Over werken bij de overheid lang voor, tijdens en na CORONA

Ik voel mij persoonlijk aangesproken over een ‘mopje’ dat ik op internet vond. Daarom hier een waargebeurd verhaal van 16 jaar geleden.

Ik werkte nog niet lang op een nieuwe dienst van de Vlaamse Overheid. De laptop die ik kreeg was traag. Heel traag, onwerkbaar traag, irritant traag. Waarschijnlijk had men ons, afstandswerkers voorzien van oude afgeschreven computers met de toen recentste software. De hardware kon de software niet ondersteunen. Links en rechts informeerde ik mij in het gebouw waar ik hulp kon krijgen voor mijn probleem. De hiërarchische weg was nieuw voor mij. Op een middag sloop ik door de gangen van het departement en ik vond de IT-dienst. Een jonge man, ik schat hem iets meer dan 20 jaar, zat het kaartspel op de foto te spelen, het was middag. Enkele andere collega’s van wie het scherm niet in beeld was, deden, elk afzonderlijk iets in het lokaal waar absolute stilte primeerde.

De jongen kwam naar mij toe en ik legde het probleem uit. Hij leek bereid om mij te helpen. Een oudere collega stond recht en mengde zich in het gesprek. Ik vroeg heel beleefd om een aantal programma’s te verwijderen van mijn computer omdat hij daardoor te traag werd. Nadat mij eerst duidelijk werd gemaakt dat dit geen officiële opdracht was en dat het niet de bedoeling was dat iedereen zomaar dit lokaal binnen kwam en dat het middagpauze was, leek de man toch bereid om eens naar mijn computer te kijken. De jonge collega trok zich terug en speelde laks, zonder passie verder. Ik dacht dat dit een ‘go’ was en triomfeerde innerlijk omdat ik alle regels overtreden had en er toch in geslaagd was om mijn computer te laten herstellen.

Dat gloriegevoel was vlug over, enkele uren later. De jonge man zat met zijn rug naar mij. De oudere man die duidelijk een hogere rang in iets had, nam afstandelijk, formeel en gedistingeerd het woord. “Mevrouw, wij hebben een officiële opdracht gekregen om deze programma’s op je computer te zetten maar niet om ze er van af te halen. ” En hij reikte mij mijn valiesje met laptop aan. Hij keerde onmiddellijk zijn rug naar mij en ging naar een ander lokaal. De jonge werknemer keek niet meer om.

ambtenaren

Pijnlijk

Dit heb ik ervaren als een zeer pijnlijk moment. Niet voor mij maar voor de jonge 20er die met hoge verwachtingen en passie informatica studeerde. Elk jaar vierde hij met vrienden en familie zijn geslaagde examens en eenmaal zijn diploma had hij het ‘geluk’ om te slagen in een overheidsexamen voor een vaste job. Een job aan de overheid is ten dienste staan van het volk. Ik ben er zeker van dat elk van die mannen mij had willen helpen maar dat ze aan handen en voeten gebonden waren aan regeltjes, afspraken, draaiboeken, hiërarchie en bureaucratie, kommaneukerij.

Een anachronisme

Deze week zag ik dat spel in een mopje over ambtenaren die van thuis uit werken, verschijnen op facebook. Dat spel stond toen op elke computer en je kon het online spelen. Wie nu nog dit spel speelt, is hopeloos achter op de tijd en de foto is waarschijnlijk even oud als mijn verhaal. Plaatsvervangende schaamte overviel mij terug. Niet alleen moet ik vaststellen dat wij op onze dienst heel hard werken tijdens het verplichte thuiswerk. Wij krijgen de vrijheid om onze eigen opdrachten te regelen en online in overleg te vergaderen. Die vergaderingen zijn kort en to-the-point en er is veel enthousiasme om op die manier te werken vanuit ons eigen kot. De resultaten mogen er zijn en we grepen dat kans om dat vlak voor de paasvakantie te vieren met een gezamenlijke e-peritief in stijl via ZOOM.

De voorbije jaren is veel veranderd. Van thuis uit werkers krijgen een eigen ICT-budget en zijn verantwoordelijk voor de eigen apparatuur. Collega’s helpen elkaar graag en op vrijwillige basis om niet verloren te rijden op de online snelwegen en ik ben hen daar zeer dankbaar voor.

En als dit soort ambtenarenwerk nog zou bestaan, ligt dit niet aan de mensen, maar aan de organisatie. Ik hoop dus ook van harte dat we NU en na de crisis sterk inzetten op autonomie en vertrouwen want mijn ervaring is dat mensen die vertrouwen krijgen dit ervaren als respect en daardoor gaan ze juist liever en meer werken. Graag je werk doen, uitgedaagd worden dat geeft zin aan je leven en wens je toch voor iedereen?

De herberg

Dit mens-zijn is een soort herberg
Elke ochtend weer nieuw bezoek.

Een vreugde, een depressie, een benauwdheid,
een flits van inzicht komt
als een onverwachte gast.

Verwelkom ze; ontvang ze allemaal gastvrij
zelfs als er een menigte verdriet binnenstormt
die met geweld je hele huisraad kort en klein slaat.

Behandel dan toch elke gast met eerbied.
Misschien komt hij de boel ontruimen
om plaats te maken voor extase…….

De donkere gedachte, schaamte, het venijn,
ontmoet ze bij de voordeur met een brede grijns
en vraag ze om erbij te komen zitten.

Wees blij met iedereen die langskomt
de hemel heeft ze stuk voor stuk gestuurd
om jou als raadgever te dienen.

Een gedicht van RUMI

 

Ik leerde de dichter Rumi kennen in KONYA, Turkije op een cultuurreis met mijn jongste dochter Anna. We leerden er in deze unieke week samen ook elkaar beter kennen. Tof dat ik in haar boekenkast gedichten van RUMI zie staan.

Rumi leefde van 1207 tot 1273, was filosoof en dichter van Perzische afkomst en soefi-mysticus. Hij is één van de belangrijkste personen uit de Perzische dichtkunst. In religieuze kringen wordt hij ook wel Maulana of Mevlana genoemd, ‘onze meester’.

Rumi werd geboren in de stad Balch (in het huidige Afghanistan) maar belandde uiteindelijk in de stad Konya, in Turkije. Hij was de leidende figuur van de soefibeweging in het middeleeuwse Konya. Hij filosofeerde, hoe actueel kan je 800 jaar na je dood nog zijn, over de voordelen van verdraagzaamheid. Bij zijn dood streden de joden, christenen en moslims van Konya om de eer hem naar zijn graf te mogen dragen. Zijn graf is nog steeds een heilige plaats voor volgelingen en toeristen. Hij stichtte er onder andere de dansende derwisjen (Mevlevi), een soefi-orde van religieuze dansers en muzikanten. Zeker een aanrader als je in Konya bent maar voorlopig kan je de prachtige dansen via YouTube zien. In de dans draaien zij om hun as, waarbij zij mediteren en de naam van God aanroepen.

De gedichten en citaten van RUMI zijn populairder dan ooit. Ze zijn universeel, tijdloos en brengen ons dichter bij onszelf en de universele wijsheid.

thumbs_b_c_3475d61eabb7abe050a312af8f1a93bf

Gesprek met mijn kleindochter, 10 jaar na CORONA

“Hope is a state of mind, not of the world. Hope in this deep and powerful sense, is… an ability to work for something because it is good.” – Vaclav Havel

wieg 3

Prioritair in mijn vakantieplanning: Het wiegje bekleden voor mijn kleindochtertje dat nu nog rustig in het rond stampt in de buik van haar mama. In gedachten spring ik 10 jaar verder en hoor haar vragen: ”Oma Lu, wat veranderde allemaal na de tijd dat alle mensen bang waren voor een klein, onzichtbaar virusje vlak voor ik werd geboren?

De 70-jarige ontspannen Oma Lu vertelt:

“Er was angst maar er was hoop en die hoop verspreidde zich als een nieuw virus in het hoofd van de mensen. Door de CORONA kwamen mensen tot het besef dat ze elkaar nodig hadden. Het virus dat overal rondvloog was onzichtbaar. We hadden elkaar nodig om onszelf en ieder andere te beschermen. Dat was iets nieuw want enkel als we goed zorg droegen voor onszelf en niet ziek werden, droegen we ook zorg voor de ander en eigenlijk voor iedereen want zo wonnen wij en niet het virus.

We stopten met vijanden zoeken en steeds de ander de schuld te geven. We wisten nooit wie de ziekmaker was. Daarom besloten we om er samen voor te gaan en hoopten samen dat de tijd van isolatie zo vlug mogelijk achter de rug zou zijn.

De mensen kregen meer respect voor elkaar. Ze deden wat de slimme wetenschappers vroegen; ze hielden afstand, bleven in hun huis en droegen zo verantwoordelijkheid voor zichzelf en voor de ander. Tijdens de pandemie hadden ze weinig keuze, we werden goed gecontroleerd. Nadien deden mensen dat uit zichzelf, ze hielden ervan om respect en verantwoordelijkheid te geven en te krijgen. En toen stonden slimme leiders op en zij kregen ook vertrouwen in de mensen. Ze schaften heel veel regels en wetten af die totaal overbodig geworden waren.

Plots kregen mensen terug respect voor beroepen die ze daarvoor niet meer wilden doen. Terwijl iedereen thuis moest blijven waren de vuilnismannen nog altijd aan het werk. Mensen waren blij dat de straten proper bleven. En de verplegers en verzorgenden, ook jouw Opa Piet, zorgden voor de mensen die ziek en oud waren want die mensen waren het meest kwetsbaar. En de mensen hingen witte doeken buiten om de verzorgers te steunen die dagelijks met veel liefde en geduld de zieken verzorgden. Oude en zieke mensen mochten geen bezoek krijgen en daardoor zorgden mensen ervoor om elkaar anders te bereiken. Ze stuurden kaartjes, foto’s en gingen online met elkaar in gesprek. Mensen speelden muziek voor de verzorgingstehuizen om de mensen binnen gelukkig te maken.

We leerden uit de CORONA-tijd dat alles gerust trager en bewuster kon. In bedrijven, organisaties en zelfs in de politiek dachten mensen plots beter na voor ze veranderingen doorvoerden. Ieders mening werd plots belangrijk want enkel zo kan het respect voor elkaar blijven. Leiders hielden rekening met waarden, normen, behoeften en wensen van de mensen. Nadien werden minder mensen ziek omdat ze de zinvolheid van hun werk niet zagen of omdat ze te veel werk hadden.

Het aantal politiekers verminderde en veel organisaties die enkel controle uitoefenden werden afgeschaft. We kregen meer respect voor mensen die het werk deden en minder voor degene die het oplegden en controleerden. En de politiekers schreven enkel een wet uit als ze zeker waren dat die wet mensen beter en gelukkig zou maken en als de samenleving er als geheel beter van werd. Daarvoor werden mensen meer bevraagd zonder dat ze naar de stembus moesten en waren de politiekers verplicht om de bedoeling van hun wetten te verduidelijken. Vroeger zaten die politiekers zich te vervelen in de vergaderingen, ze speelden zelfs spelletjes of sliepen een beetje, zelfs als ze op tv kwamen. Nu moeten ze constant luisteren naar de mensen en hen overtuigen dat wat ze doen in het belang is van iedereen. Ze werken aan de dingen die het waard zijn om voor te werken, ze kiezen voor de dingen die echt goed zijn. En eindelijk spraken mensen niet meer over links en rechts, waar ik mij al zo lang aan ergerde.

En tijdens de crisis leerden we van thuis uit werken. Voorheen werden mensen dagelijks met de trein naar hun kantoren gebracht. Het leken soms beestenwagons en soms moest ik ’s morgens op de grond zitten omdat er gewoon geen plaats was. En op een trein was er eerste klasse en tweede klasse. De meeste mensen hadden een abonnement voor tweede klasse en mochten niet in eerste klasse, ook al zat daar niemand. Gelukkig schaften ze dat nadien af en kon iedereen zitten, zolang er plaats was. Maar toch koos ik om met de trein te pendelen want langs de autostrades stonden auto’s uren aan te schuiven en dat was verloren tijd. Op de trein kon ik nog praten met mensen, een boek lezen, blogs schrijven en ik heb er een pull voor jou gebreid want jouw mama was toen zwanger. Nadien hielden we vergaderingen op afstand. Ik kon vergaderen in de tuin, aan de zwemvijver en poes zat vaak op mijn schoot. En de vergaderingen duurden minder lang. Ze beperkten zich tot de essentie. Daardoor hadden we meer tijd om dingen te doen die we echt graag deden en die gezond waren. We gingen meer wandelen, we lazen boeken en we maakten tijd om met elkaar te praten.

Tijdens de coronatijd mochten we niet knuffelen om dat virus niet te verspreiden. Nadien leerden we de waarde van een knuffel kennen. We knuffelden en zoenden niet meer iedereen maar enkel degene die we echt graag zagen.

En eindelijk begrepen we echt wat Jezus bedoelde met ‘Bemin je naaste als jezelf’. Het was niet bemin eerst je naaste en dan jezelf zoals ze mij wijsmaakten maar bemin jezelf zodat je ook voor je naaste kan zorgen.”

MERCI Pascal, MERCI in tijden van CORONA

Was ik een jongen geweest, mijn naam was Pascal. Als meisje tussen twee jongens had ik liever Pascal geheten. Het leven van een jongen leek mij aantrekkelijk. Gelukkig liet ik het idee los. Maar telkens ik de naam Pascal hoor, moet ik daar aan denken. Pascal Matthijs, het was mooi geweest.

Blaise Pascal viel mij daardoor op en hij doorkruiste mijn en jouw leven verschillende keren; in de wiskunde, de fysica, de literatuur, in de lessen filosofie en de duiklessen. Bovendien zijn wij op dezelfde dag geboren, zij het met 337 jaar verschil. Dat schept een band.

Hij was voorbereid op CORONA

De man werd slechts 39 jaar. Maar in dat korte leven deed hij meer dan een mens voor mogelijk houdt. Meer nog, hij was jaren geleden voorbereid op een quarantaine in het kader van CORONA.
Fris ik even jouw geheugen op? Blaise Pascal bouwde als eerste een mechanische rekenmachine, de pascaline. En die rekenmachine was de voorloper van onze computer. Dus dank zij hem kunnen wij nu skypen, zoomen, teamsen en chatten. Het werk gaat gewoon door want wij kunnen van thuis uit samenwerken met onze collega’s. Een luidkeels HIEP HIEP HIEP HOERA is hier zeker op zijn plaats.

Hij liet ons de juiste gedachten na

Op het einde van zijn leven trok Pascal zich terug in een klooster en in die tijd schreef hij wijsheden die ons nog steeds dienen. Niet Maggy De Block maar Blaise Pascal waarschuwde ons dat het thuis best is. “J’ai souvent dit, que tout le malheur des hommes vient de ne savoir pas se tenir en repos dans une chambre”. Met andere woorden: “Alle ellende op de wereld wordt veroorzaakt doordat mensen niet gewoon thuis kunnen blijven.” Onze minister vertaalde dit slechts als “Blijf in uw kot.”

Een ander poëtische zin van Pascal die in mijn geheugen en hart gegrift staat, is: “Le coeur a ses raisons que la raison ne connaît point.” “Het hart heeft zijn redenen die de rede niet kent”. Nu we tijdens deze crisis getuige zijn van heel veel solidariteit en samenhorigheid, moeten we toegeven dat de man een echte genie met een groot hart was.
En nu we allemaal zinnens zijn om na de crisis meer ons hart te volgen, hebben we het antwoord klaar voor elke rationalist die vraagt of we ons verstand nu helemaal kwijt zijn: “Het hart heeft zijn redenen die de rede niet kent.” En zeg er maar telkens bij wie het gezegd heeft. Eer aan wie eer toekomt.
Pascal was een man die elke crisis had aangekund, behalve zijn eigen zwakke lichaam.

Blaise_pascal

Reizen in tijden van CORONA

Reizen is goed voor het hart en de ziel

IMG_2006
Ik ben niet zo een grote reiziger. Als ik eerlijk mag zijn, reizen is jarenlang een sociale en familiale verplichting geweest. Toch ben ik bij thuiskomst, en daar verlang ik eerlijk gezegd ook vaak naar op reis, blij. Niet alleen omdat het achter de rug is, maar voor de vernieuwde energie, de frisheid die mijn geest mag meemaken, de nieuwe ideeën die ik kreeg in de rust van de andere omgeving. Even weg in ruimte en uit het gewone ritme maakt mijn brein creatiever. Creativiteit maakt gelukkig. Totaal kunnen opgaan in het moment dat je creatief bezig bent, total opgenomen zijn in de flow van de tijd is het zaligste wat er bestaat. En dat kan in veel dingen; in een breiwerk, in tekenen, naaien en schilderen, koken, iets knutselen, schrijven of wat jij ook heel graag doet. Al die dingen waarbij je het gevoel hebt te mogen zweven op de vleugels van de tijd maken je leven waardevol.

Reizen en ver uit ons kot gaan, is geen optie in deze corona tijd

Toch reis ik, zoals heel veel mensen met mij, via mijn dagelijkse wandeling. Hier in Everbeek zijn we verwend met wandelpaden, door de bossen, de velden, in steegjes. En al doen we elke dag dezelfde wandeling, elke dag verandert er iets. Plots is daar het daslook en duiken paasbloemen op midden het bos. En naast de velden met witte moerasbloemen, zijn er gele en blauwe. Doordat we zo dicht bij huis moeten blijven, is niet de veelheid belangrijk maar kijken we intenser. Daardoor priemen plots plaatjes op ons netvlies van dingen die elke dag anders zijn. De economie dreigt stil te vallen maar de natuur trekt zich daar niets van aan. Ze blijft heel hard haar best doen om tot leven te komen na een zachte winter.

Berlijn niet gezien, Everbeek is prachtig

Vorige week zouden Piet en ik een culturele reis maken naar Berlijn. We zagen er naar uit want het was de eerste keer in mijn lange carrière dat ik tijdens het schooljaar compensatieverlof kreeg. “Dan kijken we naar films over Berlijn”, zei ik enthousiast. Was Tom Boonen deze week niet aan het fietsen geweest in Berlijn, we hadden niets van Berlijn gezien.
We hebben Berlijn niet gemist want in de plaats kregen we het prachtige Everbeek, een onbekend stukje tussen Vlaanderen en Wallonië waar het heerlijk is om te wonen en om te wandelen.

Genoten we niet met z’n allen van de mooie reportage van Joris Hessels over Gentbrugge? De camera zoemt constant in op mooie plekjes. Nu krijgen we de kans om onze eigen camera te richten op alles wat ons opvalt en geloof me, als je beter kijkt, is alles mooier. We krijgen NU de kans om elke dag een reportage te maken over onze eigen buurt en in ons hoofd. Op social distance natuurlijk.

En al die andere dingen die we moeten missen?

Ik denk plots aan Godfried Bomans. Hij schreef in zijn boekje ‘Gedachten achter een bord spaghetti’ dat de beste manier om de Sixtijnse Kapel te bekijken, midden de kapel op de grond op de rug is. Maar dat mag en lukt niet! De tweede beste manier is thuis in een boek kijken naar de foto’s. Laat ons dus, als er nood aan is, internet openslaan en reizen in ons hoofd nadat we eerst genoten van de prachtige dingen in de eigen buurt.

Hou de moed er in, verzorg jezelf en al degenen in je kot. Ik denk aan jullie
Liefs
Lucrèce

Een goeiedag in tijden van CORONA

Lieve wandelaars,

Een goeie dag is niet besmettelijk! Dat wil ik jullie eens duidelijk maken.
Ik wandel elke dag of ik probeer het. Meestal doe ik een toertje door de wegeltjes rond onze straat. Met de kleinkinderen heb ik uitgemeten dat het ongeveer één mijl is. Als zij kwamen, vroegen ze altijd of we een mijl gingen stappen. Met hen gaat het nu niet natuurlijk, zij wandelen ergens in Kumtich.
Elke dag kwam ik wel iemand tegen en vaak hield ik ook een babbeltje. Ik ben zo en ik weet dat heel veel mensen dat waarderen. Zo kom je nog iets te weten van je buren.
Veel gesprekspartners van voor CORONA blijven nu binnen, de kwetsbare mensen.
Andere mensen zijn aan het wandelen geslagen. Mensen van iets verder, mensen die nu pas gaan wandelen, mensen die hond, partner en kinderen willen uitlaten. Het is een fantastisch idee om in onze prachtige streek je immuunsysteem te boosten.

Er valt mij iets op. We praten niet met voorbijgangers, dat is normaal. Het is nu niet het moment om in levende lijve je leven te vertellen. Dat versta ik. Maar waarom durven mensen plots geen goeiedag meer zeggen?
Wij zijn heel voorzichtig, houden de nodige afstand en zoeken oogcontact. Zij kijken opzij. Raar want corona is niet besmettelijk via oogcontact en zeker niet via een vriendelijke goeiedag.

Wil jij, lieve wandelaar, mij gewoon een plezier doen? Ga desnoods een stap opzij maar negeer mij/ons niet. Ik ben ook iemand in quarantaine die momenteel geen nood heeft aan nog meer gesprekken. Ik zit online en heb met meer mensen dan ooit contact. Ik wil gewoon niet dat we hier op de boerenbuiten de gewoonte om iedereen een goeiedag te zeggen verleren. Nu niet en niet als deze CORONA-quarantaine ophoudt.

Draag zorg voor jezelf en voor de anderen maar blijf goeiedag zeggen, desnoods een knikje met je mond dicht.
Je wordt er zelf gelukkig van.

Lieve groet
Jullie buurvrouw

2-1-550x368

Moeder van het volk in tijden van CORONA

Elk kind loopt over van liefde en respect voor de mama. En toch is het de normaalste zaak van de wereld dat jongeren zich ooit afzetten tegen de mama, de ouders.
De band tussen moeder en kind is er één van het prille begin, negen maanden zit je dichter bij elkaar dan je ooit bij iemand zal zijn. En de dag van de geboorte is het begin van een lang en geleidelijk afscheid. De wereld van het kind wordt zo boeiend, de rol van de mama wordt kleiner en kleiner. En dan komt het moment dat ze uitzwerven. Ze gaan studeren. Vrienden en liefjes zijn belangrijk. Ze bouwen eigen relaties op en stichten zelf een gezin.

Ik mocht moeder zijn op mijn 22ste, mijn 25ste en mijn 37ste en die laatste keer mama-zijn beleefde ik het meest intensief. Ik was iets ouder, ervaren en vol vertrouwen. Ik was op die leeftijd minder bezig met mezelf want huis, werk en carrière waren al grotendeels gerealiseerd. Dat we dit kind als gezin, samen en met ons vieren mochten opvoeden, gaf ons gezin een fantastische flow.

Op intense momenten, zoals nu, wordt die band weer iets intenser. Ik bel rond hoe het gaat, zij informeren mij over het thuiswerk, de eerste speciale schooldag van de kinderen, de bezorgheden. We delen de oppeppertjes, de mopjes en filmpjes via WhatsApp. Ze vertellen over de creatieve oplossingen op het werk of hoe ze zoveel als mogelijk mensen proberen aan het werk te houden terwijl ze de collega’s niet life mogen ontmoeten. Ik kan hen geen oplossingen bieden maar ik ben fier. Dit is weer een moment dat ik mij echt mama en nuttig voel.

Het gevoel van oer-moeder-zijn had ik deze week bij verschillende vrouwelijke politica en laat het mij hier beperken tot twee federale ministers. Maggy De Block maakte ons bewust dat we allemaal in ons KOT moeten blijven en dat we mensen met een snotneus moeten mijden. In eenvoudige woorden zegt ze wat moet gezegd worden. Het is voor iedereen duidelijk en zij straalt de nodige autoriteit uit.
Gisteren werd ik blij bij de boodschap van onze vrouwelijke premier Sofie Wilmes. Ze sprak ons en specifiek de jongeren toe via twitter. Ze verantwoordde de maatregelen, maakte het doel van de maatregelen duidelijk, suste, stelde gerust, waarschuwde en riep op tot solidariteit.

Een moeder van het volk toonde zich. Dit land heeft nu leiders nodig die bezorgdheid tonen en uitleggen, recht uit het hart. Lang geleden dat ik een premier dit soort leiderschap zag opnemen.

rein en anna

Grootouders in tijden van CORONA

piet en ik

Dit jaar word ik 60. Ja, het is even slikken. Blij dat wij gezond, fit en samen zijn. Gisteren en vandaag genoten we van een fantatische wandeling hier in de Vlaamse Ardennen. 60 is niet oud, wij werken nog maar we zien dat onze leeftijdsgenoten die intussen een rustiger leven leiden, hun nieuwe vrije tijd op een fantastische manier invullen. Zij zijn de modebewuste reizende levensgenieters en de meesten zien er na hun pensioen stralender uit dan jaren ervoor. Ik ken veel mannen en vrouwen die na hun carrière een nieuwe adem vinden en iets heel anders gaan doen en dat met veel enthousiasme. Kijk maar naar de vele gepensioneerden die bestellen in winkels, terug les gaan geven, opleidingen volgen en geven, een eigen blog en website uit de grond stampen. Dat zijn mijn grote voorbeelden. Volgend jaar kan ik op voorlopige rust en ik ga dat doen. Ik zie uit naar een nieuwe uitdaging, ik voel nieuwe energie door mijn lichaam gieren, ik heb plannen en ik ben al volop terug opleidingen aan het volgen. Aan deze carrière van 41 jaar komt een staartje. Een staartje van mogen, niet van moeten. Ik hoop voor mezelf nog op een fantastisch leven waar ik mijn talenten kan benutten in vrijwilligerswerk en eventueel nog in een andere functies. Laat mij iedereen verrassen!

Het heeft even geduurd voor ik deze knop voor mezelf kon omdraaien. Zoveel geloof in een onzekere toekomst vraagt een positieve mindset. En daar werk ik hard aan. Ik heb het heel mijn leven heel druk gehad met een voltijdse job, de vele opleidingen die ik volgde, de vele hobby’s en nieuwe uitdagingen die ik aanging. Samen zorgden we voor onze drie kinderen. Jarenlang speelde ik taxichauffeur want alle kinderen hadden een grote portie interesses en engagementen. Ik heb het graag gedaan, heel graag.

Maar nu breekt een andere tijd aan. Een tijd waarin Piet en ik meer tijd nemen voor onszelf, de kinderen en de kleinkinderen.
De kleinkinderen?

En dan komt dat coronavirus en het slingert ons bij een risicogroep, bij de bejaarden. Wij zijn oude mensen. Geen nuance over de leeftijd van de grootouders, neen, kleinkinderen blijven bij de grootouders weg. Alle begrip natuurlijk maar het is even slikken. Plots realiseren we ons dat wij bij een groep mensen horen die risico’s lopen op het virus omdat we een minder goede gezondheid en kwaaltjes hebben. Dit is even slikken. We kijken even naar elkaar terwijl Wim De Vilder nog eens de vraag stelt aan Maggy De Block of kinderen bij de grootouders kunnen? Neen!

Zoals met alles wat hier rondom ons gebeurt in deze onvoorstelbare rare tijd, zetten we onze gevoelens even on hold. Maar zodra deze pandemie voorbij is, zijn we zinnens om ons terug jong, fit en heel creatief te voelen. En op deze toekomst drinken we vanavond een glas, met ons tweetjes.

Over een lege agenda, eindelijk tijd en toiletpapier

save paper

Maart 2020 zullen we niet vlug vergeten. Net kreeg ik een geboortekaartje. Als de familie later spreekt van de tijd toen we weken niet op café konden, zal iedereen zeggen: ‘Dat was de week dat ons Louisa geboren werd’.
Het is historisch wat we nu meemaken. Vandaag werden onze citytrip, mijn examen copywriter, mijn opleiding voor morgen en de volgende zaterdagen en de babybrunch van zondag geannuleerd. Begin deze week maakte ik mij nog zorgen over dat superdrukke weekend. Ik wou studeren en nu, heel onverwacht, mag ik zelfs mijn boeken sluiten. Van iets te druk kom ik plots in een leegte.
Maar naast de opeenvolgende berichten over besmettingen en maatregelen sijpelen berichten over opportuniteiten, die ontstaan in een crisis en chaos, mijn mailbox binnen. Want een crisis is natuurlijk ook een kans. In het boek ‘De meeste mensen deugen’, schrijft de auteur dat de Duitsers bommen op Londen dropten met de bedoeling chaos te creëren. Het tegendeel was waar. De Londenaars putten nieuwe energie uit het gezamenlijke leed en deden alles wat ze konden om het dagelijks leven te laten verder gaan.
Nu zien we de politiekers samenwerken om oplossingen te zoeken voor de veiligheid van de burgers en dat vraagt overleg, discipline en solidariteit. Jammer dat we die solidariteit niet zien in de plaatselijke supermarkt. Maar dit volledig terzijde.
Bij gebrek aan tijd verzamelde ik de voorbije jaren een hoop boeken, stofjes en breiwol. Met een lege weekendagenda is het dus tijd om enkele stofjes te verwerken en aan een boek te beginnen dat zich al jaren op de boekenplank afvraagt waarom ik het links laat liggen. Vanaf nu, en hopelijk nog lang daarna, kan ik de tijd nemen om dat uurtje per dag te wandelen. Het weer gaat verbeteren en onze Vlaamse Ardennen zijn prachtig, als je de tijd neemt om rond te kijken.
Ik lees dat mensen zichzelf voorzien van hele pakken Wc-papier. Blijkbaar hebben velen van ons het vooruitzicht om zich te verschuilen op het toilet. En als ze daar toch in eenzaamheid zitten of voor hun relatie die zoveel samen thuis niet aankan, kunnen ze zichzelf maar best verwennen met een zijdezacht papiertje. Ook dat is een leuk vooruitzicht.
De crisis is wel heel goed voor het milieu, zei een activiste. En thuiswerk kan plots wél op veel bedrijven. Hopelijk vergeten werkgevers nadien de voordelen niet en groeit uit dit experiment het vertrouwen in zelfstandig werk.Ik ben voor thuiswerk, mocht het al jaren aan de lijve ondervinden en gun iedereen de ochtendrust voor een actieve werkdag thuis.
“Elk nadeel heb z’n voordeel” zei Johan Cruijff. Dus misschien moeten we eens echt gaan focussen op wat het virus ons brengt. Het is een mijlpaal in de geschiedenis en buiten heel voorzichtig zijn, elkaar respecteren en elkaar helpen, kunnen we niet veel doen maar wel veel leren.
Verzorg jezelf en al wie je lief hebt. En weet jij al hoe jij je lege agenda gaat invullen dit weekend?

Geniet van je dag dames, het is vrouwendag vandaag

Waarvoor kan ik pleiten op vrouwendag? Mijn leven is zo normaal dat het bijna als niet-normaal voelt; lang getrouwd met de papa van mijn kinderen, al 25 jaar dezelfde werkgever, geboren en nog steeds wonend in dezelfde gemeente, content met leven, werk en gezondheid, geen vijanden en geen gevoel ergens verstoten te worden. Ik zie je fronsen lieve lezen, zo normaal dat het bijna saai lijkt. Vandaar ook dat mijn blogs over die kleine dingen in mijn leven gaan.

Ik werkte in een mannenwereld

Toen ik 25 jaar geleden op mijn huidig werk begon, werkten we daar met een klein percentage vrouwen. Ik had, na een periode van betutteling, het gevoel dat ik mijn mannetje moest staan. Betutteling is het nieuwe discrimineren. De woorden van columniste Yvonne Kroonenberg brachten voor mij verlossing. Vooreerst relativeerden de fantastische titels van haar boeken mijn leven tussen de mannen: “Alles went behalve een vent”, “Het zit op de bank en het zapt”, “Mannen willen maar één ding”, “Kan ik hem nog ruilen?”.
Het was vooral die ene vraag die ze zich stelde: “Waarom gedragen vrouwen die hun mannetje willen staan zich dan niet als lieve mannen?” Dit deed het licht aan, ik kon mij gedragen als een lieve man, of beter, gewoon als mezelf, als vrouw.

Van vrouwen die zich in hun profileringsdrang spiegelen aan narcistische, zelfingenomen, autoritaire en engdenkende mannen, heb ik wel al vaak last gehad. Voor mannen die even in overdrive gaan, heb ik begrip en een menselijk excuus; compassie, mededogen. Ze hebben het soms zo moeilijk met al die vrouwen die hun taken overnemen. Toen vrouwen hun menig niet gaven, was het voor de man gemakkelijker. Nu is het boeiender, al is niet iedereen daar van overtuigd.

Excuustruzen

Is vrouwendag nog nodig? Ja! Zijn de proteststemmen nodig? Ja! Worden wij als vrouwen benadeeld? Ja! Helpen de wetten die er moeten voor zorgen dat vrouwen gelijke kansen krijgen? Ja en neen. Het grootste probleem zit in de hoofden van de mensen. Als ik in 2020 nog steeds moet horen van leeftijdsgenoten dat een huwelijk strandde omdat de vrouw te veel ambitie had, zit het fout. Dit heeft niets met de ambitie van de vrouw te maken. Mannen met ambitie liggen heel goed in de markt. Het ligt aan de manier waarop we naar vrouwen met ambitie kijken en hoe mannen vrouwen steunen in hun ambitie. Als mannen en vrouwen gelijkwaardig zijn, mogen ze evenveel ambitie hebben.

Ik kreeg twee keer een opmerking op een sollicitatiegesprek over mijn vrouw-zijn. “Zal het u wel lukken om deze job te doen mevrouw, u heeft (toen) twee kinderen? Zal u zich hier wel thuis voelen tussen al die (leidinggevende) mannen? Twee keer heb ik de vraag beantwoord met een vraag “En stel je deze vraag aan de mannen ook?” Twee keer kreeg ik de job niet. Twee keer was ik achteraf blij. Een job niet krijgen, kan een heel mooi cadeau zijn. Vandaag stellen bazen deze vragen niet meer, ze kunnen er op aangesproken worden maar wat ze echt denken, dat weten we niet meer.

Omwille van de regelgeving op diversiteit werd ik al aangesproken, zogezegd op mijn talenten. Ik was enkel een excuustruus om een quota te halen.

Gelijkwaardigheid versus hoffelijkheid

Er is nog werk aan de winkel maar als ik eerlijk mag zijn, dan wil ik wel gelijkwaardigheid maar geen gelijkheid. Ik heb graag dat de mannen mijn deur open houden en ja ik krijg graag een complimentje. Dat laatste blijkt door bepaalde vrouwen als discriminerend ervaren te worden. Bij mij niet. Ik hou van een complimentje en ik geef er graag aan mannen, als het verdiend is natuurlijk. Hopelijk zien zij dat niet als discriminerend. In mijn hoofd zijn man en vrouw gelijk maar de vuilnisbakken, daar trek ik mij niets van aan en groene vingers heb ik ook niet.

women-654133_1920