Anderlecht of Brugge?

Die knappe, intelligente, sportieve CEO met zijn zoetgevooisde stem of die andere?

Wie deze week de actualiteit volgde, kan niet naast “Anderlecht”. Ik kwam er vroeger vaak en in verschillende basisscholen die pretendeerden hofleverancier te zijn van de voetbalploeg. Dat wakkerde mijn interesse voor het voetbal niet aan. Voetbal, daar ken ik NIETS van.

De zomer van het wereldkampioenschap voetbal, waren de kleinkinderen hier op vakantie. Ze hebben gedurende hun verblijf maar twee dingen gedaan, of ze zaten in de vijver of ze voetbalden in hun rode tenues. Voor elk spel zongen ze, armen over elkaars schouders, de Brabançonne. In tegenstelling tot de meeste spelers en supporters kenden zij hun tekst wel. Geleerd van de andere opa. Ze probeerden mij de spelregels uit te leggen maar de moeite was tevergeefs. Hun geluk kon niet op toen onze opa Piet hen en hun ouders trakteerden op een wedstrijd op Club Brugge. Ik mocht mee, er was nog een kaart over.

Zelfs op een voetbalmatch kom ik mezelf tegen. Ik leerde er dat de supporters strikt gescheiden zaten. De match vorderde en voor ik goed wist hoe het spel gespeeld werd,  had Brugge al twee of drie goals gemaakt. Eupen had nog steeds een nul staan op dat groot scorebord.

Bij een bijna-goal van Eupen uitte ik spontaan mijn ontgoocheling, het kwam recht uit mijn hart. Dat is compassie. Een groepje mannen dat op de rij achter ons zat, sprak mij onmiddellijk aan: “Hela madammeke, ge zit hier op de verkeerde plaats, hier zitten de supporters van Brugge.” Kijk, zo ben ik. Ik supporter meestal voor de zwaksten, voor de mindere, voor diegene die achter staat. Toen ik “The Daily Show” van Trevor Noah nog dagelijks volgde kreeg ik medelijden met Trump omdat hij er dagelijks door de sarcastische molen van de democratische zender gedraaid werd. Als er te veel gekapt wordt op bepaalde mensen, krijg ik medelijden. Ik stopte met kijken om sympathie voor Trump te voorkomen.

Terug naar Brugge. Ik was dus gewaarschuwd dat ik vanaf mijn plaats niet moest supporteren voor de tegenpartij.

“Zeg madammeke, je had beter op de Anderlecht gezeten met uw kleren aan” hoor ik een opmerkzame man van het groepje roepen. De kleinkinderen sprongen hem onmiddellijk ter hulp en zeiden dat ik de kleuren van Anderlecht aan had. Ik droeg een wit kleed en paarse schoenen. Dat hadden ze mij ook op voorhand kunnen zeggen.

In de pauze hoorde ik dat het gesprek tussen de mannen achter ons Anderlecht ging. Ze vuurden op mij, als expert, een aantal vragen af, waar ik natuurlijk geen antwoord op wist. Mannen met gevoel voor humor, daar hou ik van. De volgende keer, als ik nog eens mee mag, ga ik toch meer op de vestimentaire geplogenheden letten.  

Ik weet nog steeds niets van voetbal maar sedert deze week weet ik wel wie de CEO van Anderlecht is.

Ik ben gewonnen voor Karel Van Eetveld, al heel lang. Hij heeft charisma, een prachtige stem, weet rust te bewaren in panelgesprekken, laat woorden en zinnen klinken als zeer logisch en aannemelijk en naast zeer intelligent is hij ook knap en sportief. Mocht ik dit lezen over mezelf, ik zou blozen. Blozen deed hij deze week, hij straalde op die foto in de krant. Het was duidelijk dat hij de job van zijn leven heeft.

En hoe zit het nu met zijn radicaal vernieuwende politieke beweging? En wie gaat de muren van de behoudsgezindheid proberen te slopen? Ik was onder de indruk van zijn visie op politiek, die ik recent mocht lezen in de krant en mocht horen in de Afspraak. Er is nood aan echte democratie, nood om de stem van de minderheid te horen, burgerinspraak. Ik kan er mij in vinden dat we politiek niet goed bezig zijn en dat veel mensen zich in de kou voelen staan. Meer nog, mensen haken af. Politiekers maken nog hun punt, laten journalisten oneliners koppen maar de mensen luisteren niet meer of slaan de bladzijde van de krant om. We horen het en gaan over naar de orde van de dag. Daarom was ik zo blij dat iemand als Karel Van Eetvelt wou ijveren voor een ommezwaai.

Voorlopig niet dus. Ik ben enigszins ontgoocheld maar als je de job van je leven vindt, dan ben je weg natuurlijk.

“Hij zal er wel moeten voor zorgen dat er goals gemaakt worden”, zei ik deze week nog tegen mijn man, “daar gaat voetbal toch over?” Het was mooi geweest om die match tegen Brugge van vandaag te winnen. Dat had kunnen tellen als start.  Jammer, ik had het hem gegund.

Familie, het toneel

Ik mocht de avant-première van het toneelstuk “Familie” bijwonen. Het gaat over een familiedrama bij de familie De Meester in 2007 in Calais. Het acteurskoppel Filip Peeters en An Miller en hun twee dochters spelen, hun twee honden zijn er ook bij. Het stuk van de Zwitserse auteur en regisseur Milo Rau is de interpretatie van de laatste avond van een gezin dat samen zelfmoord pleegt. Het gezin De Meester had geen te achterhalen problemen als gezondheid, werk, geld of gebroken relaties. Toch hingen ze zich samen op. De moeder laat enkel een briefje achter: “We hebben het verkloot, sorry”. Op het toneel zien wij niet zo zeer het verhaal van de familie De Meester maar ook dat van de familie Peeters en een beetje van iedereen die in de zaal zit. Uiteindelijk kijken wij altijd naar een verhaal vanuit de eigen beleving, ook hier.

Sometimes being silent is the only way to speak the truth

Het gezin Peeters-Miller ging samen met de regisseur nadenken over hoe een dergelijke laatste avond er kan uitzien. Het decor was prachtig, de vertolking grandioos, de locatie -NTG Gent- super. Daarover ga ik het niet hebben. Ik kan enkel zeggen: “Het stuk speelt voor mij nog door, het blijft hangen en de vragen in mijn hoofd vermeerderen zelfs.”

Hoopvol

Hoe ik voelde ik mij tijdens de voorstelling? Hoopvol, tegen beter weten in. Zelden voerde ik een dergelijke innerlijke strijd tijdens een toneelstuk. De inleider zei vooraf dat ze het publiek niet zonder hoop konden wegsturen en dat woord was bij mij meer doorslaggevend dan de zelfmoordactie waarvan ik wist dat ze zou komen. En toch wijst niets op een dergelijke afloop als je in het moment naar het toneel kijkt. Daar wou ik blijven, in het moment en bij momenten lukte het. De avond bij het gezin verloopt rustig. Iedereen doet wat hij of zij elke avond doet. De avondrust in het gezin was er een waarvan ik, als moeder van drie vaak gedroomd heb. Was het de rust die mij de hoop gaf? Ik betrapte mezelf er constant op dat ik bleef hopen dat dit fijn gezin geen zelfmoord zou plegen.

De hondjes

En toen begonnen ze zich voor te bereiden. Elektriciteit? Water? Huisvuil? De hondjes?… Dit gaf mij een diepe schok. Dat het gezin zelfmoord zou plegen werd gaandeweg duidelijk maar wat zouden ze doen met de hondjes? Zij hadden er toch niet voor gekozen? In de stilte van mijn stoel in de muisstille zaal zat ik mij zorgen te maken over de hondjes. En dan kwam het moment dat de moeder schreef: “Wij hebben het verkloot, sorry.”

Verkloten wij het niet allemaal?

Waar slaat dit op? Naast het verhaal van de familie De Meester en de familie Peeters komt hier ook mijn en misschien wel jouw verhaal om de hoek kijken. Verkloten wij het omdat we onvoldoende zorg dragen voor het milieu? Of omdat we te veel met ons werk bezig zijn en de kinderen daardoor te weinig of te veel aandacht geven? Of omdat we met teveel zijn en niet iedereen hetzelfde comfort kunnen of willen geven? Of omdat we te materieel geworden zijn en eigenlijk niet meer genieten van materiële zaken, al kijken we er voortdurend naar uit en kunnen we er niet aan weerstaan om ze te kopen? Of omdat we onze grenzen zo ver verleggen dat we mentaal niet meer kunnen volgen? Of omdat het gewoon te veel en te druk is? Of omdat we toegeven aan het streven naar perfectie, al weten we dat die niet bestaat? Of om de combinatie van al dit en zoveel meer?…

Waarden en normen

Gaat dit over een gezin en specifiek dit gezin die het verkloot heeft of slaat het op de mensheid die het verkloot en waarden en normen verloren is? En wat als dit gezin zich, ondanks alles, strijdbaar had ingezet om te blijven leven om uit het vele verklote toch iets te vinden om voor te leven? Ik lees in het programmaboekje dat het de bedoeling was om de nihilistische, melancholische, zelfs suïcidale tijdsgeest tentoon te stellen. Voor mij blijft het de vraag hoe een gezin zo diep kan vallen in het nihilisme. Hoe kan je kiezen voor het niets, boven het leven als je gezond bent? Of hoe kan je geloven dat alles beter is, als je gewoon besluit om er uit te stappen?

Tunnels en angst voor de dood

In mijn beleving is voor de dood kiezen die ene tunnel naar de dood inslaan. Wat doe je als er geen andere weg meer is in je gedachten dan die ene die zonder omzien naar de dood leidt? Een de tunnelvisie ontstaat door te weinig te praten en door andersdenkenden uit de weg te gaan. Eenzaamheid en de isolatie kunnen dodelijk zijn, je mist mensen die meningen laten herzien en een andere weg aanreiken. Of is in dit gezin de angst voor de dood gewoon weg? Stonden deze mensen zo ver dat ze elke doodsangst overwonnen? Bewust overwonnen, want ze waren niet ziek. Is het de angst voor de dood die anderen ervan weerhoudt om de stap te zetten? Dan geeft angst ons minstens nieuwe kansen.

Het stuk confronteert ons met een extreme realiteit. De commentaren in de kranten zijn niet min. Er wordt gevreesd dat het mensen die aan de grens staan, een duw kan geven.

Waar bleef die hoop?

En waar zat de hoop waar de inleider het over had? We kunnen niet genoeg waarde hechten aan het leven en blijven geloven dat, ondanks alles, alles toch weer goed komt. Het klinkt misschien als een naïeve gedachte maar het is de waarheid, achteraf, soms lang achteraf. Laat ons toelaten om naïef te zijn, het is een waarde die levens kan redden.

Ondanks de negatieve kritieken in de kranten wil ik wel zeggen: “Ga er heen, kijk er naar, beleef het en denk er over na.” Na de voorstelling was ik sprakeloos en ik wist dat ik er eerder iets zou over schrijven dan erover te praten. En ik weet dat niemand antwoorden kan geven op al mijn vragen.

Filip Peeters en An Miller en hun twee dochters spelen. Het stuk van Milo Rau is de interpretatie van de laatste avond van een gezin dat samen zelfmoord pleegt.

Vooroordelen, veel vooroordelen over 50-plussers

Goed nieuws in de krant van vandaag: Leen Demaré heeft een nieuwe job. En wat voor één. Ze gaat met schrijver Filip Osselaer samenwerken voor een theatervoorstelling over de seventies. Ze ziet en naar uit. “Het gaat fantastisch worden. Het wordt een show met veel humor, nostalgie, warmte, prachtige muziek, schitterende gasten en fantastische filmpjes.”

Hatelijke perceptie

Ik ben echt blij voor haar. Ze is een leeftijdsgenote en het treft mij dat mensen die willen werken, die zich in het geheel niet oud voelen, wel uitgesloten worden. Of, een groot aantal mensen heeft de perceptie dat je boven de 50 out bent. Mijn klaagzang komt niet uit mijn eigen ervaring want, eerlijk gezegd, ik waag mij niet echt meer aan sollicitaties. Behalve dan die ene keer toen ik iemand voorstelde om af en toe iets te schrijven voor 50-plussers. Ik kreeg als antwoord dat het vaak heel moeilijk is om voor vijftigplussers een positieve insteek te vinden. Hallo. Ik ben ervaringsdeskundige en ik denk zelfs dat al wat jongere mensen interesseert en alles wat de voorbije 50-jaar aan bod kwam en alles wat in de toekomst nog zal aan bod komen, heel boeiend is voor 50-plussers. 50-plussers hebben culturele, emancipatorische, humoristische en nog veel meer andere ervaringen en interesses zat. Dus is het niet moeilijker om iets te schrijven voor mensen met zo een brede ervaring, maar net gemakkelijker. Of zie ik het verkeerd? Heb jij, net als ik, niet optimaal genoten van de hitlijsten aller tijden toen Marcel Vanthilt achter de micro zat? Net omdat hij authentieke anekdotes kon vertellen kwam het ook zo goed over. Ik ben dagelijks 50-plusser en de meeste van mijn vrienden en vriendinnen ook. Boeiende mensen trouwens. Zand er over. Wie wil, kan mijn blog lezen.

Ik lees in het Nieuwblad van zaterdag 4 januari van het prachtige jaar waarin ik het 50-plus-zijn achter mij ga laten, dat 50-plussers te maken krijgen met heel veel vooroordelen.

50-plussers zijn minder flexibel

Het doctoraal onderzoek dat tot deze vaststellingen kwam, werd gevoerd aan de U-Gent.  In het onderzoek worden oudere sollicitanten minder goed ingeschat voor opleidbaarheid, fysieke capaciteiten, technologische kennis en skills, flexibliltiteit en samenwerking. Als antwoord op deze ‘inschattingen’ kan ik er toch een aantal in twijfel trekken. Zijn wij niet flexibel? We maakten de evolutie door van een typmachine naar de IT-mogelijkheden zoals ze nu voor ons liggen. Misschien zijn we in de recentste stappen niet zo heel goed meer mee maar we kennen wel de geschiedenis en de evolutie. Samenwerking? De tijd van haantjesgedrag en tafelspringen, ligt voor de meeste leeftijdsgenoten achter ons. In mijn ervaring beïnvloedt dit het “samenwerken” met en onder jongere mensen eerder negatief. Ik heb de invloed ervan ondervonden in mijn jongere jaren. Maar je krijgt nooit gelijk door je op elk punt te gaan verdedigen. Dus hier stop ik wijselijk mee.

Bron: Nieuwsblad 4 januari 2020

Wat doen we even goed als de jongere?

Op het gebied van mentale capaciteiten zou er geen onderscheid zijn tussen jongere en oudere werknemers. Hier moet ik dan als individu bijspijkeren en dringend geheugenoefeningen doen want ik heb recent nogal eens de indruk dat ik niet onmiddellijk op mijn woorden kan komen of de juiste naam of woord vergeet. Het gebeurt en ik hoor dat ook bij leeftijdsgenoten. Dit komt waarschijnlijk omdat we al zoveel moesten verwerken en ons hoofd en de geheugenschijf vol zitten. Waarschijnlijk mogen we een deel van de geschiedenis en hoe processen doorheen de geschiedenis verliepen gewoon achterwege laten. Maar het is zo gezellig om te keuvelen over vroeger…

50-plussers zijn betrouwbaar en weerbaar

Waar het onderzoek ons beter inschat is in betrouwbaarheid. Mag ik vaststellen dat deze waarde, gezien oudere werknemers moeilijker aan een job geraken, niet in de bovenste schuif van rekruteerders ligt? Jongeren wisselen vlugger van job, bij mijn leeftijdsgenoten hoor ik vaak dat er nog veel loyaliteit is voor de werkgever in de zin dat wij langer voor dezelfde baas of organisatie werken. Misschien soms te lang. Op een infoavond over burn-out hoorde ik dat oudere werknemers meer weerbaarheid ontwikkelden. Die weerbaarheid meet hoeveel stress je aankan en te veel stress leidt tot burn-out. Dus in theorie zijn oudere werknemers minder vatbaar voor een burn-out.

Well done, Leen

Maar soms, meermaals, vaak zelfs, is het niet-krijgen van een bepaalde job een voordeel. En daar heb ik in mijn leven een aantal voorbeelden van. Ik dank God nog elke dag omdat ik bepaalde opdrachten toen niet kreeg. In het geval van Leen Demaré kan en zal haar ontslag een voordeel zijn. Die nieuwe job van Leen Demaré lijkt mij fantastisch: mee mogen schrijven, humoristische voorstellingen maken, spelen en spreken voor een life-publiek in een theaterzaal, rondreizen en nog meer toffe en creatieve mensen leren kennen. Dat is eens iets anders dan plaatjes draaien in een donkere studio. Plaatjes die ze misschien niet altijd zelf mocht kiezen, die haar strot uitkwamen. En elk weekend diezelfde weg naar die studio en die zelfde voorspelbare files trotseren. Ik gis maar wat, ik ben geen Joe-luisteraar en zal het niet worden maar ik laat Leen graag genieten van al het betere dat ze nu heeft. Het was tijd voor iets anders. En ik ga zeker kijken naar die voorstelling. Ik wil haar zien stralen want met haar stralen alle 50-plussers. Net zoals we allemaal meeleefden toen ze afgeschreven werd. Well done, Leen, geniet er van!

Laat de zon in je hart

Dinsdagavond tussen 5 en 6 uur en ik zit in een ontspannend bad vol schuim en heerlijke badolie. “Dit wordt een jaarlijkse traditie”. Het is oudejaarsavond en ik luister naar de finale van de duizend klassiekers. De radio staat oorverdovend luid. Beneden wacht nog een berg werk maar dit is mijn moment. Plots veer ik recht, ik roep mijn dochter die ik hoor op de overloop. “Willy Sommers staat op nummer 4!” Een complete verrassing.

Top 5 van de 1000 klassiekers

Of ik fan ben? Ik moet hier mijn woorden terugtrekken die ik enkele jaren geleden uitsprak over het niveau van grootouderfeesten in de school en meer specifiek in die van mijn kleinkinderen. Nu las ik in de krant dat Willy Sommers aanvankelijk zelf ook niet zo een fan was van het lied.

Het grootouderfeest van de kleinkinderen eindigde twee jaar op rij met zang en dans op “Laat de zon in je hart”. Grootouders, overgrootouders en kleinkinderen zongen samen in een te kleine en veel te warme parochiezaal. De eerste keer dat ik het hoorde, ik had nog mijn professionele pet op, dacht ik “Kunnen kinderen nu echt niet meer zelf zingen? Wat is de pedagogische meerwaarde van playbacken?” Ja, ik was ontgoocheld, toen.

Die zomer was ik aan zee met de kleinkinderen en ik zag hen volop meezingen met Willy Sommers die alleen op het podium stond en een hele dijk in beweging kreeg. Respect! De kleinkinderen kenden de tekst en melodie, door de vele repetities, en ik zag hen genieten van de live-versie. Natuurlijk smolt ik weg.

Het volgende jaar eindigde het grootoudersfeest precies op dezelfde manier. Maar ik keek ernaar met een andere bril en genoot mee. Dit is een lied dat mensen samen brengt. De melodie en de tekst zijn zo eenvoudig dat iedereen kan meezingen en de meesten deden dat. Mijn kleinzoon merkte wel op dat ik wel heel enthousiast meezong en -danste. Rondom mij zag ik stralende gezichten en bewegende lijven van mensjes en mensen tussen 2,5 en 90-plus.

Dit is verbinding. En dat is wat we onszelf en anderen wensen: geluk, genieten, plezier, een goeie gezondheid of korter gezegd, de zon in het hart.

Maar hoe komen mensen er toe om massaal op dit lied te stemmen? Dit moet een bewijs van het collectief bewustzijn van Jung zijn. Kort uitgelegd: Mensen beïnvloeden elkaar niet alleen met woorden maar ook via energie, via gedachten. Als we met z’n allen, ik niet voor alle duidelijkheid, stemmen voor “Laat de zon in je hart?”, wil dit zeggen dat we allemaal aan wat zonlicht en vreugde toe zijn. We komen er eindelijk achter dat een positieve kijk op het leven, een meezinger, een enthousiaste zanger en een eenvoudige tekst ons gelukkig maakt. Het wordt tijd dat we geloven in een positieve toekomst en dat we al de spelletjes die politiekers en andere machtsdragers spelen met als inzet ons geluk, beu echt beu zijn. Ik weet het, ik geef hier een persoonlijke draai aan want woorden als “het is het politieke spel” degouteren mij. Azijnpissers, neuten en zagemannen en -vrouwen evenzeer. En de echte zon zou ik liever wat meer zien.

Hoe meer ik denk aan de inhoud van het lied, hoe meer ik de waarde ervan zie. Misschien vervangt onze nationale ploeg het “Waar is dat feestje-lied” wel door “Laat de zon in je hart”. Een antwoord in de plaats van een retorische vraag.

Intussen is het jaar weeral op gang getrokken. De grootse plannen voor het volgend jaar liggen klaar, inclusief het nieuw dieet. Ik wens jullie allen de zon in het hart, dan ziet alles er veel beter uit. En nu weten we dat heel veel mensen er zo over denken. Meer moet dat voorlopig niet zijn.

Mogen we nog lachen?

Minstens twee scholen hebben vrijdag een briefje meegegeven aan de kinderen met een verandering die er aan komt op 1 april. Twee van hen haalden de pers. In één school werd gevraagd dat leerlingen maandag zelf een WC-rol meenemen omdat er al lang wordt aangedrongen op zuinig omspringen met WC-papier, in het kader van ecologie, maatschappelijke- en sociale vorming, milieubewustzijn, … Kortom, een grappige manier om te zeggen dat niemand baat heeft bij verstopte toiletten.Een andere school vraagt de ouders dat de leerlingen maandag uniform gekleed gaan om pesterijen te voorkomen in een school waar pesterijen minimaal zijn, volgens de directeur en de krant.

Twee keer sluit de aprilgrap aan bij een edel doel en binnen de context van de school. Twee keer is er een lichte optilling van de realiteit, twee keer een goeie grap volgens mij. Twee keer een school waar ik met plezier naartoe zou gaan als moeder en mijn kinderen in vertrouwen achter laat, zeker op het vlak van zelfrelativering en humor.

Maar “Da mag niet!”, de moppen vallen slecht bij de ouders.

Scholen die grappen maken met de ouders zijn eerder zeldzaam maar als ze dat doen, getuigt dat van vertrouwen in de ouders, dat er een goeie band is of dat de school dit toch denkt.

Plagen is toch om liefde vragen en de beste therapie om een gepest kind te helpen, is een humortherapie. Het bestaat en het werkt want humor is een heel sterk wapen, in de liefde, in de vriendschap maar ook in de strijd tegen machogedrag.

In een tijd waarin ik mij blauw erger omdat wij, leerkrachten als ongeschikt, onbekwaam, kortom kneutjes bestempeld worden, lees ik dat er scholen en leerkrachten zijn met gezond gevoel voor humor. Respect!

Maar hoe ga je daar nu als school mee om?

Ik lees dat één van de scholen nog dezelfde dag een mail heeft gestuurd naar de ouders om te melden dat het om een grap gaat. En weg de humor, weg de kans om het verhaal een grappig eigen leven te laten leiden, weg de kans om op maandagmorgen een goed en grappig gesprek te hebben aan de schoolpoort en in de klas.

Blijkbaar zijn het niet alleen de kinderen die problemen hebben met begrijpend lezen en het interpreteren van de boodschap in een tekst, de vorige generatie had dat ook. Of zijn we allemaal zo verzuurd en intellectueel lui geworden? Willen we niet meer nadenken of iets als grap bedoeld is of niet?

En hoe moeten scholen die moeite en inspanningen doen om een goeie band te hebben met de ouders zich preventief indekken tegen dergelijke nieuwsberichten? Op de lange lijst met vragen naar leef-, eet-, studie- en andere gewoonten of de lijst met vragen rond het opleidingsniveau van de moeder en de thuistaal van de kinderen en de vragen over de gezinssamenstelling zullen scholen de vraag naar de openheid voor humor kunnen toevoegen. “Een grapje af en toe, kan dat?”

Misschien kan een visietekst rond het doel, het nut en de noodzaak van humor in een schoolcontext heel nuttig zijn? Niet doen! Het mag niet, dat is planlast en de minister is daar terecht tegen.

Hopelijk kunnen de leerkrachten van beide scholen nog lang navertellen over die supergrappige 1 ste april 2019, toen ze de nationale pers haalden. En blijf vooral positief, kritisch en vol humor want de meeste ouders en kinderen houden gelukkig niet van azijnpissers.

Morgen ga ik met plezier de kranten en de nieuwsberichten uitpluizen op zoek naar goeie grappen. Hopelijk verrassen onze bazen ons ook op 1 april. Stel dat wij morgen als supplement op de infodag over de nieuwe eindtermen secundair onderwijs, die gericht zijn op het sociaal en maatschappelijk weerbaar maken van leerlingen (toeval bestaat niet), ook verrast worden met een goeie aprilgrap? Hoe ontspannend zou dat zijn na een treinrit van twee en een half uur? Wedden dat de terugreis nog leuker wordt, dat we er veel plezier aan beleven met de collega’s over de provincies heen? Een betere en goedkopere teambuilding bestaat niet.  

Het is niet voor niets dat veel “slimste mensen” humoristen zijn. Blijkbaar moet je heel slim zijn om grappen te maken waar niemand zich aan stoort.  

Maak me morgen maar wakker als je een goeie aprilgrap hoort, I am into.

Poes en zijn voorwaarden

Vriend van iedereen die hem eten geeft.

Vandaag lees ik in de krant dat baasjes met plezier een fotoshoot betalen voor hun huisdier. Niet dat die hond of kat er iets aan heeft natuurlijk maar het baasje dan weer wel. Ook de column van vandaag, geschreven door Nico Dijkshoorn, gaat over katten. En stilaan moet iedereen die niet van katten houdt zich ergens niet normaal voelen want volgens dezelfde man staat het internet voor 97% vol met kattenfilms.

Dit weekend las ik zelfs in het Magazine Luxe van De Standaard dat de Chef van het Magazine, Stijn De Wolf, weelde associeert met soezen samen met poezen.

Dat alles maakt dat ik het beest dat nu lui naast mij op de bank ligt te slapen en af en toe een geluid produceert dat mij laat vermoeden dat het heel spannend is in zijn dromen, (nog) meer probeer te waarderen.

Hij kwam bij ons omdat onze dochter ons overtuigde dat een huisdier zorgt voor meer welbevinden. Ik bezweek omdat de kat een kronkeltje in zijn staart heeft en vooral omdat hij luid kan spinnen, ronken eigenlijk. Iets wat men mij ook verwijt en dat schept een band.

Ik woonde als kind op een boerderij. Katten kwamen niet binnen en dienden om muizen te vangen. Ook dat overtuigde mij om de kat in huis te nemen, liever een kat dan muizen.

Onze kat heet POES omdat hij op die roepnaam reageerde. Hij is vriend met iedereen onder zijn voorwaarden. Ga je daarop in, dan komt hij dagelijks op bezoek, nestelt zich in jouw zetel en neemt met graagte een maaltijd. Of hij nog langs komt als er geen maaltijd staat, betwijfel ik.
“Als je kat in andere huizen binnen gaat”, wist een vriendin, “krijgt hij daar eten”. Intussen werkt dat mechanisme bij een paar buren. Dat onze buurvrouw zelfs haar dochter de opdracht geeft om onze Poes te voederen terwijl zij in het ziekenhuis ligt, bewijst dat hij een graag geziene gast is in de straat.

Onze kat is een vriendelijke kat. Als hij ’s morgens binnen komt, kijkt hij ons aan, maakt een krakend geluid en loodst ons naar zijn eetbak. Wij vertalen dit ritueel als een frisse “Goeie morgen!”

Vriendelijkheid is nuttig. De overbuur kwam op een avond aan de deur en tot onze grote verwondering ging onze kat tegen zijn been wrijven en liet zich rustig aaien. Het was duidelijk, die twee kenden elkaar goed. Zo weten wij nu dat Poes ’s avonds in de plaats van muizen vangen en vossen op een afstand houden, rustig het huis van de overbuur binnen stapt en er op de bank gaat slapen, in onze verbeelding heel dicht bij een haard.

“Katten zijn er altijd, maar op hun voorwaarde”, schreef Stefan Hertmans. Zo kennen wij hem ook. Hij pakt altijd de beste plaats in, laat zich aaien als hij daar zin en heeft en geeft attenties als hij honger heeft, ligt stil als hij dat wil. Hij behandelt ons op een vertederende manier als zijn slaven. Ik vraag mij vaak af waarom wij hem zo graag hebben en wij dat dulden. Geen van zijn eigenschappen zou ik van een andere “man” tolereren. 😉

Die laatstejaarsreis

De laatstejaarsreis tijdens de paasvakantie

Aan een tafeltje op de Piazza Pitti in Firenze, zaten ze gezellig te keuvelen over hun toekomstplannen, vier jongens. Op de tafel staan vier lege potjes van gelati en een grote lege fles acqua. Wij willen dit toffe gesprek niet onderbreken door te verraden dat wij Vlamingen zijn. Zij hebben ons door en  komen vriendelijk een goeiedag zeggen. ‘Op laatstejaarsreis?’ ‘Wat bezochten jullie al?’

In hun verhaal horen we de vreugde van het afstuderen in het secundair onderwijs en de roep naar meer eigen interesses in hun studies. We merken  ook de heimwee naar de veiligheid die hun ‘groepje’ hen gaf. Een gevoel dat ik ook mocht ervaren, eenenveertig jaar geleden in de paasvakantie tijdens onze Italiëreis. Alsof het gisteren was.

‘Toffe jongens’ zei mijn vriendin. ‘Plichtsbewuste, brave jongens!’, dacht ik.  

De laatstejaarsreis

Zouden ze nu nog op die kunstwerken mogen kruipen om een foto te maken? Ik vrees het.

Voor mij (en onze kinderen) was  onze laatstejaarsreis iets fantastisch. Het was de eerste keer dat ik mocht vliegen. Wij bezochten Sicilië.
Onze zelfgemaakte reisgids uit 1978 ging mee naar Sicilïe, toen we het eiland een paar jaar gelden nog eens bezochten. Sicilië is de bakermat van Europa, een smeltkroes van culturen. Dat weet ik nog want wij maakten onze reisgids zelf en het was onze examenstof voor het vak esthetica.  De reisgids van de oudste kinderen gaat nog mee, telkens we een door hen bezochte stad bezoeken in ons favoriete land Italië.

De laatstejaarsreis, daar zagen wij jaren op voorhand naar uit. Dat was ook nodig. Naast het voorbereidingswerk voor de gidsbeurten die we zelf moesten doen,  organiseerden wij verschillende activiteiten om die reis te betalen. We maakten reclameboekjes bij een  filmvoorstelling, organiseerden een “kleinkunstavond” en  een fuif. Omdat we nog niet toekwamen, hebben we ook een paar weekends auto’s gewassen.

Wie gaat dat betalen? Wie heeft zoveel geld?

In de manier waarop die laatstejaarsreis betaald wordt, is er een groot verschil tussen scholen. Soms krijgen de ouders gewoon de rekening. Dit heeft tot gevolg, zo mochten we thuis ook ervaren, dat niet iedereen mee gaat omdat sommige ouders dit budget niet kunnen ophoesten.

Onze jongste dochter had het grote geluk in een school te zitten waar heel sterk gelet wordt op democratische prijzen en waar iedereen de kans krijgt om mee te gaan, net als bij ons. De leerlingen koken soep om te verkopen, poetsen zelf klassen, geven  een groot optreden met eigen gezang en dans. Ouders werken samen om de genodigden te voorzien van een heerlijke maaltijd .

Anna, onze jongste, wou vrijwilligerswerk doen in het buitenland als basis voor haar eindwerk. Toen ze haar project en haar doelstellingen voorstelde, vroeg de directeur wie haar reis zou betalen. Wat één leerling kiest als eindwerk moet iedereen kunnen kiezen zonder financiële beperkingen. Ze heeft gepoetst, opgediend op feesten en in cafés en nam thuis de poetsbeurten van de poetsvrouw over. Ze heeft met plezier zelf haar reis betaald. 

Jong geleerd, is oud gedaan

Een zelfde verhaal horen we in een zesde leerjaar van een basisschool. De leerlingen willen een pretpark bezoeken maar de maximumfactuur is overschreden. De klas maakt er een tof project van. Leerlingen mailen, onderhandelen en verzamelen prijzen. Gaan  op zoek naar het goedkoopste vervoermiddel en brainstormen over acties om het geld zelf in te zamelen. Het resultaat is een uitstap waar iedereen kan aan deelnemen. De weg naar het pretpark is zoveel rijker dan een busrit. Ze leren een budget beheren, prijzen kennen, zich inzetten voor een doel,  voor elkaar opkomen,  samen werken. De leerlingen vertellen fier tijdens het leerlingengesprek  dat zij daar zelf voor spaarden en de maximumfactuur niet overschreden. 

Nieuwe eindtermen secundair onderwijs

In de nieuwe eindtermen van de eerste graad secundair onderwijs staat dat leerlingen op school financiële en economische competenties moeten leren. Wij mochten deze competentie lang geleden al leren op school.

Eindtermen financiële en economische competenties secundair onderwijs
De hele groep in 1978

 

Er zijn weer veel zwarte schaapjes geboren

Over loverboys en politiekers die over de partijgrenzen samenwerken

Zwarte lammetjes



Het is lente en in mijn buurt zijn veel zwarte schaapjes geboren. Dat merkte ik toen ik deze morgen door mijn straat fietste. Mijn gedachten gingen naar de “zwarte schapen” die ik gisteren zag op tv. Ik las het. PANO zou over tienerpooiers een reportage maken. En we weten dat die panoreportages er diep inbeuken. Ik nam de reportage op maar wou het kijken toch nog uitstellen. Niet nu, niet vlak voor het slapengaan, niet na een drukke en lange dag. Ik wou het ergens niet weten, denkend aan onze dochters en dochters van vriendinnen en vriendinnen van … die allemaal gelukkig gespaard bleven van de manipulatie van malafide jonge mannen.

Ik zapte in mijn uitstelgedrag nog eens naar De Afspraak op Canvas. John Crombez en Zuhal Demir zitten zij aan zij en praten samen over de reportage en het onderwerp. Twee politiekers die over de partijgrenzen heen initiatieven ontwikkelen om jonge meisjes op te vangen, om het probleem onder de aandacht te brengen, om alle anderen te waarschuwen dat bepaalde jongens enkel slechtste bedoelingen hebben met hen. Ze toonden meisjes die na pesterijen, een onstabiele thuis, verschillende instellingen en adressen of een leven op straat, iemand vinden die hen de hemel belooft en voor wie ze uiteindelijk niets meer zijn dan geldgewin. Maar ze zijn verliefd, ze willen hun liefje niet kwijt, ze hebben er veel voor over, ze werden in een trechter geduwd waar ze niet zomaar uit komen na zoveel bedrog en emotionele chantage. En waar hun thuis moet zijn, zijn de bruggen vaak verbrand. Hun zelfbeeld is kapot, ze hebben hulp nodig zodat ze niet terug keren naar het milieu dat hen belaagt.

Elk jaar zijn er 24 meldingen van dergelijke misdaden door loverboys, hoog tijd dat er wordt ingegrepen, ook politiek.

Ik zag in De Afspraak twee politiekers die aan eenzelfde zeel trekken, eenzelfde doel hebben, elkaar steunen in voorstellen en initiatieven omdat er een nood is die moet verholpen worden.
Ze proberen elk om hun terrein iets op gang te brengen om loverboys te stoppen, tieneruitbuiting te voorkomen en die meisjes alsnog een gelukkig leven te geven.

Mag ik de hoop uitspreken dat onze politiekers in de aanloop van de volgende verkiezingen en nog ver daarna diezelfde opbouwende houding aannemen? Mag ik hopen op meer opbouwende politieke gesprekken op tv, zodat ik niet langer geneigd ben om weg te zappen, soms uit plaatsvervangende schaamte? En mogen wij in de toekomst nog meer van dit; mensen die samen werken en denken om de “zwarte” schapen van onze maatschappij te beschermen, uit te dagen tot een zinvol leven en groeikansen te geven?

Dat zou nu eens echt een nieuwe lente zijn en een nieuw begin.