Die laatstejaarsreis

De laatstejaarsreis tijdens de paasvakantie

Aan een tafeltje op de Piazza Pitti in Firenze, zaten ze gezellig te keuvelen over hun toekomstplannen, vier jongens. Op de tafel staan vier lege potjes van gelati en een grote lege fles acqua. Wij willen dit toffe gesprek niet onderbreken door te verraden dat wij Vlamingen zijn. Zij hebben ons door en  komen vriendelijk een goeiedag zeggen. ‘Op laatstejaarsreis?’ ‘Wat bezochten jullie al?’

In hun verhaal horen we de vreugde van het afstuderen in het secundair onderwijs en de roep naar meer eigen interesses in hun studies. We merken  ook de heimwee naar de veiligheid die hun ‘groepje’ hen gaf. Een gevoel dat ik ook mocht ervaren, eenenveertig jaar geleden in de paasvakantie tijdens onze Italiëreis. Alsof het gisteren was.

‘Toffe jongens’ zei mijn vriendin. ‘Plichtsbewuste, brave jongens!’, dacht ik.  

De laatstejaarsreis

Zouden ze nu nog op die kunstwerken mogen kruipen om een foto te maken? Ik vrees het.

Voor mij (en onze kinderen) was  onze laatstejaarsreis iets fantastisch. Het was de eerste keer dat ik mocht vliegen. Wij bezochten Sicilië.
Onze zelfgemaakte reisgids uit 1978 ging mee naar Sicilïe, toen we het eiland een paar jaar gelden nog eens bezochten. Sicilië is de bakermat van Europa, een smeltkroes van culturen. Dat weet ik nog want wij maakten onze reisgids zelf en het was onze examenstof voor het vak esthetica.  De reisgids van de oudste kinderen gaat nog mee, telkens we een door hen bezochte stad bezoeken in ons favoriete land Italië.

De laatstejaarsreis, daar zagen wij jaren op voorhand naar uit. Dat was ook nodig. Naast het voorbereidingswerk voor de gidsbeurten die we zelf moesten doen,  organiseerden wij verschillende activiteiten om die reis te betalen. We maakten reclameboekjes bij een  filmvoorstelling, organiseerden een “kleinkunstavond” en  een fuif. Omdat we nog niet toekwamen, hebben we ook een paar weekends auto’s gewassen.

Wie gaat dat betalen? Wie heeft zoveel geld?

In de manier waarop die laatstejaarsreis betaald wordt, is er een groot verschil tussen scholen. Soms krijgen de ouders gewoon de rekening. Dit heeft tot gevolg, zo mochten we thuis ook ervaren, dat niet iedereen mee gaat omdat sommige ouders dit budget niet kunnen ophoesten.

Onze jongste dochter had het grote geluk in een school te zitten waar heel sterk gelet wordt op democratische prijzen en waar iedereen de kans krijgt om mee te gaan, net als bij ons. De leerlingen koken soep om te verkopen, poetsen zelf klassen, geven  een groot optreden met eigen gezang en dans. Ouders werken samen om de genodigden te voorzien van een heerlijke maaltijd .

Anna, onze jongste, wou vrijwilligerswerk doen in het buitenland als basis voor haar eindwerk. Toen ze haar project en haar doelstellingen voorstelde, vroeg de directeur wie haar reis zou betalen. Wat één leerling kiest als eindwerk moet iedereen kunnen kiezen zonder financiële beperkingen. Ze heeft gepoetst, opgediend op feesten en in cafés en nam thuis de poetsbeurten van de poetsvrouw over. Ze heeft met plezier zelf haar reis betaald. 

Jong geleerd, is oud gedaan

Een zelfde verhaal horen we in een zesde leerjaar van een basisschool. De leerlingen willen een pretpark bezoeken maar de maximumfactuur is overschreden. De klas maakt er een tof project van. Leerlingen mailen, onderhandelen en verzamelen prijzen. Gaan  op zoek naar het goedkoopste vervoermiddel en brainstormen over acties om het geld zelf in te zamelen. Het resultaat is een uitstap waar iedereen kan aan deelnemen. De weg naar het pretpark is zoveel rijker dan een busrit. Ze leren een budget beheren, prijzen kennen, zich inzetten voor een doel,  voor elkaar opkomen,  samen werken. De leerlingen vertellen fier tijdens het leerlingengesprek  dat zij daar zelf voor spaarden en de maximumfactuur niet overschreden. 

Nieuwe eindtermen secundair onderwijs

In de nieuwe eindtermen van de eerste graad secundair onderwijs staat dat leerlingen op school financiële en economische competenties moeten leren. Wij mochten deze competentie lang geleden al leren op school.

Eindtermen financiële en economische competenties secundair onderwijs
De hele groep in 1978

 

SISU in het Fins onderwijssysteem

Mijn fantastische avondliteratuur houdt mij uit mijn slaap. Niet omdat het boek spannend is. Het leest vlot en roept voor mij leuke herinneringen op aan Finland. En het brengt mij terug brengt naar de essentie van het leven. En dat geeft moed.  “Leef met moed, kracht en vastberadenheid, de Finse manier voor een gelukkig en gezond leven.” Geschreven door Katja Pantzar, een Canadese met Finse roots, die emigreerde naar Finland.

Ik mocht het onderwijs in Finland, regelmatig de nummer één van de wereld voor wiskunde en wetenschappen en zeker wat betreft ‘gelukkig-zijn’ bezoeken in 2013. Een reden om mijn verslag van toen nog eens boven te halen.  

En wat viel mij op? In mijn verslag schreef ik over zes opvallende kenmerken die horen bij Finland: structurele eenvoud, flexibiliteit, een groot verantwoordelijkheidsgevoel, veel respect voor zichzelf en elkaar. En natuurlijk SISU!

Het onderwijssysteem is structureel eenvoudig

Misschien viel mij dit toen vooral op omdat ik in een zeer ingewikkeld land leef waar een probleem vaak opgelost wordt met een oplossing die het geheel net iets moeilijker maakt. Wij, Belgen en Vlamingen maken de dingen graag ingewikkeld. Niet in Finland.

Alle scholen zijn verbonden aan de gemeente (community) die fungeert als schoolbestuur. Er zijn geen onderwijsnetten. Er zijn ook veel minder ondersteuningsnetwerken. Mensen helpen elkaar. De invloed van de kerk is groot, iedereen krijgt godsdienstlessen en mensen van de kerk ondersteunen mede-ouders bij oudercontacten. Dezelfde universiteit die zorgt voor de opleiding van de leerkrachten, ondersteunt de nascholing van de leerkrachten en zorgt voor de verdere professionalisering. Er zijn geen bijkomende nascholingsorganisaties waar leerkrachten op intekenen en er is geen pedagogische begeleiding.

Finnen staan niet te springen om te veranderen om te veranderen. Als er wijzigingen gebeuren in methodieken, zijn die gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek uitgaande van de universiteiten en vertaald door de overheid aan de scholen. Als iets niet werkt, voeren ze het af. Planningsdocumenten zijn zeer miniem, de verwachtingen van de overheid zijn beknopt uitgeschreven, info voor de ouders en informatie over de vorderingen van de leerlingen zijn door alle betrokken partijen online te consulteren.   

Flexibiliteit

Finnen zijn in zeker mate honkvast maar ook flexibel. Dit uit zich onder andere in de organisatie van de klassen en de schooluren. In één school waren klassen voor kinderen en jongeren in het brede gamma van noden, gaande van geen over lichte tot zware noden. Time-outprojecten voor jongeren die de school even niet aankunnen, gaan binnen de schoolmuren door. Er is schoolinterne opvang voor kinderen met sociaal-emotionele problemen en er zijn klassen waar gedurende een aantal lestijden per week aan remedial teaching gedaan wordt. Alle leren en ondersteunende zorg gebeurt in de school. Na schooltijd krijgen de leerlingen geen ondersteuning van logo of een revalidatiecentra om de eindtermen te bereiken. Er is geen CLB maar er zijn wel psychologen, sociale werkers, specialisten, dokters en verpleegsters verbonden aan een scholengroep. Doordat de meeste leerlingen met de fiets of te voet naar de school komen, liggen de schooluren voor leerlingen verschillend. Kinderen die extra – uitleg nodig hebben, komen ’s morgens iets vroeger. Wie een extra taak wil afwerken, kan iets langer blijven.

Een groot verantwoordelijkheidsgevoel

In Finland is er geen onderwijsinspectie. Misschien komt dit wel door het hoge verantwoordelijkheidsgevoel van de scholen zelf. Directeurs zeggen alle vertrouwen te hebben in leerkrachten en de gemeente controleert de financiën. Voor het overige ondersteunen leerkrachten elkaar of gaan ze op nascholing.

Een groot respect voor kinderen en mensen

Dit respect uit zich in de verschillende initiatieven die structureel ingebouwd zijn. Uit de vele gesprekken blijkt dat de leerkrachten met heel veel zorgzaamheid en respect spreken over  kinderen en dat ze heel goed beseffen dat zij op die manier werken aan de toekomst van de leerlingen en van iedere burger. De toekomst van het land.

Finse scholen zijn zeer selectief in hun leerkrachten. Slechts 1 op 10 die het beroep van leerkracht ambieert, krijgt uiteindelijk een leraarsdiploma. Maar eens ze zo ver zijn, draagt de school zorg voor hen. In de leraarskamer klinkt klassieke muziek, er staan massagezetels, supporters van skiwedstrijden hebben de kans om de wedstrijd op tv te volgen in de pauzes.   

Scholen geven en vragen verantwoordelijkheid van de ouders en van de leerlingen zelf om hen op te leiden tot verantwoorde burgers.

In Finland weerspiegelt een school nog steeds de maatschappij doordat alle leerlingen tot 16 jaar, ook die met speciale noden, samen school lopen. Ze zitten niet altijd in dezelfde klas maar ze eten in dezelfde refter, spelen op een gemeenschappelijk schoolplein, houden samen schoolfeest en gaan elke morgen door dezelfde deur naar binnen.

Gezondheid

Op de scholen is veel aandacht voor gezondheid. Iedereen krijgt een eenvoudig maar gezond middagmaal. Alle leerlingen spelen buiten, enkel bij min 30 graden spelen de leerlingen beperkt buiten in de grote domeinen rondom de school. Leerlingen komen, ook door de sneeuw te voet of met de fiets naar de school.

Een bevallingsverlof kan tot 3 jaar duren en de meeste vooral vrouwelijke leerkrachten maken gebruik van die maatregel. Sommigen profiteren van die periode om nog een bijkomende studie aan te vatten.

De leerlingen blijven niet langer op school dan nodig. In het lager onderwijs is dat 19 uren waarvan ze 45 minuten les krijgen en 15 minuten ontspanning na elke les.

De kleuterschool begint op 6 jaar, het lager onderwijs in het jaar dat ze 7 worden. Mede door die late start in het lager onderwijs is het aantal zittenblijvers laag. In de voorschoolse opvang krijgen de kleuters heel veel verantwoordelijkheid en zorg voor het welzijn en de gezondheid.

SISU

 SISU, het Finse woord voor volharding op langere termijn, wordt bewust nagestreefd. Enerzijds dragen de Finnen zorg voor mensen, anderzijds leren ze wat verantwoordelijkheid is, zowel maatschappelijk als voor hun eigen leven. Dat het onderwijs in Finland internationaal zo goed scoort, is een gunstig neveneffect van de Finse manier van ZIJN.

Deze tekst vond ik in die periode in het schriftje van een wijze leerkracht. Ze kreeg het van haar dochter die studeerde in Finland.

To a man who knows nothing,mountains are mountains,waters are waters,trees are trees

But when he has studied and begins to understand more,mountains are no longer mountains,waters are no longer waters,trees are no longer trees

But when he has throughly understood,mountains are again mountains,waters are waters, trees are trees

Aanrader!
SISU
Finland 2003

En toen vloog de deur open, de inspecteur was daar …

Ik herinner mij als gisteren mijn eerste bezoek van een inspecteur. Het was mijn eerste jaar en in het zesde leerjaar. De les: ‘Het soortelijk gewicht”. Ik was al zenuwachtig voor de les op zich. Dit is de moeilijkste wiskundeles van de lagere school. Een toepassing op wat leerlingen leren gedurende de volledige lagere school, de integratie van volume en gewicht. Een les die automatisch leidt tot veel vraagstukken waarbij de wiskundige kennis en de probleemoplossende vaardigheden serieus op de proef gesteld worden, van leerkrachten en leerlingen.

Vorige week was ik in een klas en de leraar koos deze les om bezoek te krijgen van de inspectie, van mij dus. Wat een verschil bij vroeger. Bij mij stak de inspecteur met in zijn kielzog mijn directrice de deur open en daar waren ze. Ik stond vooraan met een weegschaal, liters, water, kiezelstenen, zand, rijst, maïs. Grondstoffen die moesten gewogen en gemeten worden. Nu weten scholen weken op voorhand voor welke les de inspectie zal komen kijken.

Chapeau voor de leraar die deze les vrijwillig koos. Hij had wel veel meer ervaring dan ik toen, hij was een prille zestiger, ik toen een naïeve twintiger.

Ik herinner mij hoe ik beefde nadat de deur terug dicht sloeg. Zo was dat in mijn herinnering. Alle wegen, meten en experimenteren trok ik naar mij toe en ik probeerde toch vol enthousiasme de leerlingen te betrekken bij de les. Het lukte niet zo goed. Dat ik een ladder in mijn kous had en dat de directrice, de ros, de inspecteur daar op wees, deed geen goed aan mijn zelfvertrouwen.

Ik herinner mij de inspecteur als een arrogant iemand. Toen hij vroeg of hij een paar voorbereidingen mocht zien, haalde ik mijn twee dikke mappen boven. Hij schoof ze mij onmiddellijk terug en herhaalde streng ‘Een paar!”. Ik was van mijn melk.

Het verslag viel al bij al mee maar slechter dan een goed verslag zijn de gevoelens die je er aan overhoudt.

In mijn herinnering was de man zeker twee meter groot. Toen ik bijna 25 jaar geleden bij de onderwijsinspectie kwam werken, zag ik zijn naam op de lijst zag staan. Ik vond hem niet, hij werd mij aangewezen. Ik had hem nooit zelf gevonden. Hij leek toen wel op een mens en was amper 1 meter 60 groot. Soms maken we mensen te groot en veel te belangrijk in onze herinnering.  

Na het handtekenen van het verslag kwam ik terug in de klas. De leerlingen verontschuldigden zich. “Juffrouw, we hadden liever veel meer antwoorden kunnen geven op jouw vragen, maar jij was zo nerveus en wij durfden geen fouten maken. Misschien kreeg jij dan een slecht verslag.” Mijn leerlingen hadden duidelijk met mij te doen.

En dit hoorde ik vorige week ook. Een leerkracht van het zesde vertelde dat hij wil dat de leerlingen zo veel als mogelijk antwoordden in het Frans in “een normale les”. Nu de inspecteur er was, durfden zij dat niet en daarom antwoordden ze in het Nederlands. Ze hadden zich ook verontschuldigd na het inspectiebezoek.

Leerlingen zijn zo lief voor hun leerkrachten. Tijdens een gesprek met leerlingen zei een pientere jongen uit het vijfde leerjaar over zijn leerkrachten. “Mevrouw, je moet dat begrijpen, ze zijn allebei nog maar 23 jaar.” Ik weet nog niet wat ik moest begrijpen maar kreeg op slag veel begrip.

Voor mijn leerlingen van toen die nu ook al bijna 50 ers zijn en die een verwarrende eerste uitleg kregen over het soortelijk gewicht, kan ik alleen hopen dat ze het begrijpen, ik was pas 20 jaar.

Mijn eerste inspectiebezoek

Move tegen pesten

Move tegen pesten!

Het welbevinden van leerlingen werkt aanstekelijk

Voor velen, ook voor kinderen is de school een vorm van noodzakelijk kwaad. Je moet er door en liefst op een zo kort mogelijke tijd. Eerlijk, ik heb dat zelf nog tegen de kinderen gezegd op het moment dat er geklaagd werd en ik hen niet kon motiveren om met volle goesting naar de school te gaan. “Dan ga je maar omdat je moet!”

Maar het kan ook anders. In de nieuwe manier van doorlichten hebben wij, de onderwijsinspectie, een gesprek met de leerlingen. Het draait toch om hen, niet? Meestal ervaren wij heel veel openheid, eerlijkheid en spontaneïteit van leerlingen en hebben we boeiende gesprekken. De ervaring leert ons dat kinderogen vaak de spiegels van de school zijn.

En, kom je graag naar school? 

De gesprekken met de leerlingen stimuleren ons tot nadenken. Als we peilen naar het welbevinden van leerlingen, onder andere via de vraag of ze graag naar school komen en waarom, krijgen we als antwoord dat het voor de vrienden is, omdat er sportvelden zijn, er muziek op de speelplaats is op vrijdag, ze leuk mogen spelen op school, omdat er een grasveld is … Soms vertellen ze over de toffe juf of meester of de leuke uitstappen. Als leerlingen inspraak hebben over het leven en leren op school, ervaren we een grote fierheid en betrokkenheid voor de school en de medeleerlingen.

Via actief leren naar een hoger welbevinden  

Wat wij minder horen van leerlingen is dat ze graag naar de school komen omdat er zoveel te leren valt. Raar, daarvoor gaan we toch naar school?

Maar die maandagmorgen horen we en het klonk gemeend, dat de leerlingen heel graag naar school komen omdat er zoveel te leren valt. De leerlingen raken niet uitverteld over de vele initiatieven die leerkrachten nemen om hen in hun kracht te zetten en hen meer verantwoordelijkheid te geven in hun leerproces. Ze doen zo graag wiskunde, zeggen ze en iedereen in de klas doet dat graag. “Echt waar, mevrouw!”

Wij blijven positief en kritisch maar aan zoveel spontaan enthousiasme kunnen we niet voorbij. Het schoolteam was zich ernstig gaan bezinnen over klasmanagement en meer inhoudelijke en realistische verrijking van wiskunde. De leerlingen krijgen nu volop kansen tot experimenteren, exploreren en altijd is er een ‘lopend’ probleem dat ze niet onmiddellijk moeten oplossen maar waar ze in onderling overleg tot een oplossing kunnen komen. Ze mogen hun eigen kamer inrichten met een beperkt budget of de berekening maken voor een zwemvijver op school. Als volleerde binnenhuis- of tuinarchitecten gaan ze aan de slag om zo de geleerde wiskundige formules toe te passen. Elkaar helpen mag, moet zelfs. 

“Wiskunde is nu veel gemakkelijker” zegt Eva, “we staan er niet meer alleen voor en als we er niet uit geraken, kunnen we altijd bij de leerkracht terecht.” In de oefenfase mogen ze spiekbriefjes gebruiken en in het begin van de les schrijven ze het doel van de les op bord, om dat op het einde van de les te evalueren. 

Bij de rondgang in de schooltuin tonen ze ons het fit-o-parcours, het bosje en de tuin, hun speelterreinen om te experimenteren in en met de natuur. “Het is hier zo boeiend,” zegt Thomas en wij geloven hem. 

Tijdens het gesprek met leerlingen horen we kritische, gelukkige leerlingen die het elke dag gezond druk hebben op school met experimenteren, overleggen, in groep te werken, uitdagingen aangaan, kortom heel veel te leren en te ontdekken.

Is het niet zalig dat het welbevinden van leerlingen stijgt juist omdat het boeiend is op school? Dat er weinig pestproblemen zijn omdat leerlingen verplicht worden om elkaar te helpen, samen te werken. En omdat ze niet alleen verantwoordelijk zijn voor hun eigen resultaten maar ook delen in succeservaringen van hun klasgenoten? Is het niet fantastisch dat leerlingen zeggen dat wiskunde leuk en gemakkelijk is omdat er zoveel samenwerking is tussen leerkrachten en leerlingen en tussen leerlingen onderling om tot bredere inzichten te komen?

Het is een win-winsituatie als leerlingen met een andere thuistaal de kans krijgen om veel met elkaar te overleggen en zo hun taalvaardigheids- en communicatie skills te verhogen.

Uiteindelijk worden kinderen gelukkig van succeservaringen die ze opdoen binnen hun leerproces. Voor ons is dit een aha-erlebnis. De neveneffecten van boeiend onderwijs zijn legio. Niet het streven naar welbevinden op zich is het doel. Het doel is goed en boeiend onderwijs aanbieden en leerlingen uitdagen om samen te werken en hen op die manier meer welbevinden geven.

Misschien is uitdagend onderwijs geven en leerlingen verplichten om samen te werken wel de beste move tegen pesten.

Meesterschap in onderwijs

Meesterschap

Nooit gedacht dat ik de directrice van de school waar ik mijn eerste interim deed en waarvoor ik later nog enkele jaren zou werken, zou bedanken in een column. Ze was streng voor mij, beginnende leerkracht. Ik startte in het eerste leerjaar in september. Het leerjaar waar ik het meeste schrik voor had omdat we zo veel geleerd hadden over de belangrijkheid van de lees-, reken- en schrijfvoorwaarden in de lerarenopleiding. Ik dacht dat ik al veel wist maar kreeg daar niet de bevestiging van, integendeel. Ze maande de leerlingen aan om recht te zitten en de juiste schrijfhouding aan te nemen. Ze observeerde de lessen, dacht mee en zei vooral wat beter en anders kon. Ze eiste een overzichtelijk bordschema in kleur met een perfect bordschrift en controleerde de klaswanden. Ze wou dat de letterdoos klaar stond voor elke les zodat leerlingen niet verward raakten in de vele letters die ze nog niet kenden. Ze wou dat kinderen de tekst volgden met de vinger om zeker te zijn dat ze de tekst niet van buiten gingen papegaaien. Kortom, ze wou dat ik kinderen ondersteunde in hun aanvankelijk leerproces en hen daartoe de nodige structuur bood. Ze legde onmiddellijk de plooi voor een stiel die ik graag gedaan heb en waarin ik mij jaren later in specialiseerde: de overgang van de kleuterklas naar het eerste leerjaar.

Lesgeven vraagt meesterschap

Leerling

“Lesgeven in de eerste graad is een stiel”, zeg ik tegen leerkrachten van de eerste graad. Bij eentje staat het schreien nader dan het lachen, de andere lijkt meer bereid om mee te gaan in onze vaststellingen. “Het is een meesterschap dat je gaandeweg moet leren, met vallen en opstaan”. Mijn collega is net als ik een ervaringsdeskundige in de eerste graad. We troosten hen door te zeggen dat wij ook op de vingers getikt werden, wij ook moesten bijleren, ook bleven proberen om uiteindelijk tot resultaat te komen. De jonge leerkrachten lachen even. We reflecteren verder over hoe zij de hiaten in de didactische aanpak kunnen bijsturen en hoe zij leerlingen verder kunnen ondersteunen om tot betere resultaten te komen. Het eerste leerjaar is cruciaal in de onderwijscarrière. Het is dat ene moment waarop ze schoolrijp of bijna-schoolrijp zijn, het ideale moment om te leren lezen, rekenen en schrijven. En dat moment is kostbaar want het komt nooit meer terug.

Het proces van schoolrijpheid

Intentioneel leren vraagt inspanningen van de lerende maar ook van de leerkracht. Hij of zij moet de leerinhouden op een overzichtelijke en logische manier aanbrengen, oefenen, een stapje terugzetten, weer een stapje verder gaan, het eens op een andere manier proberen … Voor sommige kinderen lijkt lezen een natuurlijk proces. Ze lezen woorden globaal, uit herkenning maar beschikken ze over alle deelvaardigheden om tot lezen te komen? Slagen ze er visueel en auditief ook in om andere woorden te analyseren en te synthetiseren? Kinderen verdienen dat dit proces systematisch gebeurt met respect voor hun gevoelige leeftijd want niet alle kinderen zijn voldoende schoolrijp in het jaar dat ze zes jaar worden. Sommigen zijn pas enkele maanden later klaar en het schooljaar loopt verder. En er is zoveel dat we moeten ondersteunen tijdens die cruciale maanden: de lees-, reken- en schrijfvaardigheden, het metacognitief bewustzijn, de zelfsturing, de concentratie, uit de egocentriciteit stappen … Sommige kinderen zijn qua mentaliteit en rijpheid nog kleuters in het eerste leerjaar en dit vraagt een specifieke aanpak.

Leren lesgeven in het eerste leerjaar

Op een onderwijsconferentie in Londen hoorde ik dat Schotse studenten van de lerarenopleiding voor het secundair onderwijs stage moesten lopen in het eerste leerjaar omdat ze daar duidelijk konden zien hoe ze het proces van intentioneel leren kunnen ondersteunen. De verschillende fasen van leren zijn duidelijk en je leert er een klas managen. Terwijl het ene kind in het eerste leerjaar erin slaagt om zijn potlood te vinden, heeft de andere een volledig blad oefeningen gemaakt. Terwijl je aan de hele groep een boodschap geeft, moet je aan Lieveke diezelfde boodschap nog eens herhalen want een boodschap voor de volle klas interpreteert zij niet als een persoonlijke boodschap.

Iedereen leraar?

Ik krijg eind september een paniekerige telefoon van de andere kant van het land. Of ik tijd heb om in het weekend langs te komen.  Onze kleinzoon heeft moeilijkheden met lezen en de juf vraagt aan de ouders om te oefenen.

We zoeken een rustig plekje. Papa en mama kijken over de schouders mee, oma noteert elke stap die ik zet want zij vangt hem vaak op na vier uur en ze wil weten hoe ze hem kan helpen. We oefenen de letters. Ze zijn gekend. Visuele discriminatie is geen probleem. Auditieve analyse en synthese lukt moeilijker bij deze jongen die geboren werd eind november. We maken er een spelletje van en oefenen. Dikke duimen verhogen zijn competentiegevoel en hij begrijpt de systematiek van het analyseren van woorden in letters en hoe hij de synthese van letters tot een nieuw woord kan maken. Vooral zijn zelfvertrouwen is gegroeid.  Onze leerling mag buiten skeeleren en ik leg nog even uit aan mijn schoondochter en zoon en aan oma hoe ze hem in de toekomst kunnen helpen. De volgende dag krijg ik telefoon. Het lukt al beter. Hoe ik dat kan? Omdat het mijn stiel is, was.

Te hoge verwachtingen voor ouders

Soms verwachten scholen dat ouders kinderen kunnen ondersteunen in hun leerproces. Enkel ouders die de stielkennis hebben, kunnen kinderen helpen in dat aanvankelijk leerproces. Dit leren moet op school gebeuren, bij de vakmensen. Jammer toch dat leerkrachten zich niet altijd bewust zijn van hun vakmanschap en zich te weinig bewust zijn hoe uniek en waardevol dat is. Meesterschap moet je oefenen en koesteren.

Over de zon, vuile vensters en Elisabeth Bennet

Mijn week staat volledig in het teken van groei, bloei en vooruitgang. De zon die eindelijk kwam priemen na weken mistig en donker weer, is een heerlijk supplementje. Ze doet haar uiterste best. Het hele huis baadt in het licht. Ik las deze middag een artikel in de zonovergoten veranda en heb nu het geluk in de zon aan deze tekst te mogen schrijven. Dat maakt mij gelukkig. Alleen… ik mag niet rondom mij kijken. Pasen is nog een eind weg, de vasten is nog niet begonnen, en de paaskuis dringt zich al op. Ik hou mijn ogen op mijn scherm en mijn gedachten bij de zon. Even niet aan mijn vensters denken.

Morgen geef ik voor mijn collega’s een korte uiteenzetting over een positief en uitdagend onderwerp: The growth mindset. Een growth mindset is gericht op positieve ontwikkelingen, op succeservaringen, op geloof dat het goed komt, op groei, op vooruitgang, op moed, zorgt dat je niet opgeeft, dat je doorzet ondanks tegenslagen. Kortom een growth mindset is een positieve en hoopvolle benadering van de realiteit. Bij een fixed mindset (het tegenovergestelde) staat de intelligentie, de talenten, het kunnen vast, aanvaarden we wat is, sakkeren we nog een beetje maar doen er uiteindelijk weinig aan. En welke mindset je ook kiest, het vertrekt in je hoofd.

Voor mij is een growth mindset de meest logische manier van zijn. Moet het nu wel lukken, dat de twee maatschappelijke domeinen waar ik het meest contact mee heb, juist NIET uitblinken in een growth mindset. Die twee domeinen zijn het onderwijs, waar ik al 38 jaar in werk en de geneeskunde waar ik, dik tegen mijn zin, al regelmatig mee te maken had.

Alles begint natuurlijk met het idee dat er altijd een oplossing is. Iets uiteindelijk aanvaarden na de nodige inspanningen, is ook een oplossing.  Ik herinner mij dat onze oudste dochter, toen we gezelschapsspelen speelden steeds tegen zichzelf zei: “Er is een oplossing, er is een oplossing.” Een mantra die de andere spelers al vlug overnamen.

Op mijn zoektocht naar info om mijn voordracht een eigen structuur te geven kwam ik bij de volgende tip voor leerkrachten: “Introduce real life educator stories.” Met andere woorden, gebruik het leven van anderen als inspiratiebron. De introductie van “helden”. Het heldenboek dat het meest effect heeft, is de bijbel. De verhalen beklijven en Jezus als grote voorbeeld is in ons geheugen blijven steken. Was de bijbel een saai boek geweest, het was nooit een bestseller, meer nog, we hadden het  christendom nooit gekend. Slimme marketing heeft door de eeuwen heen bestaan.

En toch hoor ik te weinig verhalen op de plaats waar ik vaak kom, de klasvloer. In het kleuteronderwijs liggen nog heel veel kansen te rapen in prentenboeken. Je kan kleuters via een verhaal meenemen in een fictieve realiteit waarin ze vatbaar zijn voor nieuwe woorden, nieuwe inzichten, avonturen. Verhalen van dieren of kinderen die een conflict hebben en dat na veel moeite oplossen, zijn zoveel waardevoller voor een kleuter dan saaie opdrachten. Ze gaan er meteen mee aan de slag, spelen het na, vertellen er over en verbreden hun kennis, woordenschat, gevoels- en sociaal leven.

Neem nu het boekje ‘Fietsen’ van Gregie De Mayer, een oud boek dat hier nog altijd in mijn boekenkast staat. Bet wil leren fietsen maar het lukt niet. Ze geeft niet op en na veel tegenslagen, conflicten en woede-uitbarstingen leert haar omamona haar fietsen door haar vast te houden en nadien rustig op eigen kracht te laten rijden. Dit boekje las ik voor aan mijn volwassen studenten in de opleiding remedial teacher. Het verhaal toont aan dat je niet opgeeft als een kind een opdracht bij de eerste uitleg niet begrijpt. Je probeert op een andere manier, laat hen zoeken, je luistert naar hen en vooral je geeft hen het vertrouwen dat door te oefenen op de juiste manier, je steeds tot een oplossing komt.

Gisteren stierf Karl Lagerfeld. Voor vele ontwerpers, waaronder Bent Van Looy en Marc Jacobs, was hij een inspiratiebron. Niemand wou een oude man zien naast en op de catwalk. Daardoor mat hij zichzelf een imago aan dat zijn leeftijd deed vergeten maar dat hem onvergetelijk maakte. Zijn verhaal beklijft.

Het internet staat vol waardevolle quotes van beroemde mensen. Of ze waar zijn, doet er niet toe, het zijn inzichten, levenslessen. Mensen willen zich met iemand identificeren en trekken zich daaraan op.

Toen onze jongste in de 3 de klas van het middelbaar onderwijs zat, moest ze een jaarwerk maken rond een persoon die haar inspireerde. Zij vergeet de biografieën, niet alleen die waar zij haar werk rond maakte maar ook al die andere van de leerlingen uit haar klas, nooit.    

Jane Austen schreef meer dan 200 jaar geleden over haar hoofdrolspeelster als ‘the heroine”. Mijn twee favorieten zijn Elizabeth Bennet  (Sense and sensibility) en Anne Elliot (Persuation). Twee wijze vrouwen die gewacht hebben op de grote liefde, die tegenslag kenden en beloond werden met een huwelijksaanzoek.

Ik hoop echt dat ik in de toekomt het verhaal terug ingang mag zien vinden in de klassen. Misschien via de weg die deze nieuwe hype van growth mindset aangeeft, al is die weg eeuwenoud. Wat goed is en waar mensen plezier aan beleven, blijft. Hopelijk kom ik dan meer kinderen tegen die mij vertellen dat ze naar school komen omdat ze er zoveel leren en niet alleen omwille van vriendjes.

Talenten en leermoeilijkheden

Die zondagmorgen in de fitness …

Onderwijs is overal
Ik train op de loopband en hoor naast mij een gesprek tussen twee vriendinnen.
Vriendin: Hoe gaat het met Jan? Maakte hij al een keuze voor volgend jaar?
Mama: Niet echt, leren is niet zijn ding, hij heeft dyslexie en dysorthografie zoals je weet. Het is al zo moeilijk gegaan in het lager en in het secundair veranderde hij twee keer van school en moest hij een jaar dubbelen.
Vriendin: Heeft hij al een idee in welke richting hij wil gaan?
Mama: Wel, hij deed ingangsexamen voor dramadocent in Nederland en hij slaagde. Hij is fier op zichzelf en doodgelukkig.
Vriendin: Dan weet hij het al?
Mama: Hij heeft ook interesse voor orthopedagogie en in die school doen ze buitenlandse stages.
Vriendin: Nederland is toch het buitenland?
Mama: Ja, dat is waar. Hij kreeg zelfvertrouwen door te slagen, slechts 1 op 3 mag aan de opleiding beginnen.
Vriendin: Dan moet hij dat doen he?! Laat hem iets plezants doen, hij heeft al genoeg gefaald.
Ik ben de luistervink van dienst en ken de jongen vaag. Onlangs zag ik hem een interview geven op een lokale zender en zag onmiddellijk zijn talent. Zijn oma vertelde mij vorig jaar dat hij schoolmoe was, zeker nu hij in een richting was beland die hem niet echt lag. Ze had duidelijk met hem te doen.
Dit gesprek brengt mij bij mijn jongste dochter die, na jaren van leerproblemen, ook koos voor een kunstopleiding in het hoger onderwijs. “Mama, in mijn klas had bijna iedereen vroeger leerproblemen. Daardoor mochten ze uiteindelijk naar het kunstonderwijs”, vertelt ze me, positief als ze is. Ik antwoord cynisch, zelfs licht sarcastisch maar zeker niet overtuigd dat de vele labels dan toch nog voordelen hebben: “Jullie hebben allemaal geluk gehad!”.

Sinterklaas 2.0

De school en de Sint toen
Sinterklaaskaart 05

Eind november, ik ontmoet een kleuterleidster, 20 jaar geleden gepensioneerd en nog volop in de weer voor de lokale gemeenschap. Ze blijft in contact met haar oud-leerlingen, waarvan de oudsten de 60 naderen. Ik hoor in haar stem nog dezelfde dynamiek als toen ik haar lang geleden kende als directeur van een kleine, autonome kleuterschool.
Hoe wij dat tegenwoordig doen bij de inspectie?  Ik vertel haar over onze nieuwe manier van werken. “We gaan nu in dialoog met de school om de school te ondersteunen in haar ontwikkeling”.
Ja, zegt met sommige inspecteurs kon je goed praten. Ze maakten ons bang voor de inspectie maar dat was echt niet nodig. Haar echte succesverhalen liggen in haar klas. Ze vertelt over een kleuter. “Dat manneke zat volledig in zijn schelp en sprak niet”. Door hem eerst individueel aan te spreken en later zijn groepjes systematisch te vergroten, zag ze hem groeien in welbevinden en communicatie. “Ik heb dat nooit tegen de ouders durven zeggen”, zei ze. “Het was al erg genoeg dat die ouders dat kind bang maakten voor de school en zeker voor het eerste leerjaar”. Ze ging voorzichtig om met de ouders om hen niet te kwetsen, om hen niet de indruk te geven problemen had, om het kind te sparen. Het beeld van Sinterklaas dat op mijn facebookpagina passeert staat symbool voor die tijd. Toen Zwartepiet nog zwart was en een zak had, domineerde angst.

De school en de Sint NU

De Sint is flexibel, pedagogisch geschoold en evolueert mee met de tijd, ondanks zijn gezegende leeftijd! Hij sprak de verlossende woorden bij zijn aankomt dit weekend: “Er zijn dit jaar geen stoute kinderen”. En deze woorden weerspiegelen zich in het onderwijs. We verbannen angst ze ver mogelijk want dat heeft geen enkel positief effect.