Woensdag ben ik niet thuis!

Kennissen, buren, familie en oude vrienden vinden elkaar onder de kerktoren, tussen de kramen. Ze vertellen over lief maar vooral over leed. In de kerk branden kaarsen, een teken van hoop. Marktdag is de remedie tegen eenzaamheid. Mensen komen buiten, ontmoeten elkaar, de groenten en de vis zijn vers.
Genoeg gepraat, de keel staat droog. Café’s puilen uit van het volk. De klagers vinden hun vrienden en lachsalvo’s klinken alom. Geladen met nieuws, echt en fake keert ieder naar huis, net voor de noen. Ze kunnen er weer een week tegen, thuis. Aftellend naar volgende woensdag.

Flash fiction

Ik kreeg een mail, een uitnodiging om deel te nemen aan “The European Flash Fiction Contest”. Een wedstrijd met deelnemers uit heel Europa om in je eigen taal een tekst neer te schrijven van 100 woorden. Het onderwerp is (not) at home.
“Join us and let’s continue writing and dreaming Europe seriously! ” Een uitnodiging waar ik geen neen tegen zeg.

Kijk dit is een ideale bezigheid voor een luie zaterdag. Het voelt als een kast uitkuisen, heel veel weggooien en er nadien een gevoel van mentale ruimte zomaar gratis bij te krijgen. Mijn paaskuis stel ik nog even uit, aan woorden schrappen ben ik alvast begonnen. Hieronder het resultaat van een paar uurtjes schrapwerk. Twee teksten van exact 100 woorden.

Niet thuis wegens slaapgebrek

Eventjes over zijn kin wrijven, de totale overgave…

Hij doolde de hele nacht. Vermoeid zocht hij een slaapplek. Gedesoriënteerd  slenterde hij rond, te moe om te slapen. Ik wreef over zijn kin, hij gaf zich over. Een doos werd zijn bedje in het tuinhuis. Ik liet hem alleen vertrekken naar dromenland. 

Als het vermoeidheidsbeest opduikt, laat ik de wereld draaien. Dan neem ik het voorrecht om niet-thuis te zijn. Troostende woorden of gezelschap helpen niet. Dat weten mijn vrienden. Het beest weet dat niet. Hij komt altijd ongelegen en te vaak.

Tijd nemen om afwezig te zijn, creëert een band tussen mij en mijn poes. Wij verstaan elkaar!

Patients united


Ik gleed in de afgrond van de slaap maar dat liet de test niet toe.

In een prikcentrum, alleen en ver van huis, vond ik girlpower en steun.  Mijn bloed werd afgekolfd en mijn bloedsuikerspiegel onverbiddelijk verlaagd. Ik gleed in de afgrond van de slaap en dat liet de test niet toe. Mijn ogen sloten zich tegen mijn wil.  Drie vrouwelijke patiëntes riepen, schudden aan mijn arm, fungeerden als engelbewaarders om mij bij hen te houden.

Twee uren hielden zij mij  aan de  praat. We roddelden, lachten, klaagden en prezen. Door hen bleef ik vechten.

“Tot ziens” bij het afscheid klonk alsof we elkaar jaren kenden. Patients united, vriendinnen voor even geven elkaar een thuis.   





Duitsland capituleert

In het Ludwigmuseum in Keulen geef ik mijn tas verplicht af aan de balie. We genieten in dit walhalla en verdwalen traag en sereen in de prachtige werken van Richter. Excellentie vier je alleen in stilte. Ik vind mijn vriendin niet meer. Mijn maag knort en mijn GSM zit in een kluis. Vriendin heeft ons kluisnummer.
De plichtsbewuste vestiairedame zegt “geen kluisnummer, geen handtas”. Ik smeek in het Engels en het Duits. Zij negeert mij. Ik eis, pers een traan en speel een hysterisch wijf. Niets helpt. Een internationaal gezelschap vrouwen bedingt dat ik mag bellen. Duitsland capituleert.