Toon mij jouw boekenkast en ik ken je

Een uitdaging

Vandaag heb ik de uitdaging van Hilde Vandebroek geaccepteerd: het tonen van 10 boeken die ik leuk vind (1 per dag). Geen uitleg, geen kritiek, alleen de kaft tonen.
Elke dag vraag ik een andere persoon om de uitdaging aan te gaan en zo boeken te promoten.

Ik daag als eerste mijn nichtje Charlotte uit. Zij is een echte boekenwurm. Via haar boeken wil ik haar en later de 9 andere facebookvrienden die ik ga uitdagen, beter leren kennen via hun boeken. Ik wil ook heel graag weten wat elke boeken mij en mijn vrienden binden.

Ik mag geen uitleg geven bij de boeken op facebook, maar mag ik dat ook niet op mijn blog? Mijn paradijsje, mijn plekje, mijn vrijheid, de plaats waar ik alleen bepaal wat ik schrijf? Ik breek geen potten door het wel te doen. Ik neem het risico.

Born a crime van Trevor Noah

Nederlandse vertaling: Kleurenblind

Mijn eerste boek is het verhaal van Trevor Noah. Ik leerde hem kennen als komiek via een optreden in Live at the Apollo en ik was onmiddellijk verkocht. Het grappige aan hem is dat hij steeds vertrekt vanuit concrete situaties; zijn leven, de geschiedenis, de actualiteit. Van daaruit bouwt hij een goed en grappig verhaal op waarin hij de luisteraar een spiegel voorhoudt. Ik kan iedereen aanraden om eens een namiddag te kijken naar optredens van hem op youtube. Op NETFLIX staan twee reportages over hem: Sun of Patricia en Trevor Noah, Afraid of the dark.

Zijn leven loopt, net als bij iedereen maar bij hem heel expliciet, door zijn werk. Hij is de zoon van een Zwitserse blanke vader en een zwarte Zuid-Afrikaanse moeder. Hij werd dus als kleurling geboren ten tijde van APARTHEID en dat was een misdaad. Zijn hele leven had één miserieverhaal kunnen zijn. Niet dus, of enkel tijdelijk. Het voornaamste dat hij van zijn moeder leerde was iets los te laten als het voorbij was/is. Dat zorgt er voor dat hij beschouwend kan praten en schrijven over wat hij meemaakte en hij geen wrokkig of angstig mens werd maar een wereldster met een boodschap die de hele wereld bereikt. Hij blijft altijd zichzelf of zo lijkt het toch.

Momenteel presenteert hij “The daily show”, een satirische, democratisch actualiteitsprogramma dat bij ons te zien is op Comedy Chanel. Hij speelt daar op een merkwaardige en spitse manier in op de actualiteit van zijn gastland, Amerika, waar hij nu woont. Hij presenteert alsof hij nog nooit iets anders deed en hij straalt eenvoud en eerlijkheid uit. Hij blijft de ‘slimme jongen’ uit Zuid-Afrika die het aan de grote wereld mag komen vertellen omdat hij humor zijn verpakking is. Toch is wat hij zegt ernstig en hij zet aan tot denken. Hij zet mij aan het denken. Trevor Noah opende zijn eerste Daily Show met de volgende woorden: “Toen hij in het stoffige Zuid-Afrika woonde, waren er twee dingen die ik me nooit had kunnen voorstellen; een indoor toilet en gastheer mogen zijn van een dagelijkse show in Amerika”. Een betere intro bestaat er niet. Zijn leven, zijn werk, zijn dankbaarheid, zijn humor zaten vervat in één zin.

In 2016 trokken mijn vriendin en ik naar Antwerpen voor een optreden. Een avond om nooit te vergeten. En er is meer goed nieuws, op zondag 5 april komt hij naar Vorst en wij, mijn jongste dochter en ik, zullen er bij zijn.

Het boek ‘Born a crime’ is een cadeautje van mijn dochter Rein toen zij nog in Boston woonde. Toen was er nog geen Nederlandse vertaling. Ik lees het boek in het Engels en ook dat heeft voordelen. Ik lees trager, doe moeite om alles te begrijpen en ga daardoor dieper in op de tekst. De auteur vertelt het grote verhaal in verschillende kortere verhalen die allemaal pareltjes zijn. Dat laat mij toe om het boek af en toe eens te laten liggen, een verhaaltje te herlezen of een nieuw te lezen.

Het boek, zijn optreden en ‘The Daily Show’ en zijn voorstellingen zijn voor mij het grootste bewijs dat intelligentie en humor samen gaan. Vergevingsgezindheid, doorzetting, positiviteit en eenvoud leiden tot respect en een fantastisch leven. Zo stel ik me zijn huidig leven en job voor.

Op naar dag 2 en een nieuw boek.

Maak dat de kat wijs!

Wat kan ik leren van Poes?

“Na reflectie en zelfanalyse kom je ertoe om eigenschappen te detecteren die een ander wel heeft en jij niet. En als je die eigenschappen wil, omdat ze jouw leven een pak gelukkiger en eenvoudiger kunnen maken, moet je ze bij die iemand gaan leren.” Dat zei de coach-begeleider. Of we zo iemand in gedachten hadden? Ik moest er echt niet lang over nadenken. “Mijn poes”, zei ik.

Het lukt mij vaak niet om in alle rust een taak af te werken. Ik geraak verstrikt in de veelheid van taken, hou veel rekening met anderen en verhoog de druk daardoor nodeloos. Ik laat mij overdonderen door berichten en mails, geraak in tijdsnood en geraak daardoor gestresseerd. Ik probeer soms verschillende taken te combineren, waardoor ik het noorden kwijt geraak en eigenlijk niets meer goed doe. Ik durf soms onvoldoende tijd te nemen voor mezelf en ik blijf dan vermoeid rondlopen. Dit alles heeft een enorme invloed op mijn humeur en dat beïnvloedt het humeur en gedrag van mijn omgeving. Ik trek te weinig tijd uit voor mijn dagelijkse yoga-oefeningen, neem te weinig tijd om eens naar de schoonheidsspecialiste te gaan en naar de kapper ga ik op een gestolen moment. Ik verwaarloos de dingen die ik graag doe zoals boeken lezen en een komische film bekijken omdat ik denk dat er nuttiger zaken zijn dan niets doen, mijn hoofd leeg maken, gedachten op een rij zetten, mentale rust creëren. En dan is er dat misverstand dat ik denk dat anderen iets van mij verwachten en daardoor doe wat ik denk dat zij van mij verwachten, terwijl ik eigenlijk niet weet of zij wel iets van mij verwachten. En dan blijkt dat ik dingen doe om anderen te plezieren die ze niet eens verlangden.

Poes is mijn grote voorbeeld

Wie doet elke dag op een rustige, stressloze en daardoor perfecte manier de dingen zoals ik ze zou willen doen? Zoals ik al aangaf, de POES. Zijn naam is Poes. Hij concentreert zich altijd op één ding. Als hij eet, doet hij niets anders. Heeft hij zin om naar buiten te gaan, dan krabt hij aan de deur of op het raam tot wij zo geënerveerd geraken, dat we de deur voor hem openen. Hij vraagt niemand of het goed is om naar buiten te gaan, hij doet het gewoon. Zelden zag ik onze poes in stress en als hij die al mag ervaren door te veel volk rondom zich, dan gaat hij een rustig plaatsje zoeken om verder te doen waarmee hij bezig was. Meestal is dat rusten of gewoon slapen. Hij neemt zeeën van tijd voor zichzelf, doet meerdere keren per dag yoga- en andere stretchoefeningen voor de goede bloed- en energiedoorstroming, om zijn organen voldoende zuurstof te geven, om beter en zonder kwaaltjes zijn luie leven verder te kunnen zetten. Natuurlijk wens ik hem ook een lang en gezond leven toe. Zijn rust straalt op ons af terwijl wij thuis werken in zijn bijzijn of als hij op onze schoot ligt te slapen tijdens ons televisiemoment ’s avonds. Uren likt hij zichzelf tot hij proper en fris voor de dag komt. Zijn nuttigste zaken zijn zorgen voor zichzelf en onrechtstreeks voor ons. En wij zien hem graag, terwijl hij geen enkele moeite doet om ons te pleasen. Hij is er met al zijn rust en dat maakt ons en enkele buren van ons, heel gelukkig. We kennen zijn eigenzinnigheid en we houden rekening met hem.

Niet altijd, maar soms. Niet alle, maar enkele eigenschappen

Ik aarzel want sommige eigenschappen van mijn kat lijken mij, als mens, redelijk egoïstisch. ‘Je moet ook niet alle eigenschappen overnemen’, zegt de coach-begeleider, “enkel diegene die jou kunnen dienen om beter en sterker in het leven te staan”.

En ze heeft gelijk. Dit kalm en rustig dier, wordt een tijger als die kleine zwarte kat, zijn aartsvijand, zijn territorium schaadt. Dan hebben zijn mindfull – talenten geen invloed meer op zijn gedrag. Hij loopt binnen en buiten, loopt jankend door het huis van raam tot raam, houdt ’s nachts iedereen wakker met zijn kattengejank. Hij geeft niet op, wilskracht zou ik van hem ook kunnen leren. Als we hem dan, om onszelf wat nachtrust te gunnen toch de deur wijzen, gebeurt het dat hij bebloed naar huis komt. Nadien ligt hij twee volle dagen in de sofa en likt zijn eigen wonden.

Zijn agressief, a-sociaal en territoriaal gedrag wil ik dan liever niet overnemen. Ik vecht niet, nooit. En als ik mag kiezen voor mijn gelijk of mijn geluk, dan weet ik het wel. Maar hoe maak je dat je kat wijs? 

Mijn grote voorbeeld voor enkele eigenschappen

D/t fout? Shame on you!

Soms heb ik het gevoel dat alles om me heen om één onderwerp draait. Herken je dat gevoel? Laatste liet de d/t-fout zich opmerken.

Ik was niet het kindje dat haar schriften netjes inleverde, een heel mooi handschrift had en elk woord zorgvuldig -wat een woord- nakeek op fouten. Ik denk zelfs dat spellingregels voor een groot deel aan mij voorbij zijn gegaan wegens te detaillistisch, muggenzifterij en meer gefocust zijn op inhouden dan op details als schrijven zonder fouten. Toen één van de kinderen mij vroeg om de thesis eens na te lezen op zinsconstructies en spellingfouten, gaf die mij een dergelijke uitleg. Ik besefte dat de appel niet ver van de boom viel. Zo dacht ik ook als tiener.

Spelling was echt niet mijn ding. Af en toe nam ik in mijn humanioratijd die regels nog eens ter hand om de schade te beperken toen een leraar plots punten aftrok voor spellingfouten. Maar het grote verdict kwam er na het ingangsexamen van de lerarenopleiding. Ik mocht beginnen maar kreeg toch een opmerking over mijn spelling. Die moest ik bijspijkeren. De jaren dat ik in het zesde leerjaar les gaf, waren dus een zegen voor mijn spellingbewustzijn.

Omdat het mij ergerde dat veel leermethoden veel te moeilijke heuristieken gebruiken om de leerlingen correcte spelling te leren, schreef ik mijn eindwerk in de opleiding remedial teacher over “De rol van het geheugen en het metacognitief bewustzijn bij spelling”. Dat is een hele klepper om te zeggen dat ik eigenlijk op zoek ben gegaan naar de eenvoudigste logica bij spelling. Tevens zocht ik naar methodieken om kinderen op de meest eenvoudige manier door de Nederlandse spelling te loodsen zonder frustratie, zonder angst, alsof het de leukste bezigheid ter wereld is. Ik kreeg ook de kans om oefenbundels en dictees te schrijven voor de selecties en de finale van het Groot Dictee der Nederlandse Taal van het Davidsfonds. Door voor anderen te werken, schaafde ik mezelf bij.

Na zoveel oefenkansen gebeurt het nog wel eens dat ik een foutje schrijf. En dan schaam ik mij diep, eerlijk waar. Zo ontdekte ik een d/t fout in een chatbericht. Ik schreef Nieuwpoord in de plaats van Nieuwpoort. Het bericht was vertrokken voor ik het zag. Natuurlijk heb ik onmiddellijk mijn verontschuldigingen gestuurd. Dit is een schrijffout en deze is minder erg dan die andere dt/fout die ik mocht ontdekken in een online document. Dat was een werkwoordfout, een echte spellingfout. Als je 50-plus bent als ik, heb je al veel moeten leren en afleren, van leren typen op een typmachine over de computer naar wie weet wat er nog komt. Van teksten die verstuurd werden met de post om te redigeren, over de mail, tot nu. Nu werken we online in dezelfde tekst. Ik schreef een tekst op een platform en werd wat kregelig. Een vreemde pen mengde zich in mijn tekst. Het voelde als een inbreuk op mijn territorium. Doordat de andere met een ander lettertype aanvulde, werd dit enigszins vergoelijkt. Een eigen territoriumafbakening binnen mijn territorium. Tot ik plots een dt-fout zag; wordt je?! Hoe ga je daar qua online-etiquette mee om? Ik verbeterde discreet om alle verdenking van mij af te werpen. Schond ik de online-etiquette door in een ander zijn territorium een fout te verbeteren?

Ik weet niet zo goed wat de moraal van mijn verhaal is. Dat ik gevoelig ben aan mensen die in mijn onafgewerkte tekst werken? Dat ik er gevoelig aan ben dat ze er een dt/fout achter laten? Dat ik nog steeds de schaamte ken uit mijn kindertijd toen mijn schrift vol rood stond? Of gewoon dat spelling niet zo moeilijk is, als jet het eenvoudig uitlegt.

Laat het mij gewoon hierbij houden, correct schrijven zit heel diep in onze cultuur en iedereen kan er zich schuldig aan maken. Het is relatief en niets in vergelijking met de honger in de wereld. Tot je een crush hebt op een taalpuritein die jouw dt-fouten niet langer aankan of je de job van je leven moet missen omdat er drie dt/fouten in je sollicitatiebrief staan. Dan heb je pech natuurlijk.

Er was een tijd dat omalu, zo noemen de kleinkinderen mij, alles alleen moest schrijven en ze mocht geen enkele fout maken want er was geen knop om de fout te verbeteren.

De verdwijning van de Rechtvaardige Rechters

Schrik niet, ik weet meer over het verdwenen paneel “De Rechtvaardige rechters” en ik ga het jullie vertellen in deze blog.

2020 is het jaar van Van Eyck in Gent en voor die gelegenheid werd het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck gerestaureerd. Het werk, het wereldberoemde drieluik “De aanbidding van het Lam Gods” zette de Europese kunstgeschiedenis in 1432 op zijn kop. Vandaag is het één van de invloedrijkste schilderijen ooit. De schilders schilderden het werk in Gent. Het meesterwerk hangt terug in de Sint-Baafskathedraal en we mogen het geweten hebben want de ogen van het “Lam Gods” hebben ons al via verschillende media fel staan beloeren. Het werkt hangt er terug maar het hangt er niet VOLLEDIG. Het paneel “De rechtvaardige Rechters” hangt er niet.

Vandaag mochten burgemeester Mathias De Clercq, kanunnik Ludo Collin, rector Sint-Baafs, en Hélène Dubois, hoofd restauratie Lam Gods tekst en uitleg in de Zevende Dag. Boeiend hoe de burgemeester het schilderij als een verbinding tussen alle mensen ziet. Op het einde van het gesprek vroeg Lisbeth Imbo of er een verrassing aan kwam in verband met het verdwenen paneel. Niemand wist ergens van, of deed alsof maar de kanunnik zei letterlijk: “Ik weet misschien iets meer.” Toen de presentator doorvroeg, begon de man gegeneerd rond de pot te draaien. En dat viel mij heel sterk op want IK WEET MISSCHIEN iets meer!

Mijn verhaal begint in de paasperiode in 2018. Mijn vriendin en ik verkenden Firenze in de paassfeer. Vrouwen onder elkaar denken pratend en praten denkend. Plots, in een stille straat wenkt een man ons en hij zegt lachend dat er ook in Firenze mensen zijn die Nederlands begrijpen.

De vriendelijke man trakteerde zichzelf en ons op zijn dagelijkse espresso. Hij had ons een verhaal te vertellen en hij begon met de vraag: “Ken je mij. Ik was de primeur van het journaal op VRT op 28 maart 2014?” Wat een perfecte openingszin, onze aandacht was gewekt.

De man is Paul De Ridder. Hij was recent als verteller – onderzoeker – presentator te zien in Bruzz, het zaterdagmiddagprogramma op één over Brussel. Hij bracht er verschillende weken een prachtige reportage over het leven van Bruegel. Dr. Paul De Ridder studeerde geschiedenis en is Doctor in de Middeleeuwse Geschiedenis. Hij was Hoofdconservator van de Koninklijke Bibliotheek te Brussel. Via zijn werk, zo vertelde hij, maakte hij kennis met Prof. Dr. Robert Senelle, grondwetspecialist. Deze vertelde Paul De Ridder dat hij sinds 1968 poogde om het, sedert 1934, verdwenen paneel van de “Rechtvaardige Rechters” terug te laten keren naar de Gentse Sint-Baafskathedraal. En vanaf 2009 stond De Ridder zijn vriend bij in zijn zoektocht maar Robert Senelle stierf in 2013.  

Het verhaal van de Rechtvaardige Rechters van Prof. Senelle en Dr. Paul De Ridder is een heel ander verhaal dan al wat we al hoorden over de verdwijning. In de nacht van 10 op 11 april 1934 verdwenen uit de Joos Vijdkapel van de Gentse Sint-Baafskathedraal twee panelen van het wereldberoemde altaarstuk van het “Lam Gods”. Eén van deze panelen, Sint-Jan de Doper, werd na onderhandelingen met de “afperser” op 29 mei 1934 teruggegeven. Op 25 november 1934 overleed de Wetterse wisselagent Arsene Goedertier en hij werd aangewezen als de dief. Het paneel “De Rechtvaardige Rechters” blijft spoorloos. Er werd zelfs niet te hard naar gezocht tot de Duitse “Oberleutnant” Koehn tijdens de Tweede Wereldoorlog ijverig op zoek ging naar dit kunstwerk. Hij voerde als eerste een grondig onderzoek.

Het verhaal dat wij hoorden op het zonnige terras in Firenze is een verhaal van chantage, zoeken naar een gemakkelijk slachtoffer, omdat hij stierf, van misbruik van vertrouwen, spelen met geld van onschuldige slachtoffers, verdoezeling van bewijslast, mensen die weggepromoveerd werden, een paneel dat terug gevonden werd en dan weer niet, over de restauratie van het paneel in de jaren 60. Het is een verhaal van mensen die zwijgen om het verleden, zichzelf, maatschappelijke en politieke organisaties en families niet te schaden.

Is je interesse gewekt? Dr. De Ridder heeft een website waarop hij alles haarfijn uitlegt; www.paulderidderrechtvaardigerechters.com. Het was voor ons een middag waarop we dankbaar waren om zoveel boeiende informatie die heel plausibel lijkt. Paul De Ridder is een boeiende en fantastische verteller maar ik laat jullie het verhaal liever zelf lezen.

Terug thuis wou ik er ook meer over weten. Het plaatselijk Davidsfonds gaf een lezing over de verdwijning van en de zoektocht naar het paneel. Voor de man die zich gespecialiseerd had in het onderwerp was Arsene Goedertier terug een ordinaire dief, terwijl hij in het verhaal van Paul De Ridder een Robin Hood was, die het paneel als chantage gebruikte om “bestolen mensen” hun geld terug te geven.

Ik kon het niet laten en vertelde de spreker en de toehoorders verhaal dat ik in Firenze hoorde. Plots zei de spreker: “Misschien gaan ze het verdwenen paneel terug geven in 2020, het Van Eyckjaar in Gent.

Kijk, daar moest ik deze morgen aan denken toen ik naar de Zevende Dag keek. Het is 2020, laat dat paneel nu maar komen. Dank je wel, Paul De Ridder, voor de heerlijke koffies, de zeer interessante informatie en ik hoop echt dat jullie het bij het rechte eind hebben. Het is een prachtig verhaal, een verhaal van maatschappelijke verantwoordelijkheid.

De deken van de Sint-Baafskathedraal zei dat de indringende ogen van het Lam hem aanzetten om al zijn wereldlijke goederen achter te laten. Misschien zetten de ogen ook aan om het paneel vrij te geven.  

2020 Van Eyckjaar in Gent

Stilaan komt het licht terug

 ‘Heb je ’s ochtends niet genoeg tijd? Trek dan een volledig zwarte outfit aan’ Dat las ik onlangs in een krant en dat is de mening van creatieve duizendpoot Bertony Da Silva.  

Nooit meer zwart!

Zwart is altijd schoon en vooral praktisch. Dat dacht ik vroeger ook. Tot ik vorige zomer besloot om geen zwart meer te dragen. Ik vond zwart plots zo doods, zo gewoon, zo weinig inspirerend, zo kleurloos. Ik hield het een zomer vol. Alle zwarte kleren werden verbannen naar een speciale kast in de dressing. Gelukkig gooide ik ze niet weg.

Een kleurrijk juweeltje?

Toen kwam het moment dat ik door mijn winterspullen snuisterde op zoek naar een winterbroek. Zwart? Neen. Of toch? Met die zwarte broek heb ik meer kansen tot smaakvol en juist combineren. Alle, neen vele pulls en bloesjes passen op die broek. Dus die zwarte broek dan maar met die kleurrijke pull. En zo begon het verraad aan mezelf. Even later bedroog ik mijn eigen menig terug door op dat volledig zwart tenuetje een opvallend juweel te combineren. Ik hoor het mezelf nog zeggen: ‘Op zwart past elk juweel’. Een juweel is een ideaal middel om meer expressie te geven aan jezelf, je gevoel. In een juweel, zeker als het een geschenk was of eentje met mijn favoriete halfedelstenen, vind ik mezelf. Dus, ik draag wel die zwarte kleedjes maar ik draag er een mooi juweel bij om het geheel op te fleuren. En zo heb ik mijn belofte om nooit meer zwart te dragen terug een beetje bijgestuurd.

Een sjaaltje misschien?

Niet alle dagen schikken mij om juwelen te dragen. Geloof me, ik heb een pak faux bijous maar sommigen zijn zo opvallend dat ik ze liever niet dagelijks draag. Er zijn momenten waarop ik liever niet opval, dat ik liever in een hol zou kruipen dan te moeten gaan waar ze mij verwachten. Dat is des mensen, niet? Dan kies ik liefst dat eenvoudig zwart kleedje. Het verstopt mij stijlvol en veilig. Maar het is zo zwart… Dus probeer ik het met sjaaltjes. Ik heb ze in alle kleuren en motieven. Die bruine tijgerprint die ik in Keulen kocht, dat weekend dat ik er was met mijn maatje, is mijn favoriet. Niet kleurrijk maar een blijvertje. De sjaal is ruim genoeg als finishing touch, klassiek genoeg voor het werk op doordeweekse dagen, bruin genoeg voor dagen waarop je er niet op let of de zon nu schijnt of niet. Mijn andere sjaals zijn dan weer meer onderhevig aan gevoel en gemoed. Neem nu een roze sjaal, die draag ik niet elke dag. Ik ben een gevoelsmens en mijn kleren moeten bij mijn emoties passen of het geheel klopt niet. Die roze sjaal, niet met een panterprint maar met een hele panter er op, komt maar zelden uit mijn kast.

En nu in januari, draag ik gewoon zwart

Zwart is altijd schoon, het steekt voldoende weg, het is betrouwbaar, je hoeft er niet bij na te denken. Je draagt het bij weinig tijd. Mijn dagen zijn super gevuld, de energie van vorige zomer is op en ik heb niet de energie heb om nu kleurencombinaties te maken. 

Skip te winter, leve de lente

Zondag ging ik binnen in een winkel om toch nog eens te proberen een super-solden-koopjesslagje te doen. Ik kocht niets. Die winterkleuren waren mij te saai, te donker, te veel herinnerend aan de donkere dagen. Ze vrolijkten mij niet op. Maar de lentecollectie was prachtig. Fantastische groene tinten, geel en oranje. Ik werd er vrolijk van. Maar ik kocht niets want ik kan die kleren nu nog niet dragen, de winter moet nog echt in gang schieten.

Misschien moet ik gewoon om-denken

Eigenlijk wil ik geen zwart gevoel. In plaats van aan mijn kleren, kan ik aan mijn humeur werken om terug van die zwarte kleren af te geraken. Dus, vanaf maandag luister ik ’s morgens naar opgewekte muziek. Ik steek kaarsen en veel lichten aan en forceer me om ’s morgens vroeg wandelend wat frisse lucht op te snuiven. En dan pas maak ik me op voor de dag. Misschien kies ik die roze sjaal en die bijhorende roze jas. En na het werk verras ik mezelf in een bloemenwinkel met lentebloemen in het frisse groen van nieuw gras en het geel van de paasbloemen en het wit-groen van de sneeuwklokjes en paars van de krokussen. Tulpen dus.

Het is nog januari en ik smacht naar licht. Is er geen licht, dan zijn er wel kleuren. En daar kan ik iets aan doen. Hopelijk ga je nu niet bij elke collega in het zwart denken dat die zich overslapen heeft. Sommige zwartdragers onder ons willen nog even genieten van de rust van de winter en niet te vlug “lente schreeuwen”. Of ze denken gewoon dat zwart altijd schoon en stijlvol is. En dat is ook zo, voor sommigen.   

Kleurrijke tulpen op donkere, koude en regenachtige dagen

Geen knuffels meer voor "de mannen"

Vandaag, 21 januari, is het internationale knuffeldag. Het uitgelezen moment om vrienden en familie eens dicht tegen je aan te trekken. Of toch niet …

Lucrèce Matthijs

Zot van het boekje, minder gek op knuffels

De kleinkinderen zijn op weekend, het is avond. We beginnen aan ons leesmoment met drie op bed, één links van mij, één rechts van mij. De kussens rechtop als ruggensteun. Ze kiezen een Afrikaans prentenboekje uit de boekenkast “Gee my ’n drukkie!”. We wroeten er ons samen door. Het lukt als we ook de prenten ‘lezen’ om de betekenis van de woorden te vinden en we zoeken gelijkenissen met onze taal. Zo kunnen we samen die beschrijvende Afrikaanse woorden verstaan. Elvis die krimpvarkie se grootste begeerte is om in iemand se arm toegevou te word. Elvis is so prikkelrig soos ’n kaktus en so stekelig soos ’n skropborsel. Elvis soek na ’n drukkie. Kalvin Krokodil, gans te lelik, wat almar vir ’n soentjievra … Op het einde van het boek komt alles goed, zoals dat meestal in boekjes gebeurt. Kalvin raap Elvis…

View original post 205 woorden meer

Anderlecht of Brugge?

Die knappe, intelligente, sportieve CEO met zijn zoetgevooisde stem of die andere?

Wie deze week de actualiteit volgde, kan niet naast “Anderlecht”. Ik kwam er vroeger vaak en in verschillende basisscholen die pretendeerden hofleverancier te zijn van de voetbalploeg. Dat wakkerde mijn interesse voor het voetbal niet aan. Voetbal, daar ken ik NIETS van.

De zomer van het wereldkampioenschap voetbal, waren de kleinkinderen hier op vakantie. Ze hebben gedurende hun verblijf maar twee dingen gedaan, of ze zaten in de vijver of ze voetbalden in hun rode tenues. Voor elk spel zongen ze, armen over elkaars schouders, de Brabançonne. In tegenstelling tot de meeste spelers en supporters kenden zij hun tekst wel. Geleerd van de andere opa. Ze probeerden mij de spelregels uit te leggen maar de moeite was tevergeefs. Hun geluk kon niet op toen onze opa Piet hen en hun ouders trakteerden op een wedstrijd op Club Brugge. Ik mocht mee, er was nog een kaart over.

Zelfs op een voetbalmatch kom ik mezelf tegen. Ik leerde er dat de supporters strikt gescheiden zaten. De match vorderde en voor ik goed wist hoe het spel gespeeld werd,  had Brugge al twee of drie goals gemaakt. Eupen had nog steeds een nul staan op dat groot scorebord.

Bij een bijna-goal van Eupen uitte ik spontaan mijn ontgoocheling, het kwam recht uit mijn hart. Dat is compassie. Een groepje mannen dat op de rij achter ons zat, sprak mij onmiddellijk aan: “Hela madammeke, ge zit hier op de verkeerde plaats, hier zitten de supporters van Brugge.” Kijk, zo ben ik. Ik supporter meestal voor de zwaksten, voor de mindere, voor diegene die achter staat. Toen ik “The Daily Show” van Trevor Noah nog dagelijks volgde kreeg ik medelijden met Trump omdat hij er dagelijks door de sarcastische molen van de democratische zender gedraaid werd. Als er te veel gekapt wordt op bepaalde mensen, krijg ik medelijden. Ik stopte met kijken om sympathie voor Trump te voorkomen.

Terug naar Brugge. Ik was dus gewaarschuwd dat ik vanaf mijn plaats niet moest supporteren voor de tegenpartij.

“Zeg madammeke, je had beter op de Anderlecht gezeten met uw kleren aan” hoor ik een opmerkzame man van het groepje roepen. De kleinkinderen sprongen hem onmiddellijk ter hulp en zeiden dat ik de kleuren van Anderlecht aan had. Ik droeg een wit kleed en paarse schoenen. Dat hadden ze mij ook op voorhand kunnen zeggen.

In de pauze hoorde ik dat het gesprek tussen de mannen achter ons Anderlecht ging. Ze vuurden op mij, als expert, een aantal vragen af, waar ik natuurlijk geen antwoord op wist. Mannen met gevoel voor humor, daar hou ik van. De volgende keer, als ik nog eens mee mag, ga ik toch meer op de vestimentaire geplogenheden letten.  

Ik weet nog steeds niets van voetbal maar sedert deze week weet ik wel wie de CEO van Anderlecht is.

Ik ben gewonnen voor Karel Van Eetveld, al heel lang. Hij heeft charisma, een prachtige stem, weet rust te bewaren in panelgesprekken, laat woorden en zinnen klinken als zeer logisch en aannemelijk en naast zeer intelligent is hij ook knap en sportief. Mocht ik dit lezen over mezelf, ik zou blozen. Blozen deed hij deze week, hij straalde op die foto in de krant. Het was duidelijk dat hij de job van zijn leven heeft.

En hoe zit het nu met zijn radicaal vernieuwende politieke beweging? En wie gaat de muren van de behoudsgezindheid proberen te slopen? Ik was onder de indruk van zijn visie op politiek, die ik recent mocht lezen in de krant en mocht horen in de Afspraak. Er is nood aan echte democratie, nood om de stem van de minderheid te horen, burgerinspraak. Ik kan er mij in vinden dat we politiek niet goed bezig zijn en dat veel mensen zich in de kou voelen staan. Meer nog, mensen haken af. Politiekers maken nog hun punt, laten journalisten oneliners koppen maar de mensen luisteren niet meer of slaan de bladzijde van de krant om. We horen het en gaan over naar de orde van de dag. Daarom was ik zo blij dat iemand als Karel Van Eetvelt wou ijveren voor een ommezwaai.

Voorlopig niet dus. Ik ben enigszins ontgoocheld maar als je de job van je leven vindt, dan ben je weg natuurlijk.

“Hij zal er wel moeten voor zorgen dat er goals gemaakt worden”, zei ik deze week nog tegen mijn man, “daar gaat voetbal toch over?” Het was mooi geweest om die match tegen Brugge van vandaag te winnen. Dat had kunnen tellen als start.  Jammer, ik had het hem gegund.

Zet je en laat je horen

De stem op de stoel spreekt mee

Door mijn recente opdracht in Brussel, ben ik een frequente gebruiker van het openbaar vervoer. Geloof me, dat schept al vlug een band met medereizigers. Met de trein is het altijd een beetje reizen, je hoort er al eens iets, ook wat niet voor jou bedoeld is. Je kan er ongegeneerd mensen beloeren of een extra tukje doen. Gestolen vreugdevolle momenten. Zelfs een vertraging kan leuk zijn, als je het zo ervaart. En op een onverwacht moment gebeuren van die kleine wondertjes. Zo hoor ik onze jongste dochter plots “mama” roepen in het overvolle station, net op het moment dat ik mij afvraag of zij die dag examens heeft. Synchroniciteit! Dat is het verrassend moment waarop uiterlijke en innerlijke gebeurtenissen die zelf niet causaal verbonden zijn, samen vallen. “En als je er alert voor bent, gebeurt het vaker”, wist Carl Jung, uitvinder van het begrip.

Op een avond had ik op de trein een heel goed gesprek. De trein had die avond vertraging, hij reed twintig minuten langer op het traject maar ik merkte het pas toen ik thuis kwam. Ik sprak met iemand met wie ik vroeger sportte. Onze sport was niet gericht op veel communicatie, meestal droegen we een zuurstofmasker. Ter zake. De man is burn-outcoach in de Vlaamse Gemeenschap. Mensen boeien mij. Coachen, boeit mij ook. In het verleden draaide ik wel eens mee als supervisor, groepenbegeleider en volgde ik zelf opleidingen die mij ook persoonlijk wel wat bij brachten. Was de ontmoeting toevallig of is mijn aandacht onbewust op het thema ‘mensen in ontwikkeling’ gericht? Wie weet. Het was wel het onderwerp van de week want ik volgde net nog een nascholing rond DEEP DEMOCRACY, een methode om minderheidsstemmen te horen in een besluitvormingsproces. We leerden er boeiende methodieken want geef toe, we komen nog moeilijk tot compromissen op alle maatschappelijke niveaus. En dat geeft verwarring in plaats van de veiligheid. Iets waar we allemaal nood aan hebben.

Ik maande mijn medereiziger aan om toch iets te vertellen over zijn boeiende job en ja, hij gaf mij een paar technieken mee. De techniek die ik zeker wil onthouden is OM-DENKEN. Bij omdenken vraag je je af wat de voordelen zijn van je probleem. Ik kon het niet laten om mijn tijd optimaal te benutten en legde hem meteen een probleem voor. Het is een issue, iets wat mij is overkomen en wat ik moeilijk een plaats kan geven. Dat laatste is niet mijn gewoonte. Blijkbaar zit er een sterke emotionele geladenheid op want er ging de laatste maand geen dag voorbij zonder dat het voorval als ruis in mijn hoofd kwam en ik ontmoediging voelde. Maar ik moet OM-DENKEN en mijn medereiziger legt mij uit wat ik kan doen: “Leg het probleem op een stoel en vraag wat het jou wil zeggen”.

Ook in de opleiding rond DEEP DEMOCRACY kreeg een stoel een rol. De stoel is de plaats van de afwezige, de andere, de plaats waar diegene met een andere mening denkbeeldig plaats neemt. Door de “afwezige” een plaats te geven, hou je er rekening mee. Zo worden eigen meningen genuanceerder, democratischer en gevarieerder.

Enkele dagen na elkaar kreeg een lege stoel dus een andere betekenis in mijn leven. De spreker en mijn mede-reiziger hadden mij tot denken en voelen gezet, ik moest daar iets mee doen. Op het werk kregen we de opdracht om creatief alternatieve ideeën te zoeken voor een aantal issues. “Ik zal morgen op mijn thuiswerkdag een aantal stoelen bij zetten”, hoor ik mezelf nog lachend zeggen als afscheid tegen de collega’s. En ’s avonds op de trein hoor ik dat ik mijn probleem op een stoel moet leggen en zo een antwoord zal krijgen over de voordelen ervan.

Die avond zit ik nog even te mijmeren en denk ik aan het probleem. Ik leg een extra kussen in de sofa bij wijze van duidelijke afbakening. Even een kopje thee halen…

Als ik terug komt, ligt de poes bovenop mijn kussen. Ik denk even dat het probleem weg is, versmacht onder een kussen en een veel te dikke poes. Doodsoorzaak: zuurstofgebrek. Maar dit voelt niet juist. Ik kijk naar de poes, hij doet zelf niet veel moeite om naar mij te kijken. Het is alsof hij mij wil zeggen: “Hoe meer je er naar kijkt, hoe groter het zal worden.” Poezenwijsheid! Toen besloot ik dat een lange nachtrust vaak oplossingen biedt.

Wat je aandacht geeft, groeit. Poezenwijsheid!

Dus, als je bij mij thuis komt op een thuiswerkdag, en de stoelen staan lukraak rond het huis, dan ben ik heel hard aan het werken.

Familie, het toneel

Ik mocht de avant-première van het toneelstuk “Familie” bijwonen. Het gaat over een familiedrama bij de familie De Meester in 2007 in Calais. Het acteurskoppel Filip Peeters en An Miller en hun twee dochters spelen, hun twee honden zijn er ook bij. Het stuk van de Zwitserse auteur en regisseur Milo Rau is de interpretatie van de laatste avond van een gezin dat samen zelfmoord pleegt. Het gezin De Meester had geen te achterhalen problemen als gezondheid, werk, geld of gebroken relaties. Toch hingen ze zich samen op. De moeder laat enkel een briefje achter: “We hebben het verkloot, sorry”. Op het toneel zien wij niet zo zeer het verhaal van de familie De Meester maar ook dat van de familie Peeters en een beetje van iedereen die in de zaal zit. Uiteindelijk kijken wij altijd naar een verhaal vanuit de eigen beleving, ook hier.

Sometimes being silent is the only way to speak the truth

Het gezin Peeters-Miller ging samen met de regisseur nadenken over hoe een dergelijke laatste avond er kan uitzien. Het decor was prachtig, de vertolking grandioos, de locatie -NTG Gent- super. Daarover ga ik het niet hebben. Ik kan enkel zeggen: “Het stuk speelt voor mij nog door, het blijft hangen en de vragen in mijn hoofd vermeerderen zelfs.”

Hoopvol

Hoe ik voelde ik mij tijdens de voorstelling? Hoopvol, tegen beter weten in. Zelden voerde ik een dergelijke innerlijke strijd tijdens een toneelstuk. De inleider zei vooraf dat ze het publiek niet zonder hoop konden wegsturen en dat woord was bij mij meer doorslaggevend dan de zelfmoordactie waarvan ik wist dat ze zou komen. En toch wijst niets op een dergelijke afloop als je in het moment naar het toneel kijkt. Daar wou ik blijven, in het moment en bij momenten lukte het. De avond bij het gezin verloopt rustig. Iedereen doet wat hij of zij elke avond doet. De avondrust in het gezin was er een waarvan ik, als moeder van drie vaak gedroomd heb. Was het de rust die mij de hoop gaf? Ik betrapte mezelf er constant op dat ik bleef hopen dat dit fijn gezin geen zelfmoord zou plegen.

De hondjes

En toen begonnen ze zich voor te bereiden. Elektriciteit? Water? Huisvuil? De hondjes?… Dit gaf mij een diepe schok. Dat het gezin zelfmoord zou plegen werd gaandeweg duidelijk maar wat zouden ze doen met de hondjes? Zij hadden er toch niet voor gekozen? In de stilte van mijn stoel in de muisstille zaal zat ik mij zorgen te maken over de hondjes. En dan kwam het moment dat de moeder schreef: “Wij hebben het verkloot, sorry.”

Verkloten wij het niet allemaal?

Waar slaat dit op? Naast het verhaal van de familie De Meester en de familie Peeters komt hier ook mijn en misschien wel jouw verhaal om de hoek kijken. Verkloten wij het omdat we onvoldoende zorg dragen voor het milieu? Of omdat we te veel met ons werk bezig zijn en de kinderen daardoor te weinig of te veel aandacht geven? Of omdat we met teveel zijn en niet iedereen hetzelfde comfort kunnen of willen geven? Of omdat we te materieel geworden zijn en eigenlijk niet meer genieten van materiële zaken, al kijken we er voortdurend naar uit en kunnen we er niet aan weerstaan om ze te kopen? Of omdat we onze grenzen zo ver verleggen dat we mentaal niet meer kunnen volgen? Of omdat het gewoon te veel en te druk is? Of omdat we toegeven aan het streven naar perfectie, al weten we dat die niet bestaat? Of om de combinatie van al dit en zoveel meer?…

Waarden en normen

Gaat dit over een gezin en specifiek dit gezin die het verkloot heeft of slaat het op de mensheid die het verkloot en waarden en normen verloren is? En wat als dit gezin zich, ondanks alles, strijdbaar had ingezet om te blijven leven om uit het vele verklote toch iets te vinden om voor te leven? Ik lees in het programmaboekje dat het de bedoeling was om de nihilistische, melancholische, zelfs suïcidale tijdsgeest tentoon te stellen. Voor mij blijft het de vraag hoe een gezin zo diep kan vallen in het nihilisme. Hoe kan je kiezen voor het niets, boven het leven als je gezond bent? Of hoe kan je geloven dat alles beter is, als je gewoon besluit om er uit te stappen?

Tunnels en angst voor de dood

In mijn beleving is voor de dood kiezen die ene tunnel naar de dood inslaan. Wat doe je als er geen andere weg meer is in je gedachten dan die ene die zonder omzien naar de dood leidt? Een de tunnelvisie ontstaat door te weinig te praten en door andersdenkenden uit de weg te gaan. Eenzaamheid en de isolatie kunnen dodelijk zijn, je mist mensen die meningen laten herzien en een andere weg aanreiken. Of is in dit gezin de angst voor de dood gewoon weg? Stonden deze mensen zo ver dat ze elke doodsangst overwonnen? Bewust overwonnen, want ze waren niet ziek. Is het de angst voor de dood die anderen ervan weerhoudt om de stap te zetten? Dan geeft angst ons minstens nieuwe kansen.

Het stuk confronteert ons met een extreme realiteit. De commentaren in de kranten zijn niet min. Er wordt gevreesd dat het mensen die aan de grens staan, een duw kan geven.

Waar bleef die hoop?

En waar zat de hoop waar de inleider het over had? We kunnen niet genoeg waarde hechten aan het leven en blijven geloven dat, ondanks alles, alles toch weer goed komt. Het klinkt misschien als een naïeve gedachte maar het is de waarheid, achteraf, soms lang achteraf. Laat ons toelaten om naïef te zijn, het is een waarde die levens kan redden.

Ondanks de negatieve kritieken in de kranten wil ik wel zeggen: “Ga er heen, kijk er naar, beleef het en denk er over na.” Na de voorstelling was ik sprakeloos en ik wist dat ik er eerder iets zou over schrijven dan erover te praten. En ik weet dat niemand antwoorden kan geven op al mijn vragen.

Filip Peeters en An Miller en hun twee dochters spelen. Het stuk van Milo Rau is de interpretatie van de laatste avond van een gezin dat samen zelfmoord pleegt.

Van idealist naar zondebok

Een televisieserie als een andere op zaterdagavond?

Zaterdagavond. Ik hield van goeie moordverhalen maar begin stilaan mijn strot vol te krijgen van detectives en andere gruwelijkheden. Toch startte ik eind december met een nieuwe reeks, A Confession. Het leek een klassieke detective; meisje verdwijnt, een goeie politie-inspecteur, Steve Fulcher, komt op de proppen, moordenaar gevonden. Fulchers doorzettingsvermogen, scherp inzicht, menselijkheid en wil om te slagen zorgen ervoor dat de dader gepakt wordt op het einde van de eerste avond. Ik was verwonderd. Moest hier nog een vervolg aan gebreid worden? Was dit een serie? Ja dus. Ik sliep goed die nacht. Afleveringen drie tot zes moesten nog komen.

Vorige week zagen we hoe de hoofdinspecteur de moordenaar kliste, hem een tweede moord liet bekennen, de politie bij de lijken bracht en vermoedens over een seriemoordenaar losweekte. Dit alles kon omdat detective hoofdinspecteur Steve Fulcher opzettelijk de politieprocedure en -protocol heeft overtreden om een bekentenis te forceren. Op het politiebureau kreeg hij een staande ovatie. Op zijn gezicht stond geen glorie te lezen maar een zeer afwachtende houding. Alles kon nog fout gaan. En zo gebeurde. Zijn leidinggevenden feliciteerden hem wel maar begonnen onmiddellijk over de procedures.

Van held naar beschuldigde

Om een verhaal kort te maken, de held werd aangeklaagd, kreeg er nog een klacht bovenop van de vader die geen blijf wist met zijn frustratie en dus maar het “gekwetste kuiken” nam om een klacht tegen in te dienen. Zijn collega’s lieten hem vallen, zijn oversten ook en een overijverige ambtenaar stuurde de aanvraag tot schorsing door vooraleer alles grondig uitgepraat werd met de betrokkene. Bovendien heb ik een vaag vermoeden dat collega’s om zichzelf te beschermen en ten voordele van enkele pluimen liever een mentale moord op de held pleegden.

“Alles kan verkeren” zei Bredero

De hoofdinspecteur had een goed leven, niet enkel door veel geluk maar door inzet. Hij had een job waar hij goed in was en steeds beter wou in worden en een gezin waar hij tijd voor maakte. Hij bewaakte de work life balance. Hij had een missie, het verdwenen meisje, liefst levend, terug bij haar familie brengen. En dit heeft hem uiteindelijk zijn carrière en reputatie gekost. De familie van dit meisje liet hem uiteindelijk vallen. De moeder van het tweede vermoorde meisje bleef hem steunen, zette petities in en haalde de media. Dit laatste zorgde ervoor dat hij wel schuldig werd bevonden maar geen ontslag kreeg. Zijn nieuwe taak was er een die ver beneden zijn capaciteiten lag, de echte ontmenselijking. Toen de vrouw van een collega die een ongeveer gelijkaardig parcours liep maar uiteindelijk zelfmoord pleegde, hem vertelde dat een werk geen leven waard is, nam hij ontslag.

De dunne en slappe koord van maatschappelijke inzet

Waarom treft dit mij zo hard? Als politieagent werken met criminelen is dansen op een dunne en slappe koord. Zij liegen, zij hebben iets te verbergen, zij zijn voorbereid, zij worden beschermd door wetten en regels en door hun advocaten die verplicht zijn om hen te ondersteunen en te helpen. De politiemensen moeten alles uit de kast halen om de waarheid naar boven te halen maar worden beperkt in hun gedrevenheid en handelen. In dit geval bleef een moordenaar buiten schot terwijl de politieman door een hel ging.

Permanente evaluatie

Gelukkig zijn er idealisten met een missie, liefde voor anderen en een drang om mensen te helpen die sterker is dan wetten en regels. Valt het jullie ook op dat in meerdere politieseries de bazen de helden tegenwerken? In dit verhaal ook en dit verhaal is gebaseerd op waargebeurde feiten. Het verhaal is echt gebeurd. Neen, we worden niet graag geconfronteerd met politie. Ja, we willen allemaal een rechtvaardige behandeling. Maar naar waar evolueren we als we die mensen die ons beschermen of die voor een hoger doel zoals hulp aan slachtoffers en het straffen van daders, zelf gekraakt worden?

Niet alleen regels beperken mensen. Krijg je ook constant die vervelende evaluatieformulieren? Veel mensen in maatschappelijke en financiële diensten worden dagelijks geconfronteerd met evaluaties om zichzelf te kunnen bijsturen, voor interne kwaliteitscontrole. Dit maakt mensen bang want resultaten van evaluaties kunnen leiden tot sancties, zelfs tot ontslag. Ik zet zelden een negatieve evaluatie op papier omdat ik weet dat het mensen kan schaden, omdat ik niet weet wat er echt achter het gedrag van de te-evalueren- mens zit, omdat heel veel niet te vatten is in een score op 10. Men geeft ook vaak de indruk dat het over de evaluatie van een bedrijf gaat maar uiteindelijk gaat het over mensen. Procentueel kruipen meer mensen in de pen om iets negatiefs te melden dan iets positiefs. Dus ik geef vaak een klein tegengewicht.

Iemand vertelde mij onlangs dat de managers niet meer tevreden zijn met een evaluatiescore van 8 op 10. Het moet meer zijn. Toen ik buiten het kantoor kwam, kreeg ik al een mail om die medewerker te evalueren. Ik gaf alleen tienen, niet omdat hij zo goed maar omdat hij mij eigenlijk impliciet een vraag gesteld had. Ik weet dat hij zijn best doet. Dat alleen is geen 10 waard maar ik wil niet dat deze vriendelijke en enthousiaste man met een gezin ontslagen wordt. Ik draaide als klant dus maar mee in een leugenachtig systeem.

Bescherm de idealist

De serie maakte een dergelijke diepe indruk op mij, dat ik er twee zaterdagen na elkaar slecht van sliep. Twee vragen blijven knagen: “Welke plaats heeft de waarheid nog?” en “Hoe masochistisch moet je zijn om nog te willen en te blijven opkomen voor anderen in een maatschappelijke functie?” Op het tweede kan ik antwoorden: IDEALIST! Laat ons de idealisten koesteren en beschermen. Over mogelijke antwoorden op de eerste vraag moet ik eens heel diep nadenken want na deze serie en de gedachten die ik er aan koppel, voel ik vooral ontgoocheling.

Heb je het gemist? De reeks A Confession is nog beschikbaar tot eind maart op VRT-NU. Laat je me weten welke gedachten dit bij jou opriep?

A Confession vertelt het verhaal van detective hoofdinspecteur Steve Fulcher die opzettelijk de politieprocedure en -protocol heeft overtreden om een moordenaar te vangen, een beslissing die hem uiteindelijk zijn carrière en reputatie heeft gekost.