Mogen we nog lachen?

Minstens twee scholen hebben vrijdag een briefje meegegeven aan de kinderen met een verandering die er aan komt op 1 april. Twee van hen haalden de pers. In één school werd gevraagd dat leerlingen maandag zelf een WC-rol meenemen omdat er al lang wordt aangedrongen op zuinig omspringen met WC-papier, in het kader van ecologie, maatschappelijke- en sociale vorming, milieubewustzijn, … Kortom, een grappige manier om te zeggen dat niemand baat heeft bij verstopte toiletten.Een andere school vraagt de ouders dat de leerlingen maandag uniform gekleed gaan om pesterijen te voorkomen in een school waar pesterijen minimaal zijn, volgens de directeur en de krant.

Twee keer sluit de aprilgrap aan bij een edel doel en binnen de context van de school. Twee keer is er een lichte optilling van de realiteit, twee keer een goeie grap volgens mij. Twee keer een school waar ik met plezier naartoe zou gaan als moeder en mijn kinderen in vertrouwen achter laat, zeker op het vlak van zelfrelativering en humor.

Maar “Da mag niet!”, de moppen vallen slecht bij de ouders.

Scholen die grappen maken met de ouders zijn eerder zeldzaam maar als ze dat doen, getuigt dat van vertrouwen in de ouders, dat er een goeie band is of dat de school dit toch denkt.

Plagen is toch om liefde vragen en de beste therapie om een gepest kind te helpen, is een humortherapie. Het bestaat en het werkt want humor is een heel sterk wapen, in de liefde, in de vriendschap maar ook in de strijd tegen machogedrag.

In een tijd waarin ik mij blauw erger omdat wij, leerkrachten als ongeschikt, onbekwaam, kortom kneutjes bestempeld worden, lees ik dat er scholen en leerkrachten zijn met gezond gevoel voor humor. Respect!

Maar hoe ga je daar nu als school mee om?

Ik lees dat één van de scholen nog dezelfde dag een mail heeft gestuurd naar de ouders om te melden dat het om een grap gaat. En weg de humor, weg de kans om het verhaal een grappig eigen leven te laten leiden, weg de kans om op maandagmorgen een goed en grappig gesprek te hebben aan de schoolpoort en in de klas.

Blijkbaar zijn het niet alleen de kinderen die problemen hebben met begrijpend lezen en het interpreteren van de boodschap in een tekst, de vorige generatie had dat ook. Of zijn we allemaal zo verzuurd en intellectueel lui geworden? Willen we niet meer nadenken of iets als grap bedoeld is of niet?

En hoe moeten scholen die moeite en inspanningen doen om een goeie band te hebben met de ouders zich preventief indekken tegen dergelijke nieuwsberichten? Op de lange lijst met vragen naar leef-, eet-, studie- en andere gewoonten of de lijst met vragen rond het opleidingsniveau van de moeder en de thuistaal van de kinderen en de vragen over de gezinssamenstelling zullen scholen de vraag naar de openheid voor humor kunnen toevoegen. “Een grapje af en toe, kan dat?”

Misschien kan een visietekst rond het doel, het nut en de noodzaak van humor in een schoolcontext heel nuttig zijn? Niet doen! Het mag niet, dat is planlast en de minister is daar terecht tegen.

Hopelijk kunnen de leerkrachten van beide scholen nog lang navertellen over die supergrappige 1 ste april 2019, toen ze de nationale pers haalden. En blijf vooral positief, kritisch en vol humor want de meeste ouders en kinderen houden gelukkig niet van azijnpissers.

Morgen ga ik met plezier de kranten en de nieuwsberichten uitpluizen op zoek naar goeie grappen. Hopelijk verrassen onze bazen ons ook op 1 april. Stel dat wij morgen als supplement op de infodag over de nieuwe eindtermen secundair onderwijs, die gericht zijn op het sociaal en maatschappelijk weerbaar maken van leerlingen (toeval bestaat niet), ook verrast worden met een goeie aprilgrap? Hoe ontspannend zou dat zijn na een treinrit van twee en een half uur? Wedden dat de terugreis nog leuker wordt, dat we er veel plezier aan beleven met de collega’s over de provincies heen? Een betere en goedkopere teambuilding bestaat niet.  

Het is niet voor niets dat veel “slimste mensen” humoristen zijn. Blijkbaar moet je heel slim zijn om grappen te maken waar niemand zich aan stoort.  

Maak me morgen maar wakker als je een goeie aprilgrap hoort, I am into.

SISU in het Fins onderwijssysteem

Mijn fantastische avondliteratuur houdt mij uit mijn slaap. Niet omdat het boek spannend is. Het leest vlot en roept voor mij leuke herinneringen op aan Finland. En het brengt mij terug brengt naar de essentie van het leven. En dat geeft moed.  “Leef met moed, kracht en vastberadenheid, de Finse manier voor een gelukkig en gezond leven.” Geschreven door Katja Pantzar, een Canadese met Finse roots, die emigreerde naar Finland.

Ik mocht het onderwijs in Finland, regelmatig de nummer één van de wereld voor wiskunde en wetenschappen en zeker wat betreft ‘gelukkig-zijn’ bezoeken in 2013. Een reden om mijn verslag van toen nog eens boven te halen.  

En wat viel mij op? In mijn verslag schreef ik over zes opvallende kenmerken die horen bij Finland: structurele eenvoud, flexibiliteit, een groot verantwoordelijkheidsgevoel, veel respect voor zichzelf en elkaar. En natuurlijk SISU!

Het onderwijssysteem is structureel eenvoudig

Misschien viel mij dit toen vooral op omdat ik in een zeer ingewikkeld land leef waar een probleem vaak opgelost wordt met een oplossing die het geheel net iets moeilijker maakt. Wij, Belgen en Vlamingen maken de dingen graag ingewikkeld. Niet in Finland.

Alle scholen zijn verbonden aan de gemeente (community) die fungeert als schoolbestuur. Er zijn geen onderwijsnetten. Er zijn ook veel minder ondersteuningsnetwerken. Mensen helpen elkaar. De invloed van de kerk is groot, iedereen krijgt godsdienstlessen en mensen van de kerk ondersteunen mede-ouders bij oudercontacten. Dezelfde universiteit die zorgt voor de opleiding van de leerkrachten, ondersteunt de nascholing van de leerkrachten en zorgt voor de verdere professionalisering. Er zijn geen bijkomende nascholingsorganisaties waar leerkrachten op intekenen en er is geen pedagogische begeleiding.

Finnen staan niet te springen om te veranderen om te veranderen. Als er wijzigingen gebeuren in methodieken, zijn die gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek uitgaande van de universiteiten en vertaald door de overheid aan de scholen. Als iets niet werkt, voeren ze het af. Planningsdocumenten zijn zeer miniem, de verwachtingen van de overheid zijn beknopt uitgeschreven, info voor de ouders en informatie over de vorderingen van de leerlingen zijn door alle betrokken partijen online te consulteren.   

Flexibiliteit

Finnen zijn in zeker mate honkvast maar ook flexibel. Dit uit zich onder andere in de organisatie van de klassen en de schooluren. In één school waren klassen voor kinderen en jongeren in het brede gamma van noden, gaande van geen over lichte tot zware noden. Time-outprojecten voor jongeren die de school even niet aankunnen, gaan binnen de schoolmuren door. Er is schoolinterne opvang voor kinderen met sociaal-emotionele problemen en er zijn klassen waar gedurende een aantal lestijden per week aan remedial teaching gedaan wordt. Alle leren en ondersteunende zorg gebeurt in de school. Na schooltijd krijgen de leerlingen geen ondersteuning van logo of een revalidatiecentra om de eindtermen te bereiken. Er is geen CLB maar er zijn wel psychologen, sociale werkers, specialisten, dokters en verpleegsters verbonden aan een scholengroep. Doordat de meeste leerlingen met de fiets of te voet naar de school komen, liggen de schooluren voor leerlingen verschillend. Kinderen die extra – uitleg nodig hebben, komen ’s morgens iets vroeger. Wie een extra taak wil afwerken, kan iets langer blijven.

Een groot verantwoordelijkheidsgevoel

In Finland is er geen onderwijsinspectie. Misschien komt dit wel door het hoge verantwoordelijkheidsgevoel van de scholen zelf. Directeurs zeggen alle vertrouwen te hebben in leerkrachten en de gemeente controleert de financiën. Voor het overige ondersteunen leerkrachten elkaar of gaan ze op nascholing.

Een groot respect voor kinderen en mensen

Dit respect uit zich in de verschillende initiatieven die structureel ingebouwd zijn. Uit de vele gesprekken blijkt dat de leerkrachten met heel veel zorgzaamheid en respect spreken over  kinderen en dat ze heel goed beseffen dat zij op die manier werken aan de toekomst van de leerlingen en van iedere burger. De toekomst van het land.

Finse scholen zijn zeer selectief in hun leerkrachten. Slechts 1 op 10 die het beroep van leerkracht ambieert, krijgt uiteindelijk een leraarsdiploma. Maar eens ze zo ver zijn, draagt de school zorg voor hen. In de leraarskamer klinkt klassieke muziek, er staan massagezetels, supporters van skiwedstrijden hebben de kans om de wedstrijd op tv te volgen in de pauzes.   

Scholen geven en vragen verantwoordelijkheid van de ouders en van de leerlingen zelf om hen op te leiden tot verantwoorde burgers.

In Finland weerspiegelt een school nog steeds de maatschappij doordat alle leerlingen tot 16 jaar, ook die met speciale noden, samen school lopen. Ze zitten niet altijd in dezelfde klas maar ze eten in dezelfde refter, spelen op een gemeenschappelijk schoolplein, houden samen schoolfeest en gaan elke morgen door dezelfde deur naar binnen.

Gezondheid

Op de scholen is veel aandacht voor gezondheid. Iedereen krijgt een eenvoudig maar gezond middagmaal. Alle leerlingen spelen buiten, enkel bij min 30 graden spelen de leerlingen beperkt buiten in de grote domeinen rondom de school. Leerlingen komen, ook door de sneeuw te voet of met de fiets naar de school.

Een bevallingsverlof kan tot 3 jaar duren en de meeste vooral vrouwelijke leerkrachten maken gebruik van die maatregel. Sommigen profiteren van die periode om nog een bijkomende studie aan te vatten.

De leerlingen blijven niet langer op school dan nodig. In het lager onderwijs is dat 19 uren waarvan ze 45 minuten les krijgen en 15 minuten ontspanning na elke les.

De kleuterschool begint op 6 jaar, het lager onderwijs in het jaar dat ze 7 worden. Mede door die late start in het lager onderwijs is het aantal zittenblijvers laag. In de voorschoolse opvang krijgen de kleuters heel veel verantwoordelijkheid en zorg voor het welzijn en de gezondheid.

SISU

 SISU, het Finse woord voor volharding op langere termijn, wordt bewust nagestreefd. Enerzijds dragen de Finnen zorg voor mensen, anderzijds leren ze wat verantwoordelijkheid is, zowel maatschappelijk als voor hun eigen leven. Dat het onderwijs in Finland internationaal zo goed scoort, is een gunstig neveneffect van de Finse manier van ZIJN.

Deze tekst vond ik in die periode in het schriftje van een wijze leerkracht. Ze kreeg het van haar dochter die studeerde in Finland.

To a man who knows nothing,mountains are mountains,waters are waters,trees are trees

But when he has studied and begins to understand more,mountains are no longer mountains,waters are no longer waters,trees are no longer trees

But when he has throughly understood,mountains are again mountains,waters are waters, trees are trees

Aanrader!
SISU
Finland 2003

En toen vloog de deur open, de inspecteur was daar …

Ik herinner mij als gisteren mijn eerste bezoek van een inspecteur. Het was mijn eerste jaar en in het zesde leerjaar. De les: ‘Het soortelijk gewicht”. Ik was al zenuwachtig voor de les op zich. Dit is de moeilijkste wiskundeles van de lagere school. Een toepassing op wat leerlingen leren gedurende de volledige lagere school, de integratie van volume en gewicht. Een les die automatisch leidt tot veel vraagstukken waarbij de wiskundige kennis en de probleemoplossende vaardigheden serieus op de proef gesteld worden, van leerkrachten en leerlingen.

Vorige week was ik in een klas en de leraar koos deze les om bezoek te krijgen van de inspectie, van mij dus. Wat een verschil bij vroeger. Bij mij stak de inspecteur met in zijn kielzog mijn directrice de deur open en daar waren ze. Ik stond vooraan met een weegschaal, liters, water, kiezelstenen, zand, rijst, maïs. Grondstoffen die moesten gewogen en gemeten worden. Nu weten scholen weken op voorhand voor welke les de inspectie zal komen kijken.

Chapeau voor de leraar die deze les vrijwillig koos. Hij had wel veel meer ervaring dan ik toen, hij was een prille zestiger, ik toen een naïeve twintiger.

Ik herinner mij hoe ik beefde nadat de deur terug dicht sloeg. Zo was dat in mijn herinnering. Alle wegen, meten en experimenteren trok ik naar mij toe en ik probeerde toch vol enthousiasme de leerlingen te betrekken bij de les. Het lukte niet zo goed. Dat ik een ladder in mijn kous had en dat de directrice, de ros, de inspecteur daar op wees, deed geen goed aan mijn zelfvertrouwen.

Ik herinner mij de inspecteur als een arrogant iemand. Toen hij vroeg of hij een paar voorbereidingen mocht zien, haalde ik mijn twee dikke mappen boven. Hij schoof ze mij onmiddellijk terug en herhaalde streng ‘Een paar!”. Ik was van mijn melk.

Het verslag viel al bij al mee maar slechter dan een goed verslag zijn de gevoelens die je er aan overhoudt.

In mijn herinnering was de man zeker twee meter groot. Toen ik bijna 25 jaar geleden bij de onderwijsinspectie kwam werken, zag ik zijn naam op de lijst zag staan. Ik vond hem niet, hij werd mij aangewezen. Ik had hem nooit zelf gevonden. Hij leek toen wel op een mens en was amper 1 meter 60 groot. Soms maken we mensen te groot en veel te belangrijk in onze herinnering.  

Na het handtekenen van het verslag kwam ik terug in de klas. De leerlingen verontschuldigden zich. “Juffrouw, we hadden liever veel meer antwoorden kunnen geven op jouw vragen, maar jij was zo nerveus en wij durfden geen fouten maken. Misschien kreeg jij dan een slecht verslag.” Mijn leerlingen hadden duidelijk met mij te doen.

En dit hoorde ik vorige week ook. Een leerkracht van het zesde vertelde dat hij wil dat de leerlingen zo veel als mogelijk antwoordden in het Frans in “een normale les”. Nu de inspecteur er was, durfden zij dat niet en daarom antwoordden ze in het Nederlands. Ze hadden zich ook verontschuldigd na het inspectiebezoek.

Leerlingen zijn zo lief voor hun leerkrachten. Tijdens een gesprek met leerlingen zei een pientere jongen uit het vijfde leerjaar over zijn leerkrachten. “Mevrouw, je moet dat begrijpen, ze zijn allebei nog maar 23 jaar.” Ik weet nog niet wat ik moest begrijpen maar kreeg op slag veel begrip.

Voor mijn leerlingen van toen die nu ook al bijna 50 ers zijn en die een verwarrende eerste uitleg kregen over het soortelijk gewicht, kan ik alleen hopen dat ze het begrijpen, ik was pas 20 jaar.

Mijn eerste inspectiebezoek