Gesprek met mijn kleindochter, 10 jaar na CORONA

“Hope is a state of mind, not of the world. Hope in this deep and powerful sense, is… an ability to work for something because it is good.” – Vaclav Havel

wieg 3

Prioritair in mijn vakantieplanning: Het wiegje bekleden voor mijn kleindochtertje dat nu nog rustig in het rond stampt in de buik van haar mama. In gedachten spring ik 10 jaar verder en hoor haar vragen: ”Oma Lu, wat veranderde allemaal na de tijd dat alle mensen bang waren voor een klein, onzichtbaar virusje vlak voor ik werd geboren?

De 70-jarige ontspannen Oma Lu vertelt:

“Er was angst maar er was hoop en die hoop verspreidde zich als een nieuw virus in het hoofd van de mensen. Door de CORONA kwamen mensen tot het besef dat ze elkaar nodig hadden. Het virus dat overal rondvloog was onzichtbaar. We hadden elkaar nodig om onszelf en ieder andere te beschermen. Dat was iets nieuw want enkel als we goed zorg droegen voor onszelf en niet ziek werden, droegen we ook zorg voor de ander en eigenlijk voor iedereen want zo wonnen wij en niet het virus.

We stopten met vijanden zoeken en steeds de ander de schuld te geven. We wisten nooit wie de ziekmaker was. Daarom besloten we om er samen voor te gaan en hoopten samen dat de tijd van isolatie zo vlug mogelijk achter de rug zou zijn.

De mensen kregen meer respect voor elkaar. Ze deden wat de slimme wetenschappers vroegen; ze hielden afstand, bleven in hun huis en droegen zo verantwoordelijkheid voor zichzelf en voor de ander. Tijdens de pandemie hadden ze weinig keuze, we werden goed gecontroleerd. Nadien deden mensen dat uit zichzelf, ze hielden ervan om respect en verantwoordelijkheid te geven en te krijgen. En toen stonden slimme leiders op en zij kregen ook vertrouwen in de mensen. Ze schaften heel veel regels en wetten af die totaal overbodig geworden waren.

Plots kregen mensen terug respect voor beroepen die ze daarvoor niet meer wilden doen. Terwijl iedereen thuis moest blijven waren de vuilnismannen nog altijd aan het werk. Mensen waren blij dat de straten proper bleven. En de verplegers en verzorgenden, ook jouw Opa Piet, zorgden voor de mensen die ziek en oud waren want die mensen waren het meest kwetsbaar. En de mensen hingen witte doeken buiten om de verzorgers te steunen die dagelijks met veel liefde en geduld de zieken verzorgden. Oude en zieke mensen mochten geen bezoek krijgen en daardoor zorgden mensen ervoor om elkaar anders te bereiken. Ze stuurden kaartjes, foto’s en gingen online met elkaar in gesprek. Mensen speelden muziek voor de verzorgingstehuizen om de mensen binnen gelukkig te maken.

We leerden uit de CORONA-tijd dat alles gerust trager en bewuster kon. In bedrijven, organisaties en zelfs in de politiek dachten mensen plots beter na voor ze veranderingen doorvoerden. Ieders mening werd plots belangrijk want enkel zo kan het respect voor elkaar blijven. Leiders hielden rekening met waarden, normen, behoeften en wensen van de mensen. Nadien werden minder mensen ziek omdat ze de zinvolheid van hun werk niet zagen of omdat ze te veel werk hadden.

Het aantal politiekers verminderde en veel organisaties die enkel controle uitoefenden werden afgeschaft. We kregen meer respect voor mensen die het werk deden en minder voor degene die het oplegden en controleerden. En de politiekers schreven enkel een wet uit als ze zeker waren dat die wet mensen beter en gelukkig zou maken en als de samenleving er als geheel beter van werd. Daarvoor werden mensen meer bevraagd zonder dat ze naar de stembus moesten en waren de politiekers verplicht om de bedoeling van hun wetten te verduidelijken. Vroeger zaten die politiekers zich te vervelen in de vergaderingen, ze speelden zelfs spelletjes of sliepen een beetje, zelfs als ze op tv kwamen. Nu moeten ze constant luisteren naar de mensen en hen overtuigen dat wat ze doen in het belang is van iedereen. Ze werken aan de dingen die het waard zijn om voor te werken, ze kiezen voor de dingen die echt goed zijn. En eindelijk spraken mensen niet meer over links en rechts, waar ik mij al zo lang aan ergerde.

En tijdens de crisis leerden we van thuis uit werken. Voorheen werden mensen dagelijks met de trein naar hun kantoren gebracht. Het leken soms beestenwagons en soms moest ik ’s morgens op de grond zitten omdat er gewoon geen plaats was. En op een trein was er eerste klasse en tweede klasse. De meeste mensen hadden een abonnement voor tweede klasse en mochten niet in eerste klasse, ook al zat daar niemand. Gelukkig schaften ze dat nadien af en kon iedereen zitten, zolang er plaats was. Maar toch koos ik om met de trein te pendelen want langs de autostrades stonden auto’s uren aan te schuiven en dat was verloren tijd. Op de trein kon ik nog praten met mensen, een boek lezen, blogs schrijven en ik heb er een pull voor jou gebreid want jouw mama was toen zwanger. Nadien hielden we vergaderingen op afstand. Ik kon vergaderen in de tuin, aan de zwemvijver en poes zat vaak op mijn schoot. En de vergaderingen duurden minder lang. Ze beperkten zich tot de essentie. Daardoor hadden we meer tijd om dingen te doen die we echt graag deden en die gezond waren. We gingen meer wandelen, we lazen boeken en we maakten tijd om met elkaar te praten.

Tijdens de coronatijd mochten we niet knuffelen om dat virus niet te verspreiden. Nadien leerden we de waarde van een knuffel kennen. We knuffelden en zoenden niet meer iedereen maar enkel degene die we echt graag zagen.

En eindelijk begrepen we echt wat Jezus bedoelde met ‘Bemin je naaste als jezelf’. Het was niet bemin eerst je naaste en dan jezelf zoals ze mij wijsmaakten maar bemin jezelf zodat je ook voor je naaste kan zorgen.”