Thuiswerk met dochtertje, lang voor CORONA

Een thuiskantoor met een jong kind, ik beken!

annaDoor de CORONA zijn veel ouders met jonge kinderen verplicht om het thuiswerk en de opvoeding van de kinderen te combineren. Nu dat kan, mag en zelfs moet, wil ik iets bekennen. Ik heb mijn thuiswerk en de opvoeding van onze jongste dochter een paar jaar gecombineerd maar NIEMAND van mijn werk mocht het weten. Dus dit is het moment van de grote confessie. Mijn bazen van toen zijn lang uit dienst en de feiten zijn verjaard maar ik heb er nog geen moment spijt van gehad. En net vandaag wordt deze dochter 23 jaar.

Toen onze jongste geboren werd, werkte ik ongeveer een derde van mijn tijd thuis in een thuiskantoor. Mijn ouders waren zo vriendelijk om haar op te vangen als ik de baan op moest. Als ik van thuis uit werkte, bleef ze bij mij, in ons huis.

Thuis met mama

Het had voordelen, tijdens mijn thuisdagen bleef ik ook echt thuis. Geen stressvol vervoer, geen gesleur met kleertjes, pampers en knuffels, geen excuses van ‘Neen, dank je, geen koffie, geen tijd want ik moet werken’. We konden rustig samen ontbijten. Broer en zus vertrokken iets voor acht uur met de bus of de fiets naar school en onze werkdag begon. We waren het gewoon om onze dag in te delen zoals het voor ons beiden goed uitkwam. Zij had haar vaste eet- en slaapmomentjes en daar paste ik mijn werk in. Omdat ze ons derde kind is, had ik het gemak van het ‘het parkje’, de babybox al langer ervaren. We zorgden ervoor dat haar parkje voor haar een aangename plek was waar ze graag in zat, waar wat muziek was, die ze al dan niet zelf maakte, waar ze haar lievelingsspeelgoed kon kiezen. Dat parkje was belangrijk voor elk onveilig moment, als ik even naar de kelder of naar boven moest of als iemand aan de deur kwam. In die tijd kwam de postbode nog geregeld met pakken dossiers die nu online worden doorgestuurd.

Paniek in het kot als de telefoon gaat

Online vergaderen bestond nog niet, mails kreeg je enkel binnen als je inlogde. Gezien ik professionele telefoons kreeg, nam ik liefst de telefoon op in een plaats waar zij niet was. Ze mocht niet gehoord worden, zie je.  Die telefoon gaf dus een probleem tegen de tijd dat zij zelf uit haar parkje kroop. Dat ik verslagen zat te schrijven of dossiers doornam, kon ze goed verdragen. Ze kwam naast mij zitten en tikte op een oude computer zonder beeld.  In die tijd waren er nog geen tablets of online – kinderprogramma’s. Ze had een stapel boekjes waarin ze naast mij op een hoge stoel aan mijn bureau zat te lezen. Enkel die telefoon was er te veel. Net op het moment dat ik telefoneerde, hunkerde zijn naar aandacht. De wereld met ons twee was voor haar perfect maar die virtuele derde, een indringer, hoorde er niet bij. Ik heb mijn uiterste best gedaan om haar dat uit te leggen maar het lukte niet. Haar sterke imaginaire angst om genegeerd te worden, domineerde haar gedrag. Eerst trok ze aan mijn jurk of broek, dan begon ze heel luid te praten en nadien vond ze de haak van de telefoon. Ze legde er haar klein handje op en de verbinding tussen de buitenwereld en mama was verbroken.
Ik bied bij deze mijn excuses aan aan al die mensen die ik met een smoes vroeg om eens terug te bellen na 17 uur. Dan begon haar quality time met broer en zus en kon ik rustig de telefoontjes afwerken.

In den duik

Het mocht niet geweten zijn dat mijn kind thuis bleef terwijl ik werkte, denk ik. Ik heb het eigenlijk niet gevraagd. Stel je voor: ‘Werken met een kind? Je neemt je kind toch ook niet mee naar kantoor? Je kan toch niet doorwerken? Dat stoort toch? En gaat het werk wel klaar zijn? Wil jij je kind opvoeden op kosten van de onze organisatie?‘ Allemaal antwoorden die ik niet kreeg maar die ik mij levend kon voorstellen.
Ik slaagde goed in mijn opdracht, meer nog, ’s avonds zat ik er niet mee in om mijn taken verder af te werken.

anna en mamaIk heb mijn kind niet opgevoed op kosten van mijn werk, ik heb de gemeenschap een meisje gegeven dat heel gelukkige jaren kende thuis met haar gezin, in een vertrouwde omgeving. Een kind dat zelfstandig leerde spelen, dat al vroeg de waarde van boekjes kende en kon genieten van het spelen in alle rust in haar ‘parkje’. En ik was een gelukkige mama die het samenzijn met haar enorm waardeerde en elke dag gemotiveerd aan het werk ging, net door haar.

 

Nu mag het, nu moet het, door CORONA

In de CORONA tijd kan, moet en mag het wel. Ik heb maar één gouden regel voor de jonge ouders, koop een box en maak er de leukste en veiligste plek van voor je kind. Geniet van de tijd samen en later zal je heel gelukkig zijn dat jullie deze tijd mochten beleven. Een unieke kans voor een unieke band.

Gelukkige verjaardag Anna.

 

Pasen, een sterk maar ook een zwak moment in deze CORONA tijd

Ervaar jij deze Pasen in CORONA tijd ook zo anders? Vriendelijker. Nog nog nooit kreeg ik zoveel paaswensen als dit jaar. Pasen was niet zo populair als Kerstmis maar na vandaag is er een heuse herwaardering voor deze feestdag. Voor het eerst dachten ook mijn collega’s in de paasvakantie aan elkaar en zij stuurden innige, creatieve maar vooral grappige paaswensen.

Wij hebben onze traditionele paaseierenraap vervangen door een e-peritief over de “gesloten” landsgrenzen heen.  De kleinkinderen mochten de verstopplekjes, die de paashaas wel en zij niet kenden in de eigen tuin ontdekken. Onze buurjongen was er deze morgen graag bij. Ik informeerde vooraf bij de mama wie de eitjes bracht, de haas of de paasklok? Misschien speelt de herwaardering van Pasen als het feest van de verrijzenis wel in het voordeel van de klokken?

Maar toch stemt deze Pasen mij triest. Tijdens ons fietstochtje moesten wij vaststellen dat de regels, nodig om elkaar te beschermen her en der toch met de voeten getreden worden. Het begint heel klein, een bezoek aan een liefje met de fiets want we zitten al zo lang gescheiden en zou dat dan kwaad kunnen voor die ene dag want het is toch Pasen?

Wel, je kan dat vergelijken met diëten. Maandenlang eet je geen chocolade, niets. Tot je eventjes overkop gaat en toch een lekker paaseitje neemt. Eentje maar, het kan geen kwaad. Dat is een stap die je moeilijk terug zet want de stap naar het tweede eitje is korter en die naar het derde is al gezet. Het is moeilijker om terug te gaan naar het oude regime als je eenmaal de regels overtrad. Ik hoorde tijdens het e-peritief dat er meerdere mensen waren bij de bakker met intenties om vandaag toe te geven aan boulimie. Vier grote taarten voor een gezin? Tenzij ze de buurt wilden trakteren op social distance, bied ik mijn verontschuldigingen aan. Dat zou een mooi paasgebaar zijn dat voor jaarlijkse herhaling vatbaar is. Ik hoop vooral dat deze Pasen even een moeilijke dag was en dat morgen iedereen de moed vindt om verder te doen. Ik wil nog buiten mogen sporten en wandelen na het paasweekend.

queen

Ik wil positief eindigen met een speech die voor mijn part de geschiedenis mag ingaan als de mooiste ooit. Dat is die van een fantastische dame van 93, de Britse Queen Elisabeth. “Ik hoop dat in de komende jaren iedereen trots zal terugkijken op jullie reacties op deze uitdaging. En dat zij die na ons komen, zeggen dat deze generatie Britten net zo sterk is als alle andere generaties. Dat we zien dat zelfdiscipline, stille en goede vastberadenheid en solidariteit hoog in het vaandel staan in dit land.” 

En ze eindigde met woorden die deden denken aan Vera Lynn tijdens de Tweede Wereldoorlog:

“We will succeed.

Better days will return.

We will be with our friends again.

We will be with our families again.

We will meet again.” 

Hopelijk beroeren haar woorden de Britten evenveel als ze mij beroeren. Blijf in je kot voor jezelf en voor iedereen. Geniet van de speech via onderstaande link.

Speech van de Britse koningin

 

Wat een geluk dat ik les krijg in mijn kot in tijden van CORONA

Maandagavond half 7. Eventjes naar boven voor een verfrissing, leskledij aantrekken en een beetje schmink want straks kom ik in beeld. Een geurtje mag er bij, dat is vooral een cadeautje van mij voor mezelf. En dan trek ik mij terug in het bureau voor de eerste les van een nieuwe cursus, online.

In januari startte ik een opleiding in Leuven. Elke zaterdagmorgen vertrok ik om kwart na 7 om twee uur later in Leuven station nog vlug een koffietje te drinken voor de les startte. In mijn rugzak zat mijn ontbijt voor op de trein, een thermosje met thee en een lunchpakket voor op de trein naar huis. En heel gedoe.

Sedert de lockdown krijgen we online les via ZOOM. Dat valt mee, heel goed zelfs. We krijgen de les in de grote groep en daarna oefenen we in kleine groepen, per 2 of per 3. We verhuizen van de volledige klas naar een afzonderlijke ROOM waar we kennis maken met onze room mates die we vaak niet kenden in real life. We verliezen geen tijd met het verzamelen van computers en boeken. Net als in een tele-ruimtemachine landen we met één klik in een andere virtuele plaats.

corona-5006277_960_720
Online les volgen met medestudenten vanuit het eigen KOT.

En daar kwamen al leuke en blijvende contacten uit voort. De  nabijheid van de medecursisten voelt als echt. Het is steeds een verrassing met wie je in een room zal zitten, want de computer bepaalt.

Mag ik zeggen dat ik dit bijzonder tof vind? In vergelijking met de wekelijkse treinrit naar Leuven is de afstand tussen de badkamer en het bureau peanuts. En na de les heb ik tijd om nog even te bekomen, zoals ik dat vroeger deed op de trein, maar nu in de stilte van onze living bij een laat wijntje.

Neen, in dit geval mis ik het menselijk contact niet want het contact is heel menselijk. Alle cursisten maken uit vrije wil de tijd om bij te leren en te oefenen en dat schept een band.

En net als in een life-les kunnen we vooraf eens rondkijken via het scherm wie aanwezig is, wie we al kennen… Het heeft ook voordelen voor de lesgever. Ik ben normaal nogal een babbelaar met de persoon links of rechts van mij en nu kan dat niet. De lesgever zet het systeem op mute (stil) en niemand stoort.

De coronacrisis kwam precies op het juiste moment, denk ik dan. Enkele jaren geleden waren de lessen gestopt. Ik had ze wekenlang moeten missen om ze nadien in recordtempo in te halen. Nu kan de organisatie nog een extra cursus geven, zelfs in de paasvakantie. We zijn toch thuis, we zijn toch in ons kot.

En dat zeggen we ook regelmatig tegen elkaar. “Wat een geluk dat wij NU deze cursus volgen, we kunnen ons op korte tijd verdiepen in wat we willen leren.” “Wat een geluk dat ik wekelijks geen vier uur moet treinen want ik was langer onderweg dan de cursus duurde.” Wat een geluk dat ZOOM bestaat.”

“Wat een geluk ….”, ik hoor het tegenwoordig wel vaker zeggen. Mensen blijven zoeken naar de voordelen van alles. Ook dat hoort bij onze fantastische soort. Stel je voor dat we enkel over het ongeluk zouden praten, dan zouden we het niet lang volhouden. “Wat een geluk dat mensen zo positief zijn.”

Over werken bij de overheid lang voor, tijdens en na CORONA

Ik voel mij persoonlijk aangesproken over een ‘mopje’ dat ik op internet vond. Daarom hier een waargebeurd verhaal van 16 jaar geleden.

Ik werkte nog niet lang op een nieuwe dienst van de Vlaamse Overheid. De laptop die ik kreeg was traag. Heel traag, onwerkbaar traag, irritant traag. Waarschijnlijk had men ons, afstandswerkers voorzien van oude afgeschreven computers met de toen recentste software. De hardware kon de software niet ondersteunen. Links en rechts informeerde ik mij in het gebouw waar ik hulp kon krijgen voor mijn probleem. De hiërarchische weg was nieuw voor mij. Op een middag sloop ik door de gangen van het departement en ik vond de IT-dienst. Een jonge man, ik schat hem iets meer dan 20 jaar, zat het kaartspel op de foto te spelen, het was middag. Enkele andere collega’s van wie het scherm niet in beeld was, deden, elk afzonderlijk iets in het lokaal waar absolute stilte primeerde.

De jongen kwam naar mij toe en ik legde het probleem uit. Hij leek bereid om mij te helpen. Een oudere collega stond recht en mengde zich in het gesprek. Ik vroeg heel beleefd om een aantal programma’s te verwijderen van mijn computer omdat hij daardoor te traag werd. Nadat mij eerst duidelijk werd gemaakt dat dit geen officiële opdracht was en dat het niet de bedoeling was dat iedereen zomaar dit lokaal binnen kwam en dat het middagpauze was, leek de man toch bereid om eens naar mijn computer te kijken. De jonge collega trok zich terug en speelde laks, zonder passie verder. Ik dacht dat dit een ‘go’ was en triomfeerde innerlijk omdat ik alle regels overtreden had en er toch in geslaagd was om mijn computer te laten herstellen.

Dat gloriegevoel was vlug over, enkele uren later. De jonge man zat met zijn rug naar mij. De oudere man die duidelijk een hogere rang in iets had, nam afstandelijk, formeel en gedistingeerd het woord. “Mevrouw, wij hebben een officiële opdracht gekregen om deze programma’s op je computer te zetten maar niet om ze er van af te halen. ” En hij reikte mij mijn valiesje met laptop aan. Hij keerde onmiddellijk zijn rug naar mij en ging naar een ander lokaal. De jonge werknemer keek niet meer om.

ambtenaren

Pijnlijk

Dit heb ik ervaren als een zeer pijnlijk moment. Niet voor mij maar voor de jonge 20er die met hoge verwachtingen en passie informatica studeerde. Elk jaar vierde hij met vrienden en familie zijn geslaagde examens en eenmaal zijn diploma had hij het ‘geluk’ om te slagen in een overheidsexamen voor een vaste job. Een job aan de overheid is ten dienste staan van het volk. Ik ben er zeker van dat elk van die mannen mij had willen helpen maar dat ze aan handen en voeten gebonden waren aan regeltjes, afspraken, draaiboeken, hiërarchie en bureaucratie, kommaneukerij.

Een anachronisme

Deze week zag ik dat spel in een mopje over ambtenaren die van thuis uit werken, verschijnen op facebook. Dat spel stond toen op elke computer en je kon het online spelen. Wie nu nog dit spel speelt, is hopeloos achter op de tijd en de foto is waarschijnlijk even oud als mijn verhaal. Plaatsvervangende schaamte overviel mij terug. Niet alleen moet ik vaststellen dat wij op onze dienst heel hard werken tijdens het verplichte thuiswerk. Wij krijgen de vrijheid om onze eigen opdrachten te regelen en online in overleg te vergaderen. Die vergaderingen zijn kort en to-the-point en er is veel enthousiasme om op die manier te werken vanuit ons eigen kot. De resultaten mogen er zijn en we grepen dat kans om dat vlak voor de paasvakantie te vieren met een gezamenlijke e-peritief in stijl via ZOOM.

De voorbije jaren is veel veranderd. Van thuis uit werkers krijgen een eigen ICT-budget en zijn verantwoordelijk voor de eigen apparatuur. Collega’s helpen elkaar graag en op vrijwillige basis om niet verloren te rijden op de online snelwegen en ik ben hen daar zeer dankbaar voor.

En als dit soort ambtenarenwerk nog zou bestaan, ligt dit niet aan de mensen, maar aan de organisatie. Ik hoop dus ook van harte dat we NU en na de crisis sterk inzetten op autonomie en vertrouwen want mijn ervaring is dat mensen die vertrouwen krijgen dit ervaren als respect en daardoor gaan ze juist liever en meer werken. Graag je werk doen, uitgedaagd worden dat geeft zin aan je leven en wens je toch voor iedereen?

Gesprek met mijn kleindochter, 10 jaar na CORONA

“Hope is a state of mind, not of the world. Hope in this deep and powerful sense, is… an ability to work for something because it is good.” – Vaclav Havel

wieg 3

Prioritair in mijn vakantieplanning: Het wiegje bekleden voor mijn kleindochtertje dat nu nog rustig in het rond stampt in de buik van haar mama. In gedachten spring ik 10 jaar verder en hoor haar vragen: ”Oma Lu, wat veranderde allemaal na de tijd dat alle mensen bang waren voor een klein, onzichtbaar virusje vlak voor ik werd geboren?

De 70-jarige ontspannen Oma Lu vertelt:

“Er was angst maar er was hoop en die hoop verspreidde zich als een nieuw virus in het hoofd van de mensen. Door de CORONA kwamen mensen tot het besef dat ze elkaar nodig hadden. Het virus dat overal rondvloog was onzichtbaar. We hadden elkaar nodig om onszelf en ieder andere te beschermen. Dat was iets nieuw want enkel als we goed zorg droegen voor onszelf en niet ziek werden, droegen we ook zorg voor de ander en eigenlijk voor iedereen want zo wonnen wij en niet het virus.

We stopten met vijanden zoeken en steeds de ander de schuld te geven. We wisten nooit wie de ziekmaker was. Daarom besloten we om er samen voor te gaan en hoopten samen dat de tijd van isolatie zo vlug mogelijk achter de rug zou zijn.

De mensen kregen meer respect voor elkaar. Ze deden wat de slimme wetenschappers vroegen; ze hielden afstand, bleven in hun huis en droegen zo verantwoordelijkheid voor zichzelf en voor de ander. Tijdens de pandemie hadden ze weinig keuze, we werden goed gecontroleerd. Nadien deden mensen dat uit zichzelf, ze hielden ervan om respect en verantwoordelijkheid te geven en te krijgen. En toen stonden slimme leiders op en zij kregen ook vertrouwen in de mensen. Ze schaften heel veel regels en wetten af die totaal overbodig geworden waren.

Plots kregen mensen terug respect voor beroepen die ze daarvoor niet meer wilden doen. Terwijl iedereen thuis moest blijven waren de vuilnismannen nog altijd aan het werk. Mensen waren blij dat de straten proper bleven. En de verplegers en verzorgenden, ook jouw Opa Piet, zorgden voor de mensen die ziek en oud waren want die mensen waren het meest kwetsbaar. En de mensen hingen witte doeken buiten om de verzorgers te steunen die dagelijks met veel liefde en geduld de zieken verzorgden. Oude en zieke mensen mochten geen bezoek krijgen en daardoor zorgden mensen ervoor om elkaar anders te bereiken. Ze stuurden kaartjes, foto’s en gingen online met elkaar in gesprek. Mensen speelden muziek voor de verzorgingstehuizen om de mensen binnen gelukkig te maken.

We leerden uit de CORONA-tijd dat alles gerust trager en bewuster kon. In bedrijven, organisaties en zelfs in de politiek dachten mensen plots beter na voor ze veranderingen doorvoerden. Ieders mening werd plots belangrijk want enkel zo kan het respect voor elkaar blijven. Leiders hielden rekening met waarden, normen, behoeften en wensen van de mensen. Nadien werden minder mensen ziek omdat ze de zinvolheid van hun werk niet zagen of omdat ze te veel werk hadden.

Het aantal politiekers verminderde en veel organisaties die enkel controle uitoefenden werden afgeschaft. We kregen meer respect voor mensen die het werk deden en minder voor degene die het oplegden en controleerden. En de politiekers schreven enkel een wet uit als ze zeker waren dat die wet mensen beter en gelukkig zou maken en als de samenleving er als geheel beter van werd. Daarvoor werden mensen meer bevraagd zonder dat ze naar de stembus moesten en waren de politiekers verplicht om de bedoeling van hun wetten te verduidelijken. Vroeger zaten die politiekers zich te vervelen in de vergaderingen, ze speelden zelfs spelletjes of sliepen een beetje, zelfs als ze op tv kwamen. Nu moeten ze constant luisteren naar de mensen en hen overtuigen dat wat ze doen in het belang is van iedereen. Ze werken aan de dingen die het waard zijn om voor te werken, ze kiezen voor de dingen die echt goed zijn. En eindelijk spraken mensen niet meer over links en rechts, waar ik mij al zo lang aan ergerde.

En tijdens de crisis leerden we van thuis uit werken. Voorheen werden mensen dagelijks met de trein naar hun kantoren gebracht. Het leken soms beestenwagons en soms moest ik ’s morgens op de grond zitten omdat er gewoon geen plaats was. En op een trein was er eerste klasse en tweede klasse. De meeste mensen hadden een abonnement voor tweede klasse en mochten niet in eerste klasse, ook al zat daar niemand. Gelukkig schaften ze dat nadien af en kon iedereen zitten, zolang er plaats was. Maar toch koos ik om met de trein te pendelen want langs de autostrades stonden auto’s uren aan te schuiven en dat was verloren tijd. Op de trein kon ik nog praten met mensen, een boek lezen, blogs schrijven en ik heb er een pull voor jou gebreid want jouw mama was toen zwanger. Nadien hielden we vergaderingen op afstand. Ik kon vergaderen in de tuin, aan de zwemvijver en poes zat vaak op mijn schoot. En de vergaderingen duurden minder lang. Ze beperkten zich tot de essentie. Daardoor hadden we meer tijd om dingen te doen die we echt graag deden en die gezond waren. We gingen meer wandelen, we lazen boeken en we maakten tijd om met elkaar te praten.

Tijdens de coronatijd mochten we niet knuffelen om dat virus niet te verspreiden. Nadien leerden we de waarde van een knuffel kennen. We knuffelden en zoenden niet meer iedereen maar enkel degene die we echt graag zagen.

En eindelijk begrepen we echt wat Jezus bedoelde met ‘Bemin je naaste als jezelf’. Het was niet bemin eerst je naaste en dan jezelf zoals ze mij wijsmaakten maar bemin jezelf zodat je ook voor je naaste kan zorgen.”

MERCI Pascal, MERCI in tijden van CORONA

Was ik een jongen geweest, mijn naam was Pascal. Als meisje tussen twee jongens had ik liever Pascal geheten. Het leven van een jongen leek mij aantrekkelijk. Gelukkig liet ik het idee los. Maar telkens ik de naam Pascal hoor, moet ik daar aan denken. Pascal Matthijs, het was mooi geweest.

Blaise Pascal viel mij daardoor op en hij doorkruiste mijn en jouw leven verschillende keren; in de wiskunde, de fysica, de literatuur, in de lessen filosofie en de duiklessen. Bovendien zijn wij op dezelfde dag geboren, zij het met 337 jaar verschil. Dat schept een band.

Hij was voorbereid op CORONA

De man werd slechts 39 jaar. Maar in dat korte leven deed hij meer dan een mens voor mogelijk houdt. Meer nog, hij was jaren geleden voorbereid op een quarantaine in het kader van CORONA.
Fris ik even jouw geheugen op? Blaise Pascal bouwde als eerste een mechanische rekenmachine, de pascaline. En die rekenmachine was de voorloper van onze computer. Dus dank zij hem kunnen wij nu skypen, zoomen, teamsen en chatten. Het werk gaat gewoon door want wij kunnen van thuis uit samenwerken met onze collega’s. Een luidkeels HIEP HIEP HIEP HOERA is hier zeker op zijn plaats.

Hij liet ons de juiste gedachten na

Op het einde van zijn leven trok Pascal zich terug in een klooster en in die tijd schreef hij wijsheden die ons nog steeds dienen. Niet Maggy De Block maar Blaise Pascal waarschuwde ons dat het thuis best is. “J’ai souvent dit, que tout le malheur des hommes vient de ne savoir pas se tenir en repos dans une chambre”. Met andere woorden: “Alle ellende op de wereld wordt veroorzaakt doordat mensen niet gewoon thuis kunnen blijven.” Onze minister vertaalde dit slechts als “Blijf in uw kot.”

Een ander poëtische zin van Pascal die in mijn geheugen en hart gegrift staat, is: “Le coeur a ses raisons que la raison ne connaît point.” “Het hart heeft zijn redenen die de rede niet kent”. Nu we tijdens deze crisis getuige zijn van heel veel solidariteit en samenhorigheid, moeten we toegeven dat de man een echte genie met een groot hart was.
En nu we allemaal zinnens zijn om na de crisis meer ons hart te volgen, hebben we het antwoord klaar voor elke rationalist die vraagt of we ons verstand nu helemaal kwijt zijn: “Het hart heeft zijn redenen die de rede niet kent.” En zeg er maar telkens bij wie het gezegd heeft. Eer aan wie eer toekomt.
Pascal was een man die elke crisis had aangekund, behalve zijn eigen zwakke lichaam.

Blaise_pascal

Reizen in tijden van CORONA

Reizen is goed voor het hart en de ziel

IMG_2006
Ik ben niet zo een grote reiziger. Als ik eerlijk mag zijn, reizen is jarenlang een sociale en familiale verplichting geweest. Toch ben ik bij thuiskomst, en daar verlang ik eerlijk gezegd ook vaak naar op reis, blij. Niet alleen omdat het achter de rug is, maar voor de vernieuwde energie, de frisheid die mijn geest mag meemaken, de nieuwe ideeën die ik kreeg in de rust van de andere omgeving. Even weg in ruimte en uit het gewone ritme maakt mijn brein creatiever. Creativiteit maakt gelukkig. Totaal kunnen opgaan in het moment dat je creatief bezig bent, total opgenomen zijn in de flow van de tijd is het zaligste wat er bestaat. En dat kan in veel dingen; in een breiwerk, in tekenen, naaien en schilderen, koken, iets knutselen, schrijven of wat jij ook heel graag doet. Al die dingen waarbij je het gevoel hebt te mogen zweven op de vleugels van de tijd maken je leven waardevol.

Reizen en ver uit ons kot gaan, is geen optie in deze corona tijd

Toch reis ik, zoals heel veel mensen met mij, via mijn dagelijkse wandeling. Hier in Everbeek zijn we verwend met wandelpaden, door de bossen, de velden, in steegjes. En al doen we elke dag dezelfde wandeling, elke dag verandert er iets. Plots is daar het daslook en duiken paasbloemen op midden het bos. En naast de velden met witte moerasbloemen, zijn er gele en blauwe. Doordat we zo dicht bij huis moeten blijven, is niet de veelheid belangrijk maar kijken we intenser. Daardoor priemen plots plaatjes op ons netvlies van dingen die elke dag anders zijn. De economie dreigt stil te vallen maar de natuur trekt zich daar niets van aan. Ze blijft heel hard haar best doen om tot leven te komen na een zachte winter.

Berlijn niet gezien, Everbeek is prachtig

Vorige week zouden Piet en ik een culturele reis maken naar Berlijn. We zagen er naar uit want het was de eerste keer in mijn lange carrière dat ik tijdens het schooljaar compensatieverlof kreeg. “Dan kijken we naar films over Berlijn”, zei ik enthousiast. Was Tom Boonen deze week niet aan het fietsen geweest in Berlijn, we hadden niets van Berlijn gezien.
We hebben Berlijn niet gemist want in de plaats kregen we het prachtige Everbeek, een onbekend stukje tussen Vlaanderen en Wallonië waar het heerlijk is om te wonen en om te wandelen.

Genoten we niet met z’n allen van de mooie reportage van Joris Hessels over Gentbrugge? De camera zoemt constant in op mooie plekjes. Nu krijgen we de kans om onze eigen camera te richten op alles wat ons opvalt en geloof me, als je beter kijkt, is alles mooier. We krijgen NU de kans om elke dag een reportage te maken over onze eigen buurt en in ons hoofd. Op social distance natuurlijk.

En al die andere dingen die we moeten missen?

Ik denk plots aan Godfried Bomans. Hij schreef in zijn boekje ‘Gedachten achter een bord spaghetti’ dat de beste manier om de Sixtijnse Kapel te bekijken, midden de kapel op de grond op de rug is. Maar dat mag en lukt niet! De tweede beste manier is thuis in een boek kijken naar de foto’s. Laat ons dus, als er nood aan is, internet openslaan en reizen in ons hoofd nadat we eerst genoten van de prachtige dingen in de eigen buurt.

Hou de moed er in, verzorg jezelf en al degenen in je kot. Ik denk aan jullie
Liefs
Lucrèce

Een goeiedag in tijden van CORONA

Lieve wandelaars,

Een goeie dag is niet besmettelijk! Dat wil ik jullie eens duidelijk maken.
Ik wandel elke dag of ik probeer het. Meestal doe ik een toertje door de wegeltjes rond onze straat. Met de kleinkinderen heb ik uitgemeten dat het ongeveer één mijl is. Als zij kwamen, vroegen ze altijd of we een mijl gingen stappen. Met hen gaat het nu niet natuurlijk, zij wandelen ergens in Kumtich.
Elke dag kwam ik wel iemand tegen en vaak hield ik ook een babbeltje. Ik ben zo en ik weet dat heel veel mensen dat waarderen. Zo kom je nog iets te weten van je buren.
Veel gesprekspartners van voor CORONA blijven nu binnen, de kwetsbare mensen.
Andere mensen zijn aan het wandelen geslagen. Mensen van iets verder, mensen die nu pas gaan wandelen, mensen die hond, partner en kinderen willen uitlaten. Het is een fantastisch idee om in onze prachtige streek je immuunsysteem te boosten.

Er valt mij iets op. We praten niet met voorbijgangers, dat is normaal. Het is nu niet het moment om in levende lijve je leven te vertellen. Dat versta ik. Maar waarom durven mensen plots geen goeiedag meer zeggen?
Wij zijn heel voorzichtig, houden de nodige afstand en zoeken oogcontact. Zij kijken opzij. Raar want corona is niet besmettelijk via oogcontact en zeker niet via een vriendelijke goeiedag.

Wil jij, lieve wandelaar, mij gewoon een plezier doen? Ga desnoods een stap opzij maar negeer mij/ons niet. Ik ben ook iemand in quarantaine die momenteel geen nood heeft aan nog meer gesprekken. Ik zit online en heb met meer mensen dan ooit contact. Ik wil gewoon niet dat we hier op de boerenbuiten de gewoonte om iedereen een goeiedag te zeggen verleren. Nu niet en niet als deze CORONA-quarantaine ophoudt.

Draag zorg voor jezelf en voor de anderen maar blijf goeiedag zeggen, desnoods een knikje met je mond dicht.
Je wordt er zelf gelukkig van.

Lieve groet
Jullie buurvrouw

2-1-550x368

Moeder van het volk in tijden van CORONA

Elk kind loopt over van liefde en respect voor de mama. En toch is het de normaalste zaak van de wereld dat jongeren zich ooit afzetten tegen de mama, de ouders.
De band tussen moeder en kind is er één van het prille begin, negen maanden zit je dichter bij elkaar dan je ooit bij iemand zal zijn. En de dag van de geboorte is het begin van een lang en geleidelijk afscheid. De wereld van het kind wordt zo boeiend, de rol van de mama wordt kleiner en kleiner. En dan komt het moment dat ze uitzwerven. Ze gaan studeren. Vrienden en liefjes zijn belangrijk. Ze bouwen eigen relaties op en stichten zelf een gezin.

Ik mocht moeder zijn op mijn 22ste, mijn 25ste en mijn 37ste en die laatste keer mama-zijn beleefde ik het meest intensief. Ik was iets ouder, ervaren en vol vertrouwen. Ik was op die leeftijd minder bezig met mezelf want huis, werk en carrière waren al grotendeels gerealiseerd. Dat we dit kind als gezin, samen en met ons vieren mochten opvoeden, gaf ons gezin een fantastische flow.

Op intense momenten, zoals nu, wordt die band weer iets intenser. Ik bel rond hoe het gaat, zij informeren mij over het thuiswerk, de eerste speciale schooldag van de kinderen, de bezorgheden. We delen de oppeppertjes, de mopjes en filmpjes via WhatsApp. Ze vertellen over de creatieve oplossingen op het werk of hoe ze zoveel als mogelijk mensen proberen aan het werk te houden terwijl ze de collega’s niet life mogen ontmoeten. Ik kan hen geen oplossingen bieden maar ik ben fier. Dit is weer een moment dat ik mij echt mama en nuttig voel.

Het gevoel van oer-moeder-zijn had ik deze week bij verschillende vrouwelijke politica en laat het mij hier beperken tot twee federale ministers. Maggy De Block maakte ons bewust dat we allemaal in ons KOT moeten blijven en dat we mensen met een snotneus moeten mijden. In eenvoudige woorden zegt ze wat moet gezegd worden. Het is voor iedereen duidelijk en zij straalt de nodige autoriteit uit.
Gisteren werd ik blij bij de boodschap van onze vrouwelijke premier Sofie Wilmes. Ze sprak ons en specifiek de jongeren toe via twitter. Ze verantwoordde de maatregelen, maakte het doel van de maatregelen duidelijk, suste, stelde gerust, waarschuwde en riep op tot solidariteit.

Een moeder van het volk toonde zich. Dit land heeft nu leiders nodig die bezorgdheid tonen en uitleggen, recht uit het hart. Lang geleden dat ik een premier dit soort leiderschap zag opnemen.

rein en anna

Grootouders in tijden van CORONA

piet en ik

Dit jaar word ik 60. Ja, het is even slikken. Blij dat wij gezond, fit en samen zijn. Gisteren en vandaag genoten we van een fantatische wandeling hier in de Vlaamse Ardennen. 60 is niet oud, wij werken nog maar we zien dat onze leeftijdsgenoten die intussen een rustiger leven leiden, hun nieuwe vrije tijd op een fantastische manier invullen. Zij zijn de modebewuste reizende levensgenieters en de meesten zien er na hun pensioen stralender uit dan jaren ervoor. Ik ken veel mannen en vrouwen die na hun carrière een nieuwe adem vinden en iets heel anders gaan doen en dat met veel enthousiasme. Kijk maar naar de vele gepensioneerden die bestellen in winkels, terug les gaan geven, opleidingen volgen en geven, een eigen blog en website uit de grond stampen. Dat zijn mijn grote voorbeelden. Volgend jaar kan ik op voorlopige rust en ik ga dat doen. Ik zie uit naar een nieuwe uitdaging, ik voel nieuwe energie door mijn lichaam gieren, ik heb plannen en ik ben al volop terug opleidingen aan het volgen. Aan deze carrière van 41 jaar komt een staartje. Een staartje van mogen, niet van moeten. Ik hoop voor mezelf nog op een fantastisch leven waar ik mijn talenten kan benutten in vrijwilligerswerk en eventueel nog in een andere functies. Laat mij iedereen verrassen!

Het heeft even geduurd voor ik deze knop voor mezelf kon omdraaien. Zoveel geloof in een onzekere toekomst vraagt een positieve mindset. En daar werk ik hard aan. Ik heb het heel mijn leven heel druk gehad met een voltijdse job, de vele opleidingen die ik volgde, de vele hobby’s en nieuwe uitdagingen die ik aanging. Samen zorgden we voor onze drie kinderen. Jarenlang speelde ik taxichauffeur want alle kinderen hadden een grote portie interesses en engagementen. Ik heb het graag gedaan, heel graag.

Maar nu breekt een andere tijd aan. Een tijd waarin Piet en ik meer tijd nemen voor onszelf, de kinderen en de kleinkinderen.
De kleinkinderen?

En dan komt dat coronavirus en het slingert ons bij een risicogroep, bij de bejaarden. Wij zijn oude mensen. Geen nuance over de leeftijd van de grootouders, neen, kleinkinderen blijven bij de grootouders weg. Alle begrip natuurlijk maar het is even slikken. Plots realiseren we ons dat wij bij een groep mensen horen die risico’s lopen op het virus omdat we een minder goede gezondheid en kwaaltjes hebben. Dit is even slikken. We kijken even naar elkaar terwijl Wim De Vilder nog eens de vraag stelt aan Maggy De Block of kinderen bij de grootouders kunnen? Neen!

Zoals met alles wat hier rondom ons gebeurt in deze onvoorstelbare rare tijd, zetten we onze gevoelens even on hold. Maar zodra deze pandemie voorbij is, zijn we zinnens om ons terug jong, fit en heel creatief te voelen. En op deze toekomst drinken we vanavond een glas, met ons tweetjes.