Terug naar de bron, naar de klasvloer

Lang voor CORONA vroeg ik mij af waar de gewone beroepen gebleven waren. De beroepen waarbij je op het einde van de dag concreet kan zien wat je gedaan hebt en met welk resultaat. Beroepen als houtbewerker; je maakte drie stoelen. Elektricien; elektriciteit gelegd op een hele zolderverdieping. Vloerder; twee vloeren gelegd. Bakker, beenhouwer, zorgkundige, verpleger, leerkracht…  Beroepen waarvan je weet wat het inhoudt, waar je je iets kan bij voorstellen als mensen hun beroep vermelden. In mijn perceptie zijn dat vaak ook beroepen die mensen echt graag doen, juist omdat ze het effect van hun werk vrijwel onmiddellijk zien. En laat dit nu net de beroepen zijn die (in bepaalde kringen) niet de maatschappelijke waardering krijgen die ze verdienen. Beroepen waar een tekort aan is, knelpuntberoepen.

Scholen die deze opleidingen aanbieden, moeten jaarlijks een publiciteitscampagne voeren om studenten te trekken. En toch zijn we zo blij dat het lek in de leiding gestopt is en zijn we vol lof over de verzorging die we kregen in een ziekenhuis of dankbaar voor die ene juf die ons (klein)kind weer zelfvertrouwen gaf. Voor een aantal van de opgesomde beroepen zorgde tante CORONA voor meer respect. Hopelijk is dat niet tijdelijk. 

Titels van beroepen waar je je niets kan bij voorstellen

Ook aan mij vragen mensen soms wat ik eigenlijk doe. Dat zijn dan mensen buiten het onderwijs die de onderwijsinspectie nog niet over de vloer kregen. Wij controleren, motiveren, stimuleren, evalueren verschillende processen, reflecteren, beoordelen, schrijven rapporten en discussienota’s, adviseren … en dat op verschillende terreinen. Probeer dit maar eens uit te leggen in een elevatorspeech. Dat laatste is de sprekende naam voor – als ge langer nodig hebt om iets uit te leggen dan de tijd dat je met de lift van beneden naar boven gaat, herdenk het want het is te moeilijk, te ingewikkeld.

De ouders van onze kleinkinderen hebben alle vier een beroep dat je niet kan uitleggen in de tijd dat de lift je een paar verdiepingen hoger brengt. Onze oudste kinderen hadden in de lagere school ouders met heel eenvoudige beroepen. Ik gaf les en Piet werkte als verpleger in een psychiatrische instelling.  “Papa werkt bij de zottekes” zei onze zoon. En zo vlug het kon zei hij er achter “maar ik mag niet zottekes zeggen”. In de manier waarop hij het zei, zat de duidelijke boodschap dat niemand met psychische patiënten mocht lachen.  

En toen veranderde mama van werk

Toen Anna, onze jongste en veel jonger dan de twee oudste, in het vijfde leerjaar zat, werkte ik bij de onderwijsinspectie. De juf nodigde ouders uit om over hun beroep te komen vertellen. Ik kreeg gelukkig een volledig uur. Toen ik vertelde dat je als onderwijsinspecteur vooral heel nieuwsgierig moest zijn en heel veel vragen moest stellen, zag de klas de gelijkenis tussen mij en mijn dochter. Op het einde zei een zeer opmerkzame en pientere klasgenoot: ‘Dat zou ik ook wel willen doen, leerkrachten ambeteren.’ Enkel de juf vond dit niet grappig, of toch, ze kende hem.

Tante CORONA brengt ons terug naar de essentie.

In deze hectische tijden krijgen wij de kans om een deel van onze werktijd te ondersteunen in scholen. Mijn keuze was vlug gemaakt. Ja, graag! Geen controle, geen adviezen, enkel werken met kinderen die door CORONA ondanks alle inspanningen een achterstand opliepen. Ik zie het absoluut zitten en de reacties van mijn huisgenoten zijn ronduit positief. De oudsten hadden een déjà vu. “Tof mama dat je opnieuw gaat lesgeven”. “Een goede leider vecht tussen zijn soldaten” schreef mijn zoon van wie ik nog vaak de indruk heb dat hij als “Finance SA  Project Controller” in de cijfers die hij op het werk analyseert vijanden, spionnen en soldaatjes ziet. Hij had altijd veel fantasie. De spontane reacties binnen ons WhatsApp groepje deden deugd. De kleinkinderen vinden het ook fantastisch, omalu als juffrouw.  Mijn kersverse schoonzoon belde dat het goed is om terug te gaan naar de basis, om te herbronnen.   

Reacties van kinderen en kleinkinderen

De reacties van mijn gezin zijn voor mij het bewijs dat lesgevers gewaardeerd worden. Ik herinner mij nog een gesprek met een vorige inspecteur-generaal die op het einde van zijn carrière zei dat hij meest plezier had gehad aan het lesgeven maar dat een mens vooruit wil in het leven en wij vaak onvoldoende stil staan bij dat wat ons echt gelukkig maakt. Deze kans voelt als een cirkel die rond is, beginnen in een klas bij de leerlingen en daar eindigen. Dat klopt niet echt want ik kan nog niet met pensioen. Maar het is mooi meegenomen. Na 26 jaar kan ik aan de lijve ondervinden of de kinderen inderdaad zoveel veranderd zijn. Iets wat ik wel vaker hoor.  

Vandaag maak ik mijn voorbereidingen, morgen pak ik mijn boekentas en vertrek ik met de fiets naar school. Net als vroeger. Ik zie er echt naar uit. Terug naar de school waar ik mijn stages liep, waar mijn zoon zat en waar nog oud-collega’s van mij werken. Het voelt als terug naar mijn bron gaan.

Mijn laatste volledig jaar als leerkracht 93-94