuiswerk, de eerste speciale schooldag van de kinderen, de bezorgheden. We delen de oppeppertjes, de mopjes en filmpjes via WhatsApp. Ze vertellen over de creatieve oplossingen op het werk of hoe ze zoveel als mogelijk mensen proberen aan het werk te houden terwijl ze de collega’s niet life mogen ontmoeten. Ik kan hen geen oplossingen bieden maar ik ben fier. Dit is weer een moment dat ik mij echt mama en nuttig voel.

Het gevoel van oer-moeder-zijn had ik deze week bij verschillende vrouwelijke politica en laat het mij hier beperken tot twee federale ministers. Maggy De Block maakte ons bewust dat we allemaal in ons KOT moeten blijven en dat we mensen met een snotneus moeten mijden. In eenvoudige woorden zegt ze wat moet gezegd worden. Het is voor iedereen duidelijk en zij straalt de nodige autoriteit uit.
Gisteren werd ik blij bij de boodschap van onze vrouwelijke premier Sofie Wilmes. Ze sprak ons en specifiek de jongeren toe via twitter. Ze verantwoordde de maatregelen, maakte het doel van de maatregelen duidelijk, suste, stelde gerust, waarschuwde en riep op tot solidariteit.

Een moeder van het volk toonde zich. Dit land heeft nu leiders nodig die bezorgdheid tonen en uitleggen, recht uit het hart. Lang geleden dat ik een premier dit soort leiderschap zag opnemen.

rein en anna

Grootouders in tijden van CORONA

piet en ik

Dit jaar word ik 60. Ja, het is even slikken. Blij dat wij gezond, fit en samen zijn. Gisteren en vandaag genoten we van een fantatische wandeling hier in de Vlaamse Ardennen. 60 is niet oud, wij werken nog maar we zien dat onze leeftijdsgenoten die intussen een rustiger leven leiden, hun nieuwe vrije tijd op een fantastische manier invullen. Zij zijn de modebewuste reizende levensgenieters en de meesten zien er na hun pensioen stralender uit dan jaren ervoor. Ik ken veel mannen en vrouwen die na hun carrière een nieuwe adem vinden en iets heel anders gaan doen en dat met veel enthousiasme. Kijk maar naar de vele gepensioneerden die bestellen in winkels, terug les gaan geven, opleidingen volgen en geven, een eigen blog en website uit de grond stampen. Dat zijn mijn grote voorbeelden. Volgend jaar kan ik op voorlopige rust en ik ga dat doen. Ik zie uit naar een nieuwe uitdaging, ik voel nieuwe energie door mijn lichaam gieren, ik heb plannen en ik ben al volop terug opleidingen aan het volgen. Aan deze carrière van 41 jaar komt een staartje. Een staartje van mogen, niet van moeten. Ik hoop voor mezelf nog op een fantastisch leven waar ik mijn talenten kan benutten in vrijwilligerswerk en eventueel nog in een andere functies. Laat mij iedereen verrassen!

Het heeft even geduurd voor ik deze knop voor mezelf kon omdraaien. Zoveel geloof in een onzekere toekomst vraagt een positieve mindset. En daar werk ik hard aan. Ik heb het heel mijn leven heel druk gehad met een voltijdse job, de vele opleidingen die ik volgde, de vele hobby’s en nieuwe uitdagingen die ik aanging. Samen zorgden we voor onze drie kinderen. Jarenlang speelde ik taxichauffeur want alle kinderen hadden een grote portie interesses en engagementen. Ik heb het graag gedaan, heel graag.

Maar nu breekt een andere tijd aan. Een tijd waarin Piet en ik meer tijd nemen voor onszelf, de kinderen en de kleinkinderen.
De kleinkinderen?

En dan komt dat coronavirus en het slingert ons bij een risicogroep, bij de bejaarden. Wij zijn oude mensen. Geen nuance over de leeftijd van de grootouders, neen, kleinkinderen blijven bij de grootouders weg. Alle begrip natuurlijk maar het is even slikken. Plots realiseren we ons dat wij bij een groep mensen horen die risico’s lopen op het virus omdat we een minder goede gezondheid en kwaaltjes hebben. Dit is even slikken. We kijken even naar elkaar terwijl Wim De Vilder nog eens de vraag stelt aan Maggy De Block of kinderen bij de grootouders kunnen? Neen!

Zoals met alles wat hier rondom ons gebeurt in deze onvoorstelbare rare tijd, zetten we onze gevoelens even on hold. Maar zodra deze pandemie voorbij is, zijn we zinnens om ons terug jong, fit en heel creatief te voelen. En op deze toekomst drinken we vanavond een glas, met ons tweetjes.

Over een lege agenda, eindelijk tijd en toiletpapier

save paper

Maart 2020 zullen we niet vlug vergeten. Net kreeg ik een geboortekaartje. Als de familie later spreekt van de tijd toen we weken niet op café konden, zal iedereen zeggen: ‘Dat was de week dat ons Louisa geboren werd’.
Het is historisch wat we nu meemaken. Vandaag werden onze citytrip, mijn examen copywriter, mijn opleiding voor morgen en de volgende zaterdagen en de babybrunch van zondag geannuleerd. Begin deze week maakte ik mij nog zorgen over dat superdrukke weekend. Ik wou studeren en nu, heel onverwacht, mag ik zelfs mijn boeken sluiten. Van iets te druk kom ik plots in een leegte.
Maar naast de opeenvolgende berichten over besmettingen en maatregelen sijpelen berichten over opportuniteiten, die ontstaan in een crisis en chaos, mijn mailbox binnen. Want een crisis is natuurlijk ook een kans. In het boek ‘De meeste mensen deugen’, schrijft de auteur dat de Duitsers bommen op Londen dropten met de bedoeling chaos te creëren. Het tegendeel was waar. De Londenaars putten nieuwe energie uit het gezamenlijke leed en deden alles wat ze konden om het dagelijks leven te laten verder gaan.
Nu zien we de politiekers samenwerken om oplossingen te zoeken voor de veiligheid van de burgers en dat vraagt overleg, discipline en solidariteit. Jammer dat we die solidariteit niet zien in de plaatselijke supermarkt. Maar dit volledig terzijde.
Bij gebrek aan tijd verzamelde ik de voorbije jaren een hoop boeken, stofjes en breiwol. Met een lege weekendagenda is het dus tijd om enkele stofjes te verwerken en aan een boek te beginnen dat zich al jaren op de boekenplank afvraagt waarom ik het links laat liggen. Vanaf nu, en hopelijk nog lang daarna, kan ik de tijd nemen om dat uurtje per dag te wandelen. Het weer gaat verbeteren en onze Vlaamse Ardennen zijn prachtig, als je de tijd neemt om rond te kijken.
Ik lees dat mensen zichzelf voorzien van hele pakken Wc-papier. Blijkbaar hebben velen van ons het vooruitzicht om zich te verschuilen op het toilet. En als ze daar toch in eenzaamheid zitten of voor hun relatie die zoveel samen thuis niet aankan, kunnen ze zichzelf maar best verwennen met een zijdezacht papiertje. Ook dat is een leuk vooruitzicht.
De crisis is wel heel goed voor het milieu, zei een activiste. En thuiswerk kan plots wél op veel bedrijven. Hopelijk vergeten werkgevers nadien de voordelen niet en groeit uit dit experiment het vertrouwen in zelfstandig werk.Ik ben voor thuiswerk, mocht het al jaren aan de lijve ondervinden en gun iedereen de ochtendrust voor een actieve werkdag thuis.
“Elk nadeel heb z’n voordeel” zei Johan Cruijff. Dus misschien moeten we eens echt gaan focussen op wat het virus ons brengt. Het is een mijlpaal in de geschiedenis en buiten heel voorzichtig zijn, elkaar respecteren en elkaar helpen, kunnen we niet veel doen maar wel veel leren.
Verzorg jezelf en al wie je lief hebt. En weet jij al hoe jij je lege agenda gaat invullen dit weekend?

Geniet van je dag dames, het is vrouwendag vandaag

Waarvoor kan ik pleiten op vrouwendag? Mijn leven is zo normaal dat het bijna als niet-normaal voelt; lang getrouwd met de papa van mijn kinderen, al 25 jaar dezelfde werkgever, geboren en nog steeds wonend in dezelfde gemeente, content met leven, werk en gezondheid, geen vijanden en geen gevoel ergens verstoten te worden. Ik zie je fronsen lieve lezen, zo normaal dat het bijna saai lijkt. Vandaar ook dat mijn blogs over die kleine dingen in mijn leven gaan.

Ik werkte in een mannenwereld

Toen ik 25 jaar geleden op mijn huidig werk begon, werkten we daar met een klein percentage vrouwen. Ik had, na een periode van betutteling, het gevoel dat ik mijn mannetje moest staan. Betutteling is het nieuwe discrimineren. De woorden van columniste Yvonne Kroonenberg brachten voor mij verlossing. Vooreerst relativeerden de fantastische titels van haar boeken mijn leven tussen de mannen: “Alles went behalve een vent”, “Het zit op de bank en het zapt”, “Mannen willen maar één ding”, “Kan ik hem nog ruilen?”.
Het was vooral die ene vraag die ze zich stelde: “Waarom gedragen vrouwen die hun mannetje willen staan zich dan niet als lieve mannen?” Dit deed het licht aan, ik kon mij gedragen als een lieve man, of beter, gewoon als mezelf, als vrouw.

Van vrouwen die zich in hun profileringsdrang spiegelen aan narcistische, zelfingenomen, autoritaire en engdenkende mannen, heb ik wel al vaak last gehad. Voor mannen die even in overdrive gaan, heb ik begrip en een menselijk excuus; compassie, mededogen. Ze hebben het soms zo moeilijk met al die vrouwen die hun taken overnemen. Toen vrouwen hun menig niet gaven, was het voor de man gemakkelijker. Nu is het boeiender, al is niet iedereen daar van overtuigd.

Excuustruzen

Is vrouwendag nog nodig? Ja! Zijn de proteststemmen nodig? Ja! Worden wij als vrouwen benadeeld? Ja! Helpen de wetten die er moeten voor zorgen dat vrouwen gelijke kansen krijgen? Ja en neen. Het grootste probleem zit in de hoofden van de mensen. Als ik in 2020 nog steeds moet horen van leeftijdsgenoten dat een huwelijk strandde omdat de vrouw te veel ambitie had, zit het fout. Dit heeft niets met de ambitie van de vrouw te maken. Mannen met ambitie liggen heel goed in de markt. Het ligt aan de manier waarop we naar vrouwen met ambitie kijken en hoe mannen vrouwen steunen in hun ambitie. Als mannen en vrouwen gelijkwaardig zijn, mogen ze evenveel ambitie hebben.

Ik kreeg twee keer een opmerking op een sollicitatiegesprek over mijn vrouw-zijn. “Zal het u wel lukken om deze job te doen mevrouw, u heeft (toen) twee kinderen? Zal u zich hier wel thuis voelen tussen al die (leidinggevende) mannen? Twee keer heb ik de vraag beantwoord met een vraag “En stel je deze vraag aan de mannen ook?” Twee keer kreeg ik de job niet. Twee keer was ik achteraf blij. Een job niet krijgen, kan een heel mooi cadeau zijn. Vandaag stellen bazen deze vragen niet meer, ze kunnen er op aangesproken worden maar wat ze echt denken, dat weten we niet meer.

Omwille van de regelgeving op diversiteit werd ik al aangesproken, zogezegd op mijn talenten. Ik was enkel een excuustruus om een quota te halen.

Gelijkwaardigheid versus hoffelijkheid

Er is nog werk aan de winkel maar als ik eerlijk mag zijn, dan wil ik wel gelijkwaardigheid maar geen gelijkheid. Ik heb graag dat de mannen mijn deur open houden en ja ik krijg graag een complimentje. Dat laatste blijkt door bepaalde vrouwen als discriminerend ervaren te worden. Bij mij niet. Ik hou van een complimentje en ik geef er graag aan mannen, als het verdiend is natuurlijk. Hopelijk zien zij dat niet als discriminerend. In mijn hoofd zijn man en vrouw gelijk maar de vuilnisbakken, daar trek ik mij niets van aan en groene vingers heb ik ook niet.

women-654133_1920

De verdwijning van de Rechtvaardige Rechters

Schrik niet, ik weet meer over het verdwenen paneel “De Rechtvaardige rechters” en ik ga het jullie vertellen in deze blog.

2020 is het jaar van Van Eyck in Gent en voor die gelegenheid werd het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck gerestaureerd. Het werk, het wereldberoemde drieluik “De aanbidding van het Lam Gods” zette de Europese kunstgeschiedenis in 1432 op zijn kop. Vandaag is het één van de invloedrijkste schilderijen ooit. De schilders schilderden het werk in Gent. Het meesterwerk hangt terug in de Sint-Baafskathedraal en we mogen het geweten hebben want de ogen van het “Lam Gods” hebben ons al via verschillende media fel staan beloeren. Het werkt hangt er terug maar het hangt er niet VOLLEDIG. Het paneel “De rechtvaardige Rechters” hangt er niet.

Vandaag mochten burgemeester Mathias De Clercq, kanunnik Ludo Collin, rector Sint-Baafs, en Hélène Dubois, hoofd restauratie Lam Gods tekst en uitleg in de Zevende Dag. Boeiend hoe de burgemeester het schilderij als een verbinding tussen alle mensen ziet. Op het einde van het gesprek vroeg Lisbeth Imbo of er een verrassing aan kwam in verband met het verdwenen paneel. Niemand wist ergens van, of deed alsof maar de kanunnik zei letterlijk: “Ik weet misschien iets meer.” Toen de presentator doorvroeg, begon de man gegeneerd rond de pot te draaien. En dat viel mij heel sterk op want IK WEET MISSCHIEN iets meer!

Mijn verhaal begint in de paasperiode in 2018. Mijn vriendin en ik verkenden Firenze in de paassfeer. Vrouwen onder elkaar denken pratend en praten denkend. Plots, in een stille straat wenkt een man ons en hij zegt lachend dat er ook in Firenze mensen zijn die Nederlands begrijpen.

De vriendelijke man trakteerde zichzelf en ons op zijn dagelijkse espresso. Hij had ons een verhaal te vertellen en hij begon met de vraag: “Ken je mij. Ik was de primeur van het journaal op VRT op 28 maart 2014?” Wat een perfecte openingszin, onze aandacht was gewekt.

De man is Paul De Ridder. Hij was recent als verteller – onderzoeker – presentator te zien in Bruzz, het zaterdagmiddagprogramma op één over Brussel. Hij bracht er verschillende weken een prachtige reportage over het leven van Bruegel. Dr. Paul De Ridder studeerde geschiedenis en is Doctor in de Middeleeuwse Geschiedenis. Hij was Hoofdconservator van de Koninklijke Bibliotheek te Brussel. Via zijn werk, zo vertelde hij, maakte hij kennis met Prof. Dr. Robert Senelle, grondwetspecialist. Deze vertelde Paul De Ridder dat hij sinds 1968 poogde om het, sedert 1934, verdwenen paneel van de “Rechtvaardige Rechters” terug te laten keren naar de Gentse Sint-Baafskathedraal. En vanaf 2009 stond De Ridder zijn vriend bij in zijn zoektocht maar Robert Senelle stierf in 2013.  

Het verhaal van de Rechtvaardige Rechters van Prof. Senelle en Dr. Paul De Ridder is een heel ander verhaal dan al wat we al hoorden over de verdwijning. In de nacht van 10 op 11 april 1934 verdwenen uit de Joos Vijdkapel van de Gentse Sint-Baafskathedraal twee panelen van het wereldberoemde altaarstuk van het “Lam Gods”. Eén van deze panelen, Sint-Jan de Doper, werd na onderhandelingen met de “afperser” op 29 mei 1934 teruggegeven. Op 25 november 1934 overleed de Wetterse wisselagent Arsene Goedertier en hij werd aangewezen als de dief. Het paneel “De Rechtvaardige Rechters” blijft spoorloos. Er werd zelfs niet te hard naar gezocht tot de Duitse “Oberleutnant” Koehn tijdens de Tweede Wereldoorlog ijverig op zoek ging naar dit kunstwerk. Hij voerde als eerste een grondig onderzoek.

Het verhaal dat wij hoorden op het zonnige terras in Firenze is een verhaal van chantage, zoeken naar een gemakkelijk slachtoffer, omdat hij stierf, van misbruik van vertrouwen, spelen met geld van onschuldige slachtoffers, verdoezeling van bewijslast, mensen die weggepromoveerd werden, een paneel dat terug gevonden werd en dan weer niet, over de restauratie van het paneel in de jaren 60. Het is een verhaal van mensen die zwijgen om het verleden, zichzelf, maatschappelijke en politieke organisaties en families niet te schaden.

Is je interesse gewekt? Dr. De Ridder heeft een website waarop hij alles haarfijn uitlegt; www.paulderidderrechtvaardigerechters.com. Het was voor ons een middag waarop we dankbaar waren om zoveel boeiende informatie die heel plausibel lijkt. Paul De Ridder is een boeiende en fantastische verteller maar ik laat jullie het verhaal liever zelf lezen.

Terug thuis wou ik er ook meer over weten. Het plaatselijk Davidsfonds gaf een lezing over de verdwijning van en de zoektocht naar het paneel. Voor de man die zich gespecialiseerd had in het onderwerp was Arsene Goedertier terug een ordinaire dief, terwijl hij in het verhaal van Paul De Ridder een Robin Hood was, die het paneel als chantage gebruikte om “bestolen mensen” hun geld terug te geven.

Ik kon het niet laten en vertelde de spreker en de toehoorders verhaal dat ik in Firenze hoorde. Plots zei de spreker: “Misschien gaan ze het verdwenen paneel terug geven in 2020, het Van Eyckjaar in Gent.

Kijk, daar moest ik deze morgen aan denken toen ik naar de Zevende Dag keek. Het is 2020, laat dat paneel nu maar komen. Dank je wel, Paul De Ridder, voor de heerlijke koffies, de zeer interessante informatie en ik hoop echt dat jullie het bij het rechte eind hebben. Het is een prachtig verhaal, een verhaal van maatschappelijke verantwoordelijkheid.

De deken van de Sint-Baafskathedraal zei dat de indringende ogen van het Lam hem aanzetten om al zijn wereldlijke goederen achter te laten. Misschien zetten de ogen ook aan om het paneel vrij te geven.  

2020 Van Eyckjaar in Gent

Familie, het toneel

Ik mocht de avant-première van het toneelstuk “Familie” bijwonen. Het gaat over een familiedrama bij de familie De Meester in 2007 in Calais. Het acteurskoppel Filip Peeters en An Miller en hun twee dochters spelen, hun twee honden zijn er ook bij. Het stuk van de Zwitserse auteur en regisseur Milo Rau is de interpretatie van de laatste avond van een gezin dat samen zelfmoord pleegt. Het gezin De Meester had geen te achterhalen problemen als gezondheid, werk, geld of gebroken relaties. Toch hingen ze zich samen op. De moeder laat enkel een briefje achter: “We hebben het verkloot, sorry”. Op het toneel zien wij niet zo zeer het verhaal van de familie De Meester maar ook dat van de familie Peeters en een beetje van iedereen die in de zaal zit. Uiteindelijk kijken wij altijd naar een verhaal vanuit de eigen beleving, ook hier.

Sometimes being silent is the only way to speak the truth

Het gezin Peeters-Miller ging samen met de regisseur nadenken over hoe een dergelijke laatste avond er kan uitzien. Het decor was prachtig, de vertolking grandioos, de locatie -NTG Gent- super. Daarover ga ik het niet hebben. Ik kan enkel zeggen: “Het stuk speelt voor mij nog door, het blijft hangen en de vragen in mijn hoofd vermeerderen zelfs.”

Hoopvol

Hoe ik voelde ik mij tijdens de voorstelling? Hoopvol, tegen beter weten in. Zelden voerde ik een dergelijke innerlijke strijd tijdens een toneelstuk. De inleider zei vooraf dat ze het publiek niet zonder hoop konden wegsturen en dat woord was bij mij meer doorslaggevend dan de zelfmoordactie waarvan ik wist dat ze zou komen. En toch wijst niets op een dergelijke afloop als je in het moment naar het toneel kijkt. Daar wou ik blijven, in het moment en bij momenten lukte het. De avond bij het gezin verloopt rustig. Iedereen doet wat hij of zij elke avond doet. De avondrust in het gezin was er een waarvan ik, als moeder van drie vaak gedroomd heb. Was het de rust die mij de hoop gaf? Ik betrapte mezelf er constant op dat ik bleef hopen dat dit fijn gezin geen zelfmoord zou plegen.

De hondjes

En toen begonnen ze zich voor te bereiden. Elektriciteit? Water? Huisvuil? De hondjes?… Dit gaf mij een diepe schok. Dat het gezin zelfmoord zou plegen werd gaandeweg duidelijk maar wat zouden ze doen met de hondjes? Zij hadden er toch niet voor gekozen? In de stilte van mijn stoel in de muisstille zaal zat ik mij zorgen te maken over de hondjes. En dan kwam het moment dat de moeder schreef: “Wij hebben het verkloot, sorry.”

Verkloten wij het niet allemaal?

Waar slaat dit op? Naast het verhaal van de familie De Meester en de familie Peeters komt hier ook mijn en misschien wel jouw verhaal om de hoek kijken. Verkloten wij het omdat we onvoldoende zorg dragen voor het milieu? Of omdat we te veel met ons werk bezig zijn en de kinderen daardoor te weinig of te veel aandacht geven? Of omdat we met teveel zijn en niet iedereen hetzelfde comfort kunnen of willen geven? Of omdat we te materieel geworden zijn en eigenlijk niet meer genieten van materiële zaken, al kijken we er voortdurend naar uit en kunnen we er niet aan weerstaan om ze te kopen? Of omdat we onze grenzen zo ver verleggen dat we mentaal niet meer kunnen volgen? Of omdat het gewoon te veel en te druk is? Of omdat we toegeven aan het streven naar perfectie, al weten we dat die niet bestaat? Of om de combinatie van al dit en zoveel meer?…

Waarden en normen

Gaat dit over een gezin en specifiek dit gezin die het verkloot heeft of slaat het op de mensheid die het verkloot en waarden en normen verloren is? En wat als dit gezin zich, ondanks alles, strijdbaar had ingezet om te blijven leven om uit het vele verklote toch iets te vinden om voor te leven? Ik lees in het programmaboekje dat het de bedoeling was om de nihilistische, melancholische, zelfs suïcidale tijdsgeest tentoon te stellen. Voor mij blijft het de vraag hoe een gezin zo diep kan vallen in het nihilisme. Hoe kan je kiezen voor het niets, boven het leven als je gezond bent? Of hoe kan je geloven dat alles beter is, als je gewoon besluit om er uit te stappen?

Tunnels en angst voor de dood

In mijn beleving is voor de dood kiezen die ene tunnel naar de dood inslaan. Wat doe je als er geen andere weg meer is in je gedachten dan die ene die zonder omzien naar de dood leidt? Een de tunnelvisie ontstaat door te weinig te praten en door andersdenkenden uit de weg te gaan. Eenzaamheid en de isolatie kunnen dodelijk zijn, je mist mensen die meningen laten herzien en een andere weg aanreiken. Of is in dit gezin de angst voor de dood gewoon weg? Stonden deze mensen zo ver dat ze elke doodsangst overwonnen? Bewust overwonnen, want ze waren niet ziek. Is het de angst voor de dood die anderen ervan weerhoudt om de stap te zetten? Dan geeft angst ons minstens nieuwe kansen.

Het stuk confronteert ons met een extreme realiteit. De commentaren in de kranten zijn niet min. Er wordt gevreesd dat het mensen die aan de grens staan, een duw kan geven.

Waar bleef die hoop?

En waar zat de hoop waar de inleider het over had? We kunnen niet genoeg waarde hechten aan het leven en blijven geloven dat, ondanks alles, alles toch weer goed komt. Het klinkt misschien als een naïeve gedachte maar het is de waarheid, achteraf, soms lang achteraf. Laat ons toelaten om naïef te zijn, het is een waarde die levens kan redden.

Ondanks de negatieve kritieken in de kranten wil ik wel zeggen: “Ga er heen, kijk er naar, beleef het en denk er over na.” Na de voorstelling was ik sprakeloos en ik wist dat ik er eerder iets zou over schrijven dan erover te praten. En ik weet dat niemand antwoorden kan geven op al mijn vragen.

Filip Peeters en An Miller en hun twee dochters spelen. Het stuk van Milo Rau is de interpretatie van de laatste avond van een gezin dat samen zelfmoord pleegt.

Mogen we nog lachen?

Minstens twee scholen hebben vrijdag een briefje meegegeven aan de kinderen met een verandering die er aan komt op 1 april. Twee van hen haalden de pers. In één school werd gevraagd dat leerlingen maandag zelf een WC-rol meenemen omdat er al lang wordt aangedrongen op zuinig omspringen met WC-papier, in het kader van ecologie, maatschappelijke- en sociale vorming, milieubewustzijn, … Kortom, een grappige manier om te zeggen dat niemand baat heeft bij verstopte toiletten.Een andere school vraagt de ouders dat de leerlingen maandag uniform gekleed gaan om pesterijen te voorkomen in een school waar pesterijen minimaal zijn, volgens de directeur en de krant.

Twee keer sluit de aprilgrap aan bij een edel doel en binnen de context van de school. Twee keer is er een lichte optilling van de realiteit, twee keer een goeie grap volgens mij. Twee keer een school waar ik met plezier naartoe zou gaan als moeder en mijn kinderen in vertrouwen achter laat, zeker op het vlak van zelfrelativering en humor.

Maar “Da mag niet!”, de moppen vallen slecht bij de ouders.

Scholen die grappen maken met de ouders zijn eerder zeldzaam maar als ze dat doen, getuigt dat van vertrouwen in de ouders, dat er een goeie band is of dat de school dit toch denkt.

Plagen is toch om liefde vragen en de beste therapie om een gepest kind te helpen, is een humortherapie. Het bestaat en het werkt want humor is een heel sterk wapen, in de liefde, in de vriendschap maar ook in de strijd tegen machogedrag.

In een tijd waarin ik mij blauw erger omdat wij, leerkrachten als ongeschikt, onbekwaam, kortom kneutjes bestempeld worden, lees ik dat er scholen en leerkrachten zijn met gezond gevoel voor humor. Respect!

Maar hoe ga je daar nu als school mee om?

Ik lees dat één van de scholen nog dezelfde dag een mail heeft gestuurd naar de ouders om te melden dat het om een grap gaat. En weg de humor, weg de kans om het verhaal een grappig eigen leven te laten leiden, weg de kans om op maandagmorgen een goed en grappig gesprek te hebben aan de schoolpoort en in de klas.

Blijkbaar zijn het niet alleen de kinderen die problemen hebben met begrijpend lezen en het interpreteren van de boodschap in een tekst, de vorige generatie had dat ook. Of zijn we allemaal zo verzuurd en intellectueel lui geworden? Willen we niet meer nadenken of iets als grap bedoeld is of niet?

En hoe moeten scholen die moeite en inspanningen doen om een goeie band te hebben met de ouders zich preventief indekken tegen dergelijke nieuwsberichten? Op de lange lijst met vragen naar leef-, eet-, studie- en andere gewoonten of de lijst met vragen rond het opleidingsniveau van de moeder en de thuistaal van de kinderen en de vragen over de gezinssamenstelling zullen scholen de vraag naar de openheid voor humor kunnen toevoegen. “Een grapje af en toe, kan dat?”

Misschien kan een visietekst rond het doel, het nut en de noodzaak van humor in een schoolcontext heel nuttig zijn? Niet doen! Het mag niet, dat is planlast en de minister is daar terecht tegen.

Hopelijk kunnen de leerkrachten van beide scholen nog lang navertellen over die supergrappige 1 ste april 2019, toen ze de nationale pers haalden. En blijf vooral positief, kritisch en vol humor want de meeste ouders en kinderen houden gelukkig niet van azijnpissers.

Morgen ga ik met plezier de kranten en de nieuwsberichten uitpluizen op zoek naar goeie grappen. Hopelijk verrassen onze bazen ons ook op 1 april. Stel dat wij morgen als supplement op de infodag over de nieuwe eindtermen secundair onderwijs, die gericht zijn op het sociaal en maatschappelijk weerbaar maken van leerlingen (toeval bestaat niet), ook verrast worden met een goeie aprilgrap? Hoe ontspannend zou dat zijn na een treinrit van twee en een half uur? Wedden dat de terugreis nog leuker wordt, dat we er veel plezier aan beleven met de collega’s over de provincies heen? Een betere en goedkopere teambuilding bestaat niet.  

Het is niet voor niets dat veel “slimste mensen” humoristen zijn. Blijkbaar moet je heel slim zijn om grappen te maken waar niemand zich aan stoort.  

Maak me morgen maar wakker als je een goeie aprilgrap hoort, I am into.

Poes en zijn voorwaarden

Vriend van iedereen die hem eten geeft.

Vandaag lees ik in de krant dat baasjes met plezier een fotoshoot betalen voor hun huisdier. Niet dat die hond of kat er iets aan heeft natuurlijk maar het baasje dan weer wel. Ook de column van vandaag, geschreven door Nico Dijkshoorn, gaat over katten. En stilaan moet iedereen die niet van katten houdt zich ergens niet normaal voelen want volgens dezelfde man staat het internet voor 97% vol met kattenfilms.

Dit weekend las ik zelfs in het Magazine Luxe van De Standaard dat de Chef van het Magazine, Stijn De Wolf, weelde associeert met soezen samen met poezen.

Dat alles maakt dat ik het beest dat nu lui naast mij op de bank ligt te slapen en af en toe een geluid produceert dat mij laat vermoeden dat het heel spannend is in zijn dromen, (nog) meer probeer te waarderen.

Hij kwam bij ons omdat onze dochter ons overtuigde dat een huisdier zorgt voor meer welbevinden. Ik bezweek omdat de kat een kronkeltje in zijn staart heeft en vooral omdat hij luid kan spinnen, ronken eigenlijk. Iets wat men mij ook verwijt en dat schept een band.

Ik woonde als kind op een boerderij. Katten kwamen niet binnen en dienden om muizen te vangen. Ook dat overtuigde mij om de kat in huis te nemen, liever een kat dan muizen.

Onze kat heet POES omdat hij op die roepnaam reageerde. Hij is vriend met iedereen onder zijn voorwaarden. Ga je daarop in, dan komt hij dagelijks op bezoek, nestelt zich in jouw zetel en neemt met graagte een maaltijd. Of hij nog langs komt als er geen maaltijd staat, betwijfel ik.
“Als je kat in andere huizen binnen gaat”, wist een vriendin, “krijgt hij daar eten”. Intussen werkt dat mechanisme bij een paar buren. Dat onze buurvrouw zelfs haar dochter de opdracht geeft om onze Poes te voederen terwijl zij in het ziekenhuis ligt, bewijst dat hij een graag geziene gast is in de straat.

Onze kat is een vriendelijke kat. Als hij ’s morgens binnen komt, kijkt hij ons aan, maakt een krakend geluid en loodst ons naar zijn eetbak. Wij vertalen dit ritueel als een frisse “Goeie morgen!”

Vriendelijkheid is nuttig. De overbuur kwam op een avond aan de deur en tot onze grote verwondering ging onze kat tegen zijn been wrijven en liet zich rustig aaien. Het was duidelijk, die twee kenden elkaar goed. Zo weten wij nu dat Poes ’s avonds in de plaats van muizen vangen en vossen op een afstand houden, rustig het huis van de overbuur binnen stapt en er op de bank gaat slapen, in onze verbeelding heel dicht bij een haard.

“Katten zijn er altijd, maar op hun voorwaarde”, schreef Stefan Hertmans. Zo kennen wij hem ook. Hij pakt altijd de beste plaats in, laat zich aaien als hij daar zin en heeft en geeft attenties als hij honger heeft, ligt stil als hij dat wil. Hij behandelt ons op een vertederende manier als zijn slaven. Ik vraag mij vaak af waarom wij hem zo graag hebben en wij dat dulden. Geen van zijn eigenschappen zou ik van een andere “man” tolereren. 😉