Over de zon, vuile vensters en Elisabeth Bennet

Mijn week staat volledig in het teken van groei, bloei en vooruitgang. De zon die eindelijk kwam priemen na weken mistig en donker weer, is een heerlijk supplementje. Ze doet haar uiterste best. Het hele huis baadt in het licht. Ik las deze middag een artikel in de zonovergoten veranda en heb nu het geluk in de zon aan deze tekst te mogen schrijven. Dat maakt mij gelukkig. Alleen… ik mag niet rondom mij kijken. Pasen is nog een eind weg, de vasten is nog niet begonnen, en de paaskuis dringt zich al op. Ik hou mijn ogen op mijn scherm en mijn gedachten bij de zon. Even niet aan mijn vensters denken.

Morgen geef ik voor mijn collega’s een korte uiteenzetting over een positief en uitdagend onderwerp: The growth mindset. Een growth mindset is gericht op positieve ontwikkelingen, op succeservaringen, op geloof dat het goed komt, op groei, op vooruitgang, op moed, zorgt dat je niet opgeeft, dat je doorzet ondanks tegenslagen. Kortom een growth mindset is een positieve en hoopvolle benadering van de realiteit. Bij een fixed mindset (het tegenovergestelde) staat de intelligentie, de talenten, het kunnen vast, aanvaarden we wat is, sakkeren we nog een beetje maar doen er uiteindelijk weinig aan. En welke mindset je ook kiest, het vertrekt in je hoofd.

Voor mij is een growth mindset de meest logische manier van zijn. Moet het nu wel lukken, dat de twee maatschappelijke domeinen waar ik het meest contact mee heb, juist NIET uitblinken in een growth mindset. Die twee domeinen zijn het onderwijs, waar ik al 38 jaar in werk en de geneeskunde waar ik, dik tegen mijn zin, al regelmatig mee te maken had.

Alles begint natuurlijk met het idee dat er altijd een oplossing is. Iets uiteindelijk aanvaarden na de nodige inspanningen, is ook een oplossing.  Ik herinner mij dat onze oudste dochter, toen we gezelschapsspelen speelden steeds tegen zichzelf zei: “Er is een oplossing, er is een oplossing.” Een mantra die de andere spelers al vlug overnamen.

Op mijn zoektocht naar info om mijn voordracht een eigen structuur te geven kwam ik bij de volgende tip voor leerkrachten: “Introduce real life educator stories.” Met andere woorden, gebruik het leven van anderen als inspiratiebron. De introductie van “helden”. Het heldenboek dat het meest effect heeft, is de bijbel. De verhalen beklijven en Jezus als grote voorbeeld is in ons geheugen blijven steken. Was de bijbel een saai boek geweest, het was nooit een bestseller, meer nog, we hadden het  christendom nooit gekend. Slimme marketing heeft door de eeuwen heen bestaan.

En toch hoor ik te weinig verhalen op de plaats waar ik vaak kom, de klasvloer. In het kleuteronderwijs liggen nog heel veel kansen te rapen in prentenboeken. Je kan kleuters via een verhaal meenemen in een fictieve realiteit waarin ze vatbaar zijn voor nieuwe woorden, nieuwe inzichten, avonturen. Verhalen van dieren of kinderen die een conflict hebben en dat na veel moeite oplossen, zijn zoveel waardevoller voor een kleuter dan saaie opdrachten. Ze gaan er meteen mee aan de slag, spelen het na, vertellen er over en verbreden hun kennis, woordenschat, gevoels- en sociaal leven.

Neem nu het boekje ‘Fietsen’ van Gregie De Mayer, een oud boek dat hier nog altijd in mijn boekenkast staat. Bet wil leren fietsen maar het lukt niet. Ze geeft niet op en na veel tegenslagen, conflicten en woede-uitbarstingen leert haar omamona haar fietsen door haar vast te houden en nadien rustig op eigen kracht te laten rijden. Dit boekje las ik voor aan mijn volwassen studenten in de opleiding remedial teacher. Het verhaal toont aan dat je niet opgeeft als een kind een opdracht bij de eerste uitleg niet begrijpt. Je probeert op een andere manier, laat hen zoeken, je luistert naar hen en vooral je geeft hen het vertrouwen dat door te oefenen op de juiste manier, je steeds tot een oplossing komt.

Gisteren stierf Karl Lagerfeld. Voor vele ontwerpers, waaronder Bent Van Looy en Marc Jacobs, was hij een inspiratiebron. Niemand wou een oude man zien naast en op de catwalk. Daardoor mat hij zichzelf een imago aan dat zijn leeftijd deed vergeten maar dat hem onvergetelijk maakte. Zijn verhaal beklijft.

Het internet staat vol waardevolle quotes van beroemde mensen. Of ze waar zijn, doet er niet toe, het zijn inzichten, levenslessen. Mensen willen zich met iemand identificeren en trekken zich daaraan op.

Toen onze jongste in de 3 de klas van het middelbaar onderwijs zat, moest ze een jaarwerk maken rond een persoon die haar inspireerde. Zij vergeet de biografieën, niet alleen die waar zij haar werk rond maakte maar ook al die andere van de leerlingen uit haar klas, nooit.    

Jane Austen schreef meer dan 200 jaar geleden over haar hoofdrolspeelster als ‘the heroine”. Mijn twee favorieten zijn Elizabeth Bennet  (Sense and sensibility) en Anne Elliot (Persuation). Twee wijze vrouwen die gewacht hebben op de grote liefde, die tegenslag kenden en beloond werden met een huwelijksaanzoek.

Ik hoop echt dat ik in de toekomt het verhaal terug ingang mag zien vinden in de klassen. Misschien via de weg die deze nieuwe hype van growth mindset aangeeft, al is die weg eeuwenoud. Wat goed is en waar mensen plezier aan beleven, blijft. Hopelijk kom ik dan meer kinderen tegen die mij vertellen dat ze naar school komen omdat ze er zoveel leren en niet alleen omwille van vriendjes.

Breien maakt blij

Breien was in mijn kinderjaren een verplichte taak op school. Een moetje in de tijd dat er nog geen magjes bestonden. Veel van mijn klasgenoten deden het niet graag. Ik wel. Mijn grootmoeder zat daar voor iets tussen. Zij breide voor haar kinderen, schoon- en kleinkinderen pulls naast haar Leuvense stoof. En van die gezellige momenten samen kon ik genieten en fantaseren want ik wou dat ook kunnen. Ik wachtte het boek van de 3 Suisses af om een nieuw model te kiezen. De wol werd besteld met een brief en ze werd met de post geleverd. Als ik bij mijn oma was, genoot ik van de vooruitgang die zij maakte bij het breien. Uit het niets kwam plots iets.

Mijn eerste mosgroene pull breide ik toen ik pas 9 was. Omdat ik nog niet kon meerderen, deed mijn mama dat voor mij. Later volgden er nog tientallen en meerdere vriendinnen op het internaat volgden mijn voorbeeld. In de avondpauzes zaten wij te breien en te praten. Ik deed het zo graag dat ik er zelfs mijn taken en lessen voor verwaarloosde. Nu blijkt dat ik dus wel de juiste keuze maakte.  

“Breien maakt blij”, de titel van een artikel op de facebookpagina van libelle.be. Breien heeft een ontspannende werking en helpt stress verminderen. En dit alles werd wetenschappelijk onderzocht.  Breien brengt rust in het hoofd want de ritmische, repetitieve handelingen zorgen ervoor dat je je zorgen en frustraties vlotjes van je breinaalden laat afglijden. Breien helpt eveneens om de  probleemoplossende vaardigheden en de creativiteit uit te dagen. En de kers op de taart is je trots als je zelfgemaakte creatie af is. Breien is goed voor lichaam en geest besluit wetenschapper Ann Futterman-Collier van de Northern Arizona University. Uit haar onderzoek blijkt zelfs dat breien een gunstiger effect heeft dan schrijven en mediteren. Activiteiten die nogal eens aangeraden worden bij psychische kwalen en pijnbestrijding. Dit zijn genoeg redenen om mijn breipriemen nog eens boven te halen.

Dat breien een positief effect heeft op mensen kan ik je verzekeren. Laatst waren wij in het SMAK in Gent en in de cafetaria zat een man te breien. We raakten aan de praat. Trots, de man straalde, vertelde hij mij hoe hij parels verwerkte in zijn sjaals, hij zelf zijn patronen bedacht en steeds koos voor de beste garens. Ik zei hem nog dat zijn verhaal aanstekelijk was om terug aan de slag te gaan want op een paar sjaals na, breide ik niet veel de laatste jaren.

Toen ik jonger was, deden ze nog geen wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van breien omdat het zo gewoon was. Iedereen deed het, iedereen moest het doen. Voor mij bewijst dit opnieuw hoe gezond het gewone is.

Ik ga aan de slag en trek mijn probleemoplossend denken en creatief proces op gang. Kijk in mijn restjeskast, kies de juiste naalden en ga dit schrijven stoppen. Breien is gezonder! Jammer dat ik er nu mijn werk niet kan voor laten zoals in mijn studententijd. Of misschien moet ik toch eens met mijn coördinatoren praten over preventieve acties tegen burn-out en voor mijn welzijn. Het welbevinden en de betrokkenheid van werknemers die al heel lang in dienst zijn, moet je koesteren toch? Misschien mag ik breien tijdens mijn uren. Als het wetenschappelijk is, wordt het beter geloofd. Voor veel andere items toch.  

Romeo in Parijs

Een dagje Parijs vorige maand herinnerde mij aan een romantische Romeo die we in Saint-Denis mochten ontmoeten een 5-tal jaar geleden in deze periode, kort voor Sint-Valentijn.

” Het kan voor mij niet meer stuk, alles valt mee. Ik heb eindelijk mijn rijbewijs en ik kocht een grijze volkswagen voor een schappelijk prijsje. Hij rijdt goed, ik heb ruimtelijk inzicht, een GPS is niet nodig. Een auto verandert je leven, dat kan ik je verzekeren. Door die auto is Kinny een blond en sexy poepeke eindelijk voor mij gevallen. Ik had haar al lang op het oog maar ze wees mij voortdurend af.

Tot nu, ik heb een auto en ik heb een lief, YES! Op onze eerste avond samen volop in de sfeer van Valentijn stel ik het haar impulsief maar vanuit de grond van mijn hart  voor. “Laat ons naar Parijs rijden, we kunnen samen naar de lichtjes van de Eifeltoren kijken”. Ze kijkt me in de ogen en ik voel dat ze even aarzelt omdat ze om drie uur moest binnen zijn, thuis. Het is de kans van haar leven want ze is nog nooit buiten de Antwerpse ring geweest, ik ook niet. Haar ogen blinken van goesting naar een groot avontuur. “Ja”, zegt ze schuchter. “Yes!”

Missie geslaagd! Gewapend met “oui, non, je t’aime en de vervoegingen van être en avoir” in mijn talenknobbel, vertrekken we. Parijs vinden is niet moeilijk. Met één hand aan mijn stuur en het andere afwisselend op haar knieën en op de versnellingspook, rijden we de grens over. “Paris, here we come”. Of is dat Engels?

Het is middernacht, een moment om nooit meer te vergeten; zij, IK en de Eifeltoren, alle drie in volle glorie. Kan het leven mooier zijn? “Schatje”, zei ik,” als we nu terug rijden ben je op tijd thuis en we kunnen dit volgende week overdoen. Ik ken nu mijn weg”. We vertrekken maar toen begon de miserie. Nergens staat een plakkaat Antwerpen, zelfs Namen of Brussel staan niet vermeld. Wij rijden de periferie op en dan weer af en dan weer op en dan komen we in een zwarte, grauwe wijk en dan rijden we af in Versailles en dan rijden we terug op de periferie en dan rijden we door een wijk waar niemand op straat loopt en dan zien we twee zware mannen maar we durven hen de baan niet vragen.

We rapen alle moed samen nadat we nog een keer rond Parijs toeren en de Eifeltoren intussen al meerdere keren zagen. Een oude man laat zijn hond uit en we vragen in het schoon Antwerps met enkele Franse en Engelse woorden ertussen hoe we thuis kunnen geraken maar hij begrijpt mijn Frans niet. Ik wil mijn lief niet tonen dat mijn moed intussen in mijn sneakers zit. Zij bijt al haar gelnagels af van zenuwachtigheid en uit schrik voor hare pa. Zo jammer, ze had juist gespaard voor nagels met rode roosjes en hartjes voor ons eerste rendez-vous. Ik voel me schuldig. Even wil ik haar verstrooien door haar te laten spelen met dat mooie roze beertje dat ik haar cadeau gaf. Vijf minuten had ze verstrooiing en dan begint weer te bijten gelijk een konijn. Ik vrees voor haar vingers. Ze weent. Daar kan ik niet tegen, ik ben aan het einde van mijn Latijn maar neem haar in mijn armen en merk dat zij het waardeert.

Het begint stilaan te klaren, de klok van drie heeft al een hele tijd geleden geslagen en mijn weekbudget benzine is er ook al door. Ik zeg tegen mijn lief dat ze best een berichtje stuurt naar huis maar tot overmaat van ramp is haar GSM plat. “Het is wat het is en we kunnen er niets aan veranderen”, zeg ik haar en het klinkt eigenlijk tamelijk wijs. Maar ik zie dat het haar niet troost. Jammer.

Die Fransen spreken geen vreemde talen en hun Frans trekt ook op niets. We rijden weer even verder en intussen vind ik de periferie niet meer. Waar is die nu naartoe?

Mijn lief viel in slaap en ik probeer nog wat verder te rijden. Om negen uur ben ik aan het rondtoeren in Saint-Denis, nu weet ik tenminste waar ik ben. Moest ik nu ook nog weten waar dat is! Ik denk dat we buiten Parijs zijn, al staat er nog steeds Paris op de meeste borden.

Plots zie ik een Belgische nummerplaat. Ik snijd de wagen de pas af zodat hij niet kan  ontsnappen. Ik loop vlug naar de auto. De twee dames kijken eerst heel verwonderd  en ik vertel vlug dat we al van één uur deze nacht aan het zoeken zijn naar de weg naar Antwerpen. (Ik durf niet vertellen dat het eigenlijk al een uur langer is, uit eerlijke schaamte.) Die madammen glimlachten vriendelijk. Het zijn Vlamingen, oef. Ze tonen mij onmiddellijk de juiste weg, gewoon de A1 naar Lille volgen en die begint gewoon om de hoek. Wat een naam hebben die Fransen voor Rijsel! We komen uiteindelijk om twaalf uur die middag thuis. Mijn lief is wakker en ik spreek haar moed in voor haar vader. Ik begrijp die man ook wel, ze is pas 16. Ik blijf hopen dat haar vader zo blij zal zijn dat hij haar terug ziet en misschien vertrouwen krijgt in mij. Ik bel dapper samen met haar aan de deur van haar ouders en haast mij uit schrik even vlug terug in mijn auto. Je wil niet weten waarmee haar vader mij bedreigde. Volgende week heeft ze huisarrest. Ik geef haar niet op, ik ga zoals Romeo een liedje zingen onder haar balkon. En zondag ga ik bijklussen in mijn stamcafé want ik wil een GPS.”

Die twee lieve dames dat waren mijn vriendin Ann en ik. Wij kunnen niet elke dag een jonge knaap die weg kwijt is, helpen maar we doen het graag. Vanuit het oogpunt van de liefde kunnen wij alleen zeggen “RESPECT”. Dit verhaal getuigt van zin voor romantiek en initiatief. Wij kunnen geen betere jongen wensen voor onze eigen dochters. En dan die spontane eerlijkheid…. Deze jongen zegt de waarheid, op elk moment. Zo hebben wij de mannen graag.

Als jij een verhaal hoort van iemand die 9 uur rondgereden heeft in Parijs nadat hij de Eifeltoren eerst vond zonder problemen vond, dan is dat waarschijnlijk onze Romeo.

Mijnheer, uw kind is weg!

“Mijnheer, uw kind is weg!”  riep ik. De twee verkoopsters en drie andere klanten keken mij verbaasd aan en de papa kwam precies van een andere planeet en reageerde niet. Ik liep onmiddellijk naar buiten en zag een vijftig meter verder een andere klant duwen aan de kinderwagen.

Ik stapte terug naar binnen en verontschuldigde mij tegen de man die ik voor papa aanzien had.  Toen zag ik dat hij amper 20 was.

Hoe is het zo ver kunnen komen?

Mijn oudste kinderen zijn geboren in het prè-Dutroux tijdperk. Je liet je kind al eens buiten staan in de kinderwagen bij de bakker. Mensen vertrouwden elkaar en je vertrouwde mensen met je kinderen. Midden augustus 1996 luisterde ik aan zee naar het radionieuws. Ik was beginnend zwanger en het risico op een miskraam was groot. Twee meisjes waren ontvoerd en gelukkig levend uit de kelder gehaald. Onze kinderen waren niet meer veilig. En ook al had ik beloofd om plat te liggen en te rusten, ik ging licht in paniek op zoek naar mijn oudste kinderen die samen op de dijk naar een optreden keken of alleen aan het strand speelden, zoals ze dat zo vaak deden. Ze waren immers 11 en 14.

Plots waren er geen zekerheden meer.

Toen mijn jongste een jaartje oud was, nam ik haar mee naar de supermarkt. Zij zit op de kop van de kar die ik vul met gerief van rondom mij en iets verder weg. Plots zie ik dat ze uit de kar kruipt. Ik storm er naartoe en zeg haar, misschien iets te luid, dat ze in de kar moet blijven. Een jonge, superverantwoorde papa komt naar me toe en zegt heel dwingend: “Mevrouw, je moet niet kwaad zijn op dat kind, jij moet bij de kar blijven, zodat ze niet kan vallen.” Ik was bijna 40 en werd terecht gewezen door een snotneus die mij had waar hij mij moest hebben; perplex aan de grond genageld met een pak schuldgevoelens. Dit moment is voor mij de echte start van het post-Dutrouxtijdperk. We mogen niets aan het toeval overlaten, we beschermen onze kinderen altijd en overal, ook in een warenhuis. Enkele jaren later liet mijn dochter zichzelf “just for fun” afroepen in de Colruyt: “Anna wacht op haar mama aan de kassa”. Ik ging haar ophalen. Met schaamrood op mijn wangen wurmde ik mij door de lange rij aan de kassa en ik voelde mij de meest onverantwoorde moeder. Ik wachtte tot we in de auto zaten om haar een standje te geven.

Dit alles leidde tot mijn -misschien impulsieve reactie- deze morgen in de bakkerij. Bij het binnengaan zag ik een vriendelijke jonge man praten met een kind van nauwelijks één jaar dat goed ingepakt buiten op de stoep in de kinderwagen zat. Enkel zijn oogjes waren zichtbaar. De papa, dacht ik. In de winkel stond hij naast mij maar hij keek niet om. Dus deed ik het. Ik hield de kinderwagen constant in de gaten en na een minimaal gesprek met de verkoopster, keek ik naar buiten en zag dat de kinderwagen weg was. De papa was zijn bestelling nog aan het afwerken en schrok zich een aap toen ik plots begon te roepen.

Terug binnen had ik geen rode wangen, die tijd is gelukkig  voorbij. Ik heb enkel gezegd, als ervaringsdeskundige: “Het had gekund toch?”

Vriendinnen voor heel even


Ja, ik keek en kijk nog graag naar Sex and the City. Niet alleen voor de hitsige vrijscènes maar voor de grote vriendschap tussen de vier vrouwen. En ja ik durf sommige van mijn vriendinnenkliekjes wel eens vergelijken met het clubje Carry, Charlotte, Miranda en Samantha. Dit alles met een beetje verbeelding en heel veel humor.

Ik beken dat ik vrij vaak en vooral graag in gezelschap van enkel dames verkeer. Misschien klinkt het weinig emancipatorisch dat ik lid ben van exclusief-vrouwen-verenigingen als Markant en Artemis. Ik heb niets tegen mannen maar ik waardeer heel sterk de gedrevenheid, de creativiteit en de aard van de activiteiten die vrouwen voor elkaar organiseren. Verwenning zit vaak in kleine details die ik optimaal kan smaken.

Ik mag, en ik ben daar heel dankbaar voor, de bezorgdheid van vriendinnen ervaren op verschillende momenten en terreinen in mijn leven; een nieuwe uitdaging, ziekte, examenperiodes van de kinderen, vertrek en terugkomst van een reis, verjaardagen, de dagelijkse beslommeringen.

En als we met een groepje samenzijn, gaat het wel eens over de afwezige. Maar, en daar ben ik heel blij om, uit bezorgdheid. Samen bedenken we hoe we de vriendin die het moeilijk heeft, kunnen ondersteunen of hoe een we de jarige vieren.

Vertellen en verwennen zijn de hoofdingrediënten van een avond samen. En nadien gaat iedereen vol frisse energie terug naar het eigen nest.

Deze week mocht ik diezelfde belangloze steun en girlpower ervaren met enkele voor mij totaal onbekende vrouwen. Ik moest naar het prikcentrum voor een test waarbij mijn bloedsuikerspiegel naar een zeer laag niveau werd gebracht. De vermoeidheid sloeg onmiddellijk toe en ik koos ervoor om mij neer te leggen met de benen omhoog in een ligzetel. Voor de verpleegster en de twee aanwezige patiënten was dat onmiddellijk het signaal dat ze mij in de gaten moesten houden want ik mocht niet inslapen gedurende de test. De twee dames hadden ervaring met de test omdat ze die zelf ondergingen en omdat ze bij hun maandelijks bezoek aan het prikcentrum regelmatig iemand mochten ontmoeten die deze test moest ondergaan.

Ik voelde mezelf wegglijden in een diepe slaap maar bleef er tegen vechten. Dat lukte mij omdat de madammen bleven praten, met elkaar en met mij. Gedurende meer dan twee uur vertelden we elkaar over ons leven, ons gezin, het werk, het liefdesleven van Bv’s uit de roddelblaadjes die voor ons lagen. Het ene onderwerp volgde het andere op. Ons gepraat en gelach trok zelfs de aandacht van de secretaresse en de dokter die in een lokaal iets verder op de gang zaten. Ze kwamen meegenieten van de aangename sfeer in de “prikkamer”. Toen hun baxters leeg waren en ik voldoende bloed gedoneerd had, namen we afscheid en zegden we spontaan “tot een volgende keer” alsof we een gezellige koffieklets hadden gehad, zonder die vervelende prikken.

Nog voor ik buiten was, zag ik een Sms’je van een bezorgde goeie vriendin. “Hoe het geweest was,” “Goed, ik heb mij geamuseerd” schreef ik terug, naar waarheid. Verwonderd belde ze onmiddellijk en toen vertelde ik in alle eerlijkheid dat ik barstende hoofdpijn had, mijn zicht troebel was, ik niet uit mijn woorden raakte en snakte naar een suikerdrank en mijn bed. Al die ongemakken vielen mij de voorbije 2 uur niet in die mate op, al waren ze er wel.

Vrouwen, vriendinnen van lang of voor heel even, kunnen voor elkaar de hemel betekenen. Meer van dat!

Ontbijt voor mijn verjaardag, vriendinnen van heel lang

Klaar om te duiken in het jaar 2019

Het belangrijkste boek dat ik ooit las moet ‘De kracht van het NU’ van Eckhart Tolle geweest zijn. Ik herinner mij de avond waarop ik het in één trok uit las en zwoer dat ik nooit meer dwingende, negatieve of zelfs te positieve gedachten zou geloven.

Ik was die dag alleen aan zee, rust zoekend om de aanhoudende vermoeidheid draagbaar te maken voor mij en mijn gezin. Ik was die avond fier op mezelf omdat ik rust en concentratie vond, een heel boek lang.

De kerngedachte van het boek is gewoon deze. Als je in het NU leeft, pieker je niet over het verleden en maak je je geen zorgen over wat moet komen. We vinden in het NU rust en creativiteit. En dat kan, heel eenvoudig omdat we het verleden niet kunnen veranderen en we nooit weten wat de toekomst echt zal geven. De theorie is zo eenvoudig als ‘bonjour’.

En ik ging aan de slag. Ik oefende via mindfullness, korte en langere meditaties en via een aantal mantra’s die ik zo uit mijn mouw schud, als ik er tijdig aan denk. Het is een oefening die ik consequent probeer vol te houden en waarin ik nog dagelijks misluk. Ik ben niet perfect, gelukkig.

Leven in het NU is kruipen in het moment. Iets wat ik lang niet kon. Ik herinner mij een klassiek concert in Katowice (nu kent iedereen die stad). Het lukte mij af en toe om in de muziek te kruipen, volop te genieten. En dan plots zat ik weer te denken hoe mooi die muziek was. Weg NU-gevoel! Ons denken maakt heel veel kapot. Achteraf was ik blij dat ik kon ervaren dat het soms wel lukt, dat Nu-moment. En soms, heel soms kom ik tot de vaststelling dat Piet, mijn man, mij vraagt waaraan ik denk en dat ik eenvoudig kan zeggen ‘Eigenlijk aan niets,’

Ja, mijn mantra’s komen regelmatig van pas. Als ik zenuwachtig ben, probeer ik ze uit. Soms lukt het, soms niet. De duiksport en de vele duiken die ik deed, waren voor mij steeds een opgave om tot overgave te komen. Ik was altijd bang toen ik in het water ging. De mantra ‘nu is het goed’ die moment na moment aan elkaar reeg, hielp mij om tot rust te komen en te genieten van de mooie natuur onder water.

De herhaling van dit zinnetje helpt mij nu nog, telkens als er onverwacht een obstakel opduikt.

Met oudejaar lees ik alle lieve wensen die ik kreeg voor het nieuwe jaar. Ik ben er heel blij mee en wens iedereen uit de grond van mijn hart het allerbeste.

Ik heb wel moeite met de vele tips van coaches die tips geven via mails en facebook. Ze vragen mij om lijstjes te maken met concrete doelen voor het nieuwe jaar. Individuele goeie voornemens zijn voor mij zelden uitgekomen. Neen, al die jaren ben ik niet vermagerd en de promotie die ik voorop stelde haalde ik zelden of nooit. Maar dat zorgde zeker niet voor een gevoel van zinloosheid in mijn leven.

Gelukkige dagen en de positieve ervaringen mocht ik vooral ontdekken door positief in het leven te staan, door vergevingsgezind te zijn voor mezelf en anderen en vooral door dankbaar te zijn voor wat ik krijg en ook voor wat ik niet krijg. Soms is iets niet krijgen een fantastisch cadeau.

Wat is goed en wat is slecht?

Vorige week kreeg ik een gezondheidsdiagnose. Het was even schrikken. Was dat goed? Slecht? De diagnose op zich is niet goed. Positief is wel dat de oorzaak van mijn klachten gekend is en dat passende remediëring kan gezocht worden. Ik aanvaard en leef met hoop. Aanvaarden is leven in het nu. Dat ik dankbaar en vol vertrouwen leerde naar de toekomst kijken, geeft mij hoop en dat kan niemand mij afnemen.

En zo kom ik op mijn persoonlijk verlanglijstje voor 2019: vergeven, als ik pieker terug naar het Nu gaan, dankbaar zijn en leven met hoop. Er is geen andere keuze, niet op deze Sylvesteravond en niet in 2019.

Dank je wel uit heel mijn hart aan alles en iedereen! Ik wens mezelf aan iedereen vergevingsgezindheid, dankbaarheid en veel momenten waarop we gewoon ZIJN. Alles komt altijd goed, als de angst weg is, kan je een avontuurlijke duik nemen.

Geniet met volle teugen van het jaar 2019

“Mama, een leven als dat van jou wil ik nooit!”

Soms blijven woorden en voorvallen hangen en is het nodig om jaren later eens te reflecteren….

Waar is de tijd die ik eigenlijk niet mis?
Opstaan om half 7, tien minuten om de was uit te halen, 15 minuten voor de douche en het individueel badkamermoment, om 7 uur stipt de kinderen wekken om 20 voor 8 de deur uit te gaan. Kinderen uitladen op school met de hoop om nog voor de schooluren file-veroorzakende-trechters voorbij te zijn.

Alles is getimed tot op de minuut. Het lijkt wel het gezin Banks uit Mary Poppins maar dan zonder de suffragette moeder. Niets mag verkeerd gaan. De kleren, de opgeladen GSM, het middagmaal en de tussendoortjes voor mezelf en de kinderen liggen van de avond ervoor klaar.
Ik probeer niet aan het werk te denken, dat kan mij enkel tot verwarring brengen. Ik hou de klok in de gaten en blijf in het hier en nu tot dit stressvolle maar noodzakelijke ochtendritueel door is. Ik pas op mijn woorden, probeer niemand te schofferen want met dit strak schema kan een verkeerd woord tot een ontploffing leiden, zeker in dit huis vol hoogsensitieve personen, mezelf incluis.
Het werkt, deze strikte en geprogrammeerde ochtenden, ik hoor geen klachten.

En dan, net die ene morgen dat ik zeker niet te laat mag zijn voor een ‘belangrijke vergadering’ zegt mijn 14 – jarige dochter heel ernstig, schijnbaar tussendoor, terwijl ze nog een tweede boterham neemt en ik haar zie denken of ze nu confituur of choco wil: “Mama, een leven als dat van jou wil ik nooit.” Haar broer en zus eten rustig gehaast verder, ik zie geen reactie, haar opmerking is enkel ter info.
Ik slik en moet me zelfs even vasthouden aan het keukenblad. Ik leg de keukenhanddoek, waarmee ik nog vlug de laatste druppels afveeg van het servies dat ik uit de afwasmachine haal, neer.
“Wat zei je?”
“Wel”, zegt ze heel informatief, “dat ik later nooit een leven als jij wil.”

Ik ben blij met haar eerlijkheid maar krijg tranen in mijn ogen. In mijn hoofd start een oorlog van emoties. Ik ben fier op haar, blij voor haar openheid, ik ben kwaad want dit leven wil ik eigenlijk ook niet, ik voel mij falen, ik ben ontgoocheld, ik ben een leeuwin en een lafaard.

Ik had kunnen schreeuwen dat ik ook nooit gedacht had dat én een gezin een carrière voor zoveel stress zouden zorgen. Ik had ook nooit gedacht dat ik, die ooit leefde zonder uurwerk en nergens op tijd kwam, nu de klok als beste vriend moet nemen.

Plots, als uit het niets zeg ik met mijn laatste krachten: “Ik ga bellen naar het werk dat ik later kom, jullie moeten niet naar de opvang en ik breng jullie tegen schooltijd.” Ik bel het werk een verzin een leugen voor mijn te laat-zijn.

Het toilet dient als schuilplaats. De energie schuif uit mijn lichaam, uit mijn hoofd, over mijn hart, langs mijn buik en mijn benen, door mijn tenen, zo de grond in. Ik probeer recht te komen maar ik wil het eigenlijk niet en blijf zitten.
“Waar ben ik in godsnaam mee bezig? “ Boven mijn carrière, studies, hobby’s, sport en huishouden heb ik maar één grote wens, een goede moeder zijn. Wat voor moeder ben ik als ik geen voorbeeld kan zijn voor mijn dochter?

En waarom raakt dit mij? Hoe sta ik zelf tegenover dit leven dat veel te hectisch is? Maak ik mezelf wijs dat ik van deze drukte hou? Hou ik er wel van gezellige drukte, zoals ik dat vaak verwoord?
Alles mag van mij tegenvallen, mijn werk, mijn hobby’s, mijn sportprestaties maar één ding wil je, als je eenmaal koos voor een gezin, dat is een goede moeder zijn, je kinderen een leven geven dat ze graag leven. Ik stond er nooit bij stil dat mijn hectisch leven ook voor hen hectisch is, zij meer nood hebben aan rust.

Ik doe alles voor heb. Alles en niets zijn woorden die ik enkel gebruik als in te gespannen ben om te nuanceren. Ik spaar hen in het huishouden want ze moeten leren. Ik stimuleer hen tot verschillende hobby’s en uitdagingen want ik heb dat nooit zo mogen ervaren. Ik ben caoch, supporter, taxichauffeur, ik ben de moeder die op elke samenkomst van de jeugdbeweging de leiders gaat bedanken, die goede contacten onderhoudt met leerkrachten, met de moeders van hun vriendjes… Ik organiseer culturele uitstappen, lees kinder- en andere boeken mee met hen om die spreekbeurten extra te stofferen, rij kilometers om om hen op te halen op school na het werk en beschouw die toffe momenten samen of met één van hen in de auto als quality time.

Als mijn dochter iets zegt, meent ze het. Morgen trekt zij deze woorden niet terug. Zij gaat haar eigen woorden niet vergoelijken om een ander zijn gevoelens te sparen. Zij meent wat ze zegt, zij is authentiek. Van haar kan ik iets leren.

Ik hoor de kinderen op de gang. Ze hebben hun jassen aan en de boekentassen staan klaar. Ze wachten. De jongste komt even kloppen “Gaat het mama?” Ik antwoord dat ik direct kom en dat we ons vandaag niet gaan afjagen.

Ik heb een dagtaak waarvoor ik niet ben opgeleid. Mijn moeder combineerde haar thuiswerk met de hulp aan mijn vader en de opvoeding van de kinderen. Heel eenvoudig, heel sec, ze stond ten dienste van man en gezin. Ons leven was eenvoudig, we gingen naar school, we speelden met vriendinnen we hadden de verplichting met de familie. Mijn moeder dacht nooit dat een opleiding woord mij in mijn kracht kon brengen, dat ik via een dansopleiding beter zou gaan aarden, dat competitiesport mij zou uitdagen in mijn zelfrealisatie of dat een culturele opleiding het kunstzinnige in mij zou wakker maken. Extra pleziertjes, uitdagende hobby’s waren er niet bij, het leven en leren op zich bood voldoende uitdaging. Wij werden verzorgd, kwamen er netjes voor, kregen gezonde voeding en kregen kansen om te studeren. Mogen studeren was toen nog een gunst.

Ik spot sedert de geboorte van de kinderen al naar hun talenten om hun te kunnen begeleiden naar de juiste hobby, de passende studierichting, het beroep waar ze hun passie in leggen en waarin ze ten volle kunnen ontplooien. Mijn droom is hen een toekomst te geven die past bij hun persoonlijkheid.
Ik zorg voor mijn kinderen maar maak goedbedoeld het proces ingewikkeld. De druk op de ketel is te hoog voor één van hen. Ben ik echt op weg naar een leven waarin niemand zich nog gelukkig voelt omdat de drang om de eigen passie en missie te vinden te groot is?

Ik wou mijn kinderen de wereld leren kennen omdat ze zouden kunnen kiezen uit het vele wat de wereld te bieden heeft. Er zijn zoveel mooie en leuke beroepen waar ik geen weet van had in het landelijke dorp waar ik naar school ging. Deze wil ik mijn kinderen wel laten kennen, ik wil dat ze een plezierig leven hebben.
Ik bedenk dat ik dit niet duidelijk maakte voor de kinderen. Maar ik weet dat het niet duidelijk is voor mij. “Zo een leven wil ik niet, mama” is een duidelijke boodschap van een dochter aan haar moeder.

Mijn dochter heeft mij met mijn bloot gat op het toilet gezet. Ik raap mijn moed samen en ga bij de kinderen. We stappen rustig in de auto. De jongste zegt nog dat het heel fijn is om later naar school te vertrekken. Ze gaat eigenlijk niet graag naar de opvang. Ik luister.

Mijn dochter die de hele commotie veroorzaakte zit naast mij met haar koptelefoon op. Ik vraag niet naar welke muziek ze luistert. Dat doe ik anders wel. De trechterfile valt al bij al mee. Ik kom te laat op het werk en merk dat er niets van belang verteld is, niemand miste mij.

We zijn jaren later. De kinderen kozen uiteindelijk een eigen weg. Veel taxiritten zijn voor niets geweest, veel lidgelden bleken overbodig, heel veel weekends hadden we samen genietend kunnen doorbrengen of hadden zij in het bos kunnen vrij spelen met vrienden.
Niemand danst nog, niemand tekent nog, niemand speelt nog volleybal of viool. De vele turnnamiddagen zijn vervangen door bergtochten die ze graag ondernemen met vriendinnen en vrienden.

Mijn dochter heeft niet voor mijn druk leven gekozen waarin ze werk en gezin moet combineren. Ze is nog altijd even rechtuit en zet met nog altijd voor schut met eerlijke antwoorden, momenten van reflectie, net wat ik nodig heb. En als mijn zoon komt vertellen dat de kleinkinderen circusschool doen en naar de teken- en muziekacademie en naar de chiro gaan, vraag ik of de kinderen dat wel echt willen. “Natuurlijk” zegt hij.

Ik zwijg.

Over dingen die beklijven

Is er nood aan nog een blog? Zitten mensen echt te wachten op nog meer meningen, nog meer opinies op het wereldwijde web? Misschien niet. En toch start ik hier op dit hemels moment – zo voelt het aan- met een eigen blog. Een blog met mijn naam Lucrèce Matthijs.

En waarom? Omdat ik een vrouw ben met veel te veel woorden, met veel te veel gedachten die vaak vechten binnen dat verwarde hoofd van mij. Of ik kan al die gedachten constant in toom houden of ik kan er iets creatiefs mee doen. Ik hou van schrijven. Ik hou ervan om woorden op dit kleine scherm te zien verschijnen. Het is mijn passie, mijn middel om orde te zoeken in de chaos, mijn kleine geluk, mijn fierheid.

Zo hebben we allemaal wel iets; puzzelen, online spelletjes spelen, breien, haken, naaien, dagelijkse yoga, lopen, … Iets dat ons hoofd leeg maakt voor het volgende.

Met dit kleine geluk maak ik mezelf en mijn omgeving gelukkig. Daar gaat het toch over? Deze blog is mijn goede daad aan mezelf en de wereld.

Laat je mij weten hoe jij het vindt?