Het rendier


Er ontbrak nog één cadeautje onder de kerstboom, dat van onze jongste kleinzoon. Hij is er intussen 5. Ik had echt geen idee wat hem blij kon maken en dus ik vroeg het hem op de man af.

‘Een rendier.’ ‘Zoals de kerstman? ‘ ‘Ja!’

Ik dacht dat het een grap was maar zijn broer fluisterde onmiddellijk in mijn oor dat je dat kunt kopen in de Fun. Ik vond er één. Op mijn weg naar de kassa sprak ik drie winkelgasten aan om te weten of dit nu wel een rendier was. ‘Absoluut’. ‘Niet twijfelen’.

Op kerstavond ging het pakje van amper 9 euro open. De vreugde kon niet op. ‘Dit wordt mijn lievelingsknuffel’. We horen hem de hele avond niet meer. Het rendier gaat mee naar bed, veel te laat maar rendieren zijn gehard in het leven door ergere dingen dan slaapgebrek.

Op kerstdag zijn ze zijn weer veel te vroeg wakker. We kijken samen naar een BBC natuurdocumentaire over rendieren terwijl de mama en papa wat slaap inhalen. Mijn voorzienigheid als oma en schooljuffrouw zorgde ervoor dat we met z’n drieën, de twee broers en ik een waardevol maar heel gezellig pedagogisch momentje meemaken. We krijgen een dipje wanneer we horen dat wolven en lynxen  jaarlijks, in Fins Lapland alleen, 20 000 rendieren opeten. Terloops zegt onze jongste dat hij later naar Lapland wil gaan en dat ik mee mag. Ik voel mij vereerd.

Ze vertellen aan ontbijttafel bij het heerlijk Italiaans kerstgebak, dat achteraf een dessert bleek te zijn, verder over het leven van rendieren. Mijn zoon twijfelt of zijn zoons rendier geen eland is maar dat is een zinloos detail. Onze kleinzoon reist constant naar een fantasiewereld met kerstmannen, heel veel rendieren en een invoerverbod voor wolven en lynxen.

We halen het fotoalbum van onze reis naar Lapland boven en raden onze zoon en schoondochter aan om toch eens op reis te gaan naar het Hoge Noorden. Als ze bijna enthousiast zijn vraag ik ook aan de kleinkinderen of ze daar graag naartoe zouden gaan. ‘Is het daar koud?’ ‘Is dat ver?’’Is het daar donker?’

Drie keer “ja” als antwoord zorgt ervoor dat de jongste zijn neusje optrekt en resoluut van neen schudt.

En dat gebaar doet mij beseffen dat als een kind een rendier vraagt, het enkel over een rendier gaat en niet over een dure reis naar Lapland.

Hij geniet van zijn knuffel, maakt plannen om een legostal te bouwen en houdt het dier de hele namiddag in zijn hand. Intussen zit hij in gedachten bij de rendieren, de kerstman, de sneeuw en is hij fysiek heel dicht bij huis waar hij het liefst is en blijft.

Deze morgen kreeg ik telefoon. Het rendier is een eland, zo staat het op de website van de FUN. Maar zelfs dat doet er niet toe. Hij is blij met zijn lievelingsknuffel.

Ik wens jullie een zalige kersttijd met cadeautjes en gebaren die er echt toe doen!

Koud koud koud Fins Lapland 2012

Geen knuffels meer voor “de mannen”


Zot van het boekje, minder gek op knuffels 

De kleinkinderen zijn op weekend, het is avond. We beginnen aan ons leesmoment met drie op bed, één links van mij, één rechts van mij. De kussens rechtop als ruggensteun. Ze kiezen een Afrikaans prentenboekje uit de boekenkast “Gee my ’n drukkie!”. We wroeten er ons samen door. Het lukt als we ook de prenten ‘lezen’ om de betekenis van de woorden te vinden en we zoeken gelijkenissen met onze taal. Zo kunnen we samen die beschrijvende Afrikaanse woorden verstaan. Elvis die krimpvarkie se grootste begeerte is om in iemand se arm toegevou te word. Elvis is so prikkelrig soos ’n kaktus en so stekelig soos ’n skropborsel. Elvis soek na ’n drukkie. Kalvin Krokodil, gans te lelik, wat almar vir ’n soentjievra …  Op het einde van het boek komt alles goed, zoals dat meestal in boekjes gebeurt. Kalvin raap Elvis op in sy arms en gee hom die grootste drukkie ooit! Elvis gee ’n yslike vet soen. 

Een verrassend gesprek de volgende morgen 

De volgende morgen frissen we bij het ontbijt onze nieuwe woordenschat op. Hilariteit alom want we kennen nog baie veel woorden. Het verhaal gaat zijn weg in de gesprekken tussen mijn twee logeetjes. Even later komen ze samen mijn werkplek binnen en vertellen dat ze echt niet graag zoentjes krijgen van iedereen. Daarom gaan ze ook niet graag op bezoek bij … en … Jammer want die mensen menen het juist zo goed met hen. “En op school zijn er meisjes die ons elke morgen een zoen komen geven.” Ze rillen als ze het vertellen. We brainstormen samen over hoe we elkaar wel kunnen begroeten en zoeken meteen als grap enkele opschriftenvoor een T-shirt die de klassieke ‘free hugs’ kan vervangen. Door iedereen te laten betalen voor zoentjes kunnen ze knuffelend rijk worden. Gelukkig zijn ze niet zo kapitalistisch. 

Uiteindelijk beslissen ze om vanaf nu enkel high fives te geven, ingeleid door de stoere woorden: “Wij doen niet meer mee aan knuffels.”

Benieuwd hoe lang ze dat vol houden. Hun papa hield al heel vroeg terug van knuffels. Alles heeft een tijd.