Reizen in tijden van CORONA

Reizen is goed voor het hart en de ziel

IMG_2006
Ik ben niet zo een grote reiziger. Als ik eerlijk mag zijn, reizen is jarenlang een sociale en familiale verplichting geweest. Toch ben ik bij thuiskomst, en daar verlang ik eerlijk gezegd ook vaak naar op reis, blij. Niet alleen omdat het achter de rug is, maar voor de vernieuwde energie, de frisheid die mijn geest mag meemaken, de nieuwe ideeën die ik kreeg in de rust van de andere omgeving. Even weg in ruimte en uit het gewone ritme maakt mijn brein creatiever. Creativiteit maakt gelukkig. Totaal kunnen opgaan in het moment dat je creatief bezig bent, total opgenomen zijn in de flow van de tijd is het zaligste wat er bestaat. En dat kan in veel dingen; in een breiwerk, in tekenen, naaien en schilderen, koken, iets knutselen, schrijven of wat jij ook heel graag doet. Al die dingen waarbij je het gevoel hebt te mogen zweven op de vleugels van de tijd maken je leven waardevol.

Reizen en ver uit ons kot gaan, is geen optie in deze corona tijd

Toch reis ik, zoals heel veel mensen met mij, via mijn dagelijkse wandeling. Hier in Everbeek zijn we verwend met wandelpaden, door de bossen, de velden, in steegjes. En al doen we elke dag dezelfde wandeling, elke dag verandert er iets. Plots is daar het daslook en duiken paasbloemen op midden het bos. En naast de velden met witte moerasbloemen, zijn er gele en blauwe. Doordat we zo dicht bij huis moeten blijven, is niet de veelheid belangrijk maar kijken we intenser. Daardoor priemen plots plaatjes op ons netvlies van dingen die elke dag anders zijn. De economie dreigt stil te vallen maar de natuur trekt zich daar niets van aan. Ze blijft heel hard haar best doen om tot leven te komen na een zachte winter.

Berlijn niet gezien, Everbeek is prachtig

Vorige week zouden Piet en ik een culturele reis maken naar Berlijn. We zagen er naar uit want het was de eerste keer in mijn lange carrière dat ik tijdens het schooljaar compensatieverlof kreeg. “Dan kijken we naar films over Berlijn”, zei ik enthousiast. Was Tom Boonen deze week niet aan het fietsen geweest in Berlijn, we hadden niets van Berlijn gezien.
We hebben Berlijn niet gemist want in de plaats kregen we het prachtige Everbeek, een onbekend stukje tussen Vlaanderen en Wallonië waar het heerlijk is om te wonen en om te wandelen.

Genoten we niet met z’n allen van de mooie reportage van Joris Hessels over Gentbrugge? De camera zoemt constant in op mooie plekjes. Nu krijgen we de kans om onze eigen camera te richten op alles wat ons opvalt en geloof me, als je beter kijkt, is alles mooier. We krijgen NU de kans om elke dag een reportage te maken over onze eigen buurt en in ons hoofd. Op social distance natuurlijk.

En al die andere dingen die we moeten missen?

Ik denk plots aan Godfried Bomans. Hij schreef in zijn boekje ‘Gedachten achter een bord spaghetti’ dat de beste manier om de Sixtijnse Kapel te bekijken, midden de kapel op de grond op de rug is. Maar dat mag en lukt niet! De tweede beste manier is thuis in een boek kijken naar de foto’s. Laat ons dus, als er nood aan is, internet openslaan en reizen in ons hoofd nadat we eerst genoten van de prachtige dingen in de eigen buurt.

Hou de moed er in, verzorg jezelf en al degenen in je kot. Ik denk aan jullie
Liefs
Lucrèce

Een goeiedag in tijden van CORONA

Lieve wandelaars,

Een goeie dag is niet besmettelijk! Dat wil ik jullie eens duidelijk maken.
Ik wandel elke dag of ik probeer het. Meestal doe ik een toertje door de wegeltjes rond onze straat. Met de kleinkinderen heb ik uitgemeten dat het ongeveer één mijl is. Als zij kwamen, vroegen ze altijd of we een mijl gingen stappen. Met hen gaat het nu niet natuurlijk, zij wandelen ergens in Kumtich.
Elke dag kwam ik wel iemand tegen en vaak hield ik ook een babbeltje. Ik ben zo en ik weet dat heel veel mensen dat waarderen. Zo kom je nog iets te weten van je buren.
Veel gesprekspartners van voor CORONA blijven nu binnen, de kwetsbare mensen.
Andere mensen zijn aan het wandelen geslagen. Mensen van iets verder, mensen die nu pas gaan wandelen, mensen die hond, partner en kinderen willen uitlaten. Het is een fantastisch idee om in onze prachtige streek je immuunsysteem te boosten.

Er valt mij iets op. We praten niet met voorbijgangers, dat is normaal. Het is nu niet het moment om in levende lijve je leven te vertellen. Dat versta ik. Maar waarom durven mensen plots geen goeiedag meer zeggen?
Wij zijn heel voorzichtig, houden de nodige afstand en zoeken oogcontact. Zij kijken opzij. Raar want corona is niet besmettelijk via oogcontact en zeker niet via een vriendelijke goeiedag.

Wil jij, lieve wandelaar, mij gewoon een plezier doen? Ga desnoods een stap opzij maar negeer mij/ons niet. Ik ben ook iemand in quarantaine die momenteel geen nood heeft aan nog meer gesprekken. Ik zit online en heb met meer mensen dan ooit contact. Ik wil gewoon niet dat we hier op de boerenbuiten de gewoonte om iedereen een goeiedag te zeggen verleren. Nu niet en niet als deze CORONA-quarantaine ophoudt.

Draag zorg voor jezelf en voor de anderen maar blijf goeiedag zeggen, desnoods een knikje met je mond dicht.
Je wordt er zelf gelukkig van.

Lieve groet
Jullie buurvrouw

2-1-550x368

Moeder van het volk in tijden van CORONA

Elk kind loopt over van liefde en respect voor de mama. En toch is het de normaalste zaak van de wereld dat jongeren zich ooit afzetten tegen de mama, de ouders.
De band tussen moeder en kind is er één van het prille begin, negen maanden zit je dichter bij elkaar dan je ooit bij iemand zal zijn. En de dag van de geboorte is het begin van een lang en geleidelijk afscheid. De wereld van het kind wordt zo boeiend, de rol van de mama wordt kleiner en kleiner. En dan komt het moment dat ze uitzwerven. Ze gaan studeren. Vrienden en liefjes zijn belangrijk. Ze bouwen eigen relaties op en stichten zelf een gezin.

Ik mocht moeder zijn op mijn 22ste, mijn 25ste en mijn 37ste en die laatste keer mama-zijn beleefde ik het meest intensief. Ik was iets ouder, ervaren en vol vertrouwen. Ik was op die leeftijd minder bezig met mezelf want huis, werk en carrière waren al grotendeels gerealiseerd. Dat we dit kind als gezin, samen en met ons vieren mochten opvoeden, gaf ons gezin een fantastische flow.

Op intense momenten, zoals nu, wordt die band weer iets intenser. Ik bel rond hoe het gaat, zij informeren mij over het thuiswerk, de eerste speciale schooldag van de kinderen, de bezorgheden. We delen de oppeppertjes, de mopjes en filmpjes via WhatsApp. Ze vertellen over de creatieve oplossingen op het werk of hoe ze zoveel als mogelijk mensen proberen aan het werk te houden terwijl ze de collega’s niet life mogen ontmoeten. Ik kan hen geen oplossingen bieden maar ik ben fier. Dit is weer een moment dat ik mij echt mama en nuttig voel.

Het gevoel van oer-moeder-zijn had ik deze week bij verschillende vrouwelijke politica en laat het mij hier beperken tot twee federale ministers. Maggy De Block maakte ons bewust dat we allemaal in ons KOT moeten blijven en dat we mensen met een snotneus moeten mijden. In eenvoudige woorden zegt ze wat moet gezegd worden. Het is voor iedereen duidelijk en zij straalt de nodige autoriteit uit.
Gisteren werd ik blij bij de boodschap van onze vrouwelijke premier Sofie Wilmes. Ze sprak ons en specifiek de jongeren toe via twitter. Ze verantwoordde de maatregelen, maakte het doel van de maatregelen duidelijk, suste, stelde gerust, waarschuwde en riep op tot solidariteit.

Een moeder van het volk toonde zich. Dit land heeft nu leiders nodig die bezorgdheid tonen en uitleggen, recht uit het hart. Lang geleden dat ik een premier dit soort leiderschap zag opnemen.

rein en anna

Grootouders in tijden van CORONA

piet en ik

Dit jaar word ik 60. Ja, het is even slikken. Blij dat wij gezond, fit en samen zijn. Gisteren en vandaag genoten we van een fantatische wandeling hier in de Vlaamse Ardennen. 60 is niet oud, wij werken nog maar we zien dat onze leeftijdsgenoten die intussen een rustiger leven leiden, hun nieuwe vrije tijd op een fantastische manier invullen. Zij zijn de modebewuste reizende levensgenieters en de meesten zien er na hun pensioen stralender uit dan jaren ervoor. Ik ken veel mannen en vrouwen die na hun carrière een nieuwe adem vinden en iets heel anders gaan doen en dat met veel enthousiasme. Kijk maar naar de vele gepensioneerden die bestellen in winkels, terug les gaan geven, opleidingen volgen en geven, een eigen blog en website uit de grond stampen. Dat zijn mijn grote voorbeelden. Volgend jaar kan ik op voorlopige rust en ik ga dat doen. Ik zie uit naar een nieuwe uitdaging, ik voel nieuwe energie door mijn lichaam gieren, ik heb plannen en ik ben al volop terug opleidingen aan het volgen. Aan deze carrière van 41 jaar komt een staartje. Een staartje van mogen, niet van moeten. Ik hoop voor mezelf nog op een fantastisch leven waar ik mijn talenten kan benutten in vrijwilligerswerk en eventueel nog in een andere functies. Laat mij iedereen verrassen!

Het heeft even geduurd voor ik deze knop voor mezelf kon omdraaien. Zoveel geloof in een onzekere toekomst vraagt een positieve mindset. En daar werk ik hard aan. Ik heb het heel mijn leven heel druk gehad met een voltijdse job, de vele opleidingen die ik volgde, de vele hobby’s en nieuwe uitdagingen die ik aanging. Samen zorgden we voor onze drie kinderen. Jarenlang speelde ik taxichauffeur want alle kinderen hadden een grote portie interesses en engagementen. Ik heb het graag gedaan, heel graag.

Maar nu breekt een andere tijd aan. Een tijd waarin Piet en ik meer tijd nemen voor onszelf, de kinderen en de kleinkinderen.
De kleinkinderen?

En dan komt dat coronavirus en het slingert ons bij een risicogroep, bij de bejaarden. Wij zijn oude mensen. Geen nuance over de leeftijd van de grootouders, neen, kleinkinderen blijven bij de grootouders weg. Alle begrip natuurlijk maar het is even slikken. Plots realiseren we ons dat wij bij een groep mensen horen die risico’s lopen op het virus omdat we een minder goede gezondheid en kwaaltjes hebben. Dit is even slikken. We kijken even naar elkaar terwijl Wim De Vilder nog eens de vraag stelt aan Maggy De Block of kinderen bij de grootouders kunnen? Neen!

Zoals met alles wat hier rondom ons gebeurt in deze onvoorstelbare rare tijd, zetten we onze gevoelens even on hold. Maar zodra deze pandemie voorbij is, zijn we zinnens om ons terug jong, fit en heel creatief te voelen. En op deze toekomst drinken we vanavond een glas, met ons tweetjes.

Over een lege agenda, eindelijk tijd en toiletpapier

save paper

Maart 2020 zullen we niet vlug vergeten. Net kreeg ik een geboortekaartje. Als de familie later spreekt van de tijd toen we weken niet op café konden, zal iedereen zeggen: ‘Dat was de week dat ons Louisa geboren werd’.
Het is historisch wat we nu meemaken. Vandaag werden onze citytrip, mijn examen copywriter, mijn opleiding voor morgen en de volgende zaterdagen en de babybrunch van zondag geannuleerd. Begin deze week maakte ik mij nog zorgen over dat superdrukke weekend. Ik wou studeren en nu, heel onverwacht, mag ik zelfs mijn boeken sluiten. Van iets te druk kom ik plots in een leegte.
Maar naast de opeenvolgende berichten over besmettingen en maatregelen sijpelen berichten over opportuniteiten, die ontstaan in een crisis en chaos, mijn mailbox binnen. Want een crisis is natuurlijk ook een kans. In het boek ‘De meeste mensen deugen’, schrijft de auteur dat de Duitsers bommen op Londen dropten met de bedoeling chaos te creëren. Het tegendeel was waar. De Londenaars putten nieuwe energie uit het gezamenlijke leed en deden alles wat ze konden om het dagelijks leven te laten verder gaan.
Nu zien we de politiekers samenwerken om oplossingen te zoeken voor de veiligheid van de burgers en dat vraagt overleg, discipline en solidariteit. Jammer dat we die solidariteit niet zien in de plaatselijke supermarkt. Maar dit volledig terzijde.
Bij gebrek aan tijd verzamelde ik de voorbije jaren een hoop boeken, stofjes en breiwol. Met een lege weekendagenda is het dus tijd om enkele stofjes te verwerken en aan een boek te beginnen dat zich al jaren op de boekenplank afvraagt waarom ik het links laat liggen. Vanaf nu, en hopelijk nog lang daarna, kan ik de tijd nemen om dat uurtje per dag te wandelen. Het weer gaat verbeteren en onze Vlaamse Ardennen zijn prachtig, als je de tijd neemt om rond te kijken.
Ik lees dat mensen zichzelf voorzien van hele pakken Wc-papier. Blijkbaar hebben velen van ons het vooruitzicht om zich te verschuilen op het toilet. En als ze daar toch in eenzaamheid zitten of voor hun relatie die zoveel samen thuis niet aankan, kunnen ze zichzelf maar best verwennen met een zijdezacht papiertje. Ook dat is een leuk vooruitzicht.
De crisis is wel heel goed voor het milieu, zei een activiste. En thuiswerk kan plots wél op veel bedrijven. Hopelijk vergeten werkgevers nadien de voordelen niet en groeit uit dit experiment het vertrouwen in zelfstandig werk.Ik ben voor thuiswerk, mocht het al jaren aan de lijve ondervinden en gun iedereen de ochtendrust voor een actieve werkdag thuis.
“Elk nadeel heb z’n voordeel” zei Johan Cruijff. Dus misschien moeten we eens echt gaan focussen op wat het virus ons brengt. Het is een mijlpaal in de geschiedenis en buiten heel voorzichtig zijn, elkaar respecteren en elkaar helpen, kunnen we niet veel doen maar wel veel leren.
Verzorg jezelf en al wie je lief hebt. En weet jij al hoe jij je lege agenda gaat invullen dit weekend?

Geniet van je dag dames, het is vrouwendag vandaag

Waarvoor kan ik pleiten op vrouwendag? Mijn leven is zo normaal dat het bijna als niet-normaal voelt; lang getrouwd met de papa van mijn kinderen, al 25 jaar dezelfde werkgever, geboren en nog steeds wonend in dezelfde gemeente, content met leven, werk en gezondheid, geen vijanden en geen gevoel ergens verstoten te worden. Ik zie je fronsen lieve lezen, zo normaal dat het bijna saai lijkt. Vandaar ook dat mijn blogs over die kleine dingen in mijn leven gaan.

Ik werkte in een mannenwereld

Toen ik 25 jaar geleden op mijn huidig werk begon, werkten we daar met een klein percentage vrouwen. Ik had, na een periode van betutteling, het gevoel dat ik mijn mannetje moest staan. Betutteling is het nieuwe discrimineren. De woorden van columniste Yvonne Kroonenberg brachten voor mij verlossing. Vooreerst relativeerden de fantastische titels van haar boeken mijn leven tussen de mannen: “Alles went behalve een vent”, “Het zit op de bank en het zapt”, “Mannen willen maar één ding”, “Kan ik hem nog ruilen?”.
Het was vooral die ene vraag die ze zich stelde: “Waarom gedragen vrouwen die hun mannetje willen staan zich dan niet als lieve mannen?” Dit deed het licht aan, ik kon mij gedragen als een lieve man, of beter, gewoon als mezelf, als vrouw.

Van vrouwen die zich in hun profileringsdrang spiegelen aan narcistische, zelfingenomen, autoritaire en engdenkende mannen, heb ik wel al vaak last gehad. Voor mannen die even in overdrive gaan, heb ik begrip en een menselijk excuus; compassie, mededogen. Ze hebben het soms zo moeilijk met al die vrouwen die hun taken overnemen. Toen vrouwen hun menig niet gaven, was het voor de man gemakkelijker. Nu is het boeiender, al is niet iedereen daar van overtuigd.

Excuustruzen

Is vrouwendag nog nodig? Ja! Zijn de proteststemmen nodig? Ja! Worden wij als vrouwen benadeeld? Ja! Helpen de wetten die er moeten voor zorgen dat vrouwen gelijke kansen krijgen? Ja en neen. Het grootste probleem zit in de hoofden van de mensen. Als ik in 2020 nog steeds moet horen van leeftijdsgenoten dat een huwelijk strandde omdat de vrouw te veel ambitie had, zit het fout. Dit heeft niets met de ambitie van de vrouw te maken. Mannen met ambitie liggen heel goed in de markt. Het ligt aan de manier waarop we naar vrouwen met ambitie kijken en hoe mannen vrouwen steunen in hun ambitie. Als mannen en vrouwen gelijkwaardig zijn, mogen ze evenveel ambitie hebben.

Ik kreeg twee keer een opmerking op een sollicitatiegesprek over mijn vrouw-zijn. “Zal het u wel lukken om deze job te doen mevrouw, u heeft (toen) twee kinderen? Zal u zich hier wel thuis voelen tussen al die (leidinggevende) mannen? Twee keer heb ik de vraag beantwoord met een vraag “En stel je deze vraag aan de mannen ook?” Twee keer kreeg ik de job niet. Twee keer was ik achteraf blij. Een job niet krijgen, kan een heel mooi cadeau zijn. Vandaag stellen bazen deze vragen niet meer, ze kunnen er op aangesproken worden maar wat ze echt denken, dat weten we niet meer.

Omwille van de regelgeving op diversiteit werd ik al aangesproken, zogezegd op mijn talenten. Ik was enkel een excuustruus om een quota te halen.

Gelijkwaardigheid versus hoffelijkheid

Er is nog werk aan de winkel maar als ik eerlijk mag zijn, dan wil ik wel gelijkwaardigheid maar geen gelijkheid. Ik heb graag dat de mannen mijn deur open houden en ja ik krijg graag een complimentje. Dat laatste blijkt door bepaalde vrouwen als discriminerend ervaren te worden. Bij mij niet. Ik hou van een complimentje en ik geef er graag aan mannen, als het verdiend is natuurlijk. Hopelijk zien zij dat niet als discriminerend. In mijn hoofd zijn man en vrouw gelijk maar de vuilnisbakken, daar trek ik mij niets van aan en groene vingers heb ik ook niet.

women-654133_1920

Over oorlog, pesten en mensen die toch deugen

maten makkers

De meeste mensen deugen. Toch doen ze slechte dingen omdat ze denken dat ze goed doen. Dat is de voorlopige conclusie van Rutger Bregman in het boek “De meeste mensen deugen” en ik las al 11 hoofdstukken van de 17!

Soldaten willen niet doden

Wat een schat aan rijke inzichten krijgen we door het boek. Neem nu de onderzochte info over soldaten. Uit onderzoek uit beide wereldoorlogen blijkt dat soldaten 95% van de tijd in de loopgraven niet schoten. Ze hielden zich bezig. Anderen schoten net boven het hoofd van de vijand om hem zeker niet te raken. De meeste mensen willen niet doden. De auteur analyseerde de studies van de meest gruwelijke zaken die gebeurden in de vorige eeuw, de vechtlust van de Duitse soldaten en de holocaust. Duitse soldaten vochten 50% meer en beter dan alle andere soldaten van de geallieerden. Uit gesprekken met Duitse krijgsgevangenen bleek niet dat ze vochten tegen de Joden, voor een ideologie noch voor het vaderland. Ze vochten voor elkaar, ze vochten voor de vriendschap. Ze vochten voor hun maten. Dat hadden de Duitse bevelhebbers goed gezien. Als er vriendschap is onder de soldaten, vechten ze voor elkaar. Soldaten weigerden promoties omdat ze hun makkers niet in de steek wilden laten, ze vochten om hun makkers te verdedigen tegen de vijand. Vriendschap heeft ook nadelen, als je voor je vrienden bent, ben je tegen de anderen.

Kleuters maken groepen als de omgeving er om vraagt

Mensen willen goed doen maar soms nodigt de omgeving uit om een kamp te kiezen en daar gaan we dan op in. Onderzoekers gaven een groep kleuters blauwe en rode T-shirts. Er werd niets gezegd, geen uitleg, gewoon twee kleuren van T-shirts. Na een tijdje gingen de kleuters effectief twee groepen vormen, per kleur. Ze zetten zich ook effectief tegen elkaar af en beslisten dat de andere kleur niet meer mocht meespelen.

Leerlingen deugen

En hoe zit het dan in klassen? Ik voel al lang ergernis bij de goede bedoelingen van leraren om kinderen op te splitsen in niveaugroepen. Je leest goed, goede bedoelingen want er zijn voordelen aan kunnen leren op eigen niveau. Maar wat met de nadelen? Mijn ergernis richt zich vooral op klassen/scholen waar leerlingen in een vaste niveaugroep zitten. Leerlingen horen bij de A-groep omdat ze een kei in wiskunde zijn, bij de B-groep omdat ze middelmatig scoren en bij de C-groep omdat ze uitleg nodig hebben of andere, eenvoudiger oefeningen maken. Het is een hele eer voor de ouders dat je kind voor alles bij de A-groep zit en die A – leerlingen zijn daar ook wel best fier op. Maar is dat ook het beste voor het kind, voor de klas, voor zijn/haar sociaal leven? In sommige klassen splitsen leerkrachten leerlingen op in leeuwen, tijgers en bongo’s of andere dieren om het stigma van sterk en zwak te voorkomen. In gesprekken met de leerlingen horen we toch steevast spreken over ‘de sterke en de zwakke voor wiskunde’. Kinderen hebben dat door, natuurlijk.

Het boek ‘De meeste mensen deugen’ levert mij nogmaals het bewijs aan dat het geen voordeel is voor een kind, een kleuter of een leerling om lang in een vaste groep te zitten. Vaste groepen zetten zich af tegen elkaar af. De mensen deugen maar de organisatie van mensen zorgt er voor dat mensen zich tegen elkaar afzetten.

En hoe gaan we dat dan oplossen?

Dat vaste niveaugroepen in klassen nefast zijn, daar heeft de auteur het niet over, dat concludeer ik. Moeten kinderen hun talenten onder de korenmaat steken? In geen geval. Er zijn andere manieren om samen tot leren te komen in een klas. Vriendschap! Vriendschap zorgde ervoor dat Duitse soldaten hun leven gaven in een zinloze strijd. Duitse officieren zorgden er bewust voor dat er tijd was voor de nieuwe soldaten om elkaar beter te leren kennen, om gelijkenissen te vinden, vriendschap te sluiten, veiligheid bij elkaar te ervaren. Door meer aandacht te geven aan de vriendschap; elkaar leren kennen, samen-activiteiten doen, positieve eigenschappen in elkaar naar boven halen, samen spelen, kunnen leerlingen ook komen tot het belangrijkste binnen onderwijs, samen tot ontwikkeling komen, samen graag leren, samen goeie resultaten boeken.
Vrienden laten elkaar niet in de steek. Een klasgenoot die een oefening niet begrijpt, laat je ook niet in de steek, je legt hem die oefening met plezier uit. En ieder heeft een talent waar je een ander mee van dienst kan zijn. Vriendschap is veel meer dan samen spelen, het is ook elkaars talenten en vaardigheden waarderen, inzichten delen en elkaar helpen waar hulp nodig is. Aandacht geven aan de vriendschap is heel veel tijd en geluk winnen.

Gij kunt da niet!

Ik zat achteraan de klas en een vlijtige leerkracht las na de les voor welke leerlingen alleen moesten werken zonder materiaal, welke met materiaal en welke aan haar tafel moesten zitten voor een her-instructie. ‘Juf, ik kan dat’, riep een jongen, ‘mag ik alleen werken?’ ‘Gij kunt da niet!’ antwoordde de juf die heel haar voorbereiding in duigen zag vallen. Mijn hart brak want het was echt geen moeilijke les. Het waren oefeningen die iedereen moest kunnen oplossen, na de degelijke instructie die de klas kreeg. De juf had niets dan goeie bedoelingen maar …

Er is niets fout om leerlingen oefeningen te geven volgens hun eigen niveau maar betrek hen bij dit proces. Leerkrachten, wacht ten minste tot na de les om na te gaan wie alleen verder kan en wie hulp nodig heeft. En vooral, beslis dat niet alleen, vraag het de leerlingen. De meeste leerlingen deugen en geven dat in alle eerlijkheid toe. Wie de oefening alleen kan maken, die maakt ze alleen, wie liever met twee werkt, zoekt een makker en ze helpen elkaar en wie hulp van de leraar nodig heeft, kan die vragen. Fouten maken mag dus uitleg vragen zeker.
“En als ze dan denken dat ze het kunnen en ze er niets van bakken?” vraagt een bezorgde leerkracht, goed bedoeld. Dan vragen ze het toch aan elkaar, het zijn immers vrienden en vrienden doen dat graag voor elkaar. De sfeer en de energie in de klas is op slag anders.

Week tegen pesten

In afwachting van de week van de vriendschap, is 14 tot 21 februari 2020 nog steeds de week tegen pesten.
Samen zingen brengt mensen samen, de move tegen pesten heeft zijn waarde maar vriendschap staat daar volledig boven. Vriendschap is de basis voor betere resultaten en gelukkiger leerlingen en leerkrachten.

Rutger-Bregman-De-meeste-mensen-deugen-195x300

De verdwijning van de Rechtvaardige Rechters

Schrik niet, ik weet meer over het verdwenen paneel “De Rechtvaardige rechters” en ik ga het jullie vertellen in deze blog.

2020 is het jaar van Van Eyck in Gent en voor die gelegenheid werd het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck gerestaureerd. Het werk, het wereldberoemde drieluik “De aanbidding van het Lam Gods” zette de Europese kunstgeschiedenis in 1432 op zijn kop. Vandaag is het één van de invloedrijkste schilderijen ooit. De schilders schilderden het werk in Gent. Het meesterwerk hangt terug in de Sint-Baafskathedraal en we mogen het geweten hebben want de ogen van het “Lam Gods” hebben ons al via verschillende media fel staan beloeren. Het werkt hangt er terug maar het hangt er niet VOLLEDIG. Het paneel “De rechtvaardige Rechters” hangt er niet.

Vandaag mochten burgemeester Mathias De Clercq, kanunnik Ludo Collin, rector Sint-Baafs, en Hélène Dubois, hoofd restauratie Lam Gods tekst en uitleg in de Zevende Dag. Boeiend hoe de burgemeester het schilderij als een verbinding tussen alle mensen ziet. Op het einde van het gesprek vroeg Lisbeth Imbo of er een verrassing aan kwam in verband met het verdwenen paneel. Niemand wist ergens van, of deed alsof maar de kanunnik zei letterlijk: “Ik weet misschien iets meer.” Toen de presentator doorvroeg, begon de man gegeneerd rond de pot te draaien. En dat viel mij heel sterk op want IK WEET MISSCHIEN iets meer!

Mijn verhaal begint in de paasperiode in 2018. Mijn vriendin en ik verkenden Firenze in de paassfeer. Vrouwen onder elkaar denken pratend en praten denkend. Plots, in een stille straat wenkt een man ons en hij zegt lachend dat er ook in Firenze mensen zijn die Nederlands begrijpen.

De vriendelijke man trakteerde zichzelf en ons op zijn dagelijkse espresso. Hij had ons een verhaal te vertellen en hij begon met de vraag: “Ken je mij. Ik was de primeur van het journaal op VRT op 28 maart 2014?” Wat een perfecte openingszin, onze aandacht was gewekt.

De man is Paul De Ridder. Hij was recent als verteller – onderzoeker – presentator te zien in Bruzz, het zaterdagmiddagprogramma op één over Brussel. Hij bracht er verschillende weken een prachtige reportage over het leven van Bruegel. Dr. Paul De Ridder studeerde geschiedenis en is Doctor in de Middeleeuwse Geschiedenis. Hij was Hoofdconservator van de Koninklijke Bibliotheek te Brussel. Via zijn werk, zo vertelde hij, maakte hij kennis met Prof. Dr. Robert Senelle, grondwetspecialist. Deze vertelde Paul De Ridder dat hij sinds 1968 poogde om het, sedert 1934, verdwenen paneel van de “Rechtvaardige Rechters” terug te laten keren naar de Gentse Sint-Baafskathedraal. En vanaf 2009 stond De Ridder zijn vriend bij in zijn zoektocht maar Robert Senelle stierf in 2013.  

Het verhaal van de Rechtvaardige Rechters van Prof. Senelle en Dr. Paul De Ridder is een heel ander verhaal dan al wat we al hoorden over de verdwijning. In de nacht van 10 op 11 april 1934 verdwenen uit de Joos Vijdkapel van de Gentse Sint-Baafskathedraal twee panelen van het wereldberoemde altaarstuk van het “Lam Gods”. Eén van deze panelen, Sint-Jan de Doper, werd na onderhandelingen met de “afperser” op 29 mei 1934 teruggegeven. Op 25 november 1934 overleed de Wetterse wisselagent Arsene Goedertier en hij werd aangewezen als de dief. Het paneel “De Rechtvaardige Rechters” blijft spoorloos. Er werd zelfs niet te hard naar gezocht tot de Duitse “Oberleutnant” Koehn tijdens de Tweede Wereldoorlog ijverig op zoek ging naar dit kunstwerk. Hij voerde als eerste een grondig onderzoek.

Het verhaal dat wij hoorden op het zonnige terras in Firenze is een verhaal van chantage, zoeken naar een gemakkelijk slachtoffer, omdat hij stierf, van misbruik van vertrouwen, spelen met geld van onschuldige slachtoffers, verdoezeling van bewijslast, mensen die weggepromoveerd werden, een paneel dat terug gevonden werd en dan weer niet, over de restauratie van het paneel in de jaren 60. Het is een verhaal van mensen die zwijgen om het verleden, zichzelf, maatschappelijke en politieke organisaties en families niet te schaden.

Is je interesse gewekt? Dr. De Ridder heeft een website waarop hij alles haarfijn uitlegt; www.paulderidderrechtvaardigerechters.com. Het was voor ons een middag waarop we dankbaar waren om zoveel boeiende informatie die heel plausibel lijkt. Paul De Ridder is een boeiende en fantastische verteller maar ik laat jullie het verhaal liever zelf lezen.

Terug thuis wou ik er ook meer over weten. Het plaatselijk Davidsfonds gaf een lezing over de verdwijning van en de zoektocht naar het paneel. Voor de man die zich gespecialiseerd had in het onderwerp was Arsene Goedertier terug een ordinaire dief, terwijl hij in het verhaal van Paul De Ridder een Robin Hood was, die het paneel als chantage gebruikte om “bestolen mensen” hun geld terug te geven.

Ik kon het niet laten en vertelde de spreker en de toehoorders verhaal dat ik in Firenze hoorde. Plots zei de spreker: “Misschien gaan ze het verdwenen paneel terug geven in 2020, het Van Eyckjaar in Gent.

Kijk, daar moest ik deze morgen aan denken toen ik naar de Zevende Dag keek. Het is 2020, laat dat paneel nu maar komen. Dank je wel, Paul De Ridder, voor de heerlijke koffies, de zeer interessante informatie en ik hoop echt dat jullie het bij het rechte eind hebben. Het is een prachtig verhaal, een verhaal van maatschappelijke verantwoordelijkheid.

De deken van de Sint-Baafskathedraal zei dat de indringende ogen van het Lam hem aanzetten om al zijn wereldlijke goederen achter te laten. Misschien zetten de ogen ook aan om het paneel vrij te geven.  

2020 Van Eyckjaar in Gent

Stilaan komt het licht terug

 ‘Heb je ’s ochtends niet genoeg tijd? Trek dan een volledig zwarte outfit aan’ Dat las ik onlangs in een krant en dat is de mening van creatieve duizendpoot Bertony Da Silva.  

Nooit meer zwart!

Zwart is altijd schoon en vooral praktisch. Dat dacht ik vroeger ook. Tot ik vorige zomer besloot om geen zwart meer te dragen. Ik vond zwart plots zo doods, zo gewoon, zo weinig inspirerend, zo kleurloos. Ik hield het een zomer vol. Alle zwarte kleren werden verbannen naar een speciale kast in de dressing. Gelukkig gooide ik ze niet weg.

Een kleurrijk juweeltje?

Toen kwam het moment dat ik door mijn winterspullen snuisterde op zoek naar een winterbroek. Zwart? Neen. Of toch? Met die zwarte broek heb ik meer kansen tot smaakvol en juist combineren. Alle, neen vele pulls en bloesjes passen op die broek. Dus die zwarte broek dan maar met die kleurrijke pull. En zo begon het verraad aan mezelf. Even later bedroog ik mijn eigen menig terug door op dat volledig zwart tenuetje een opvallend juweel te combineren. Ik hoor het mezelf nog zeggen: ‘Op zwart past elk juweel’. Een juweel is een ideaal middel om meer expressie te geven aan jezelf, je gevoel. In een juweel, zeker als het een geschenk was of eentje met mijn favoriete halfedelstenen, vind ik mezelf. Dus, ik draag wel die zwarte kleedjes maar ik draag er een mooi juweel bij om het geheel op te fleuren. En zo heb ik mijn belofte om nooit meer zwart te dragen terug een beetje bijgestuurd.

Een sjaaltje misschien?

Niet alle dagen schikken mij om juwelen te dragen. Geloof me, ik heb een pak faux bijous maar sommigen zijn zo opvallend dat ik ze liever niet dagelijks draag. Er zijn momenten waarop ik liever niet opval, dat ik liever in een hol zou kruipen dan te moeten gaan waar ze mij verwachten. Dat is des mensen, niet? Dan kies ik liefst dat eenvoudig zwart kleedje. Het verstopt mij stijlvol en veilig. Maar het is zo zwart… Dus probeer ik het met sjaaltjes. Ik heb ze in alle kleuren en motieven. Die bruine tijgerprint die ik in Keulen kocht, dat weekend dat ik er was met mijn maatje, is mijn favoriet. Niet kleurrijk maar een blijvertje. De sjaal is ruim genoeg als finishing touch, klassiek genoeg voor het werk op doordeweekse dagen, bruin genoeg voor dagen waarop je er niet op let of de zon nu schijnt of niet. Mijn andere sjaals zijn dan weer meer onderhevig aan gevoel en gemoed. Neem nu een roze sjaal, die draag ik niet elke dag. Ik ben een gevoelsmens en mijn kleren moeten bij mijn emoties passen of het geheel klopt niet. Die roze sjaal, niet met een panterprint maar met een hele panter er op, komt maar zelden uit mijn kast.

En nu in januari, draag ik gewoon zwart

Zwart is altijd schoon, het steekt voldoende weg, het is betrouwbaar, je hoeft er niet bij na te denken. Je draagt het bij weinig tijd. Mijn dagen zijn super gevuld, de energie van vorige zomer is op en ik heb niet de energie heb om nu kleurencombinaties te maken. 

Skip te winter, leve de lente

Zondag ging ik binnen in een winkel om toch nog eens te proberen een super-solden-koopjesslagje te doen. Ik kocht niets. Die winterkleuren waren mij te saai, te donker, te veel herinnerend aan de donkere dagen. Ze vrolijkten mij niet op. Maar de lentecollectie was prachtig. Fantastische groene tinten, geel en oranje. Ik werd er vrolijk van. Maar ik kocht niets want ik kan die kleren nu nog niet dragen, de winter moet nog echt in gang schieten.

Misschien moet ik gewoon om-denken

Eigenlijk wil ik geen zwart gevoel. In plaats van aan mijn kleren, kan ik aan mijn humeur werken om terug van die zwarte kleren af te geraken. Dus, vanaf maandag luister ik ’s morgens naar opgewekte muziek. Ik steek kaarsen en veel lichten aan en forceer me om ’s morgens vroeg wandelend wat frisse lucht op te snuiven. En dan pas maak ik me op voor de dag. Misschien kies ik die roze sjaal en die bijhorende roze jas. En na het werk verras ik mezelf in een bloemenwinkel met lentebloemen in het frisse groen van nieuw gras en het geel van de paasbloemen en het wit-groen van de sneeuwklokjes en paars van de krokussen. Tulpen dus.

Het is nog januari en ik smacht naar licht. Is er geen licht, dan zijn er wel kleuren. En daar kan ik iets aan doen. Hopelijk ga je nu niet bij elke collega in het zwart denken dat die zich overslapen heeft. Sommige zwartdragers onder ons willen nog even genieten van de rust van de winter en niet te vlug “lente schreeuwen”. Of ze denken gewoon dat zwart altijd schoon en stijlvol is. En dat is ook zo, voor sommigen.   

Kleurrijke tulpen op donkere, koude en regenachtige dagen

Anderlecht of Brugge?

Die knappe, intelligente, sportieve CEO met zijn zoetgevooisde stem of die andere?

Wie deze week de actualiteit volgde, kan niet naast “Anderlecht”. Ik kwam er vroeger vaak en in verschillende basisscholen die pretendeerden hofleverancier te zijn van de voetbalploeg. Dat wakkerde mijn interesse voor het voetbal niet aan. Voetbal, daar ken ik NIETS van.

De zomer van het wereldkampioenschap voetbal, waren de kleinkinderen hier op vakantie. Ze hebben gedurende hun verblijf maar twee dingen gedaan, of ze zaten in de vijver of ze voetbalden in hun rode tenues. Voor elk spel zongen ze, armen over elkaars schouders, de Brabançonne. In tegenstelling tot de meeste spelers en supporters kenden zij hun tekst wel. Geleerd van de andere opa. Ze probeerden mij de spelregels uit te leggen maar de moeite was tevergeefs. Hun geluk kon niet op toen onze opa Piet hen en hun ouders trakteerden op een wedstrijd op Club Brugge. Ik mocht mee, er was nog een kaart over.

Zelfs op een voetbalmatch kom ik mezelf tegen. Ik leerde er dat de supporters strikt gescheiden zaten. De match vorderde en voor ik goed wist hoe het spel gespeeld werd,  had Brugge al twee of drie goals gemaakt. Eupen had nog steeds een nul staan op dat groot scorebord.

Bij een bijna-goal van Eupen uitte ik spontaan mijn ontgoocheling, het kwam recht uit mijn hart. Dat is compassie. Een groepje mannen dat op de rij achter ons zat, sprak mij onmiddellijk aan: “Hela madammeke, ge zit hier op de verkeerde plaats, hier zitten de supporters van Brugge.” Kijk, zo ben ik. Ik supporter meestal voor de zwaksten, voor de mindere, voor diegene die achter staat. Toen ik “The Daily Show” van Trevor Noah nog dagelijks volgde kreeg ik medelijden met Trump omdat hij er dagelijks door de sarcastische molen van de democratische zender gedraaid werd. Als er te veel gekapt wordt op bepaalde mensen, krijg ik medelijden. Ik stopte met kijken om sympathie voor Trump te voorkomen.

Terug naar Brugge. Ik was dus gewaarschuwd dat ik vanaf mijn plaats niet moest supporteren voor de tegenpartij.

“Zeg madammeke, je had beter op de Anderlecht gezeten met uw kleren aan” hoor ik een opmerkzame man van het groepje roepen. De kleinkinderen sprongen hem onmiddellijk ter hulp en zeiden dat ik de kleuren van Anderlecht aan had. Ik droeg een wit kleed en paarse schoenen. Dat hadden ze mij ook op voorhand kunnen zeggen.

In de pauze hoorde ik dat het gesprek tussen de mannen achter ons Anderlecht ging. Ze vuurden op mij, als expert, een aantal vragen af, waar ik natuurlijk geen antwoord op wist. Mannen met gevoel voor humor, daar hou ik van. De volgende keer, als ik nog eens mee mag, ga ik toch meer op de vestimentaire geplogenheden letten.  

Ik weet nog steeds niets van voetbal maar sedert deze week weet ik wel wie de CEO van Anderlecht is.

Ik ben gewonnen voor Karel Van Eetveld, al heel lang. Hij heeft charisma, een prachtige stem, weet rust te bewaren in panelgesprekken, laat woorden en zinnen klinken als zeer logisch en aannemelijk en naast zeer intelligent is hij ook knap en sportief. Mocht ik dit lezen over mezelf, ik zou blozen. Blozen deed hij deze week, hij straalde op die foto in de krant. Het was duidelijk dat hij de job van zijn leven heeft.

En hoe zit het nu met zijn radicaal vernieuwende politieke beweging? En wie gaat de muren van de behoudsgezindheid proberen te slopen? Ik was onder de indruk van zijn visie op politiek, die ik recent mocht lezen in de krant en mocht horen in de Afspraak. Er is nood aan echte democratie, nood om de stem van de minderheid te horen, burgerinspraak. Ik kan er mij in vinden dat we politiek niet goed bezig zijn en dat veel mensen zich in de kou voelen staan. Meer nog, mensen haken af. Politiekers maken nog hun punt, laten journalisten oneliners koppen maar de mensen luisteren niet meer of slaan de bladzijde van de krant om. We horen het en gaan over naar de orde van de dag. Daarom was ik zo blij dat iemand als Karel Van Eetvelt wou ijveren voor een ommezwaai.

Voorlopig niet dus. Ik ben enigszins ontgoocheld maar als je de job van je leven vindt, dan ben je weg natuurlijk.

“Hij zal er wel moeten voor zorgen dat er goals gemaakt worden”, zei ik deze week nog tegen mijn man, “daar gaat voetbal toch over?” Het was mooi geweest om die match tegen Brugge van vandaag te winnen. Dat had kunnen tellen als start.  Jammer, ik had het hem gegund.