En iedereen zweeg …

holocaust
Januari 1945 – januari 2020
Het is zeer actueel en hopelijk is de aandacht niet tijdelijk. Auschwitz werd 75 jaar geleden ontdekt door de Russen, per toeval. Enkele jaren geleden bracht ik er een bezoek. De vragen die iedereen zich stelt, stel ik mij ook: “Hoe is het zo ver kunnen komen en wat drijft mensen om andere mensen dit aan te doen?”.
Vooraleer ik naar Polen trok, bezocht ik Breendonk. Voor mij kwam dat bezoek nog veel dieper binnen. Breendonk vertelt ons verhalen over mensen van bij ons, niet over de gruwelijke daden van die verre Duitsers, maar over Vlamingen, Belgen die elkaar verraadden en martelden. Bij een bezoek aan de Kazerne Dossin in Mechelen hoorde ik in alle eerlijkheid vertellen dat ook de Belgen meer Joden lieten deporteren dan strikt gevraagd werd door de Duitsers. Hoe kan een volk zo gehaat worden? En hoe slaagt een volk er in om na eeuwen van achtervolging en gruwelijkheden toch weer recht te staan en door te gaan?
Haar naam was Sarah

Ik leerde het boek kennen via mijn jongste dochter die verschillende boeken moest lezen over de holocaust. Zij koos naast ‘De jongen met de gestreepte pyjama’ dit boek. We keken samen naar de films, beide boeken zijn verfilmd, en lazen de boeken. Samen een boek lezen en samen naar films kijken die ons zo hard treffen en van de wijs brengen, schept een band.
Het boek ‘Haar naam was Sarah’ omvat twee verhalen, die in de loop van het boek in elkaar verweven geraken. Het ene verhaal speelt zich af in 1942, het andere in 2007. Het verhaal in het verleden begint in Parijs op 16 juli 1942 tijdens de deportatie van Joodse Sarah en haar familie. Het tweede verhaal gaat over de Amerikaanse journaliste Julia Jarmond die in 2007 een onderzoek doet naar de deportatie van Joden en net het huis gaat verbouwen waar de deportatie in 1942 plaats vond.
Wanneer de politie de familie van Sarah meenemen,  verstopt Sarah haar broertje Michel in de kast waar ze altijd verstoppertje spelen. Haar broertje moet beloven daar te blijven tot ze hem komt halen. Ze doet de kast op slot en houdt de sleutel dicht bij zich. Sarah hoopte haar broertje vlug te kunnen bevrijden. De Joden werden vanuit het Vélodrome d’Hiver in Parijs gedeporteerd naar concentratiekampen maar Sarah weet te ontsnappen en keert terug naar Parijs. Daar vindt ze haar broertje dood in de kast. Alle hoop die ze nog koesterde en die je als lezer met haar mee koestert, is voorbij.

Gewoon doorgaan

In de verschillende verhalen die ik hoor en lees over beide wereldoorlogen stel ik vast dat slachtoffers na de oorlog gewoon niet meer over de gruwelijkheden gepraat hebben. Ze hebben hun leven opnieuw opgenomen en geprobeerd er het beste van te maken. Bij sommigen lukte het, bij anderen niet.

En iedereen zweeg

In het boek heeft Sarah heeft dit nooit kunnen verwerken, ondanks de steun van het gezin waarin ze terecht kwam. Ze verhuist naar Amerika, vertelt nooit over haar traumatisch verleden en pleegt heel jong zelfmoord. Het leven van de journaliste neemt onverwachte wendingen. Ze verhuist naar Amerika en leert de zoon van Sarah kennen. Hij had het verhaal van zijn moeder nooit gehoord. De oorlog was voorbij en iedereen zweeg. De schoonvader van de journaliste was er bij toen Sarah haar broertje dood uit de kast haalde. Ook dat bleef een groot geheim, verborgen voor de familie en voor iedereen.

Andere boeken over deportaties en het leven in concentratiekampen

Ik heb al wat boeken over de Tweede Wereldoorlog gelezen. Deze zomer wurmde ik mij door ‘Ik ontsnapte in Auschwitz’. Een waargebeurd verhaal over het leven in het kamp en hoe de man toen hij eindelijk ontsnapte geen gehoor kreeg bij staat en kerk. Toen vroegen mensen mij hoe ik dit gruwelijk verhaal kon lezen tijdens een vakantieperiode. Ik deed het en zette door want elk boek over wat gebeurde in de concentratiekampen brengt nog nieuwe wreedheden naar boven. Ik kik daar niet op maar wil weten waartoe een mens in staat is.
Waarom worden deze boeken met waargebeurde verhalen pas recent verteld? Omdat deze mensen na de oorlog ook gedacht hebben dat ze het gewoon moesten vergeten en verder doen. Zo gruwelijk was de realiteit, mensen hadden tot het einde van hun leven nodig om woorden te vinden die het verhaal kunnen vertellen.

Van migrant naar "sir" Cliff

De biografie van mijn jeugdidool

Ik heb de uitdaging van Hilde Vandebroek geaccepteerd: het tonen van 10 boeken die ik leuk vind (1 per dag) op facebook. Ik mag geen uitleg geven en geen kritiek, alleen de kaft tonen. Maar aan mijn boeken zitten zoveel verhalen vast, dat ik ze graag deel via mijn blog. Voor de tweede dag op rij, stel ik een biografie voor. Vandaag is het die van mijn jeugdidool Cliff Richard.

1973

Ik herinner mij nog als gisteren het Eurovisiesongfestival van 1973. Ik was dertien, kreeg nog geen Engelse les en was nog nooit verliefd geweest. De knapste man die ik ooit zag, zong voor het Verenigd Koninkrijk. Hij won niet. Hij werd derde. Toch was ik heel blij dat hij in de hitparades hoger stond dan de Franse winnares Anne-Marie David. Op de Nederlandse televisie presenteerde Ad Visser TOPPOP, een wekelijks muziekprogramma. Hoe hoger Cliff Richard stond in de ranking, hoe groter de kans dat hij op tv kwam. Het lied ‘Power to all our friends” en Cliff Richard zelf, zorgden voor het eerste pingpongspel van mijn hormonen. Hij had, heeft een prachtige stem, hij heeft iets exotisch met zijn donkerbruine ogen en zijn danspasjes vond ik toen mooi. Ik was op slag verliefd voor de eerste keer in mijn leven. Gelukkig zat er een grote poster in het muziekblaadje dat ik met mijn zakgeld kocht. Willy Sommers vloog in de vuilbak, Cliff Richard hing nu aan de muur van mijn slaapkamer.

2003

Mijn zoon ging met mij, onder veel voorwaarden, mee naar de generale repetitie van een optreden van Cliff Richard met Helmut Lotti op de Grote Markt in Brussel. Daar moest ik vaststellen dat er meer beweging in Cliffs heupen zat dan in het hele lijf van de 29 jaar jongere Lotti. Ik was te laat voor kaarten van het echte optreden maar was blij mijn jeugdidool eindelijk “in het echt” te zien.

2014 Een glorie- en een rampenjaar

In 2012 hoorde ik plots veel muziek van Cliff Richard op de radio.  Ik vreesde het ergste maar neen, hij kwam nog eens naar Brussel in Paleis 12. Nu had ik wel kaarten. Ik genoot oprecht van het optreden. Dat zelfde jaar stortte mijn wereld in toen mijn man mij tijdens een etentje voor onze trouwverjaardag op 14 augustus vertelde dat mijn idool aangeklaagd werd voor kindermisbruik. Als trouwe fan heb ik dit nooit geloofd en ik volgde de onderzoeken op de voet, onder andere via facebook. Eerder dat jaar las ik zijn biografie. Ik wou meer weten over een 74-jarige die enthousiast zong en danste op een podium en ik beloofde mezelf om dat op die leeftijd ook nog te doen.

My life, my way

De biografie dateert van 2009, hij was toen 69 en 50 jaar zanger. Het boek  is één lang interview met antwoorden op de vragen over hoe hij is als mens en artiest. Hoe hij zoveel succes kreeg en dat bleef houden. Het hoofdstuk over de armoede in zijn jeugd en zijn geloof vond ik treffend en heel eerlijk. De biografe en journaliste  Penny Junor weet de juiste vragen te stellen. Het boek geeft zelfs het gevoel dat Cliff door de vragen nog sterker tot nadenken werd gezet, wat het levensverhaal net verder uitdiepte tot die finesses die mij echt boeien. Ik wil achter alles de mens leren kennen. Samen met zijn ouders moest het gezin bij de onafhankelijkheid in 1948 India verlaten voor het koude Engeland. Hij was als jonge zanger de enige kostwinner voor een vaderloos gezin. Daarom koesterde hij heel hard zijn carrière en was het geen optie om als tieneridool een relatie aan te gaan. Hij heeft het ook over de vele goede doelen waar hij zich voor engageert en spreekt open over zijn geloof en hoe dat zijn leven veranderde. Daar werd meewarig over gedaan, terwijl de Beatles op dat moment mediteerden in India, wat wel aanvaard werd. Het is een verhaal waarbij de held van arme migrant een “sir” werd. Hij was de eerste rockster die koningin Elisabeth ridderde. Zij was duidelijk ook een fan.

Ik lees graag biografieën omdat ik hoop daarmee de mens echt te leren kennen. Dit boek leerde mij dat mijn idool een schoon mens is, van binnen en van buiten. Soms lees ik een interview en denk ik: “Dit had ik graag zelf afgenomen.” Kijk dit was er zo een, niet omwille van de man maar omwille van het doorvragen op momenten dat andere journalisten al aan het schrijven zijn.

Dit jaar wordt hij 80. Hij geeft verschillende optredens maar ik denk niet dat ik het Kanaal ga oversteken. Hoewel…wie weet. Is er iemand kandidaat om mij te vergezellen?

Biografie van mijn jeugdidool Cliff Richard