Laat de zon in je hart

Dinsdagavond tussen 5 en 6 uur en ik zit in een ontspannend bad vol schuim en heerlijke badolie. “Dit wordt een jaarlijkse traditie”. Het is oudejaarsavond en ik luister naar de finale van de duizend klassiekers. De radio staat oorverdovend luid. Beneden wacht nog een berg werk maar dit is mijn moment. Plots veer ik recht, ik roep mijn dochter die ik hoor op de overloop. “Willy Sommers staat op nummer 4!” Een complete verrassing.

Top 5 van de 1000 klassiekers

Of ik fan ben? Ik moet hier mijn woorden terugtrekken die ik enkele jaren geleden uitsprak over het niveau van grootouderfeesten in de school en meer specifiek in die van mijn kleinkinderen. Nu las ik in de krant dat Willy Sommers aanvankelijk zelf ook niet zo een fan was van het lied.

Het grootouderfeest van de kleinkinderen eindigde twee jaar op rij met zang en dans op “Laat de zon in je hart”. Grootouders, overgrootouders en kleinkinderen zongen samen in een te kleine en veel te warme parochiezaal. De eerste keer dat ik het hoorde, ik had nog mijn professionele pet op, dacht ik “Kunnen kinderen nu echt niet meer zelf zingen? Wat is de pedagogische meerwaarde van playbacken?” Ja, ik was ontgoocheld, toen.

Die zomer was ik aan zee met de kleinkinderen en ik zag hen volop meezingen met Willy Sommers die alleen op het podium stond en een hele dijk in beweging kreeg. Respect! De kleinkinderen kenden de tekst en melodie, door de vele repetities, en ik zag hen genieten van de live-versie. Natuurlijk smolt ik weg.

Het volgende jaar eindigde het grootoudersfeest precies op dezelfde manier. Maar ik keek ernaar met een andere bril en genoot mee. Dit is een lied dat mensen samen brengt. De melodie en de tekst zijn zo eenvoudig dat iedereen kan meezingen en de meesten deden dat. Mijn kleinzoon merkte wel op dat ik wel heel enthousiast meezong en -danste. Rondom mij zag ik stralende gezichten en bewegende lijven van mensjes en mensen tussen 2,5 en 90-plus.

Dit is verbinding. En dat is wat we onszelf en anderen wensen: geluk, genieten, plezier, een goeie gezondheid of korter gezegd, de zon in het hart.

Maar hoe komen mensen er toe om massaal op dit lied te stemmen? Dit moet een bewijs van het collectief bewustzijn van Jung zijn. Kort uitgelegd: Mensen beïnvloeden elkaar niet alleen met woorden maar ook via energie, via gedachten. Als we met z’n allen, ik niet voor alle duidelijkheid, stemmen voor “Laat de zon in je hart?”, wil dit zeggen dat we allemaal aan wat zonlicht en vreugde toe zijn. We komen er eindelijk achter dat een positieve kijk op het leven, een meezinger, een enthousiaste zanger en een eenvoudige tekst ons gelukkig maakt. Het wordt tijd dat we geloven in een positieve toekomst en dat we al de spelletjes die politiekers en andere machtsdragers spelen met als inzet ons geluk, beu echt beu zijn. Ik weet het, ik geef hier een persoonlijke draai aan want woorden als “het is het politieke spel” degouteren mij. Azijnpissers, neuten en zagemannen en -vrouwen evenzeer. En de echte zon zou ik liever wat meer zien.

Hoe meer ik denk aan de inhoud van het lied, hoe meer ik de waarde ervan zie. Misschien vervangt onze nationale ploeg het “Waar is dat feestje-lied” wel door “Laat de zon in je hart”. Een antwoord in de plaats van een retorische vraag.

Intussen is het jaar weeral op gang getrokken. De grootse plannen voor het volgend jaar liggen klaar, inclusief het nieuw dieet. Ik wens jullie allen de zon in het hart, dan ziet alles er veel beter uit. En nu weten we dat heel veel mensen er zo over denken. Meer moet dat voorlopig niet zijn.

Rood staat voor gevaarlijke tandjes

Het was druk vandaag aan zee. Zowel in Nieuwpoort – Stad als -Bad kon je over de koppen lopen. Een gezellige drukte. Van de koppen had ik weinig last. Ik moest vooral oppassen om niet te struikelen over de vele leibanden van honden. Het lijkt alsof vooral mensen met een hond graag naar zee komen. Maar misschien geraak ik te veel gefocust op honden.

Of ik iets heb tegen honden? Neen! Wij hadden er toen we kinderen waren twee in huis en beleefden er heel veel plezier aan. Of die honden ons, de kinderen echt graag zagen? Eigenlijk niet. Een hond heeft maar één baas en mijn moeder had de eer. Als we te dicht bij haar kwamen toen ze haar middagdutje deed, gromden de honden.

Kleine gevaarlijke tandjes

De liefde van een mens voor honden kan ver gaan. Ik zal je eens vertellen wat ik onlangs zag aan een supermarkt.

Ik stel mij de voorgeschiedenis van de situatie die ik zag als volgt voor: Een iets wat oudere man, weduwnaar waarschijnlijk, plaatst een contactadvertentie. “Weduwnaar met hond zoekt vriendin om samen de herfst van het leven te kleuren”. Wie komt op die advertentie af? Of iemand die graag kleurt of iemand die zelf van honden houdt. En zo moet het gebeurd zijn. De man en de vrouw ontmoetten elkaar en besluiten om samen verder te knutselen. Trouwen en ringen ruilen zit er wegens de kinderen en andere legale en financiële redenen niet meer in. Maar het koppel wil iets verenigen. Daarom kiest het er voor om de honden op een zeer symbolische manier samen te brengen; twee hondenmandjes op één fiets.

En zo mocht ik de man ontmoeten voor de deur van de supermarkt, bij zijn fiets. De vrouw was er niet bij. Voor de twee kleine hondjes, waarschijnlijk die van haar, was een bakje vooraan op de fiets. Voor zijn eigen hond, hij was iets groter, was er een bak achteraan op de fiets.

De man was gepakt en gezakt met boodschappen en de drie honden die hij ook op de fiets moest krijgen. Eerst probeerde hij de twee kleine honden rustig in het bakje vooraan te plaatsen. Dit was tegen de zin van de kleine mormels. Vooreerst slaagde de man er niet in om de twee kleinsten gelijk in hun bak te houden en het ijzerwerk boven hun kopjes te sluiten. Bleef de ene zitten, sprong de andere er uit. En dan was er nog de derde die eigenlijk liever een wandeling rond de parking wou maken en de daad bij zijn gedachten voegde. Deze laatste trok de fiets van de arme man bijna omver, waardoor de twee kleine honden uit hun gezamenlijke mand sprongen. Een van de twee hing vast aan de mand en dreigde zichzelf op te hangen. De man wist niet waar eerst in te grijpen.

Ik bood mijn hulp aan maar deze was niet welkom. Niet zozeer de man wees mij af maar de kleinste honden vonden het niet tof dat ik mij moeide. Ik zag hun kleine maar redelijk gevaarlijke tandjes. De kleur van de leibanden van die beestjes liet nochtans niets vermoeden. En dit wil ik wel eens vertellen tussendoor. De kleur van de leiband van de hond, zo vertelde mij onlangs een eigenaar van een hond, heeft een betekenis. Dat vertelde zij mij pas nadat ik haar hond, met rode band, wou aaien. Een rode band betekent: “Benader de hond niet en pas op.” Dat had ik moeten doen. Ik kwam er gelukkig met de schrik van af. Van oranje, gele, blauwe en paarse leibanden blijf je ook beter weg. Groen is aaibaar. Bij een witte leiband hebben we te doen met een dove, blinde of gehandicapte hond. Maar het zou licht naïef zijn om te geloven dat deze laatsten allemaal een lief en joviaal karakter hebben.

Terug naar de supermarkt. Het was duidelijk dat de man niet de baas was van de kleine honden. Hij verloor gaandeweg ook het gezag over zijn eigen hond.

Ik vond de man dapper, respect voor zoveel liefde en geduld. En dan stond die doos met boodschappen nog niet op de fiets. Blijven staren is echt niet beleefd en mijn hulp was niet gewenst. Ik nam dus vriendelijk afscheid en fietste weg.   

“Wat doen de mensen zichzelf aan?”  Vroeg ik mij af tijdens mijn rustig fietstochtje terwijl ik de opgelopen schrik voor de kleine tandjes probeerde te verwerken.  

Misschien is de last voor de drie kleine beesten minder erg dan de schrik voor het grote beest, de eenzaamheid. We hebben allemaal onze eigen en vaak zeer gegronde redenen om het onszelf moeilijk te maken, niet?

Mijmeren in Dornach

Deze zomer was ik samen met mijn oudste dochter die in Zurich woont, in het Goetheanum in Dornach, bij Basel. Dornach is de locatie waar de Antroposofische Gemeenschap kennis vergaart en deelt. Deze werd gesticht door Rudolf Steiner. Onze jongste dochter was gelukkig in de Steinerschool in Gent en dit (onder andere) was de aanleiding om het gebouw te bezoeken.

Het gebouw heeft naast een prachtig theater- en concertzaal en bibliotheken een studiecentrum over alle disciplines waar Rudolf Steiner deel in had. Het impressionante gebouw werd ontworpen door Steiner zelf maar de afwerking van het tweede en huidige gebouw heeft hij niet meer mogen meemaken. Het eerste werd afgebrand door tegenstanders, een paar jaar voor Steiners dood.

Tijdens onze eerste verkenning gebruikten mijn gasten het woord “raar”. Ik zei hen dat ik vanuit mijn praktijk en als mama leerde dat alles een betekenis heeft bij de “steinertjes”. Mijn reisgezellen waren net als ik enorm geïnteresseerd in het gebouw, de kunstwerken en de holistische betekenis van zowat alles. We werden er stil van tijdens de enthousiaste rondleiding.

Mijn reisgezellen hadden alles wat er verteld werd kunnen benoemen als “quatsch”. Maar dat deden ze niet, ze luisterden, stelden vragen en nadien hadden we nog verdere gesprekken over het steineronderwijs, een  kleine zijstapje dat Steiner pas aan het einde van zijn leven maakte door de oprichting van de Waldorfschool. 

Ik vertoefde nog lang alleen in het gebouw en las het een en ander in de museumshop. De zon was plots gaan schijnen en op het imposante terras kreeg ik het idee om dit bezoek zeker aan te raden aan mijn collega. Hij moet dit zien!

En ik besefte plots, dat kan niet meer, hij overleed in juli. 

Mijn collega wou zich vanaf volgend schooljaar verdiepen in de pedagogie van de steinerscholen. Hij zou hier in Dornach graag geweest zijn, met een open geest, respectvol luisterend in stilte en elk oordeel uitstellend. Zo was hij, eerst luisteren en zich inleven en op het juiste moment een eigen gefundeerde mening geven, zonder anderen te kwetsen. En hij deed dat voor iedereen die iets te vertellen heeft. Dat is zowat iedereen, toch?  

Daaraan moest ik denken op die fantastisch mooie plek in de bergen onder de stralende zon. Ik stond op een plek vol verrassingen waar alles gebeurt om een reden en waar jaarlijks duizenden mensen samen komen om te leren van elkaar, te studeren en na te denken over kunst, architectuur, geneeskunde, landbouw, filosofie, geesteswetenschappen en ook onderwijs. Daar komen mensen die levenslang willen bijleren.  

De snelle en veranderende wereld heeft mensen nodig die oude en nieuwe paden verkennen en respectvol luisteren zonder onmiddellijk te oordelen.

En dit wordt dan mijn werkpuntje voor het volgende werkjaar.