Over oorlog, pesten en mensen die toch deugen

maten makkers

De meeste mensen deugen. Toch doen ze slechte dingen omdat ze denken dat ze goed doen. Dat is de voorlopige conclusie van Rutger Bregman in het boek “De meeste mensen deugen” en ik las al 11 hoofdstukken van de 17!

Soldaten willen niet doden

Wat een schat aan rijke inzichten krijgen we door het boek. Neem nu de onderzochte info over soldaten. Uit onderzoek uit beide wereldoorlogen blijkt dat soldaten 95% van de tijd in de loopgraven niet schoten. Ze hielden zich bezig. Anderen schoten net boven het hoofd van de vijand om hem zeker niet te raken. De meeste mensen willen niet doden. De auteur analyseerde de studies van de meest gruwelijke zaken die gebeurden in de vorige eeuw, de vechtlust van de Duitse soldaten en de holocaust. Duitse soldaten vochten 50% meer en beter dan alle andere soldaten van de geallieerden. Uit gesprekken met Duitse krijgsgevangenen bleek niet dat ze vochten tegen de Joden, voor een ideologie noch voor het vaderland. Ze vochten voor elkaar, ze vochten voor de vriendschap. Ze vochten voor hun maten. Dat hadden de Duitse bevelhebbers goed gezien. Als er vriendschap is onder de soldaten, vechten ze voor elkaar. Soldaten weigerden promoties omdat ze hun makkers niet in de steek wilden laten, ze vochten om hun makkers te verdedigen tegen de vijand. Vriendschap heeft ook nadelen, als je voor je vrienden bent, ben je tegen de anderen.

Kleuters maken groepen als de omgeving er om vraagt

Mensen willen goed doen maar soms nodigt de omgeving uit om een kamp te kiezen en daar gaan we dan op in. Onderzoekers gaven een groep kleuters blauwe en rode T-shirts. Er werd niets gezegd, geen uitleg, gewoon twee kleuren van T-shirts. Na een tijdje gingen de kleuters effectief twee groepen vormen, per kleur. Ze zetten zich ook effectief tegen elkaar af en beslisten dat de andere kleur niet meer mocht meespelen.

Leerlingen deugen

En hoe zit het dan in klassen? Ik voel al lang ergernis bij de goede bedoelingen van leraren om kinderen op te splitsen in niveaugroepen. Je leest goed, goede bedoelingen want er zijn voordelen aan kunnen leren op eigen niveau. Maar wat met de nadelen? Mijn ergernis richt zich vooral op klassen/scholen waar leerlingen in een vaste niveaugroep zitten. Leerlingen horen bij de A-groep omdat ze een kei in wiskunde zijn, bij de B-groep omdat ze middelmatig scoren en bij de C-groep omdat ze uitleg nodig hebben of andere, eenvoudiger oefeningen maken. Het is een hele eer voor de ouders dat je kind voor alles bij de A-groep zit en die A – leerlingen zijn daar ook wel best fier op. Maar is dat ook het beste voor het kind, voor de klas, voor zijn/haar sociaal leven? In sommige klassen splitsen leerkrachten leerlingen op in leeuwen, tijgers en bongo’s of andere dieren om het stigma van sterk en zwak te voorkomen. In gesprekken met de leerlingen horen we toch steevast spreken over ‘de sterke en de zwakke voor wiskunde’. Kinderen hebben dat door, natuurlijk.

Het boek ‘De meeste mensen deugen’ levert mij nogmaals het bewijs aan dat het geen voordeel is voor een kind, een kleuter of een leerling om lang in een vaste groep te zitten. Vaste groepen zetten zich af tegen elkaar af. De mensen deugen maar de organisatie van mensen zorgt er voor dat mensen zich tegen elkaar afzetten.

En hoe gaan we dat dan oplossen?

Dat vaste niveaugroepen in klassen nefast zijn, daar heeft de auteur het niet over, dat concludeer ik. Moeten kinderen hun talenten onder de korenmaat steken? In geen geval. Er zijn andere manieren om samen tot leren te komen in een klas. Vriendschap! Vriendschap zorgde ervoor dat Duitse soldaten hun leven gaven in een zinloze strijd. Duitse officieren zorgden er bewust voor dat er tijd was voor de nieuwe soldaten om elkaar beter te leren kennen, om gelijkenissen te vinden, vriendschap te sluiten, veiligheid bij elkaar te ervaren. Door meer aandacht te geven aan de vriendschap; elkaar leren kennen, samen-activiteiten doen, positieve eigenschappen in elkaar naar boven halen, samen spelen, kunnen leerlingen ook komen tot het belangrijkste binnen onderwijs, samen tot ontwikkeling komen, samen graag leren, samen goeie resultaten boeken.
Vrienden laten elkaar niet in de steek. Een klasgenoot die een oefening niet begrijpt, laat je ook niet in de steek, je legt hem die oefening met plezier uit. En ieder heeft een talent waar je een ander mee van dienst kan zijn. Vriendschap is veel meer dan samen spelen, het is ook elkaars talenten en vaardigheden waarderen, inzichten delen en elkaar helpen waar hulp nodig is. Aandacht geven aan de vriendschap is heel veel tijd en geluk winnen.

Gij kunt da niet!

Ik zat achteraan de klas en een vlijtige leerkracht las na de les voor welke leerlingen alleen moesten werken zonder materiaal, welke met materiaal en welke aan haar tafel moesten zitten voor een her-instructie. ‘Juf, ik kan dat’, riep een jongen, ‘mag ik alleen werken?’ ‘Gij kunt da niet!’ antwoordde de juf die heel haar voorbereiding in duigen zag vallen. Mijn hart brak want het was echt geen moeilijke les. Het waren oefeningen die iedereen moest kunnen oplossen, na de degelijke instructie die de klas kreeg. De juf had niets dan goeie bedoelingen maar …

Er is niets fout om leerlingen oefeningen te geven volgens hun eigen niveau maar betrek hen bij dit proces. Leerkrachten, wacht ten minste tot na de les om na te gaan wie alleen verder kan en wie hulp nodig heeft. En vooral, beslis dat niet alleen, vraag het de leerlingen. De meeste leerlingen deugen en geven dat in alle eerlijkheid toe. Wie de oefening alleen kan maken, die maakt ze alleen, wie liever met twee werkt, zoekt een makker en ze helpen elkaar en wie hulp van de leraar nodig heeft, kan die vragen. Fouten maken mag dus uitleg vragen zeker.
“En als ze dan denken dat ze het kunnen en ze er niets van bakken?” vraagt een bezorgde leerkracht, goed bedoeld. Dan vragen ze het toch aan elkaar, het zijn immers vrienden en vrienden doen dat graag voor elkaar. De sfeer en de energie in de klas is op slag anders.

Week tegen pesten

In afwachting van de week van de vriendschap, is 14 tot 21 februari 2020 nog steeds de week tegen pesten.
Samen zingen brengt mensen samen, de move tegen pesten heeft zijn waarde maar vriendschap staat daar volledig boven. Vriendschap is de basis voor betere resultaten en gelukkiger leerlingen en leerkrachten.

Rutger-Bregman-De-meeste-mensen-deugen-195x300

De meeste mensen deugen, zeker zij die blozen

Dag 7 van de uitnodiging om elke dag een ander boek voor te stellen
Het boek van vandaag gaat over het positieve in de mens. ‘De meeste mensen deugen’ van Rutger Bregman heeft als ondertitel ‘een nieuwe geschiedenis van de mens’. Met een kop vol snot, een zere keel en oren die geen geluid aankunnen, lukt het me zelfs om geconcentreerd verder te lezen. Het boek voedt mijn geest en fleurt mij op. Het zet mijn hersenen aan het werk om bij alle wetenschappelijke onderzoeken die ik lees voorbeelden te vinden in mijn eigen leven. Ik las het boek nog niet volledig uit maar volgende ‘bewijzen’ wil ik nu al graag vertellen.
Chimpansees zijn sterker in het elkaar bedriegen dan mensen

Rutger-Bregman-De-meeste-mensen-deugen-195x300
De Italiaanse filosoof Niccolo Machiavelli schreef dat een heerser voortdurend moet liegen en bedriegen om aan de macht te blijven. Na eeuwen zouden mensen dus een superbrein moeten hebben omdat ze steeds op zoek zijn naar meer vernuftige middelen om elkaar op te lichten en aan de macht te blijven. Maar dat is niet zo want uit een Japans onderzoek bleek dat de mens het niet kan halen in vernuftigheid tegen de chimpansee. Sterker, we zijn geneigd om anderen te vertrouwen en dat is de reden waarom professionele oplichters hun werk kunnen blijven doen. Machiavelli adviseerde om nooit emoties te tonen, een pokerface te tonen. Maar de mens kan dat niet, hij bloost!?!
Ik bloosde meer dan een stoofpot

Kijk, dit boeit mij. Ik ben een ‘blozer’, zij het vroeger vaker dan tegenwoordig. Als ik mij bekeken voelde, in een nieuw gezelschap kwam, als een knappe gast mij aansprak, net als ik het niet wou, bloosde ik. En dat is knap vervelend.
Ik herinner mij een heel gênant moment op het werk toen ik de veertig al naderde. Op een vergadering kwam een verraad ter sprake. Een verraad? Iemand had voortijdig een datum van een onderzoek gelekt en daar werd een drama van gemaakt. Ik was degene die de persoon naar wie gelekt was, naast professioneel ook privé kende. De manier waarop over ‘dit probleem’ gesproken werd, leek alsof dit een reden tot ontslag was. Ik voelde de blikken op mij gericht en wist dat er mensen waren die aan mij dachten als verrader. In het verslag van de vergadering werd genotuleerd dat een lek van dergelijke ‘belangrijke informatie’ een grove ‘deontologische’ fout was. Ik werd rood tot achter mijn oren, kon door de grond zakken van schaamte maar ik verdedigde mij niet. Ik ben nogal rationeel en kende mijn positie. Ik kon niet bewijzen dat ik de datum niet geklikt had en ik de blaaskaak die mij betichtte kon niet bewijzen dat ik het wel deed. Tenzij ze rechtstreeks informatie zouden inwinnen maar dat was te eenvoudig geweest. Terzijde, ik verontschuldig mij niet voor het woord blaaskaak. Iedereen weet dat ik heel respectvol ben naar anderen toe, maar die man verdient dat. Door het woord ‘blaaskaak’ spontaan te typen, voel ik dat het nog steeds pijn doet.
Ik was beschaamd dat ik daar zat als een stoofpot. Dat je gaat blozen, heb je niet in de hand en hoe lang het duurt, evenmin. Ik dacht dat mijn blozen opgevat werd als schuld bekennen. Enige tijd later kreeg ik als per toeval het bewijs in handen wie dan wel gelekt had, de blaaskaak zelf. Ik hing het niet aan de grote klok, ik ging zelfs geen confrontatie aan.
Blozen is een positief gegeven

De auteur van ‘De meeste mensen deugen’, concludeert vanuit verschillende studies dat mensen hypersociale leermachines zijn, geboren om te leren, te verbinden en te spelen. Blozen is de enige uniek menselijke gezichtsuitdrukking en het is een typisch sociale vaardigheid. Mensen die blozen laten merken dat ze geven om wat anderen van hen denken. Doordat we sociale wezens zijn, kunnen we beter samenwerken dan andere levende wezens. Onze emoties lekken langs alle kanten uit ons lijf, blozen is nog maar een begin.
Sociale mensen zijn slimmer

In het hoofdstuk 5 lees ik verder letterlijk dat sociale mensen niet alleen leuker gezelschap zijn, maar uiteindelijk ook slimmer. Het uiteindelijke slimmer-zijn, heeft niets te maken met genialiteit, enkel met het feit dat sociale mensen veel meer leren van elkaar.

Een zware fout op mijn stageverslag

Dat sociale mensen uiteindelijk slimmer zijn, beschouw ik eveneens als een compliment en als een groot gelijk na lange tijd. Op mijn stageverslag stond dat ik te vriendelijk was en mij te veel op het niveau van mijn gesprekspartners plaatste. Kortom ik was te “gewoon”. Volgens mijn mentor zou ik daardoor mijn ‘gezag’ verliezen. Dit verslag vertrok samen met het rapport dat ik zelf schreef naar de minister. Hij heeft mijn benoeming niet tegen gehouden. Mijn mentor ben ik al gauw totaal uit het oog verloren.

Stel het dood-gaan uit, er is hoop

De moraal van dit verhaal is dat hetgeen waar je op korte tijd dood van wil gaan om aan de schaamte te ontsnappen, op langere termijn een troef kan zijn. Dus moeten we constant proberen het ‘dood-gaan’ uit te stellen.

Mijn dochtertje die mij het boek leende zei nog dat ik van dat boek ging snoepen en dat is zo. Het is één van de boeken die ik traag wil lezen want op elke bladzijde staan nieuwe belangrijke en fundamentele weetjes die mij blij maken omdat ik een mens ben. In mijn geval, dat ik een blozend, sociaal en slim mens ben (sic).