Onder Moeders Vleugels

Little Women

Een verhaal herontdekt

Little-Women_ps_1_jpg_sd-low_Copyright-2019-CTMG-Inc-All-Rights-Reserved-691x1024

Je kon er niet omheen, er was een boek verfilmd voor de toeveelste (een oud-Brakelse uitdrukking) keer. Toen ik de uitnodiging kreeg van de filmclub voor de film ‘Little Women’ kwam ik er achter. Het was de film over de zusjes Marsch. Welk meisje heeft het boek ‘Onder moeders vleugels’ niet gelezen? In mijn herinnering was ik nog heel jong, zat ik zelfs nog in de lagere school. Net daarom miste ik een aantal essentiële maatschappelijke zaken in het boek. Het is een verhaal uit de 19 de eeuw en het gaat over zelfstandige vrouwen die hun mannetje staan en dromen realiseren in een mannenwereld.
Maar nu komt er een nieuwe verfilming onder de oorspronkelijke titel van het boek en met een cast die ik wel graag aan het werk zie, waaronder de vrouw die alle rollen aankan, Meryl Streep. De film kreeg maar liefst 5 oscarnominaties maar verzilverde geen enkele.

Het verhaal

Vrouwelijker dan dit boek kan het niet. Het gaat over de zusjes Marsch, de lieftallige Meg, de kwetsbare Beth, de lichtelijk verwende Amy en natuurlijk de getalenteerde Jo, de schrijfster.
Het verhaal begint gedurende de Amerikaanse Burgeroorlog, 1861-65. Vader March is er al lange tijd niet, hij werkt in de oorlog. De meisjes hebben het niet breed maar maken het beste van elke dag. Ze doen veel aan liefdadigheid. Ze maken kennis met hun 16-jarige buurjongen Laurie, een wees die bij zijn opa woont. Dit groeit uit tot een hechte vriendschap. Mijnheer March is ernstig ziek en mevrouw March moet hem bezoeken in het hospitaal in Washington. Tante March is rijk en zij betaalt de reis. Jo, de genderneutrale afleiding van Josephine, betaalt mee voor de reis, ze knipt ze haar mooie lange haar af en verkoopt ze. In die tijd moest een vrouw met kort haar wel een soort feministe zijn. De rest van het verhaal staat in het boek maar zoals in elk goed vrouwenboek komt er nog een huwelijk. Veel leesgenot.

Louisa May Alcott (1832-1888)

Louisa May Alcott was een Amerikaans schrijfster. Haar boeken gaan over familierelaties en beogen het bevorderen van deugden zoals doorzettingsvermogen en onbaatzuchtigheid. De auteur kreeg les van haar vader maar ook van schrijvers die vrienden van de familie waren. Later werd ze naast feministe ook een abolitioniste, ze voerde actie tegen de slavernij. Little Women, haar bekendste boek, schreef ze in 1868. Jo, de hoofdrolspeler is geen echte ‘lady’. Ze houdt erg van boeken en hoopt om ooit een schrijfster te worden. Haar karakter is autobiografisch. Anderhalve eeuw na haar literaire geboorte inspireert Jo nog steeds talloze schrijfsters waaronder J.K. Rowling.

Met vriendinnen naar de film

Het verhaal is zoet, ouderwets en oprecht. In een tijd waarin we het eenvoudig leven hard promoten, denken we aan SISU en LAGOM, zet het tot nadenken. De meisjes zijn sympathiek en echt niet alleen braaf en gedwee. Wat ook fijn is, er is geen spoortje geweld of seks in te vinden. Noem het ouderwets, maar ik vind dat dus af en toe heel prettig.

Omdat ‘Little Women’ een film is om samen met vriendinnen of dochters te bekijken, ga ik dat ook doen. Samen genieten, weten dat alles goed eindigt en nadien bijpraten over heel andere dingen bij een wit wijntje. Meer moet dat niet zijn.

D/t fout? Shame on you!

Soms heb ik het gevoel dat alles om me heen om één onderwerp draait. Herken je dat gevoel? Laatste liet de d/t-fout zich opmerken.

Ik was niet het kindje dat haar schriften netjes inleverde, een heel mooi handschrift had en elk woord zorgvuldig -wat een woord- nakeek op fouten. Ik denk zelfs dat spellingregels voor een groot deel aan mij voorbij zijn gegaan wegens te detaillistisch, muggenzifterij en meer gefocust zijn op inhouden dan op details als schrijven zonder fouten. Toen één van de kinderen mij vroeg om de thesis eens na te lezen op zinsconstructies en spellingfouten, gaf die mij een dergelijke uitleg. Ik besefte dat de appel niet ver van de boom viel. Zo dacht ik ook als tiener.

Spelling was echt niet mijn ding. Af en toe nam ik in mijn humanioratijd die regels nog eens ter hand om de schade te beperken toen een leraar plots punten aftrok voor spellingfouten. Maar het grote verdict kwam er na het ingangsexamen van de lerarenopleiding. Ik mocht beginnen maar kreeg toch een opmerking over mijn spelling. Die moest ik bijspijkeren. De jaren dat ik in het zesde leerjaar les gaf, waren dus een zegen voor mijn spellingbewustzijn.

Omdat het mij ergerde dat veel leermethoden veel te moeilijke heuristieken gebruiken om de leerlingen correcte spelling te leren, schreef ik mijn eindwerk in de opleiding remedial teacher over “De rol van het geheugen en het metacognitief bewustzijn bij spelling”. Dat is een hele klepper om te zeggen dat ik eigenlijk op zoek ben gegaan naar de eenvoudigste logica bij spelling. Tevens zocht ik naar methodieken om kinderen op de meest eenvoudige manier door de Nederlandse spelling te loodsen zonder frustratie, zonder angst, alsof het de leukste bezigheid ter wereld is. Ik kreeg ook de kans om oefenbundels en dictees te schrijven voor de selecties en de finale van het Groot Dictee der Nederlandse Taal van het Davidsfonds. Door voor anderen te werken, schaafde ik mezelf bij.

Na zoveel oefenkansen gebeurt het nog wel eens dat ik een foutje schrijf. En dan schaam ik mij diep, eerlijk waar. Zo ontdekte ik een d/t fout in een chatbericht. Ik schreef Nieuwpoord in de plaats van Nieuwpoort. Het bericht was vertrokken voor ik het zag. Natuurlijk heb ik onmiddellijk mijn verontschuldigingen gestuurd. Dit is een schrijffout en deze is minder erg dan die andere dt/fout die ik mocht ontdekken in een online document. Dat was een werkwoordfout, een echte spellingfout. Als je 50-plus bent als ik, heb je al veel moeten leren en afleren, van leren typen op een typmachine over de computer naar wie weet wat er nog komt. Van teksten die verstuurd werden met de post om te redigeren, over de mail, tot nu. Nu werken we online in dezelfde tekst. Ik schreef een tekst op een platform en werd wat kregelig. Een vreemde pen mengde zich in mijn tekst. Het voelde als een inbreuk op mijn territorium. Doordat de andere met een ander lettertype aanvulde, werd dit enigszins vergoelijkt. Een eigen territoriumafbakening binnen mijn territorium. Tot ik plots een dt-fout zag; wordt je?! Hoe ga je daar qua online-etiquette mee om? Ik verbeterde discreet om alle verdenking van mij af te werpen. Schond ik de online-etiquette door in een ander zijn territorium een fout te verbeteren?

Ik weet niet zo goed wat de moraal van mijn verhaal is. Dat ik gevoelig ben aan mensen die in mijn onafgewerkte tekst werken? Dat ik er gevoelig aan ben dat ze er een dt/fout achter laten? Dat ik nog steeds de schaamte ken uit mijn kindertijd toen mijn schrift vol rood stond? Of gewoon dat spelling niet zo moeilijk is, als jet het eenvoudig uitlegt.

Laat het mij gewoon hierbij houden, correct schrijven zit heel diep in onze cultuur en iedereen kan er zich schuldig aan maken. Het is relatief en niets in vergelijking met de honger in de wereld. Tot je een crush hebt op een taalpuritein die jouw dt-fouten niet langer aankan of je de job van je leven moet missen omdat er drie dt/fouten in je sollicitatiebrief staan. Dan heb je pech natuurlijk.

Er was een tijd dat omalu, zo noemen de kleinkinderen mij, alles alleen moest schrijven en ze mocht geen enkele fout maken want er was geen knop om de fout te verbeteren.

Stilaan komt het licht terug

 ‘Heb je ’s ochtends niet genoeg tijd? Trek dan een volledig zwarte outfit aan’ Dat las ik onlangs in een krant en dat is de mening van creatieve duizendpoot Bertony Da Silva.  

Nooit meer zwart!

Zwart is altijd schoon en vooral praktisch. Dat dacht ik vroeger ook. Tot ik vorige zomer besloot om geen zwart meer te dragen. Ik vond zwart plots zo doods, zo gewoon, zo weinig inspirerend, zo kleurloos. Ik hield het een zomer vol. Alle zwarte kleren werden verbannen naar een speciale kast in de dressing. Gelukkig gooide ik ze niet weg.

Een kleurrijk juweeltje?

Toen kwam het moment dat ik door mijn winterspullen snuisterde op zoek naar een winterbroek. Zwart? Neen. Of toch? Met die zwarte broek heb ik meer kansen tot smaakvol en juist combineren. Alle, neen vele pulls en bloesjes passen op die broek. Dus die zwarte broek dan maar met die kleurrijke pull. En zo begon het verraad aan mezelf. Even later bedroog ik mijn eigen menig terug door op dat volledig zwart tenuetje een opvallend juweel te combineren. Ik hoor het mezelf nog zeggen: ‘Op zwart past elk juweel’. Een juweel is een ideaal middel om meer expressie te geven aan jezelf, je gevoel. In een juweel, zeker als het een geschenk was of eentje met mijn favoriete halfedelstenen, vind ik mezelf. Dus, ik draag wel die zwarte kleedjes maar ik draag er een mooi juweel bij om het geheel op te fleuren. En zo heb ik mijn belofte om nooit meer zwart te dragen terug een beetje bijgestuurd.

Een sjaaltje misschien?

Niet alle dagen schikken mij om juwelen te dragen. Geloof me, ik heb een pak faux bijous maar sommigen zijn zo opvallend dat ik ze liever niet dagelijks draag. Er zijn momenten waarop ik liever niet opval, dat ik liever in een hol zou kruipen dan te moeten gaan waar ze mij verwachten. Dat is des mensen, niet? Dan kies ik liefst dat eenvoudig zwart kleedje. Het verstopt mij stijlvol en veilig. Maar het is zo zwart… Dus probeer ik het met sjaaltjes. Ik heb ze in alle kleuren en motieven. Die bruine tijgerprint die ik in Keulen kocht, dat weekend dat ik er was met mijn maatje, is mijn favoriet. Niet kleurrijk maar een blijvertje. De sjaal is ruim genoeg als finishing touch, klassiek genoeg voor het werk op doordeweekse dagen, bruin genoeg voor dagen waarop je er niet op let of de zon nu schijnt of niet. Mijn andere sjaals zijn dan weer meer onderhevig aan gevoel en gemoed. Neem nu een roze sjaal, die draag ik niet elke dag. Ik ben een gevoelsmens en mijn kleren moeten bij mijn emoties passen of het geheel klopt niet. Die roze sjaal, niet met een panterprint maar met een hele panter er op, komt maar zelden uit mijn kast.

En nu in januari, draag ik gewoon zwart

Zwart is altijd schoon, het steekt voldoende weg, het is betrouwbaar, je hoeft er niet bij na te denken. Je draagt het bij weinig tijd. Mijn dagen zijn super gevuld, de energie van vorige zomer is op en ik heb niet de energie heb om nu kleurencombinaties te maken. 

Skip te winter, leve de lente

Zondag ging ik binnen in een winkel om toch nog eens te proberen een super-solden-koopjesslagje te doen. Ik kocht niets. Die winterkleuren waren mij te saai, te donker, te veel herinnerend aan de donkere dagen. Ze vrolijkten mij niet op. Maar de lentecollectie was prachtig. Fantastische groene tinten, geel en oranje. Ik werd er vrolijk van. Maar ik kocht niets want ik kan die kleren nu nog niet dragen, de winter moet nog echt in gang schieten.

Misschien moet ik gewoon om-denken

Eigenlijk wil ik geen zwart gevoel. In plaats van aan mijn kleren, kan ik aan mijn humeur werken om terug van die zwarte kleren af te geraken. Dus, vanaf maandag luister ik ’s morgens naar opgewekte muziek. Ik steek kaarsen en veel lichten aan en forceer me om ’s morgens vroeg wandelend wat frisse lucht op te snuiven. En dan pas maak ik me op voor de dag. Misschien kies ik die roze sjaal en die bijhorende roze jas. En na het werk verras ik mezelf in een bloemenwinkel met lentebloemen in het frisse groen van nieuw gras en het geel van de paasbloemen en het wit-groen van de sneeuwklokjes en paars van de krokussen. Tulpen dus.

Het is nog januari en ik smacht naar licht. Is er geen licht, dan zijn er wel kleuren. En daar kan ik iets aan doen. Hopelijk ga je nu niet bij elke collega in het zwart denken dat die zich overslapen heeft. Sommige zwartdragers onder ons willen nog even genieten van de rust van de winter en niet te vlug “lente schreeuwen”. Of ze denken gewoon dat zwart altijd schoon en stijlvol is. En dat is ook zo, voor sommigen.   

Kleurrijke tulpen op donkere, koude en regenachtige dagen

Geen knuffels meer voor "de mannen"

Vandaag, 21 januari, is het internationale knuffeldag. Het uitgelezen moment om vrienden en familie eens dicht tegen je aan te trekken. Of toch niet …

Lucrèce Matthijs

Zot van het boekje, minder gek op knuffels

De kleinkinderen zijn op weekend, het is avond. We beginnen aan ons leesmoment met drie op bed, één links van mij, één rechts van mij. De kussens rechtop als ruggensteun. Ze kiezen een Afrikaans prentenboekje uit de boekenkast “Gee my ’n drukkie!”. We wroeten er ons samen door. Het lukt als we ook de prenten ‘lezen’ om de betekenis van de woorden te vinden en we zoeken gelijkenissen met onze taal. Zo kunnen we samen die beschrijvende Afrikaanse woorden verstaan. Elvis die krimpvarkie se grootste begeerte is om in iemand se arm toegevou te word. Elvis is so prikkelrig soos ’n kaktus en so stekelig soos ’n skropborsel. Elvis soek na ’n drukkie. Kalvin Krokodil, gans te lelik, wat almar vir ’n soentjievra … Op het einde van het boek komt alles goed, zoals dat meestal in boekjes gebeurt. Kalvin raap Elvis…

View original post 205 woorden meer

Laat de zon in je hart

Dinsdagavond tussen 5 en 6 uur en ik zit in een ontspannend bad vol schuim en heerlijke badolie. “Dit wordt een jaarlijkse traditie”. Het is oudejaarsavond en ik luister naar de finale van de duizend klassiekers. De radio staat oorverdovend luid. Beneden wacht nog een berg werk maar dit is mijn moment. Plots veer ik recht, ik roep mijn dochter die ik hoor op de overloop. “Willy Sommers staat op nummer 4!” Een complete verrassing.

Top 5 van de 1000 klassiekers

Of ik fan ben? Ik moet hier mijn woorden terugtrekken die ik enkele jaren geleden uitsprak over het niveau van grootouderfeesten in de school en meer specifiek in die van mijn kleinkinderen. Nu las ik in de krant dat Willy Sommers aanvankelijk zelf ook niet zo een fan was van het lied.

Het grootouderfeest van de kleinkinderen eindigde twee jaar op rij met zang en dans op “Laat de zon in je hart”. Grootouders, overgrootouders en kleinkinderen zongen samen in een te kleine en veel te warme parochiezaal. De eerste keer dat ik het hoorde, ik had nog mijn professionele pet op, dacht ik “Kunnen kinderen nu echt niet meer zelf zingen? Wat is de pedagogische meerwaarde van playbacken?” Ja, ik was ontgoocheld, toen.

Die zomer was ik aan zee met de kleinkinderen en ik zag hen volop meezingen met Willy Sommers die alleen op het podium stond en een hele dijk in beweging kreeg. Respect! De kleinkinderen kenden de tekst en melodie, door de vele repetities, en ik zag hen genieten van de live-versie. Natuurlijk smolt ik weg.

Het volgende jaar eindigde het grootoudersfeest precies op dezelfde manier. Maar ik keek ernaar met een andere bril en genoot mee. Dit is een lied dat mensen samen brengt. De melodie en de tekst zijn zo eenvoudig dat iedereen kan meezingen en de meesten deden dat. Mijn kleinzoon merkte wel op dat ik wel heel enthousiast meezong en -danste. Rondom mij zag ik stralende gezichten en bewegende lijven van mensjes en mensen tussen 2,5 en 90-plus.

Dit is verbinding. En dat is wat we onszelf en anderen wensen: geluk, genieten, plezier, een goeie gezondheid of korter gezegd, de zon in het hart.

Maar hoe komen mensen er toe om massaal op dit lied te stemmen? Dit moet een bewijs van het collectief bewustzijn van Jung zijn. Kort uitgelegd: Mensen beïnvloeden elkaar niet alleen met woorden maar ook via energie, via gedachten. Als we met z’n allen, ik niet voor alle duidelijkheid, stemmen voor “Laat de zon in je hart?”, wil dit zeggen dat we allemaal aan wat zonlicht en vreugde toe zijn. We komen er eindelijk achter dat een positieve kijk op het leven, een meezinger, een enthousiaste zanger en een eenvoudige tekst ons gelukkig maakt. Het wordt tijd dat we geloven in een positieve toekomst en dat we al de spelletjes die politiekers en andere machtsdragers spelen met als inzet ons geluk, beu echt beu zijn. Ik weet het, ik geef hier een persoonlijke draai aan want woorden als “het is het politieke spel” degouteren mij. Azijnpissers, neuten en zagemannen en -vrouwen evenzeer. En de echte zon zou ik liever wat meer zien.

Hoe meer ik denk aan de inhoud van het lied, hoe meer ik de waarde ervan zie. Misschien vervangt onze nationale ploeg het “Waar is dat feestje-lied” wel door “Laat de zon in je hart”. Een antwoord in de plaats van een retorische vraag.

Intussen is het jaar weeral op gang getrokken. De grootse plannen voor het volgend jaar liggen klaar, inclusief het nieuw dieet. Ik wens jullie allen de zon in het hart, dan ziet alles er veel beter uit. En nu weten we dat heel veel mensen er zo over denken. Meer moet dat voorlopig niet zijn.

Rood staat voor gevaarlijke tandjes

Het was druk vandaag aan zee. Zowel in Nieuwpoort – Stad als -Bad kon je over de koppen lopen. Een gezellige drukte. Van de koppen had ik weinig last. Ik moest vooral oppassen om niet te struikelen over de vele leibanden van honden. Het lijkt alsof vooral mensen met een hond graag naar zee komen. Maar misschien geraak ik te veel gefocust op honden.

Of ik iets heb tegen honden? Neen! Wij hadden er toen we kinderen waren twee in huis en beleefden er heel veel plezier aan. Of die honden ons, de kinderen echt graag zagen? Eigenlijk niet. Een hond heeft maar één baas en mijn moeder had de eer. Als we te dicht bij haar kwamen toen ze haar middagdutje deed, gromden de honden.

Kleine gevaarlijke tandjes

De liefde van een mens voor honden kan ver gaan. Ik zal je eens vertellen wat ik onlangs zag aan een supermarkt.

Ik stel mij de voorgeschiedenis van de situatie die ik zag als volgt voor: Een iets wat oudere man, weduwnaar waarschijnlijk, plaatst een contactadvertentie. “Weduwnaar met hond zoekt vriendin om samen de herfst van het leven te kleuren”. Wie komt op die advertentie af? Of iemand die graag kleurt of iemand die zelf van honden houdt. En zo moet het gebeurd zijn. De man en de vrouw ontmoetten elkaar en besluiten om samen verder te knutselen. Trouwen en ringen ruilen zit er wegens de kinderen en andere legale en financiële redenen niet meer in. Maar het koppel wil iets verenigen. Daarom kiest het er voor om de honden op een zeer symbolische manier samen te brengen; twee hondenmandjes op één fiets.

En zo mocht ik de man ontmoeten voor de deur van de supermarkt, bij zijn fiets. De vrouw was er niet bij. Voor de twee kleine hondjes, waarschijnlijk die van haar, was een bakje vooraan op de fiets. Voor zijn eigen hond, hij was iets groter, was er een bak achteraan op de fiets.

De man was gepakt en gezakt met boodschappen en de drie honden die hij ook op de fiets moest krijgen. Eerst probeerde hij de twee kleine honden rustig in het bakje vooraan te plaatsen. Dit was tegen de zin van de kleine mormels. Vooreerst slaagde de man er niet in om de twee kleinsten gelijk in hun bak te houden en het ijzerwerk boven hun kopjes te sluiten. Bleef de ene zitten, sprong de andere er uit. En dan was er nog de derde die eigenlijk liever een wandeling rond de parking wou maken en de daad bij zijn gedachten voegde. Deze laatste trok de fiets van de arme man bijna omver, waardoor de twee kleine honden uit hun gezamenlijke mand sprongen. Een van de twee hing vast aan de mand en dreigde zichzelf op te hangen. De man wist niet waar eerst in te grijpen.

Ik bood mijn hulp aan maar deze was niet welkom. Niet zozeer de man wees mij af maar de kleinste honden vonden het niet tof dat ik mij moeide. Ik zag hun kleine maar redelijk gevaarlijke tandjes. De kleur van de leibanden van die beestjes liet nochtans niets vermoeden. En dit wil ik wel eens vertellen tussendoor. De kleur van de leiband van de hond, zo vertelde mij onlangs een eigenaar van een hond, heeft een betekenis. Dat vertelde zij mij pas nadat ik haar hond, met rode band, wou aaien. Een rode band betekent: “Benader de hond niet en pas op.” Dat had ik moeten doen. Ik kwam er gelukkig met de schrik van af. Van oranje, gele, blauwe en paarse leibanden blijf je ook beter weg. Groen is aaibaar. Bij een witte leiband hebben we te doen met een dove, blinde of gehandicapte hond. Maar het zou licht naïef zijn om te geloven dat deze laatsten allemaal een lief en joviaal karakter hebben.

Terug naar de supermarkt. Het was duidelijk dat de man niet de baas was van de kleine honden. Hij verloor gaandeweg ook het gezag over zijn eigen hond.

Ik vond de man dapper, respect voor zoveel liefde en geduld. En dan stond die doos met boodschappen nog niet op de fiets. Blijven staren is echt niet beleefd en mijn hulp was niet gewenst. Ik nam dus vriendelijk afscheid en fietste weg.   

“Wat doen de mensen zichzelf aan?”  Vroeg ik mij af tijdens mijn rustig fietstochtje terwijl ik de opgelopen schrik voor de kleine tandjes probeerde te verwerken.  

Misschien is de last voor de drie kleine beesten minder erg dan de schrik voor het grote beest, de eenzaamheid. We hebben allemaal onze eigen en vaak zeer gegronde redenen om het onszelf moeilijk te maken, niet?

Mijmeren in Dornach

Deze zomer was ik samen met mijn oudste dochter die in Zurich woont, in het Goetheanum in Dornach, bij Basel. Dornach is de locatie waar de Antroposofische Gemeenschap kennis vergaart en deelt. Deze werd gesticht door Rudolf Steiner. Onze jongste dochter was gelukkig in de Steinerschool in Gent en dit (onder andere) was de aanleiding om het gebouw te bezoeken.

Het gebouw heeft naast een prachtig theater- en concertzaal en bibliotheken een studiecentrum over alle disciplines waar Rudolf Steiner deel in had. Het impressionante gebouw werd ontworpen door Steiner zelf maar de afwerking van het tweede en huidige gebouw heeft hij niet meer mogen meemaken. Het eerste werd afgebrand door tegenstanders, een paar jaar voor Steiners dood.

Tijdens onze eerste verkenning gebruikten mijn gasten het woord “raar”. Ik zei hen dat ik vanuit mijn praktijk en als mama leerde dat alles een betekenis heeft bij de “steinertjes”. Mijn reisgezellen waren net als ik enorm geïnteresseerd in het gebouw, de kunstwerken en de holistische betekenis van zowat alles. We werden er stil van tijdens de enthousiaste rondleiding.

Mijn reisgezellen hadden alles wat er verteld werd kunnen benoemen als “quatsch”. Maar dat deden ze niet, ze luisterden, stelden vragen en nadien hadden we nog verdere gesprekken over het steineronderwijs, een  kleine zijstapje dat Steiner pas aan het einde van zijn leven maakte door de oprichting van de Waldorfschool. 

Ik vertoefde nog lang alleen in het gebouw en las het een en ander in de museumshop. De zon was plots gaan schijnen en op het imposante terras kreeg ik het idee om dit bezoek zeker aan te raden aan mijn collega. Hij moet dit zien!

En ik besefte plots, dat kan niet meer, hij overleed in juli. 

Mijn collega wou zich vanaf volgend schooljaar verdiepen in de pedagogie van de steinerscholen. Hij zou hier in Dornach graag geweest zijn, met een open geest, respectvol luisterend in stilte en elk oordeel uitstellend. Zo was hij, eerst luisteren en zich inleven en op het juiste moment een eigen gefundeerde mening geven, zonder anderen te kwetsen. En hij deed dat voor iedereen die iets te vertellen heeft. Dat is zowat iedereen, toch?  

Daaraan moest ik denken op die fantastisch mooie plek in de bergen onder de stralende zon. Ik stond op een plek vol verrassingen waar alles gebeurt om een reden en waar jaarlijks duizenden mensen samen komen om te leren van elkaar, te studeren en na te denken over kunst, architectuur, geneeskunde, landbouw, filosofie, geesteswetenschappen en ook onderwijs. Daar komen mensen die levenslang willen bijleren.  

De snelle en veranderende wereld heeft mensen nodig die oude en nieuwe paden verkennen en respectvol luisteren zonder onmiddellijk te oordelen.

En dit wordt dan mijn werkpuntje voor het volgende werkjaar.