Terug naar de bron, naar de klasvloer

Lang voor CORONA vroeg ik mij af waar de gewone beroepen gebleven waren. De beroepen waarbij je op het einde van de dag concreet kan zien wat je gedaan hebt en met welk resultaat. Beroepen als houtbewerker; je maakte drie stoelen. Elektricien; elektriciteit gelegd op een hele zolderverdieping. Vloerder; twee vloeren gelegd. Bakker, beenhouwer, zorgkundige, verpleger, leerkracht…  Beroepen waarvan je weet wat het inhoudt, waar je je iets kan bij voorstellen als mensen hun beroep vermelden. In mijn perceptie zijn dat vaak ook beroepen die mensen echt graag doen, juist omdat ze het effect van hun werk vrijwel onmiddellijk zien. En laat dit nu net de beroepen zijn die (in bepaalde kringen) niet de maatschappelijke waardering krijgen die ze verdienen. Beroepen waar een tekort aan is, knelpuntberoepen.

Scholen die deze opleidingen aanbieden, moeten jaarlijks een publiciteitscampagne voeren om studenten te trekken. En toch zijn we zo blij dat het lek in de leiding gestopt is en zijn we vol lof over de verzorging die we kregen in een ziekenhuis of dankbaar voor die ene juf die ons (klein)kind weer zelfvertrouwen gaf. Voor een aantal van de opgesomde beroepen zorgde tante CORONA voor meer respect. Hopelijk is dat niet tijdelijk. 

Titels van beroepen waar je je niets kan bij voorstellen

Ook aan mij vragen mensen soms wat ik eigenlijk doe. Dat zijn dan mensen buiten het onderwijs die de onderwijsinspectie nog niet over de vloer kregen. Wij controleren, motiveren, stimuleren, evalueren verschillende processen, reflecteren, beoordelen, schrijven rapporten en discussienota’s, adviseren … en dat op verschillende terreinen. Probeer dit maar eens uit te leggen in een elevatorspeech. Dat laatste is de sprekende naam voor – als ge langer nodig hebt om iets uit te leggen dan de tijd dat je met de lift van beneden naar boven gaat, herdenk het want het is te moeilijk, te ingewikkeld.

De ouders van onze kleinkinderen hebben alle vier een beroep dat je niet kan uitleggen in de tijd dat de lift je een paar verdiepingen hoger brengt. Onze oudste kinderen hadden in de lagere school ouders met heel eenvoudige beroepen. Ik gaf les en Piet werkte als verpleger in een psychiatrische instelling.  “Papa werkt bij de zottekes” zei onze zoon. En zo vlug het kon zei hij er achter “maar ik mag niet zottekes zeggen”. In de manier waarop hij het zei, zat de duidelijke boodschap dat niemand met psychische patiënten mocht lachen.  

En toen veranderde mama van werk

Toen Anna, onze jongste en veel jonger dan de twee oudste, in het vijfde leerjaar zat, werkte ik bij de onderwijsinspectie. De juf nodigde ouders uit om over hun beroep te komen vertellen. Ik kreeg gelukkig een volledig uur. Toen ik vertelde dat je als onderwijsinspecteur vooral heel nieuwsgierig moest zijn en heel veel vragen moest stellen, zag de klas de gelijkenis tussen mij en mijn dochter. Op het einde zei een zeer opmerkzame en pientere klasgenoot: ‘Dat zou ik ook wel willen doen, leerkrachten ambeteren.’ Enkel de juf vond dit niet grappig, of toch, ze kende hem.

Tante CORONA brengt ons terug naar de essentie.

In deze hectische tijden krijgen wij de kans om een deel van onze werktijd te ondersteunen in scholen. Mijn keuze was vlug gemaakt. Ja, graag! Geen controle, geen adviezen, enkel werken met kinderen die door CORONA ondanks alle inspanningen een achterstand opliepen. Ik zie het absoluut zitten en de reacties van mijn huisgenoten zijn ronduit positief. De oudsten hadden een déjà vu. “Tof mama dat je opnieuw gaat lesgeven”. “Een goede leider vecht tussen zijn soldaten” schreef mijn zoon van wie ik nog vaak de indruk heb dat hij als “Finance SA  Project Controller” in de cijfers die hij op het werk analyseert vijanden, spionnen en soldaatjes ziet. Hij had altijd veel fantasie. De spontane reacties binnen ons WhatsApp groepje deden deugd. De kleinkinderen vinden het ook fantastisch, omalu als juffrouw.  Mijn kersverse schoonzoon belde dat het goed is om terug te gaan naar de basis, om te herbronnen.   

Reacties van kinderen en kleinkinderen

De reacties van mijn gezin zijn voor mij het bewijs dat lesgevers gewaardeerd worden. Ik herinner mij nog een gesprek met een vorige inspecteur-generaal die op het einde van zijn carrière zei dat hij meest plezier had gehad aan het lesgeven maar dat een mens vooruit wil in het leven en wij vaak onvoldoende stil staan bij dat wat ons echt gelukkig maakt. Deze kans voelt als een cirkel die rond is, beginnen in een klas bij de leerlingen en daar eindigen. Dat klopt niet echt want ik kan nog niet met pensioen. Maar het is mooi meegenomen. Na 26 jaar kan ik aan de lijve ondervinden of de kinderen inderdaad zoveel veranderd zijn. Iets wat ik wel vaker hoor.  

Vandaag maak ik mijn voorbereidingen, morgen pak ik mijn boekentas en vertrek ik met de fiets naar school. Net als vroeger. Ik zie er echt naar uit. Terug naar de school waar ik mijn stages liep, waar mijn zoon zat en waar nog oud-collega’s van mij werken. Het voelt als terug naar mijn bron gaan.

Mijn laatste volledig jaar als leerkracht 93-94

Les canards, honden en reeën

Parmantig kwamen ze het pad naast ons huis dat vanuit het Hayebos naar de straat loopt, opgewandeld. Per toeval of uit nieuwsgierigheid waren ze in de trechter beland die hen recht naar de straat voert. Piet reed net de oprit af, zag ze komen en liet hen beseffen dat ze beter konden terug gaan naar het bos.

In het Hayebos zien we, vooral tegen valavond dat er meerdere reetjes lopen. Ze zijn naar mijn perceptie niet meer zo schuw. Je kan ze, als je heel stil bent, bewonderen terwijl ze eventjes rustig rond kijken. Met z’n zessen had ik ze nog nooit gezien. Maar je weet hoe dat gaat. Ze komen elkaar toevallig tegen, voor hen geen social distancing, stappen verder en nog wat verder. De één moedigt de andere aan van ‘Durf je’? ‘Ik wel hoor!’ En voor ze het beseffen zit heel de groep op plaatsen waar ze eigenlijk niet moeten zijn. Ik ben heel blij dat mijn echtgenoot daar was op het juiste moment. We mogen niet aan de gevolgen denken, stel dat ze op straat waren beland en dan denk ik niet alleen aan de gevolgen voor de automobilisten of fietsers maar ook voor hen. Ik denk dat ze een sprong in het duister waagden en gelukkig niet terecht kwamen in de wereld die niet de hunne is. De reeën in het Hayebos zijn van niemand maar wij, de buren zijn er heel fier op.

Is hun vertrouwen in de mens gegroeid?

Mijn gevoel van veiligheid in de bossen is heel erg gegroeid. Vaak wandel ik alleen door het bos, geen mens te bespeuren en het voelt goed. Ik voel mij veilig. Misschien staan de reeën mij van achter een boom te beloeren. Dat mag. Misschien kwamen ze gewoon bij mij op de koffie? Sedert de pandemie wandelen iets meer mensen door het Hayebos. Het is geen stormloop. Als bosliefhebber kan ik dat enkel toejuichen. Hoe meer mensen genieten van de natuur, hoe meer mensen die schoonheid zien.

En die honden?

Als je met een hond wandelt, en dat doe ik ook af en toe, geraak je vlug aan de praat met andere hondenliefhebbers. Een hond is ideaal voor je gezondheid. Hij of zij moet naar buiten. De ideale manier om tot wandelen te komen, is een hond kopen. “Wie laat wie uit?” vraag ik mij vaak af als ik baasjes achter de leiband van de hond zie lopen in een bijna hopeloze poging om het beest bij te houden.

Andere baasjes hebben de poging om de hond bij te houden opgegeven en laten de hond lopen. Dat gebeurt ook hier in Nieuwpoort waar ik mijn Sinksendagen doorbreng. Gisteren bezocht ik het pas voor het publiek toegankelijk gemaakte natuurgebied. Een baasje wandelde met de hond zonder leiband. Hij had zelfs geen leiband bij. ’s Avonds kan je, nadat alle toeristen vertrokken zijn, genieten van de waterdieren. Dan mogen en kunnen ze vrij ploeteren in het water, samen met hun kroost. Plots bijt de hond in het kleine tuiltje veldbloemen dat ik in mijn hand hou. ‘Ce n’est que pour jouer’, hoor ik de baas zeggen. ‘Je sais, mais s’il joue avec un canard, c’est un meurtre’, antwoord ik geschrokken.

Maak je hond geen vijand van reeën en eenden

Ik lees dat in het natuurgebied Burreken, in en rond Brakel, al meerdere reekalfjes zijn gevonden die werden gebeten door honden. Honden spelen graag en niet alle honden bijten reekalfjes. Maar onze buurman en hij kan het weten want hij is bioloog, vertelde mij dat als een hond snuffelt aan een jong reetje, de kans groot is dat de mama dat reetje verstoot en dat het beest op die manier sterft. Er zijn leibanden in alle maten en kleuren. Doe je hond het plezier, zorg dat hij er met zijn leiband heel trendy uitziet voor de boswandeling. Je doet er alle beesten een plezier mee.

CORONA is voor mij zeker een tijd van terugkeren naar de natuur. Ik geniet er van en met trots wou ik jullie tonen wat een rijkdom aan prachtige beesten wij hebben in onze gemeenschappelijke achtertuinen, in Brakel en in Nieuwpoort. Ik ben er zeker van, in jouw streek heb je de ook. Deze stille tijd kwam goed van pas om de natuur eventjes rust te gunnen. Laat het ons niet opnieuw verpesten en laat ons samen genieten van het mooie dat we gratis krijgen. En denk aan je hond en aan jezelf want de reeën en eenden zouden wel eens kunnen samen spannen en de sterkste zijn. Denk maar aan de mieren in het filmpje van De LIJN.  

Revalidatie na CORONA

Het begon in het begin van de week. De scholen waren net opgestart met een aantal klassen of we kregen al de opdracht om te enquêteren met als belangrijkste vraag of de scholen het ook zagen zitten om meerdere klassen in te richten.

Ik hou van de opdracht om contact te houden met de scholen en hen te motiveren in wat ze doen en te stimuleren om verder te gaan op de ingeslagen weg. Het enthousiasme waarmee basisscholen hun verantwoordelijkheid opnemen, is groot. Het waren fijne gesprekken. Maar de gesprekken van deze week waren anders, vooral voor mij. Bij het stellen van de vragen liep een elektrische schok door mijn ruggengraat want ik voelde dat het gedaan was met de CORONArust. En ja, ik weet dat de economie moet draaien en dat het zo niet langer kan en dat ik bij de gelukkigen ben qua inkomsten en gezondheid. Maar dit gaat nu even over mij, over mijn kleine kortsluiting.

Ik behoor tot het superkleine percentage van vrouwen die 60 worden dit jaar en nog steeds voltijds werken. Mijn leven bestond uit organiseren van gezin en werk en door deze twee in een iets sneller tempo af te werken was er tijd voor andere dingen. Ik koos ervoor, ik deed het graag en ik haalde er voldoening uit. Eigenlijk wist ik ook niet beter. CORONA leerde mij dat er ook een ander leven is. Ook al bleef ik doorwerken vanuit mijn kot, het was een groot verschil.

Een vast dagritme

Sedert 13 maart sta ik elke morgen rond 7 uur op, heb ik een aantal vaste ochtendrituelen en elke dag om 8 uur zit ik samen met meer dan 100 andere mensen te mediteren via zoom. Ik mocht ontdekken dat dit een zalig ritueel is om de dag te starten. Elke dag heb ik toch de verplichting om mij toonbaar te maken want ik kom in beeld. Tegen half 9 begint mijn werkdag in alle rust. Ik kom het bureau niet uit en via teams, zoom of WhatsApp doe ik de vergaderingen en onderhoud ik mijn contacten. Ik ervaar intussen dat praten met mensen van wie je het gezicht niet ziet te mijden is in eenzame tijden en zeker in tijden van overaanbod van online-meeting-programma’s. Dit is een CORONAinzicht want tot twee maanden geleden nam ik vaker gewoon de telefoon.

Dat vast dagritme heb ik niet in mijn werk. Mijn werkplaatsen variëren volgens de opdrachten. Voor elke andere plaats kijk of de trein een optie is, welke weg ik best neem, hoe lang onderweg, waar de files zitten en hoe ze te omzeilen om dan het uur van opstaan en vertrek te berekenen. Dat vertrek kan variëren van 6 tot half 8 als ik al ’s morgens op pad moet. Telkens anders. Ik haat te laat komen en ondanks alle voorzorgen is er nog steeds de mogelijkheid van de onverwachte files en de vertraging van de treinen. Nu op dit moment, ervaar ik al stress bij het neerschrijven van de woorden ‘file’ en ‘vertraging’.

Een eenvoudige agenda

Mijn agenda ziet er helemaal anders uit. Ik heb iets meer vrijheid, vooral de mentale vrijheid om mijn dagen in te richten. Een vergadering bijwonen is vaak hoogstens een programma opstarten en zorgen dat ik voorbereid, uitgerust en verzorgd in beeld kom. De grootste verplaatsing is die van de keuken, voor mijn theetje tijdens de vergadering naar het binnen- of bij goed weer buitenkantoor. En we starten op voor een doorgaans korte en efficiënte vergadering.

Cursussen

Ik heb een grote honger om bij te leren en daarvoor was/is dit een interessante tijd. Er is een overaanbod aan online cursussen waar ik met plezier op inschreef. Soms overdreef ik. Op een bepaald moment had ik vier cursussen in één week. Dat was even van het goede te veel maar op die cursussen leerde ik veel mensen op een intense manier kennen. Ik heb vrienden van Hasselt tot de kust, nooit gezien, gewoon online leren kennen door samen te oefenen tijdens de online cursussen en nadien nog even af te spreken om wat verder te oefenen of bij te praten. Ik zag hen nooit in levende lijve. Het zal uren op de trein of in de auto vragen als ik hen allemaal een levend bezoekje wil brengen.

Slaap

Ik was een slechte slaper. Misschien wel door het onregelmatige leven en nu mag ik met plezier zeggen dat ik een fantastische slaper ben. De regelmaat van leven en de dagelijkse wandelingen of fietstochtjes, waar ik nu tijd voor heb na of voor een werkdag, doen mij goed.

De poes

Als je elke dag thuis bent, hecht je meer waarde aan je huisgenoten. Naast Piet is dat de poes. Ik zie hoeveel uren per dag een poes slaapt, ik hou zijn wandelingen in de gaten, hij komt af en toe binnen om geaaid te worden. Ik krijg telefoon van de buurvrouw om mij te melden hoe vaak hij daar op bezoek komt en dat hij waarschijnlijk weer gevochten heeft, te zien aan de wonde die er gisteren nog niet was. En hij volgt regelmatig cursussen mee. Ongevraagd komt hij voor het scherm zitten of kruipt hij op mijn schoot. Hij geniet mee.

Poes volgt les in CORONAtijd

En nu is het zo ver

Kijk, ik ga dat allemaal missen want de opstart is volop bezig en het voelt als revalideren. Het is even verschieten als je je been breekt, maar terug leren lopen is een proces van vallen en opstaan. Neen, ik heb geen fysieke pijn maar de rust deed mij goed. Ik voel mij nu fitter, rustiger, vrijer, gezonder, wijzer en ik slaap beter. Mag ik al deze basisbehoeften nog voeden na de opstart? Ik vrees nu al dat ik volgend jaar en vele jaren erna zal vertellen over de CORONATIJD als de schoonste tijd die er ooit was. Je weet wel, na een tijd wordt alles nog beter en hoe ouder we worden hoe schoner de tijd van toen. ‘Omalu, zwijg nu eens over de CORONA’ zullen de kinderen en kleinkinderen zeggen, ‘er waren ook veel minder schone kanten aan hoor‘.

Winkelen met de dochter voor de kleindochter in tijden van CORONA

Onze oudste dochter woont intussen meer dan 10 jaar in het buitenland en nu ze mama wordt en gesetteld is in Zwitserland, verkiest zij haar babysuitzet homemade en Belgisch. Het migrantengevoel sloeg toe; alles wat van thuis komt, is beter. Met Pasen wou ze al die pakjes die ze hier online bestelde ophalen maar de CORONA houdt haar in haar eigen bubbel.

De nieuwe aanblik van de winkelstraten
“Gewoon terug brengen naar de winkel” stond op de pakbon van een hele grote doos babyspulletjes. En dat deed ik maandag. De winkelstraten van Geraardsbergen zijn autovrij en verkeerswachters tekenden gele pijlen die de kopers aan hun kant moeten houden. Rechts van de straat stap je heen, links van de straat terug. In hun paarse kostuums, die toch ook enig gezag uitstralen, manen ze de kopers aan om afstand te houden. Die eerste winkeldag was het vooral heel druk aan de telefonie winkels. Als je de uren dat je nu online bent optelt, krijg je zo medelijden met mensen die het zonder GSM of telefoon moesten doen de voorbije weken. Sociaal contact was voor mij de voorbije weken een synoniem van whatsapp, zoom of messenger.
Het kritisch oog van de mama en omalu

Ik bekeek de inhoud van de grote doos kritisch: Eerste rompertjes met lange mouwen en dikke eerste pyjamaatjes? Terug brengen want het is een zomerkindje! En die eerste hemdjes zijn te klein aan de buik van de mama te zien. En dat mutsje zou ik niet kiezen, het past bij geen enkel kostuumpje… Ik ging er met de ruwe borstel vandoor, belde een paar vriendinnen over het maatje dat zij en hun dochters kochten voor de eerste uitzet en droeg alles waaraan ik twijfelde terug. Ik trok met mijn grote doos naar de winkel. Een half uurtje kreeg ik om ¾ van de inhoud te ruilen.

Samen shoppen via WhatsApp

Kan iets je blijer maken als toekomstige oma dan de verantwoordelijkheid om de basisuitzet van je eerste kleindochter samen te stellen? Ik mocht terug shoppen, niet alleen maar samen met mijn dochter. De GSM was goed opgeladen. Elk slabbetje, elk kousje, elk dekentje, elk handdoekje, elke t-shirt werd gekozen door de mama in Zwitserland en gekocht door de oma in België met behulp van de GSM en dank aan WhatsApp.
“Hou je camera eens een beetje verder, ik kan het niet goed zien. Hebben ze dat niet in andere kleuren? Al aan slabbetjes gedacht? En dekentjes?” Samen kozen we wat het kleintje nodig heeft.
Haar eerste boekje

boekje voor Stampertje
Eerste kijkboekje voor “Stampertje”

Daar lag het, haar eerste kijkboekje! Dit wordt een cadeautje van mij. Ik hoop dat onze kleindochter het Nederlands zo goed machtig blijft dat ik haar, net als de andere twee kleinkinderen verhalen en gedichten kan voorlezen. Ik hoop hetzelfde plezier te beleven aan het voorlezen zoals ik dat deed met mijn eigen kinderen en met de jongens van mijn zoon en schoondochter als ze in Brakel met verlof zijn.

Koffie in ons eigen kot

Als moeder en dochter samen winkelen, eindigt dit altijd in een koffietje of een lichte lunch, gewoon om na te babbelen en om elk gekocht stuk nog eens te voelen en te bespreken. Dat deden we ook, elk in ons eigen kot en we turfden op de lijst wat we al kochten en wat er nog nodig is.  Volgend week vertrekt alles richting Zurich. We vonden gelukkig een koerierdienst.
Dat kleintje geniet mee

We hopen dat het kleintje meegeniet van de vele gesprekjes die haar mama en omalu voeren tijdens de online boodschappen. We bellen daarnaast nog verschillende keren op een dag want we werken vanuit ons kot en onze pauzes gaan op aan moeder-dochtergesprekjes. Het zijn misschien rare tijden van CORONA maar we trekken onze plan en genieten van deze andere manier om in verbinding met elkaar te staan. Hopelijk, ik las vandaag dat de Zwitserse grenzen op 15 juni opengaan, kunnen we elkaar vlug in levende lijve zien. Maar we leerden veel in deze CORONAtijd, zeker hoe we de computer en de GSM kunnen inzetten om ons heel dicht bij elkaar te voelen.
En later, als we haar niet meer ‘Stampertje’ noemen maar we haar eigen naam kennen, wil ik er ook zijn voor haar. Niet altijd in levende lijve maar waarschijnlijk vaak online.  Als ze nood is aan lesjes Nederlands of aan een oma die verhaaltjes vertelt voor het slapengaan, wil ik dat gerust op afstand doen. Misschien kan zij mij in de verre toekomst wat Duits leren, als zij naar de school gaat. We zijn nooit te oud om te leren.

Meisjes van bijna 60 in tijden van CORONA

“Ik ga elke dag wandelen.”
“Ik ook, spreken we af?”
“Wanneer kan je aan de molen zijn? “
“Binnen een dik kwartier.”
“Ik kom!”
Net als in een sprookje wonen we elk aan een kant van het bos. De molen is het dichtste punt dat onze routes snijdt. Ik vertrek thuis, loop enthousiast de heuvel in het bos af, steek de straat over, trek door de velden en we zien elkaar. Terwijl ik de heuvel in het bos afloop, geloof me de ondergrond is niet stevig en het risico op vallen is groot, voel ik mij tien jaar. Ik haast mij om op tijd te zijn want een kwartiertje is wel heel nipt gerekend.

Mijn vriendinnetje ken ik al 57 jaar, van toen we in de eerste kleuterklas zaten. De hechte vriendschap ontstond rond ons tiende en toen al zei de zuster op school dat wij met een rekkertje aan elkaar hingen. Dat rekkertje is gebleven. Ook al hebben onze schoolkeuzes ons uit elkaar getrokken, wij vonden elkaar terug. We maakten de geboortes van elkaars kinderen mee en dan die van de kleinkinderen. We wisselden ervaringen uit over relaties en werksituaties, de zorg voor de ouders en de waarden en normen waarmee we in het leven staan. Dat rekkertje blijft er en is soms een magisch kanaal. Soms zien of horen we elkaar maanden, misschien een heel jaar niet. En dan, plots op een moment dat het iets minder goed gaat, is daar dat telefoontje of dat berichtje, juist gepast op het juiste moment. Het voelt speciaal, het is speciaal.

Dat bijna bovennatuurlijk, magische gevoel van synchroniciteit krijg ik terug in het bos waar de tijd lijkt stil te staan. In tegenstelling tot onze wegen en onze huizen, ziet dit bos er precies hetzelfde uit als honderd jaar geleden. En ik sta mezelf toe om over tijd en ruimte heen te mijmeren. Misschien waren wij heel lang geleden, in een vorig leven, ook vriendinnetjes die elkaar opzochten aan de andere kant van het bos. Het voelt alsof ik deze weg al heel veel keren nam om bij iemand te gaan die ik heel graag heb.

We wandelen en vertellen op social distance. Haar hond nodigt veel mensen uit tot een klapke tussendoor. Zij moest nog boodschappen doen maar ik stap mee tot aan haar huis, ik doe een omweg om wat langer te kunnen praten. Net zoals ik dat deed 50 jaar geleden. Ik maakte een ommetoer om naar huis te rijden, omdat we nog zoveel te vertellen hadden, al waren we al een hele dag samen. We hadden ons vast praatplaatsje, voor de deur van haar oma. Tot haar mama naar de school belde om te zeggen dat ze om vijf uur nog niet thuis was. We kregen onder onze voeten, haalden onze schouders op en zochten andere oplossingen om elkaar meer te zien. We geraakten niet uitgepraat en dat zijn we nog altijd niet.

Als ik langs een andere weg door het bos naar huis stap, voelt het terug alsof de tijd bleef stil staan, in het bos en in mijn hoofd. Thuis kijk ik even in de spiegel om terug in de realiteit te kunnen stappen. Die spiegel verklapt mij mijn leeftijd. Ik ben geen tien meer maar bijna 60. Wandelen door de bossen doet wat met een mens.

4 jaar, in de tweede kleuterklas
Onderste rij: Ik tweede van links, Suus helemaal rechts.

 

Liefde in tijden van cholera en na corona

Heel wat auteurs hebben de laatste tijd leentjebuur gespeeld door de titel het van het supermooie boek van Márquez  ‘Liefde in tijden van cholera’ om te buigen naar ‘Liefde in tijden van corona’. Ik deed dit ook, er staat een rubriek met die naam op deze blog. Maar ik gaf er, zo besef ik nu, weinig uitleg bij.

Ik ben een grote fan van Gabriel García Márquez, de overleden nobelprijswinnaar. Ik lees en herlees zijn boeken nog altijd graag.

30 jaar later en ik ken het boek nog

Wanneer ik het las? In 1990. Waar? In het ziekenhuis. Hoe ik mij voelde? Leeg. Op dat moment was ik blij met een boek dat mij vastgreep en door de dagen sleurde. Ik ben het boek niet alleen daarom maar om de passie die in al zijn vormen van de pagina’s spat, nooit vergeten.

Ik hou het kort, dit is het verhaal

Het boek gaat over Florentine Ariza die eenenvijftig jaar, negen maanden en vier dagen wacht om bij de vrouw te zijn van wie hij houdt. Die teller start als zij, Fermina Ariza, hem na een platonische liefdesrelatie afwijst. De relatie is haar vader aan de oren gekomen en zij wordt weggestuurd. Ze blijven elkaar schrijven want liefdesbrieven schrijven, was zijn supertalent. Tot ze terug komt en merkt dat de brieven haar passioneel beroerden maar de man zelf iets minder. Ze wijst hem af en trouwt met een ernstige dokter met status en rijkdom. Ze hebben een rustig huwelijk. De liefde van Florentino Ariza blijft duren en hij zal heel zijn leven op haar wachten. De man zat niet stil, had zelfs enige moeite om zijn broek aan te houden en had in tussentijd 622 !!!verhoudingen.
Als de echtgenoot van Fermina sterft, ziet Florentino zijn kans om haar terug te winnen, en op de sterfdag van de echtgenoot gaat hij al om haar hand vragen. Fermina weigert, maar ze beginnen terug brieven te schrijven, ontmoeten elkaar en seksen. Nu zijn haar kinderen tegen. Tijdens een romantische bootreis vraagt Florentino aan de kapitein om de gele vlag te hijsen. Die vlag betekent dat er mensen met cholera aan boord zijn. Zij blijven op de boot, niemand komt hen nog storen en de boot is in geen enkele haven welkom. De cholera is hun persoonlijke uitvlucht om eindelijk te genieten van elkaar.

Vluchten om een droom te bereiken

Voor mij is dit een verhaal van niet opgeven, van hoop en van vluchten voor de dagelijkse sleur en onbegrip. In hun geval was dat de vader en later de kinderen. De choleravlag was de oplossing om aan dat alles te ontsnappen en rust te vinden.

De rust in mijn kot tijdens CORONA voelt soms ook als een vlucht. Ik wist niet dat ik moest vluchten maar nu besef ik dat de tijd daartoe rijp was. Ik ben nu weg van de drukte op de weg en de files, de overvolle treinen, de vele vergaderingen, de moet – moet en moet-nog-meer moeten-mentaliteit. Nu moet er plots veel niet meer; enkel noodzakelijke verplaatsingen, noodzakelijke en korte online vergaderingen, enkel de essentiële lessen voor onze leerlingen, enkel noodzakelijke ingrepen in de ziekenhuizen…  Het lijkt plots alsof veel waar vroeger altijd hoogdringendheid achter zat, niet meer hoeft. Briefings zijn korter, opdrachten zijn duidelijk en to-the-point, essentiële beroepen krijgen waardering,  winkelen doe ik op afspraak en ik koop vooral wat ik echt nodig heb.

Ik ben eerlijk, de opstart lijkt mij moeilijker dan de lockdown. Ik neem me voor om na CORONA met minder stress te leven, om elke morgen te blijven mediteren, om elke avond te wandelen, om enkel noodzakelijke vergaderingen te plannen of eraan te  participeren, om meer in mijn kot te blijven en uitstapjes en reizen te blijven beperken.

Gaat dat lukken?corona

Nu hoop ik dat we het goede dat we leerden tijdens CORONA kunnen houden. Een coronavlag heb ik niet op mijn boot om stress en moetjes buiten te houden. Laat ons creatief zijn om onze rust te blijven bewaren. Hopelijk denken veel mensen er net zo over en zijn een aantal inzichten blijvend. Dan is dit een zeer goede wake-up-call en is het geduld dat wij getoond hebben zinvol geweest.

 

 

De schat voor rust in uw kot, het camembertverhaal

28753039Verhaal tegen ongenoegen in uw kot

Mag ik eens een verhaal vertellen dat ik al heel vaak vertelde, ook aan mezelf. Het camembertverhaal! Het is eenvoudig te begrijpen en heeft ruime toepassingsmogelijkheden. En ik ben zeker dat we het allemaal herkennen. Met dit verhaal in ons achterhoofd maken we ons leven en dat van de anderen veel eenvoudiger. Het is een  schat voor de rest van uw leven, de basis voor levenslange vriendschappen, intense relaties en veel minder gezaag in uw eigen kot. Het verhaal speelde zich af in Normandië, op het platteland.

Een brave boerin stond elke morgen vroeg op om voor dag en dauw een verse camembert te kopen voor haar boer zodat die elke morgen een vers kaasje juste a point als ontbijt kreeg. Dit deed ze heel haar leven. Ze stapte naar het dorp door de regen, door de wind, door de sneeuw, als het prachtig weer was. Na meer dan 50 jaar huwelijk stierf de boerin en de boer bleef alleen achter. Toen liet hij zijn hart spreken en vertelde dat hij haar heel graag had gezien. Zo graag dat hij elke morgen camembert had gegeten om haar een plezier te doen want hij lustte geen kaas. 

Piet wou geen stijfsel, Anna wou niet dansen

packshot4
Niet alle mannen houden van gestijfde zakdoeken.

Mijn moeder leerde mij geen vers kaasje te halen, ze leerde mij dat ik mijn zakdoeken moest stijven, je weet wel met stijfsel van Remy, mannen hadden dat liever, dacht ze. Ik deed dat. Na een tijd zei Piet dat hij al dat stijfsel in die zakdoeken niet graag had, ze zijn neus zelfs pijn deden. Gelukkig is Piet een assertieve West-Vlaming en geen Normandische boer, anders had ik levenslang zakdoeken staan stijven.

Ik miste als kind veel zang en dans en daarom gunde ik het mijn kinderen wel. Ik schreef onze jongste in voor dans- en tekenlessen op zaterdagnamiddag. Toen ik na een tijdje zag dat het enthousiasme ontbrak, vroeg ik wat er scheelde. Ze wou liever op zaterdag bij haar familie blijven. Haar oudere broer en zus zaten intussen op kot en ze wou meer tijd met hen spenderen. Zo lief, had ik het eerder gevraagd, het had ons veel bespaard en niet alleen financieel.

Kinderen willen alleen dat leerkrachten luisteren

Vaak hoor ik leerkrachten vertellen wat ze allemaal doen voor leerlingen die het moeilijk hebben. Uren en avondenlang zitten ze te werken; oefeningen maken, leerlingen  bespreken, vergaderingen plannen en verslagen maken. De vraag die ik meest stel is: “En wat zegt of wil het kind zelf?” Vaak weten ze dat niet. In het beste geval gaan ze nadien naar het kind LUISTEREN en blijkt dat ze veel onnodig werk doen. Het kind heeft gewoon iets anders nodig.

Omdat we elkaar niet willen kwetsen?

Onze boerin zei het misschien wel elke morgen “Boer, kijk ne keer hier, wat een goeie vrouw heb jij toch, ik heb je verse camembert bij!”. En hij wou haar ontgoochelde blik niet zien door te zeggen dat hij lak had aan die kaas en die nog liever in de beerput zou gooien dan hem op te eten. Hij wou haar niet kwetsen.

Dit camembertmoment overkomt mij nog regelmatig en vertel ik het ook regelmatig door. Deze week nog. Iemand verontschuldigde zich omdat ze mij de dag ervoor geen mail stuurde. Ze had er zich slecht bij gevoeld dat ze er niet toe gekomen was. En ik had geen mail verwacht.

Vragen stellen en luisteren in uw KOT

En zo zijn er nog duizenden voorbeelden van dingen die wij denken voor een ander te moeten doen maar waar de ander niet om vraagt. In de CORONA tijd zitten we dicht op elkaar en dat biedt ons de mogelijkheid om eens te kijken wanneer wij bezig zijn met ons te vermoeien voor iets wat niet gevraagd is, niet gewild wordt, niets oplevert.

Het is maar een idee. En de ideeën die ik een ander geef, dienen mij vaak nog het meest.

camenbert

Thuiswerk met dochtertje, lang voor CORONA

Een thuiskantoor met een jong kind, ik beken!

annaDoor de CORONA zijn veel ouders met jonge kinderen verplicht om het thuiswerk en de opvoeding van de kinderen te combineren. Nu dat kan, mag en zelfs moet, wil ik iets bekennen. Ik heb mijn thuiswerk en de opvoeding van onze jongste dochter een paar jaar gecombineerd maar NIEMAND van mijn werk mocht het weten. Dus dit is het moment van de grote confessie. Mijn bazen van toen zijn lang uit dienst en de feiten zijn verjaard maar ik heb er nog geen moment spijt van gehad. En net vandaag wordt deze dochter 23 jaar.

Toen onze jongste geboren werd, werkte ik ongeveer een derde van mijn tijd thuis in een thuiskantoor. Mijn ouders waren zo vriendelijk om haar op te vangen als ik de baan op moest. Als ik van thuis uit werkte, bleef ze bij mij, in ons huis.

Thuis met mama

Het had voordelen, tijdens mijn thuisdagen bleef ik ook echt thuis. Geen stressvol vervoer, geen gesleur met kleertjes, pampers en knuffels, geen excuses van ‘Neen, dank je, geen koffie, geen tijd want ik moet werken’. We konden rustig samen ontbijten. Broer en zus vertrokken iets voor acht uur met de bus of de fiets naar school en onze werkdag begon. We waren het gewoon om onze dag in te delen zoals het voor ons beiden goed uitkwam. Zij had haar vaste eet- en slaapmomentjes en daar paste ik mijn werk in. Omdat ze ons derde kind is, had ik het gemak van het ‘het parkje’, de babybox al langer ervaren. We zorgden ervoor dat haar parkje voor haar een aangename plek was waar ze graag in zat, waar wat muziek was, die ze al dan niet zelf maakte, waar ze haar lievelingsspeelgoed kon kiezen. Dat parkje was belangrijk voor elk onveilig moment, als ik even naar de kelder of naar boven moest of als iemand aan de deur kwam. In die tijd kwam de postbode nog geregeld met pakken dossiers die nu online worden doorgestuurd.

Paniek in het kot als de telefoon gaat

Online vergaderen bestond nog niet, mails kreeg je enkel binnen als je inlogde. Gezien ik professionele telefoons kreeg, nam ik liefst de telefoon op in een plaats waar zij niet was. Ze mocht niet gehoord worden, zie je.  Die telefoon gaf dus een probleem tegen de tijd dat zij zelf uit haar parkje kroop. Dat ik verslagen zat te schrijven of dossiers doornam, kon ze goed verdragen. Ze kwam naast mij zitten en tikte op een oude computer zonder beeld.  In die tijd waren er nog geen tablets of online – kinderprogramma’s. Ze had een stapel boekjes waarin ze naast mij op een hoge stoel aan mijn bureau zat te lezen. Enkel die telefoon was er te veel. Net op het moment dat ik telefoneerde, hunkerde zijn naar aandacht. De wereld met ons twee was voor haar perfect maar die virtuele derde, een indringer, hoorde er niet bij. Ik heb mijn uiterste best gedaan om haar dat uit te leggen maar het lukte niet. Haar sterke imaginaire angst om genegeerd te worden, domineerde haar gedrag. Eerst trok ze aan mijn jurk of broek, dan begon ze heel luid te praten en nadien vond ze de haak van de telefoon. Ze legde er haar klein handje op en de verbinding tussen de buitenwereld en mama was verbroken.
Ik bied bij deze mijn excuses aan aan al die mensen die ik met een smoes vroeg om eens terug te bellen na 17 uur. Dan begon haar quality time met broer en zus en kon ik rustig de telefoontjes afwerken.

In den duik

Het mocht niet geweten zijn dat mijn kind thuis bleef terwijl ik werkte, denk ik. Ik heb het eigenlijk niet gevraagd. Stel je voor: ‘Werken met een kind? Je neemt je kind toch ook niet mee naar kantoor? Je kan toch niet doorwerken? Dat stoort toch? En gaat het werk wel klaar zijn? Wil jij je kind opvoeden op kosten van de onze organisatie?‘ Allemaal antwoorden die ik niet kreeg maar die ik mij levend kon voorstellen.
Ik slaagde goed in mijn opdracht, meer nog, ’s avonds zat ik er niet mee in om mijn taken verder af te werken.

anna en mamaIk heb mijn kind niet opgevoed op kosten van mijn werk, ik heb de gemeenschap een meisje gegeven dat heel gelukkige jaren kende thuis met haar gezin, in een vertrouwde omgeving. Een kind dat zelfstandig leerde spelen, dat al vroeg de waarde van boekjes kende en kon genieten van het spelen in alle rust in haar ‘parkje’. En ik was een gelukkige mama die het samenzijn met haar enorm waardeerde en elke dag gemotiveerd aan het werk ging, net door haar.

 

Nu mag het, nu moet het, door CORONA

In de CORONA tijd kan, moet en mag het wel. Ik heb maar één gouden regel voor de jonge ouders, koop een box en maak er de leukste en veiligste plek van voor je kind. Geniet van de tijd samen en later zal je heel gelukkig zijn dat jullie deze tijd mochten beleven. Een unieke kans voor een unieke band.

Gelukkige verjaardag Anna.

 

Pasen, een sterk maar ook een zwak moment in deze CORONA tijd

Ervaar jij deze Pasen in CORONA tijd ook zo anders? Vriendelijker. Nog nog nooit kreeg ik zoveel paaswensen als dit jaar. Pasen was niet zo populair als Kerstmis maar na vandaag is er een heuse herwaardering voor deze feestdag. Voor het eerst dachten ook mijn collega’s in de paasvakantie aan elkaar en zij stuurden innige, creatieve maar vooral grappige paaswensen.

Wij hebben onze traditionele paaseierenraap vervangen door een e-peritief over de “gesloten” landsgrenzen heen.  De kleinkinderen mochten de verstopplekjes, die de paashaas wel en zij niet kenden in de eigen tuin ontdekken. Onze buurjongen was er deze morgen graag bij. Ik informeerde vooraf bij de mama wie de eitjes bracht, de haas of de paasklok? Misschien speelt de herwaardering van Pasen als het feest van de verrijzenis wel in het voordeel van de klokken?

Maar toch stemt deze Pasen mij triest. Tijdens ons fietstochtje moesten wij vaststellen dat de regels, nodig om elkaar te beschermen her en der toch met de voeten getreden worden. Het begint heel klein, een bezoek aan een liefje met de fiets want we zitten al zo lang gescheiden en zou dat dan kwaad kunnen voor die ene dag want het is toch Pasen?

Wel, je kan dat vergelijken met diëten. Maandenlang eet je geen chocolade, niets. Tot je eventjes overkop gaat en toch een lekker paaseitje neemt. Eentje maar, het kan geen kwaad. Dat is een stap die je moeilijk terug zet want de stap naar het tweede eitje is korter en die naar het derde is al gezet. Het is moeilijker om terug te gaan naar het oude regime als je eenmaal de regels overtrad. Ik hoorde tijdens het e-peritief dat er meerdere mensen waren bij de bakker met intenties om vandaag toe te geven aan boulimie. Vier grote taarten voor een gezin? Tenzij ze de buurt wilden trakteren op social distance, bied ik mijn verontschuldigingen aan. Dat zou een mooi paasgebaar zijn dat voor jaarlijkse herhaling vatbaar is. Ik hoop vooral dat deze Pasen even een moeilijke dag was en dat morgen iedereen de moed vindt om verder te doen. Ik wil nog buiten mogen sporten en wandelen na het paasweekend.

queen

Ik wil positief eindigen met een speech die voor mijn part de geschiedenis mag ingaan als de mooiste ooit. Dat is die van een fantastische dame van 93, de Britse Queen Elisabeth. “Ik hoop dat in de komende jaren iedereen trots zal terugkijken op jullie reacties op deze uitdaging. En dat zij die na ons komen, zeggen dat deze generatie Britten net zo sterk is als alle andere generaties. Dat we zien dat zelfdiscipline, stille en goede vastberadenheid en solidariteit hoog in het vaandel staan in dit land.” 

En ze eindigde met woorden die deden denken aan Vera Lynn tijdens de Tweede Wereldoorlog:

“We will succeed.

Better days will return.

We will be with our friends again.

We will be with our families again.

We will meet again.” 

Hopelijk beroeren haar woorden de Britten evenveel als ze mij beroeren. Blijf in je kot voor jezelf en voor iedereen. Geniet van de speech via onderstaande link.

Speech van de Britse koningin

 

Wat een geluk dat ik les krijg in mijn kot in tijden van CORONA

Maandagavond half 7. Eventjes naar boven voor een verfrissing, leskledij aantrekken en een beetje schmink want straks kom ik in beeld. Een geurtje mag er bij, dat is vooral een cadeautje van mij voor mezelf. En dan trek ik mij terug in het bureau voor de eerste les van een nieuwe cursus, online.

In januari startte ik een opleiding in Leuven. Elke zaterdagmorgen vertrok ik om kwart na 7 om twee uur later in Leuven station nog vlug een koffietje te drinken voor de les startte. In mijn rugzak zat mijn ontbijt voor op de trein, een thermosje met thee en een lunchpakket voor op de trein naar huis. En heel gedoe.

Sedert de lockdown krijgen we online les via ZOOM. Dat valt mee, heel goed zelfs. We krijgen de les in de grote groep en daarna oefenen we in kleine groepen, per 2 of per 3. We verhuizen van de volledige klas naar een afzonderlijke ROOM waar we kennis maken met onze room mates die we vaak niet kenden in real life. We verliezen geen tijd met het verzamelen van computers en boeken. Net als in een tele-ruimtemachine landen we met één klik in een andere virtuele plaats.

corona-5006277_960_720
Online les volgen met medestudenten vanuit het eigen KOT.

En daar kwamen al leuke en blijvende contacten uit voort. De  nabijheid van de medecursisten voelt als echt. Het is steeds een verrassing met wie je in een room zal zitten, want de computer bepaalt.

Mag ik zeggen dat ik dit bijzonder tof vind? In vergelijking met de wekelijkse treinrit naar Leuven is de afstand tussen de badkamer en het bureau peanuts. En na de les heb ik tijd om nog even te bekomen, zoals ik dat vroeger deed op de trein, maar nu in de stilte van onze living bij een laat wijntje.

Neen, in dit geval mis ik het menselijk contact niet want het contact is heel menselijk. Alle cursisten maken uit vrije wil de tijd om bij te leren en te oefenen en dat schept een band.

En net als in een life-les kunnen we vooraf eens rondkijken via het scherm wie aanwezig is, wie we al kennen… Het heeft ook voordelen voor de lesgever. Ik ben normaal nogal een babbelaar met de persoon links of rechts van mij en nu kan dat niet. De lesgever zet het systeem op mute (stil) en niemand stoort.

De coronacrisis kwam precies op het juiste moment, denk ik dan. Enkele jaren geleden waren de lessen gestopt. Ik had ze wekenlang moeten missen om ze nadien in recordtempo in te halen. Nu kan de organisatie nog een extra cursus geven, zelfs in de paasvakantie. We zijn toch thuis, we zijn toch in ons kot.

En dat zeggen we ook regelmatig tegen elkaar. “Wat een geluk dat wij NU deze cursus volgen, we kunnen ons op korte tijd verdiepen in wat we willen leren.” “Wat een geluk dat ik wekelijks geen vier uur moet treinen want ik was langer onderweg dan de cursus duurde.” Wat een geluk dat ZOOM bestaat.”

“Wat een geluk ….”, ik hoor het tegenwoordig wel vaker zeggen. Mensen blijven zoeken naar de voordelen van alles. Ook dat hoort bij onze fantastische soort. Stel je voor dat we enkel over het ongeluk zouden praten, dan zouden we het niet lang volhouden. “Wat een geluk dat mensen zo positief zijn.”